donderdag 28 mei 2009

Chess Strategy

De Internationale Meestertitel in het schaken wordt wel eens vergeleken met een universitaire graad. Talent en een jaar of zes keihard studeren moet voldoende zijn om je Master of Arts te mogen noemen, vergelijkbaar met de oude doctorandustitel, of Internationaal Meester wanneer je je liever op schaken toelegt. Noch op de universiteit, noch in het schaakspel heb ik het ooit gered. Mijn jeugdvriendje Herman Grooten wel. In de schaaksport, bedoel ik. Hij is Internationaal Meester. En wat zou hij graag promoveren. Grootmeester: dat is nog meer dan een doctorstitel. Alleen bereikbaar voor de echte straatvechters onder de bollebozen die in de toernooiarena keihard van zich af weten te slaan.

Vorige week belde Herman me op. Of het uitkwam … ja natuurlijk!

Hij bracht een boek voor me mee, Chess Strategy for Club Players, vers van de pers. Ik wist dat hij al jaren werkte aan een magnum opus. Voor een eerder veel bescheidener Nederlandstalig paperbackje over hetzelfde onderwerp had ik zelfs wel eens een voorwoord geschreven. Dat boek zou in het Engels vertaald worden, wist ik, en dit was het dan. Maar het boek dat ik overhandigd kreeg, was veel meer. Een knuppel van ruim vierhonderd pagina’s, vol fantastische schaakfragmenten waar het plezier van afspat. Het is een lofzang vol pure liefde voor het schaakspel, methodologisch gerangschikt, zodat het materiaal bruikbaar is voor ijverige schaakstudenten en hun trainers. Een prachtboek. Een proefschrift, waar Herman de grootmeestertitel voor verdient.

Wat zou ik met veel genoegen zijn paranimf zijn. Ik heb toch al gauw vijf meter schaakliteratuur in mijn boekenkast staan, maar dit boek hoort bij de top. Mooi geschreven, soms zelfs spannend, in stijlvol Engels, met als inhoud alles wat het schaakspel zo boeiend maakt. Ik zou alleen nog even wakker liggen van de kritische vragen van de heren professoren.

Grooten baseert zijn levenswerk op de ‘Elementen van Steinitz’. Wilhelm Steinitz domineerde de schaakwereld decennialang en was de allereerste officiële wereldkampioen van 1886 tot 1894. Hij ontdekte de basisprincipes van de schaakstrategie, die hij onderverdeelde in permanente en tijdelijke voordelen die vanaf het begin van een partij nagestreefd dienen te worden. Maar juist dat onderscheid rammelt. En zelfs de meest statische grondslagen van Steinitz’ leer, zijn door de moderne dynamiek achterhaald.

Grooten onderkent dat in zijn boek ook. Misschien een beetje te voorzichtig, denk ik. Maar daar lul ik hem wel uit. “Kijk dan naar de voorbeelden”, zou ik zeggen op de kritische vragen van de oppositie tijdens de promotieplechtigheid. “Alles is door de nieuwste schaaksoftware gecheckt Zo komen ook de modernste opvattingen aan de orde.” En trillend op mijn benen zou ik de grootmeesters toevoegen dat ze mogen hopen dat de clubschakers dit boek niet uit en te na zullen bestuderen. Want dat zou niet alleen een gesjeesde student zoals ik van zijn plaatselijke kampioenschappen beroven, maar ook het hele grootmeestersgilde van allerlei gemakkelijke overwinningen op eenvoudige amateurs. Er is geen boek dat ik u met zoveel plezier aanbeveel.



Opgave 272 van deze rubriek is een oefening uit Herman Grootens boek. Zwart (Herman zelf) heeft een pion geofferd voor een sterke loper en actieve stukken. Hij vraagt de lezer of de tijd al rijp is voor een combinatie. Zwart is aan zet.



In de stelling van de opgave van vorige week gaf de zwartspeler op. Ten onrechte. Hij kon winnen met 1. ... De2-g4!! (of 1. ... Dd1+ 2. Kh2! Dg4!!). Daarmee haalt hij het mat uit de stelling en blijft minstens een toren voor.

Herman Grooten, Chess Strategy for Club Players, New in Chess 2009, ISBN-13: 978-90-5691-268-0.

Het boek is ook verkrijgbaar bij De Beste Zet. Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vind je op dubbelschaak.nl.

vrijdag 22 mei 2009

Verliezen om te winnen

Het schaakspel heeft een eeuwenlange geschiedenis. Alle competitievormen en speelschema’s zijn uitgeprobeerd en tot in de puntjes geoptimaliseerd. Toch zijn er nog altijd lieden die het beter denken te weten. Zo bedacht het Dubbelschaak-bestuur enkele jaren geleden een geheel nieuwe opzet voor het clubkampioenschap.

Bij Dubbelschaak worden de leden op sterkte ingedeeld in poules van zes spelers. In een seizoen worden vier cycli van die poulewedstrijden afgewerkt. Heel gewoon met promotie en degradatie. Maar de puntentelling voor het clubkampioenschap is revolutionair: de nummer één in de eindrangschikking van poule 1 krijgt één kampioenspunt, nummer twee krijgt twee punten, enzovoorts. Degene met het laagste totaal plaatst zich voor de play-offs. Aangevuld met iedereen die niet meer dan drie kampioenspunten achterstand heeft.

“Er heeft nog nooit iemand gewonnen door op te geven!” Het zijn gevleugelde woorden in de schaaksport. De kans bestaat dat er in Boxtel binnenkort een situatie ontstaat waarin het om te winnen verstandig is keihard te capituleren. Voor het mooi zijn natuurlijk liefst in een gewonnen stelling!

Wat is er aan de hand? Na drie van de vier periodes is er één speler zeker van de play-offs. Dat ben ik zelf. Twee spelers kunnen zich nog plaatsen: Peter Boll, maar alleen als hij de vierde periode wint, en Job de Lange als hij in de laatste periode hoger eindigt dan de vierde plaats. Maar stel nou eens dat Peter Boll het niet haalt (dat is niet onredelijk, want hij heeft nog nooit eerder een periodetitel behaald). En stel nou eens dat ik net als in twee van de drie vorige periodes opnieuw met enige voorsprong eerste wordt (ook niet zo’n gekke veronderstelling, want ik heb Job in de vierde periode al verslagen). Dan kan in één van de laatste ronden wel eens een heel vreemde situatie ontstaan, waarin voor mij verliezen belangrijker is dan winnen. Om zonder play-offs kampioen te worden, hoef ik dan immers alleen nog een achtervolger te helpen om Job te passeren.

Zoals u merkt, proberen schakers ook buiten het schaakbord ver vooruit te denken. Veel resultaat levert dat niet altijd op.



Opgeven in een gewonnen stelling komt overigens vrij regelmatig voor. Tim Krabbé noemt het ‘de ultieme blunder’. Opgave 241 is een voorbeeld. Zwart is zo juist verrast door een wit dameoffer op f6. Hij zag geen mogelijkheid meer om zich te verdedigen en gaf de partij op. Ziet u hoe zwart kan winnen?



Opgave 240 kwam uit een vluggertje met één minuut bedenktijd tussen Bronstein en Spassky. Bronstein won met 1. Tf1-f5+ Pd4xf5 2. c2-c4 mat.

Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

Snelschaken

Dinsdag 26 mei staat in Grand Café Rembrandt het snelschaakkampioenschap van Dubbelschaak op het programma. Voor wie liever geen urenlange partijen speelt, is het een mooie gelegenheid om een keer mee te doen. Ook niet-leden zijn welkom. Maar vergist u zich niet: snelschaken met maar vijf minuten bedenktijd per persoon per partij is een uiterst inspannende en slopende activiteit. Het is een kwestie van ultieme concentratie. Bovendien kunnen de emotie hoog oplopen, vooral als er stukken worden omgestoten, of wanneer iemand in een dooie remise stelling de tegenstander door zijn bedenktijd probeert te jagen. Vooral als het ergens om gaat, zoals een clubkampioenschap, gieren bij de meeste spelers de zenuwen door de keel. U begrijpt het al: snelschaken is ook voor de toeschouwer een fantastisch tafereel. U bent van harte welkom.

Heel anders gaat het er aan toe als geroutineerde schakers voor hun plezier in het café snelschaken. Dan gaat het er vooral om verrassende trucs uit te halen en tegelijkertijd met allerlei praatjes de tegenstander om de tuin te leiden. Je kunt dan de gekste opmerkingen horen: “Ben ik aan zet?” “Doet ie dat echt?” “Dat heb je niet gezien hè!” “Ja, hoor, het is weer klaar!”

Afgelopen zaterdag ging het eerste team van Dubbelschaak na de wedstrijd tegen Stein eten bij de Italiaan op Fellenoord. Over de wedstrijd was iedereen gauw uitgepraat. Toen kwamen, zoals het mannen onder elkaar betaamt, allerlei cabaretteksten aan bod. Vooral Koot en Bie bleken nog goed in de herinnering te liggen. De ultieme verzetsdaad van hun gebroeders Gé en Arie Temmes, die in de oorlog een Duister de verkeerde kant op stuurden toen hij naar het station vroeg, wekte weer veel hilariteit op.

Later op de avond werd er bij een van de spelers thuis nog even gesnelschaakt onder het genot van flink wat bier en wijn. Wie er mee begon, weet ik niet meer, maar al gauw werd bij iedere verrassende zet door alle aanwezigen “Do ist der Bahnhof!” geroepen. Want daar gaat het natuurlijk om bij snelschaken: de tegenstander de verkeerde kant op sturen.


In een vluggertje met één minuut bedenktijd kregen Bronstein en Spassky na 13 zetten de stelling van opgave 240. Wit speelde verrassend 1. Te1xe6! Kd7xe6 2. Pc3xd5! Zwart zit opeens in een moeilijk parket. 2. … Pxd5 3. Df5+ Ke7 4. Df7 is mat. Spassky speelde 2. … Pc6xd4 3. Df3-e3 Ke6xd5. Het is nu mat in twee en u mag er zo lang over nadenken als u wilt.



Opgave 239 van Bondarenko illustreert fraai de kracht van een Zwickmühle. Wit wint steeds een tempo om weer een stuk te pakken. 1. Tg8-h8+!! Kh7xh8 2. Tc5-c8+ Kh8-h7 3. Lf7-g8+ Kh7-h8 4. Lg8-xe6+ Kh8-h7 5. Le6-g8+ Kh7-h8 6. Lg8xd5+ Kh8-h7 7. Ld5-g8+ Kh7-h8 8. Lg8xc4+ Kh8-h7 9. Lc4-g8+ Kh7-h8 10. Lg8-xb3+ Kh8-h7 11. Lb3-g8+ Kh7-h8 12. Lg8xa2+ Kh7 13. La2-g8+ Kh7-h8 14. Lg8-b3+ Kh8-h7 15. Lb3xf7+ en wit wint gemakkelijk.

Wie nu nog niet begrijpt hoe leuk schaken is, kan maar beter geen lid worden van de club. Anderen verwijs ik voor alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel graag naar dubbelschaak.nl.

Dubbelschaak derde

5½ - 2½ uit in Stein

Na een even gemakkelijke als overtuigende overwinning op Stein-2 in het verre Zuid-Limburg is Dubbelschaak in de eindrangschikking van de 3e klasse van de KNSB-competitie op een derde plaats geëindigd. Het Boxtelse team kwam uiteindelijk maar één competitiepunt te kort op de koplopers Veenendaal en D4 uit Oosterhout. Die vochten in de laatste ronde onderling een ware kraker uit. D4, een team met bij elkaar gebracht jong talent uit België en Nederland, won nipt met 4½ – 3½, maar dat was net een half puntje te weinig om Veenendaal van promotie af te houden.

De wedstrijd van Dubbelschaak begon een beetje moeizaam. Routinier Huub van Dongen speelde direct na de opening een scherpe combinatie. In de vooruitberekening had hij echter een venijnige tussenzet gemist waarna hij meteen kon opgeven. Gelukkig trok Guido Jansen op bord één de stand slechts enkele minuten later gelijk. Hij heeft dit jaar een eigen bestrijdingswijze van een van de belangrijkste varianten van de Hollandse Verdediging ontwikkeld. Eerder dit seizoen won hij er al een belangrijke partij mee van FIDE-meester Dirk van Dooren. De minder geroutineerde topper uit Stein kwam er evenmin aan te pas.

Dubbelschaak duidelijk te sterk

Bij deze 1-1 stand begon de match pas echt. Dubbelschaak stond op alle borden heel bevredigend en bleek ook veel beter in de afwerking. Zo won Martien van der Meijden op het derde bord uiteindelijk met een fraaie mataanval en slaagde Rob van Meurs erin een toren van zijn tegenstander in te sluiten. Peter Boll, die de hele partij iets beter stond, berustte gezien de goede vooruitzichten op de andere borden in remise. En als Michiel Luijpen zich met een stuk meer niet had laten bedriegen, was de wedstrijd al over geweest.

Nu moest er met een 3½ - 2½ tussenstand nog even stevig doorgeknokt worden door Hans Heijstek en Michel van der Stee. Heijstek scoorde het verlossende punt nadat hij een afwikkeling naar het eindspel veel beter had beoordeeld dan zijn tegenstander en ook Van der Stee won uiteindelijk toen hij in het eindspel de ene pion na de andere kon ophalen.

Zware concurrentie voor volgend seizoen

De uitslag betekende rechtstreekse degradatie voor Stein-2. Dubbelschaak mag het volgend seizoen opnieuw in de KNSB-competitie proberen. Gemakkelijk zal het niet worden, want behalve het talententeam van D4 uit Oosterhout, krijgt Dubbelschaak te maken met HMC Calder-3 uit Den Bosch dat uit de promotieklasse van de NBSB promoveerde. HMC Calder-3 won in de laatste ronde met maar liefst 8-0 van Dubbelschaak-2. Dat geeft wel aan welk niveau er van de Bosschenaren mag worden verwacht.

Rob van Meurs topscorer

Terugblikkend op het seizoen mag geconstateerd worden dat veel Boxtelnaren matig tot slecht gepresteerd hebben in deze competitie. De enige uitzondering was Rob van Meurs. Met 8 uit 9 werd hij niet alleen topscorer van de poule, hij haalde er ook de fel begeerde Walhoofd-bokaal mee binnen, de wisseltrofee die indertijd door De Waltoren in het leven is geroepen voor de beste score van de club in alle teams in de externe competitie.

Pandemonium

Kent u de legende van de rijstkorreltjes nog? De uitvinder van het schaakspel vroeg als beloning één rijstkorreltje op het eerste veld van het schaakbord, twee op het tweede, vier op het derde en zo steeds verdubbelend verder voor alle vierenzestig velden. Dat leek niet veel, maar het totaal is 2 tot de macht 64 – 1 en dat is maar liefst 18 triljoen 446 biljard 774 biljoen 073 miljard 709 miljoen 551 duizend 615.

Zo snel kan het gaan. Als één grieppatiënt twee mensen aansteekt – laten we zeggen op één dag en dan verder niet meer –, dan zijn na een week 127 mensen besmet, na twee weken 16.383, na drie weken 2.097.151 en na vier weken 268.435.455. Vijf dagen later hebben we het allemaal en gaan we allemaal dood.

Als de mensheid aan haar einde komt, is het gelukkig ook afgelopen met alle onzinnige apocalyptische voorspellingen. Wanneer het niet gewoon het einde der tijden is, is het wel een meteoor, de bom, de klimaatverandering of een pandemie waar we voor vrezen. De media buitelen over elkaar heen om zogenaamd genuanceerd en zonder paniek te zaaien kond te doen van het naderende onheil. Vandaag besteedt zelfs de schaakrubriek er al aandacht aan. Weliswaar om u gerust te stellen, maar toch. Volgens de schrijver is er niets aan de hand. Er is niet eens een epidemie. En hoogstwaarschijnlijk gaan er in een stad als Mexico City, waar dertig miljoen mensen op een kluitje wonen en de bewoners om ruimte te sparen in de metro zelfs onder de banken gaan liggen, elke dag wel honderdvijftig mensen dood aan griepachtige verschijnselen. Van een pandemie is al helemaal geen sprake. Vooralsnog is het slechts een pandemonium.

Zoals zo vaak kan de mensheid veel van het schaakspel leren. In 1925 verscheen Mein System van Aäron Nimzowitsch, een van de beroemdste boeken uit de schaakliteratuur. Nimzowitsch adviseert een heel bijzondere strategie, waarin alle latente dreigingen van de tegenstander, al lang voordat ze manifest worden, in de kiem worden gesmoord. ‘Prophylaxe’ noemt hij dat, een begrip uit de medische wetenschap. Jezelf niet verzwakken is het geheim. Zoiets als gezond leven dus. Dan heb je van een griepje echt niets te vrezen.

Overigens is deze rubriek wegens vakantieperikelen al lang voor de verschijningsdatum geschreven. Als ie niet verschijnt, hebben we een groot probleem. Maar mocht u dit lezen, dan bewijst dat het gelijk van de schrijver.



Dat er ook in het schaakspel veel slachtoffers kunnen vallen, bewijst opgave 239, een studie van Bondarenko. Wit speelt en wint.



Anne Haast won in de stelling van opgave 238 met 1. Te6xg6!! De witte dame is nu onkwetsbaar wegens 2. Lf6 mat. Zwart rest niets anders dan 1. … h7xg6 2. Lg5-f6+ Kh8-h7 3. Dg4-h4+ Kh7-g8 4. Dh4-h8+ Kg8-f7 5. Dh8-g7+ Kf7-e6 6. Ta1-e1+ Ke6-f5 7. g2-g4+ Kf5xg4 8. Dg7xg6+ Kg4-f3 9. Dg6-g2+ Kf3-f4 10. Dg2-g3+ Kf4-f5 11. Dg3-g5 mat.

Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

woensdag 29 april 2009

De Kroonprinses

Net zoals de koningin in het kaartspel ‘vrouw’ wordt genoemd, heet ze op het schaakbord ‘dame’. Aán het schaakbord heet de koningin in de internationale hofkringen Judith Polgár. Bij de lagere Hollandse adel Zoaqhin Peng, want hier regeert een Chinese. De kroonprinses heet echter gewoon Anne Haast, ze komt uit Dongen, en de hele schaakwereld is buitengewoon nieuwsgierig wanneer ze de kroon over zal nemen.

Prinses Máxima doet me weinig, maar ik word altijd een beetje verliefd als ik Anne Haast zie spelen. Niet op het meisje zelf – ze moet dit jaar nog zestien worden – maar op de glasheldere manier waarop ze de stukken voert. Ze speelt mooi actief, langs goed doordachte strategische lijnen, ze is behoorlijk taai en als ze de kans krijgt, slaat ze keihard toe en laat ze de prooi niet meer los.

In de meisjeskampioenschappen van haar leeftijdscategorie heeft Anne niets te zoeken. Net zoals Judith Polgár altijd alleen met het wereldkampioenschap voor mannen mee wilde doen, speelt Anne alleen in algemene toernooien. Deze week komt ze uit in het Nederlands Kampioenschap tot 20 jaar. Daar spelen een paar hele gevaarlijke kereltjes mee die al internationale titelresultaten op hun naam hebben staan. Maar Anne is zeker een gevaarlijke outsider, want met haar scherpzinnige spel kan ze iedereen verslaan.

Een voorbeeld van haar vermogens ziet u in de bovenstaande stelling uit de derde ronde van het NK. Tegen een Russische opening heeft Anne een paar zetten geleden een stuk geofferd. De zwartspeler, Vincent Blom, leefde ongetwijfeld in de veronderstelling dat hij alles onder controle had, maar Anne voert de aanval voorbeeldig, beginnend met 1. Te1-e6! Er dreigt eenvoudig 2. Txg6+ en 1. … Txe6 2. Dxe6+ Kh8 3. Df7 is ondekbaar mat. 1. … Kg8-h8 2. Lh6-g5 Dd8-c8 lijkt echter alles op te lossen.

Anne heeft echter veel verder gekeken. Ziet u het ook? Opgave 238, wit speelt en wint.


In opgave 237 zagen we schaaktijger Simon Webb met zwart aan het werk. Hij won met 1. … Pd4-b3! 2. Lc1xb2 Pb3-d2+! Een gemeen tussenschaak om de b-pion naar de overkant te helpen. Er volgde nog meer moois: 3. Kf1-e2 Th8-h2+! Nog een belangrijk tussenschaak: 3. … cxb2 4. Tg1 b1D 5. Tc3+! Kd7 6. Txb1 Pxb1 7. Tc1 is nog behoorlijk onduidelijk. 4. Ke2-e3 Pd2-f1+ 5. Ke4-f3 c3xb2 6. Ta3-b3 Pf1-d2+ en wit gaf op.

Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

Dubbelschaak speelt gelijk tegen De Combinatie

Laatste kans op kampioenschap verkeken

Met een dikke overwinning in de laatste thuiswedstrijd had Dubbelschaak afgelopen zaterdag nog een klein kansje op het kampioenschap in klasse 3H van de landelijke schaakcompetitie kunnen behouden. Tegen het op papier toch veel zwakkere De Combinatie uit Asten en Someren zat er echter op geen enkele moment zelfs maar een nipte zegetje in. De wedstrijd eindigde in 4-4 en daarover mocht Dubbelschaak niet eens klagen.

Vooral de toppers hadden hun dag niet. Guido Jansen kwam op het eerste bord met zwart al in de opening in kleine problemen. Zijn tegenstander, de topscorer van de poule Rob Aarts, bleek een taaie schuiver. Hij slaagde erin het voordeel langzaam uit te bouwen. Huub van Dongen op twee blunderde direct na de opening een pion weg, maar kreeg gelukkig nog enige compensatie in een actief loperpaar. Dat leidde tot kwaliteitswinst, maar de zwartspeler wist precies wat hij deed, want Van Dongen moest met een kwaliteit tegen een pion meer naarstig op zoek naar remise. Hij wikkelde daarom bij de eerste de beste gelegenheid maar af naar een eindspel met ongelijke lopers, waarin voor geen van beide partijen nog iets te bereiken viel. Ook Michel van der Stee kwam met een pion minder uit de opening en ook hij moest met wit met gezwinde spoed op zoek naar remise, waar hij na urenlang zwoegen keurig in slaagde.

Intussen bleek op bord 8 invaller Martin van Driel, die meestal in Dubbelschaak-3 speelt, na de opening heel dapper remise te hebben afgeslagen. Dat had hij beter niet kunnen doen, want zijn zeer ervaren tegenstander, de tachtigplusser Ben Bruggers, wachtte vervolgens geduldig op een foutje en won. Op bord zeven wist Hans Heijstek tegen Chantal van Eijk, één van de weinige dames in de competitie, niets te bereiken en moest in remise berusten. En op het zesde bord stond Dubbelschaak-topscorer Rob van Meurs de hele partij erg matig, al hield hij het keurig remise.

Prachtige overwinning Martien van der Meijden

Daarmee stond Dubbelschaak virtueel met 2-4 achter. Guido Jansen probeerde nog tot de laatste snik stand te houden, maar zijn tegenstander gaf geen krimp en ging zeker winnen. Gelukkig wist Peter Boll op bord vijf de nog piepjonge Maurice Swinkels in het eindspel te vloeren, terwijl Martien van der Meijden diens vader Jos Swinkels in de fraaiste partij van de dag met een mooie combinatie genoeg materiaal kon ontfutselen om rustig de winst binnen te halen. Het was een partij om van te smullen: de onder grootmeesters wezenloos populaire Engelse aanval tegen de Najdorf-variant van het Siciliaans kwam op het bord. Beide spelers zullen beslist de nodige fouten hebben gemaakt, maar zowel wit als zwart ging heel doelgericht met creatief spel op de vijandelijke koning af. Een uitgebreide analyse van de partij vindt u op hier.

NBSB-competitie

Dubbelschaak 2 deed in de promotieklasse van de NBSB zaterdag goede zaken door thuis BSV-2 uit bergen op Zoom te verslaan. De wedstrijd begon met enige commotie doordat Dubbelschaker Peter Rijkers al na enkele zetten per vergissing het verkeerde stuk vastgreep, wat hem een stuk en de partij kostte. Via fraaie overwinningen van Wil van Lankveld, Franck Steenbekkers en Ramon Jessurun zette Dubbelschaak echter orde op zaken. De 4½ - 3½ overwinning was dikverdiend en lijkt de Boxtelse reserves definitief uit de degradatienood te hebben gebracht. Dubbelschaak-3 verloor van De Drie Torens-3 uit Tilburg. Voor hen zit de competitie erop: ze zijn gedegradeerd. Voor Dubbelschaak-4 zit de competitie er ook op. Na een nederlaag uit bij HSC-4 uit Helmond eindigde het team op de zesde plaats in de vierde klasse.

donderdag 23 april 2009

Schaken voor tijgers

Internationaal Meester en Grootmeester in het Correspondentieschaak Simon Webb publiceerde in 1978 het jeugdschaakboek Chess for Tigers. Het is een heel komisch werkje, waarin hij deels aan de hand van eigen partijen illustreert hoe jonge schakers hun prestaties kunnen bevorderen als ze erin slagen hun wil om te winnen te vergroten. Dubbelschaker Martin van Driel maakte me er onlangs op attent.

In het boek worden allerlei adviezen voor de jacht op schaakspelers gegeven. Webb bepleit het aanpassen van het eigen spel aan dat van de tegenstander. Hoe je een sterkte-zwakte-analyse van de tegenstander en van jezelf kunt maken, komt ook aan de orde. En dat allemaal in hoofdstukken als “How to catch rabbits?”, waarin wordt betoogd tegen zwakke tegenstanders absoluut geen risico te nemen en als een tijger rustig te wachten tot je met zo min mogelijk moeite de prooi kunt verschalken. En “How to trap heffalumps?” waarin veel te grote oersterke jumbodikhuiden in een moeras worden gelokt waar ze zich vastlopen en de kansen voor de veel lichtvoetigere tijger alleen maar kunnen groeien. Heffalump is een olifant uit de verhalen van Winnie the Pooh.

Chess for Tigers is bepaald geen op de hurken geschreven jeugdboek. Er staan voor spelers van iedere sterkte opmerkelijke wetenswaardigheden in en scherpe observaties. Jammer genoeg is het boek voor een deel behoorlijk gedateerd, bijvoorbeeld waar het gaat om het juiste moment om een partij af te breken en hoe afgebroken partijen geanalyseerd dienen te worden. Vroeger werden na vijf of zes uur spelen de partijen in de meeste competities verdaagd, waarbij de eerstvolgende zet in een envelop werd bewaard voor het moment waarop de partij werd hervat. Dat was altijd een kritisch moment in een schaakpartij, maar sinds een jaar of tien is de computer bij de analyse zo’n krachtig hulpmiddel dat het onderbreken van schaakpartijen in onbruik is geraakt.

Helaas zal er echter nooit meer een herziene uitgave van Webb’s opmerkelijke boekje verschijnen. Hoewel hij op het schaakbord beslist een tijger was, schijnt hij in het dagelijks leven een zeer aimabele man geweest te zijn waar geen enkel kwaad in school. Desondanks is hij vermoord. Hij werd in 2005 met vijfentwintig messteken om het leven gebracht door zijn eigen aan drugs verslaafde zoon.


In opgave 257 zien we Simon Webb met zwart aan het werk tegen niemand minder dan Yevgeni Sveshnikov. Zwart speelt en wint, maar pas op: het is een moeilijke!


In de stelling van opgave 257 sloeg wereldkampioen Capablanca toe met het type kleine combinatie waar hij patent op leek te hebben. Hij won met 1. ... Pd5xc3 2. Tc2xc3 Tc5xc3 3. Tc1xc3 Db6-b2! En wit gaf op. 4. De2-d3 helpt niet wegens 4. … Db2-a1+ 5. Dd3-f1 Da1xc3.

Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 16 april 2009

Anish Giri

De tijden van Euwe en Timman liggen al lang achter ons, Loek van Wely heeft het nooit echt kunnen maken in de wereldtop, maar eindelijk gloort er weer hoop. Sinds vorig jaar woont Anish Giri in Nederland, een 14-jarig jongetje met een Nepalese vader en een Russische moeder. Hij is de jongste Internationale Grootmeester van de wereld. De KNSB heeft de titel voor hem aangevraagd en legt hem terecht in de watten. Als schaker staat hij al als Nederlander geregistreerd. Laten we hopen dat hij in Nederland blijft en dat de KNSB zo verstandig is hem een wildcard voor het Nederlands kampioenschap te geven, want deze jongen is echt uit wereldkampioenshout gesneden.


Anish Giri speelt op het eerste gezicht een heel eenvoudig soort schaak. Zijn openingsspel is erg rustig, hij neemt geen risico, maakt geen fouten en zet gewoon zijn stukken op de goede velden. Dat doet hij zo goed, dat zelfs ervaren grootmeesters er regelmatig zonder slag of stoot af worden gezet. Het ziet er allemaal uit als geroutineerd schuifwerk en dat is het moeilijkste wat er is. Combineren kun je trainen, openingen zijn een kwestie van studie, maar alle trucs eruit houden en zet na zet de stelling optimaliseren om in het eindspel toe te kunnen slaan, is alleen gegeven aan routiniers. En natuurlijk aan heel uitzonderlijke types met een gave.

In vergelijking met andere wonderkinderen uit de schaakgeschiedenis lijkt Anish Giri niet zo zeer op Bobby Fischer, die op zijn 14e het seniorenkampioenschap van de USA won, of Sergey Karjakin, die al op zijn twaalfde de grootmeestertitel binnen had, maar veel meer op de legendarische Cubaan José Raoul Capablanca, wereldkampioen van 1921 tot 1927. Capablanca versloeg op 13-jarige leeftijd in 1901 in een match over dertien partijen de toenmalige Cubaanse kampioen Juan Corzo en dat was bepaald geen prutser. Hoe? Gewoon omdat zijn eindspelbehandeling veel beter was: alles afruilen en het laatste pionnetje doorduwen. Een beetje zoals ouwe bedaagde mannetjes het liefste schaken. De vroegere Sovjet-topper Oleg Romanishin probeerde het in januari op die manier in de 8e ronde van het Corustoernooi tegen de jonge Giri. Anish won het gelijkstaande lopereindspel door het gewoon 99 zetten te blijven proberen.

Wie Anish Giri in levenden lijve wil zien schaken, kan het beste een competitiewedstrijd van HMC Den Bosch bezoeken. Zaterdag spelen ze uit in Voerendaal, maar op 10 mei speelt HMC thuis in het Hervion College.



In de partijen van Anish Giri heb ik geen enkel publiceerbaar trucje kunnen vinden. Opgave 236 komt uit een partij tussen Bernstein en Capablanca, Moskou 1914. Zwart aan zet wint.


In opgave 235 kan wit opmerkelijk genoeg winnen met 1. Ke1-d2!! Kf8xg7 2. a2-a3 en zwart kan zich niet zonder zware verliezen verweren tegen de dreiging 3. Ta1-a2 met damewinst.

Alle informatie over de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 9 april 2009

Het clubkampioenschap

Bij iedere individuele sport is het kampioenschap van de eigen vereniging een prestigieuze kwestie. Wie dat wint, heeft iets meer te vertellen op zijn club. Er wordt een beetje tegen de kampioen opgekeken. En er wordt vooral met meer inzet tegen hem gespeeld.

Dinsdagavond werd bij Dubbelschaak eindelijk de strijd om het clubkampioenschap van het seizoen 2007-2008 beslist. Job de Lange en Franck Steenbekkers hadden zich vorig seizoen in de interne competitie voor de play-off om het clubkampioenschap geplaatst. Voorafgaand aan de feestelijke seizoensafsluiting in juni lukte het wegens geplande vakanties niet meer om de minimatch over twee partijen te spelen. En dit seizoen kwam het er tot nog toe niet van wegens volle agenda’s, al zal drempelvrees om tegen elkaar de strijd aan te binden de planning ook niet hebben vereenvoudigd.

Franck Steenbekkers won. De eerste partij vorige week werd ontsierd door nerveuze fouten van beide partijen, maar Franck trok aan het langste eind. Daarmee had hij in de tweede partij genoeg aan remise. Die bereikte hij met wit opmerkelijk gemakkelijk. Toen het na de opening ongeveer gelijk stond, zag Job geen mogelijkheid om zetherhaling uit de weg te gaan.

Franck was in het begin van de jaren tachtig al eerder clubkampioen, toen nog van De Waltoren. Hij speelt bij Dubbelschaak aan het eerste bord van het tweede team. Niet omdat hij niet sterk genoeg is voor het eerste, maar alleen omdat hij het zelf zo wil. Franck is niet zo’n clubspeler. In competitiewedstrijden vindt hij het vervelend als zijn teamgenoten van zijn prestatie afhankelijk zijn. Ook in de interne competitie van Dubbelschaak doet hij maar zelden mee. Maar als toernooispeler heeft Franck een grote reputatie. Hij staat internationaal bekend om zijn voortreffelijke openingskennis, waar hij al menige grootmeester mee in verlegenheid heeft gebracht.

Het is voor Dubbelschaak jammer dat ook vicekampioen Job de Lange, een voormalige meesterklasser, geen trek heeft in competitieschaak. Met Steenbekkers en De Lange in het eerste team, zou Dubbelschaak beslist het kampioenschap in de 3e klasse van de KNSB kunnen veroveren, iets wat zonder hen al jaren op rij net niet lukt.


Opgave 235 komt uit een theorievariant. Zwart is te snel met de dame in de aanval gegaan. Wit staat een stuk voor, maar er staan twee witte stukken aangevallen en het is niet zo gemakkelijk om er iets van de te maken. Zo is 1. Pa4 De5! 2. Lh6 Pxe4! volstrekt onduidelijk. Wit blijkt echter over een verrassende wending te beschikken die de partij snel beslist.


Opgave 234 was een verrassende mat in drie die in een partij Huub van Dongen-Martien van Driel op het bord kwam. 1. De2-e7+ Kf8-g8 2. De7-g5+ Kg8-f8 3. Dg5-g7 mat. Wit maakt optimaal gebruik van de penning van toren f7.

Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 2 april 2009

Schaakspelletjes

Kinderen vinden schaken fantastisch. De betovering van de stukken spreekt meteen aan. Uiteraard blijven ze lang niet allemaal geïnteresseerd als de spelregels eenmaal kennen. Maar ze hebben het snel geleerd en schaken schijnt volgens allerlei wetenschappelijk onderzoek onder pedagogen en didactici zeer goed te zijn voor de ontwikkeling van het ruimtelijk inzicht en de training van het geheugen.

Op de Prinses Amaliaschool in Selissen is deze week een bijzonder project van start gegaan. Op het onderwijsplein, zoals de aula wordt genoemd, staat een enorm schaakspel van vier bij vier meter met massief houten stukken: een werk van de Boxtelse kunstenaar Ad van Iersel. Woensdag hebben de kinderen een introductieles gekregen. Na Pasen start een serie van tien lessen voor kinderen die schaken willen leren.

Het lesprogramma is heel aantrekkelijk. Eerst gaan de kinderen zelf een aantal schaakborden maken. Niet om op te spelen, maar vooral om het bord te leren kennen. 64 velden in zwart en wit, of beter gezegd in licht en donker. En die velden hebben allemaal een naam. Het bord wordt onder andere gebruikt voor een spel dat bij Dubbelschaak ‘schaakdarten’ wordt genoemd. Het gaat erom muntjes op het bord te gooien. De centrumvelden leveren meer punten op.

Daarna komt uiteraard al snel de loop van de stukken aan de orde. Ook spelenderwijs, want als nog niet alle stukken zijn behandeld, zijn er toch al allerlei schaakspelletjes mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan paardensprongpuzzels of aan shuffleschaak, een spel waarbij de stukken door elkaar staan en zo snel mogelijk terug in de beginstelling moeten worden gemanoeuvreerd.

Als alle stukken zijn behandeld kan er geschaakt worden. Eigenlijk zou je het in die fase nog niet over ‘mat’ moeten hebben. Dat is een moeilijk begrip en je kan gewoon spelen met als regel ‘wie de koning slaat wint’. Jammer genoeg wordt er dan meteen ingegrepen door vaders en opa’s die het thuis beter weten. Daarom leggen we ‘mat’ maar liever zelf uit. In de eerste potjes spelen de kinderen een soort spelletje dat het meest lijkt op pakken wat je pakken kunt. Daarbij letten ze vooral op het stuk dat net gezet is. Daarom doen sommige kinderen altijd net een zet als je even niet kijkt.


Opgave 234: voor degenen die het concept ‘mat’ beheersen: wit geeft mat in drie.


Opgave 233 kwam uit een 19e eeuwse partij tussen Adolf Andersen en Dufrèsne. Wit won met het fraaie 1. Te1xe7+! Pc6xe7 2. Da4xd7+!! Ke8xd7 3. Ld3-f5++ (dubbelschaak) Kd7-e8 (of 3. … Kc6 Ld7 mat) 4. Lf5-d7+ Ke8-f8 5. La3xe7 mat.

Alle informatie over de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

Dubbelschaak klopt Veldhoven

Meer dan een tweede plaats zit er niet in

Dubbelschaak heeft zich afgelopen zaterdag in Veldhoven keurig hersteld van het debacle in de vorige competitieronde tegen Oosterhout. Het toch zeer gerenommeerde Veldhoven werd hardhandig in de pan gehakt. Vier overwinningen met wit legden de basis voor een overtuigende 5½ - 2½. Dubbelschaak staat gedeeld tweede, maar met nog twee ronden te gaan zijn de drie competitiepunten achterstand op Veenendaal nauwelijks meer te overbruggen.

Teamcaptain Martien van der Meijden had de opstelling van het team voor deze gelegenheid goed opgeschud. Op het eerste bord mocht voor Dubbelschaak Guido Jansen aantreden. Guido klaagt al maanden over zijn vorm. Maar in zijn partij tegen Brabants kampioen Dirk van Dooren was daar niets van te merken. Jansen beantwoordde zwarts Hollandse Verdediging met een ongebruikelijk gambiet. Hij had er groot succes mee, want Van Dooren werd volkomen onder de voet gelopen.

Ook Huub van Dongen op bord drie scoorde een vlotte overwinning. Hij kreeg de Grünfeldindische Verdediging tegen, die in het verleden vaak op het allerhoogste niveau werd toegepast. De partij volgde de patronen van een oude partij tussen Botwinnik en Fischer, waarop Karpov in één van zijn WK-matches tegen Kasparov een vreselijke versterking voor wit had gevonden. De zwartspeler bleek niet op de hoogte; Van Dongen wel.

De witoverwinningen van Peter Boll en Rob van Meurs hadden meer voeten in aarde. Openingsvoordeel werd nauwelijks gehaald. Wel werden vechtstellingen bereikt, waarin beide spelers het lang konden proberen. En dat had succes. Vooral de partij van Van Meurs eindigde in een enorme clash. De zwartspeler sloeg op een gegeven moment een kruis voordat hij een stuk offerde voor de aanval. Het werd spannend, maar veel zegen rustte er niet op zijn onderneming, want Van Meurs sloeg de aanval koelbloedig af en won.

Omdat Martien van der Meijden intussen op bord twee remise had gespeeld, was daarmee de overwinning binnen. Nederlagen van Michiel Luijpen en Hans Heijstek konden daar niets meer aan af doen. Michel van der Stee verdient alle hulde van de dag, omdat híj nog de energie kon opbrengen nog enkele uren door te manoeuvreren om een iets gunstigere stelling in winst om te zetten. Zijn slotcombinatie, na bijna zes uur spelen, mocht er zijn.

In dezelfde zaal werd ook de wedstrijd tussen de tweede teams van Veldhoven en Dubbelschaak gespeeld. Die match was veel spannender, maar kreeg en merkwaardig einde. Bij de stand 2½ - 2½ leek op de overige drie borden nog van alles mogelijk. Op dat moment kwamen de captains van beide teams een 4-4 gelijkspel overeen. Dat is heel ongebruikelijk, maar het schijnt te mogen. Dubbelschaak trof het daar geweldig mee, want juist op het moment dat de afspraak werd beklonken, maakte Tom van Stiphout een fout die hem de partij had moeten kosten en Dubbelschaak de wedstrijd.

Uitslagen:
Veldhoven-Dubbelschaak: 2½ - 5½
Veldhoven 2-Dubbelschaak 2: 4 - 4
Steukkenjagers 6-Dubbelschaak 3: 4½ - 3½
Dubbelschaak 4-Kempion 3: 5½ - ½

Dubbelschaak krijgt pak slaag

Dit stukje verscheen op 12 maart in Brabants Centrum, maar is uit puur chagrijn niet eer op dit blog geplaatst.

Kampioenskansen verkeken

Zaterdag speelde Dubbelschaak in Oosterhout tegen het Nuvema Talententeam van D4. De Oosterhoutse club heeft met behulp van een sponsor een speciaal trainingsprogramma opgezet voor jonge schaaktalenten. De beste jeugdspelers uit het zuiden van Nederland en België zijn samengebracht in één team. De selectie van Dubbelschaak dacht de jongelui wel te kunnen kloppen. De Boxtelaren kwamen echter bedrogen uit: 6½ - 1½ , een enorme nederlaag zoals Dubbelschaak nog maar zelden is overkomen.

Slechts drie remises

De wedstrijd begon desastreus voor Dubbelschaak. Beursanalist Michel van der Stee, die al maanden geen gezonde nachtrust meer heeft, kwam al direct uit de opening in grote moeilijkheden en verloor snel. Peter Boll volgde zijn voorbeeld, verblunderde een kwaliteit en verzuimde in tijdnood zijn laatste reddingskans te grijpen. Huub van Dongen offerde op het eerste bord hoogmoedig twee pionnen en een stuk tegen de 15-jarige kandidaatmeester Nils Nijs om vervolgens te constateren dat zijn aanval werd afgeslagen. Michiel Luijpen leek nog redelijke kansen te hebben, maar verloor ook. En ondertussen scoorde Dubbelschaak slechts twee remises: Rob van Meurs en Martien van der Meijden bereikten niets met de witte stukken en sloten snel de vrede.

De enige Dubbelschaker die tijdens de partij op winstkansen mocht bogen, was hans Heijstek. Toen de wedstrijd al lang verloren was, probeerde hij nog lange tijd de eer te reden door een voordelig eindspel uit te melken. Uiteindelijk slaagde Heijstek er niet in zijn voordeel te verzilveren en was de ongekende nederlaag een feit.

Overige teams

Dubbelschaak-2 en -3 verloren in Tilburg en Eindhoven allebei zeer ongelukkig met 4½ - 3½. Enig lichtpuntje was de fraaie overwinning van de jonge Dubbelschaker Jaap Gottlieb in het derde team tegen een veel hoger geplaatste tegenstander. Als hij zo doorgaat, zal hij snel doorbreken naar de Boxtelse keurtroepen uit het eerste. Zeker als de grote mannen zo blijven knoeien als afgelopen zaterdag.

donderdag 26 maart 2009

Jos van Nimwegen

Na complicaties bij een operatie is donderdag 19 maart op 78-jarige leeftijd Jos van Nimwegen overleden. Een dag eerder kwam zijn kleinzoon bij een motorongeluk om het leven. Wat een verschrikkelijk scenario.

Jos van Nimwegen kwam eind jaren zestig met zijn gezin terug naar Nederland. Hij had jaren op Aruba gewerkt. In Boxtel werd hij adjunct-directeur van de MAVO-school, waar mijn vader directeur was. Daarom kwam hij weleens bij ons thuis. Ik daagde in die tijd iedereen uit om een potje te schaken. Ook Van Nimwegen kwam er niet onderuit, maar hij bleek veel te sterk voor me. Terwijl hij rustig doorging met zijn gesprek wist hij me met een half oog op het bord gemakkelijk te verslaan. Dat was geen wonder, want hij was een ervaren clubschaker. Bij hem thuis bleek een hele serie openingsboekjes van Euwe in de boekenkast te staan. En de Praktische Schaaklessen van Euwe en verschillende deeltjes van Zo leert u goed schaken.

In 1970 werd in Boxtel De Waltoren opgericht, de schaakclub waar het huidige Dubbelschaak uit is ontstaan. Op de oprichtingsvergadering was ik veruit de jongste aanwezige. Achteraf denk ik dat ik er als schooljongen alleen van mijn ouders naar toe mocht, omdat Van Nimwegen er ook naar toe ging. Het was al snel duidelijk dat er een schaakclub moest komen. De vertegenwoordiger van de Noord-Brabantse Schaakbond, die de vergadering leidde, had borden en stukken meegebracht. Daarmee werd een zogenaamd gongtoernooi gehouden. De wedstrijdleider sloeg om de vijf seconden op een gong en dan moest er worden gezet. We speelden in twee groepen. Van Nimwegen won de ene groep. Ik de andere.

Van Nimwegen was het eerste jaar verreweg de sterkste schaker van de nieuwe club. Hij adviseerde me met zwart Siciliaans te spelen tegen 1. e2-e4 en op alle andere openingen Koningsindisch. Dat bleek een uitstekend advies. En hij waarschuwde me ook niet te snel te spelen en vooral op te blijven letten als ik meende beter te staan. Het lukte Van Nimwegen dat eerste jaar net niet om clubkampioen te worden. Dat werd Laurens Quinten uit Liempde. In het tweede jaar bleken verschillende jonge spelers zo enorm vooruit te zijn gegaan, dat hij niet meer tot de Boxtelse top hoorde. Rond 1973 is Van Nimwegen voor zo ver ik weet met schaken gestopt.

Ik heb altijd gedacht dat hij zich nog wel eens op de schaakclub zou laten zien. Dan had ik hem bedankt voor zijn wijze raad. Dat is nu te laat. Rest mij alleen zijn familie en kennissen veel sterkte wensen.


Opgave 233 is een stelling uit Praktische Schaaklessen van Euwe. Wit speelt en wint.


In opgave 232 houdt wit remise met 1. Pa5-c6!! Dc5xc6 2. f4-f5! Vervolgens zet hij zijn toren op f4, waarna er een vesting is ontstaan. Wit mag zijn a-pion rustig verliezen. Hij speelt met zijn toren op en neer van f4 naar f3. Zwart kan niets zinvols ondernemen.

Alle informatie over de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 19 maart 2009

Tim Krabbé

In de Sprinter tussen Haarlem en Utrecht speelde Tim Krabbé, de schrijver van het Boekenweekgeschenk van dit jaar, afgelopen zondag snelschaakpotjes tegen het publiek. Daarna speelde hij tegen Hans Böhm een demonstratiepartij met levende stukken in de Stationshal van Utrecht CS. In de pers werd Hans Böhm, zoals gebruikelijk, grootmeester genoemd en Tim Krabbé een verdienstelijk schaker. Dat is allebei onjuist: Hans Böhm heeft nooit de grootmeestertitel gehaald. En Tim Krabbé is geen verdienstelijk schaker, maar een echte crack die qua niveau nauwelijks voor Böhm onderdoet.

Krabbé’s schaakdemonstratie kwam net op het moment dat de schaakwereld zich zorgen om hem begon te maken. Jarenlang onderhield Krabbé het leukste schaakblog ter wereld. Maar het afgelopen jaar is de constante stroom Chess Curiosities die hij er publiceerde plotseling opgedroogd. In het laatste bericht meldde hij dat veel schakers hun zorgen over zijn gezondheid aan hem mailden, maar dat hij misschien wel te fit is en daarom veel tijd besteed aan zijn andere sport: wielrennen. Gezien het boekenweekprogramma heeft hij zijn verkering met het schaakspel echter niet uitgemaakt. Gelukkig maar: waar liefdesperikelen toe kunnen leiden, leest u in Een bord vol vlinders.



Eén van de mooiste curiosa uit Krabbé’s verzameling is de combinatie uit de diagramstelling hierboven, die in twee verschillende partijen op het bord kwam. Dit is de versie uit een partij tussen Tylkowski en Wojciechowski die waarschijnlijk in 1931 in Poznan is gespeeld. Zwart won met 1. … Td2xb2!! 2. Pa4xb2 c3-c2! 3. Tb7xb6! c5-c4!! 4. Tb6-b4! a7-a5! 5. Pb2xc4 c3-c2 6. Pc4xa5 c2-c1D+ 7. Kg1-h2 Dc1-c5 enzovoorts. Zwart moet de onwaarschijnlijke pionnendoorbraak met alle zijvarianten nauwkeurig hebben uitgerekend.



Maar nu opgave 232: volgens mij klopt het ‘enzovoorts’ niet en is de slotstelling remise. Dat heb ik vorig jaar ook aan Tim Krabbé laten weten, maar het staat nog niet op zijn site. Hij liet me wel weten dat hij het met me eens is. Weet u de remise te vinden?



Opgave 231 was een studie van de gebroeders Platov uit 1909. Wit wint met 1. Le7-f6 d5-d4 2. Pg1-e2 a2-a1D 3. Pe2-c1!! (3. Lxd4+ Dxd4 4. Pxd4 Kxd4 5. Kf4 Kxd3 6. Kg5 Ke4 7. Kh6 Kf5 8. Kxh7 Kf6 is remise) en nu dreigt er ineens 4. Lg5 mat. Het paard is onkwetsbaar wegens 4. Lg5+. 3. … Da5 helpt niet wegens 4. Lxd4+! En 3. … h6 faalt op 4. Le5!

Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 12 maart 2009

Orang-oetang

Behalve keiharde wetenschap is schaken een sport van helden en sukkels, grote geesten en minkukels en de daarbij behorende merkwaardige voorvallen. In hun geschiedschrijving nemen schakers het niet zo nauw met de waarheid. Een mooi verhaal is veel belangrijker. In toernooiverslagen en biografieën van de spelers staan dan ook de meest onwaarschijnlijke taferelen beschreven, voor het grootste deel op z’n zachtst gezegd verdichtsels. Het thema van de Boekenweek is een mooie aanleiding om eens te kijken naar de dierenverhalen uit de schaakliteratuur. Want behalve paarden, spelen ook honden, katten en opmerkelijk genoeg vooral apen een belangrijke rol.

Aljechin speelde in de WK-match met Euwe regelmatig met een kat op schoot, volgens sommigen wegens Euwe’s kattenallergie. Euwe was bepaald niet verlegen en heeft talloze boeken gepubliceerd, maar hij rept met geen woord over enige allergie, dus geloof er maar niets van. Er zijn allerlei verhalen over blaffende en bijtende honden in de toernooizaal, waar natuurlijk álle schakers allergisch voor zijn, maar geloof me: ik heb er in veertig jaar competitiewedstrijden en toernooien nooit iets van gemerkt. Maar wat Savielly Tartakower overkwam …

Tartakower, een zeer gerenommeerde grootmeester, was in het New York International Chess Tournament van 1924 geweldig op dreef. Op een rustdag bezocht hij samen met een paar collega’s de dierentuin. Bij het apenverblijf aangekomen, leek een orang-oetang de aandacht te willen trekken van het groepje schakers. De anderen liepen door, maar Tartakower vond het erg amusant en bleef bij de apenkooi zitten.

De volgende dag opende hij met wit zijn partij tegen Geza Maroczy met 1. b2-b4, een zeer ongebruikelijke zet. In verschillende bronnen staat vermeld dat de andere toernooideelnemers de opening onmiddellijk spottend de Orang-Oetang-Opening noemden, omdat de zet kennelijk door de primaat aan Tartakower was gesuggereerd.

De werkelijkheid is natuurlijk anders. Na het verplichtende 1. b2-b4 kan wit in veel gevallen nauwelijks vermijden dat hij al vroeg in de opening ook b4-b5 moet spelen. In een kort na het toernooi gepubliceerde analyse van zijn partij tegen Maroczy beweert Tartakower zelf dat die manoeuvre hem aan het klimmen van de orang-oetang uit de dierentuin deed denken. Het verhaal over de ad remme collega's en het gezamenlijke zoo-bezoek is waarschijnlijk een verdichtsel van latere datum. De naam Orang-Oetang-Opening voor 1. b2-b4 is nog steeds in gebruik. 1. b2-b3 wordt door Bent Larsen zelfs de Baby-Orang-Utang genoemd.



Dat schakers geen dierenfabels nodig hebben, bewijst opgave 231, één van de mooiste paardentrucs aller tijden. Wit speelt en wint.


In opgave 230 speelden de paarden ook al een hoofdrol. Wit geeft mat met 1. Te8-d8+ Dxd8 2. Pf6-e8+ Dd8xe8 3. f7xe8P mat.

Alle informatie over de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 5 maart 2009

Stappenmethode.nl

Heel, heel lang geleden ging het ongeveer zo. Vader zat met opa aan tafel. Tussen hen in stond een merkwaardig spel dat ik nog nooit had gezien. Ze rookten allebei een sigaar. Mamma bracht koffie. En ik moest stil zijn. Na dagen zeuren leerde opa me de regels en de beginselen van het spel. Althans wat hij er van wist en dat bleek al gauw niet zo veel te zijn. Maar hij zat wel vol verhalen. Over toernooien en grootmeesters. En over de kou in die nacht toen Euwe wereldkampioen werd en er honderdduizend mensen op het Rokin stonden.

Schaken leren is tegenwoordig iets heel anders. Alle methodes van vroeger, die van opa voorop, waren broddelwerk in vergelijking met de Stappenmethode van Brunia en Van Wijgerden: een megaproject met werkboeken, leerboeken en cd’s en zelfs docentenhandleidingen met bijbehorende opleidingen tot jeugdschaakleider en trainer.

Na enkele mislukte experimenten is Cor van Wijgerden er kort geleden in geslaagd de juiste partners te vinden om zijn methode te digitaliseren. Als de nieuwe Chess Tutor echt zo goed is als de demo doet geloven, is hiermee voor de komende decennia een norm gezet. Niemand minder dan Stefan Meyer-Kahlen tekende voor de software; Meyer Kahlen is het brein achter het schaakprogramma Shredder dat al twaalf keer de wereldtitel computerschaak behaalde. Shredder is op de achtergrond ingebouwd in Chess Tutor, zodat het programma niet alleen kan zeggen of de cursist een opgave goed of fout heeft opgelost, maar ook kan laten zien waarom. Bovendien zijn allerlei andere spelvormen geprogrammeerd die handig zijn om beginners met bepaalde aspecten van het spel vertrouwd te maken. Vooralsnog is alleen Stap 1 verkrijgbaar, maar de demo belooft veel voor de vervolgstappen.

In de loop van de jaren heb ik maar één serieus punt van kritiek op de Stappenmethode gehoord: het ontbreken van smeuïge verhalen en schaakromantiek. Voor de papieren versie wist van Wijgerden die kritiek altijd overtuigend af te weren. De methode leverde het schaak, maar de smaak en de kraak moesten van de docent komen. De Chess Tutor lijkt echter vooral bestemd voor loners met een oortje en nintendo-duimen. En dan schiet het programma tekort. Er zijn geen special effects, er is geen geluid bij en niet één plaatje. Ik betwijfel of je zo de jeugd bereikt. Zelf mis ik vooral de verhalen van opa. En het programma ruikt niet eens naar koffie en sigaren.


Op stappenmethode.nl vindt u meer informatie over de methode en de nieuwe Chess Tutor. Er staan ook iedere dag acht opgaves op de site: van stap 1 t/m 8. Onze opgave 230 is de stap 5 opgave van afgelopen maandag. Zoals bij de Stappenmethode gebruikelijk verklappen we alleen dat wit aan zet is. U moet de beste zetten vinden.


Opgave 259 komt uit de partij Topalov-Kamsky, Sofia 2006. Wit won met 1. Le6-f5! Tf8-f7 2. Te5xe7! en zwart gaf op wegens 2. .. Txf7 3. Dh8+ Kf7 4. Dxf6+ Ke8 5. Dh8+ Kf7 6. Dg7+ Ke8 7. Dg8 mat.

Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 26 februari 2009

De Schaal van Euwe

Wie schaken leert, komt er al gauw achter dat het ene stuk sterker is dan het andere. De dame is een machtig wapen dat vreselijk kan huishouden over het hele bord. Een pionnetje daarentegen, stelt niet zo veel voor. Maar hoe verhoudt de kracht van de verschillende stukken zich eigenlijk tot elkaar?

Om de relatieve waarde (of ruilwaarde) van de stukken aan te geven, zijn in het verleden allerlei tabellen gemaakt. De handigste is de Schaal van Euwe. Niet dat de ruilwaardes door Euwe zijn ontdekt, maar onze wereldkampioen presenteerde het een en ander wel lekker overzichtelijk in zijn leerboeken. In de Schaal van Euwe is de pion de eenheid. Loper en paard hebben een waarde van drie eenheden. Een toren vijf. En een dame negen. ‘Ceteris paribus’ voegt hij daar nog aan toe, wat zo veel wil zeggen als ‘onder vergelijkbare omstandigheden’.

De laatste decennia lijkt het er in de schaaksport echter op dat de Schaal van Euwe helemaal op de schop moet. Met name het krachtsverschil tussen toren en loper of paard, het kwaliteitsvoordeel in schaakjargon, lijkt door de topgrootmeesters heel anders te worden geïnterpreteerd. De Sovjetgrootmeesters uit de school van Botwinnik introduceerden de zogenaamde ‘Russische kwaliteitsoffers’. Die werden veelal in gesloten stellingen gespeeld, maar Kasparov bewees dat het ook in dynamische en open stellingen kan. En inmiddels ruilt Topalov in bijna iedere partij een toren tegen een loper of paard. Het lijkt soms wel of hij nooit van de Schaal van Euwe heeft gehoord of een totaal andere tabel hanteert.

Ik kan u echter gerust stellen. Ook de wereldkampioenen vinden een toren heus nog wel ongeveer even sterk als een loper en twee pionnen. Alleen hebben zij een veel beter begrip van het vage ‘ceteris paribus’. Zij zien in bijna alle stellingen precies datgene wat de positie bijzonder maakt. Alleen in heel bijzondere omstandigheden is een paard of loper soms net iets handiger dan een toren. De kracht van de topgrootmeesters is nu juist dat ze heel bewust naar zulke stellingen toe spelen. En dan valt de Schaal van Euwe aan diggelen.


In Sofia wordt op dit moment de halve finale van het wereldkampioenschap gespeeld: een match over acht partijen tussen Vesselin Topalov en Gata Kamsky. Opgave 259 komt uit een partij Topalov-Kamsky in 2006. Veertien zetten eerder offerde Topalov een kwaliteit. Nu beslist hij de partij. Ziet u hoe?


Opgave 258 was een fraai eindspel van Emanuel Lasker. Wit wint met 1. Kb8 Tb2+ 2. Ka8 Tb2-c2 Zwart had tijdens de laatste twee zetten geen keuze wegens de promotiedreiging. 3. Tf6+ Ka5 4. Kb7 Tb2+ 5. Ka7 Tc2 De geschiedenis herhaalt zich een paar keer, waarbij de zwarte koning wordt teruggedreven. 6. Tf5+ Ka4 7. Kb7 Tb2+ 8. Ka6 Tc2 9. Tf4+ Ka3 10. Kb6 (dreigt 11. Txf2) 10. .. Tb2+ 11. Ka5 Tc2 12. Tf3+ Ka2 en nu komt de aap uit de mouw: 13. Txf2! en wint.

Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 19 februari 2009

Een voorgift

Dr. Emanuel Lasker (1868-1941) was schaakwereldkampioen van 1894 tot 1921. Dat hij de titel ooit verloor, is de enige smet op zijn carrière; hij hoorde tot kort voor zijn dood tot de absolute wereldtop.

Over Lasker doet een merkwaardig verhaal de ronde. Op een passagiersschip onderweg van Europa naar de Verenigde Staten zag Lasker dat de kapitein een schaakstelling zat te analyseren. Lasker ging naar hem toe en vroeg waarom hij in zijn eentje speelde. De kapitein vertelde dat niemand tegen hem wilde schaken omdat hij veel te sterk was en hij nodigde Lasker uit voor een partijtje. Om het krachtsverschil te compenseren zou de kapitein Lasker een dame voorgeven.

Lasker deed zijn uiterste best de partij niet al te opzichtig te verliezen. Dat lukte en hij eiste onmiddellijk revanche. Alleen wilde hij het zelf nu wel eens zonder dame proberen, want dat was kennelijk heel gunstig. Dan had de koning immers meer ruimte en kon je eerder lang rokeren. Lasker hield die belachelijke redenering zo lang vol tot de kapitein toegaf. U begrijpt zijn lot. Lasker won. De kapitein kwam pas weer bij zinnen toen Lasker zich bekendmaakte.

In het schaakspel doen allerlei verhalen de ronde over voorgiftpartijen. De tegenstander van de beroemde Duitse schaakheld uit de 18e eeuw Adolf Anderssen vroeg nadat hij met een dame meer had verloren of Anderssen misschien de ‘echte’ Anderssen was. “Nee”, verklaarde Anderssen: “De echte Anderssen geeft mij weer een dame voor”.

In werkelijkheid is het bijna niet te doen. Alleen tegen absolute beginners die in het wilde weg materiaal weggeven heeft de expert met een dame minder nog enige kans. Het is alsof je je met je onderneming in het economische verkeer moet begeven, terwijl je ineens dertig procent van je vermogen mist. Zoals we allemaal weten is het al erg genoeg als de economie er drie en half procent op achteruit gaat.


Van Lasker is ook een fantastische eindspelstudie bekend. Opgave 258: wit speelt en wint. De oplossing lijkt op een verhaal dat steeds in herhalingen valt om dan ineens tot een verrassende frappe te komen.


In de competitiepartij Van Rijsewijk-Tom van Stiphout kon zwart hier de winst forceren met 1. … b4-b3+! 2. a2xb3 (of 2. Kb1 Pb4!) 2. … a4-a3! 3. Kc2-b1 Pd3-b4! en de zwarte pion loopt door.

Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

donderdag 12 februari 2009

Rechtsongelijkheid

Vorige week dinsdag ontstond zowel in de hoofdgroep van het Corustoernooi in Wijk aan Zee, als op de clubavond van Dubbelschaak enige commotie rond een tijdnoodincident. In beide gevallen stond de scheidsrechter met de handen in het haar. Maar waar in Wijk aan Zee de zaak in der minne werd geschikt, werden er in de Boxtelse kwestie door de KNSB-competitieleider zware sancties opgelegd.

Op het professionele niveau ging het zo. De Azerbeidjaanse grootmeester Teymour Radjabov was in zijn partij tegen Nederlands kampioen Jan Smeets in grote tijdnood geraakt. Van zijn bedenktijd voor de eerste veertig zetten, had hij nog maar enkele seconden over, toen hij bij het uitvoeren van de 39e zet een stuk omstootte. Uiteraard moet een speler die de stukken omgooit in zijn eigen bedenktijd de stelling herstellen, maar in plaats daarvan beukte hij in grote haast op de klok. Dat mag natuurlijk niet. Smeets volgde zijn voorbeeld en gaf zonder een zet te doen een ram op de klok, een onder snelschakers heel gebruikelijke actie om de tegenstander te dwingen eerst de stukken recht te zetten. Daarop overschreed Radjabov de toegestane bedenktijd.

Winst voor Smeets zou je denken. In het FIDE-reglement bleek echter te staan dat Smeets de klok stil had moet zetten. Geconfronteerd met twee overtredingen, wist de wedstrijdleider niet wat hij moest besluiten. Gelukkig greep de hoofdscheidsrechter van het toernooi in: hij stelde voor het conflict in der minne te schikken. Radjabov en Smeets konden er smakelijk om lachen, gaven de partij remise en gingen als vrienden uit elkaar.

In Boxtel ging het om een snelschaakpartijtje. Het moest de beslissing brengen in een KNSB-bekerwedstrijd tussen Dubbelschaak en Pion Groesbeek. Zoals vorige week beschreven overschreed Dubbelschaker Guido Jansen de toegestane bedenktijd. Zijn tegenstander merkte dat niet, maar werd daar door een teamgenoot op geattendeerd. Die flapte er de schaakkreet "vlag" uit, van puur enthousiasme, maar het is een overtreding van de regels. Ook hier wist de scheidsrechter niet wat te doen. Na enig geharrewar werd overeengekomen de competitieleider van de KNSB een beslissing te laten nemen.

Die vond waarschijnlijk dat je die amateurs stevig moet aanpakken. De wedstrijd werd voor Dubbelschaak verloren verklaard wegens tijdsoverschrijding. Maar tot verbijstering van alle betrokkenen werd de Groesbeekse flapuit voor anderhalf jaar geschorst. Daar is vanuit Boxtel onmiddellijk tegen geprotesteerd, waarna de straf is teruggebracht tot drie wedstrijden. Moet je daar in het voetballen je tegenstander niet voor doormidden schoppen?


Tijdens de competitiewedstrijd tussen de tweede teams van Dubbelschaak en Eindhoven won Tom van Stiphout met zwart een lastig eindspel na 1. … Pd3-c5. Zoals hij direct na afloop zelf aangaf, had hij sneller kunnen winnen. Opgave 257: hoe?


In Van Dongen-Molenkamp beantwoordde wit 1. … Lg4xf3 verrassend met 2. d5xc6!! Lf3xg2 3. c6xb7 en nu komt de aap uit de mouw. 3. … Lxh1 kan niet wegens 4. Dc6+. In de partij volgde: 3. … Ta8-b8 4. Ta1-d1 Dd8xd1 (of 4. … Df6 5. Dxc7 en wint) 5. Ke1xd1! en wit won snel.

Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.