donderdag 12 maart 2009

Orang-oetang

Behalve keiharde wetenschap is schaken een sport van helden en sukkels, grote geesten en minkukels en de daarbij behorende merkwaardige voorvallen. In hun geschiedschrijving nemen schakers het niet zo nauw met de waarheid. Een mooi verhaal is veel belangrijker. In toernooiverslagen en biografieën van de spelers staan dan ook de meest onwaarschijnlijke taferelen beschreven, voor het grootste deel op z’n zachtst gezegd verdichtsels. Het thema van de Boekenweek is een mooie aanleiding om eens te kijken naar de dierenverhalen uit de schaakliteratuur. Want behalve paarden, spelen ook honden, katten en opmerkelijk genoeg vooral apen een belangrijke rol.

Aljechin speelde in de WK-match met Euwe regelmatig met een kat op schoot, volgens sommigen wegens Euwe’s kattenallergie. Euwe was bepaald niet verlegen en heeft talloze boeken gepubliceerd, maar hij rept met geen woord over enige allergie, dus geloof er maar niets van. Er zijn allerlei verhalen over blaffende en bijtende honden in de toernooizaal, waar natuurlijk álle schakers allergisch voor zijn, maar geloof me: ik heb er in veertig jaar competitiewedstrijden en toernooien nooit iets van gemerkt. Maar wat Savielly Tartakower overkwam …

Tartakower, een zeer gerenommeerde grootmeester, was in het New York International Chess Tournament van 1924 geweldig op dreef. Op een rustdag bezocht hij samen met een paar collega’s de dierentuin. Bij het apenverblijf aangekomen, leek een orang-oetang de aandacht te willen trekken van het groepje schakers. De anderen liepen door, maar Tartakower vond het erg amusant en bleef bij de apenkooi zitten.

De volgende dag opende hij met wit zijn partij tegen Geza Maroczy met 1. b2-b4, een zeer ongebruikelijke zet. In verschillende bronnen staat vermeld dat de andere toernooideelnemers de opening onmiddellijk spottend de Orang-Oetang-Opening noemden, omdat de zet kennelijk door de primaat aan Tartakower was gesuggereerd.

De werkelijkheid is natuurlijk anders. Na het verplichtende 1. b2-b4 kan wit in veel gevallen nauwelijks vermijden dat hij al vroeg in de opening ook b4-b5 moet spelen. In een kort na het toernooi gepubliceerde analyse van zijn partij tegen Maroczy beweert Tartakower zelf dat die manoeuvre hem aan het klimmen van de orang-oetang uit de dierentuin deed denken. Het verhaal over de ad remme collega's en het gezamenlijke zoo-bezoek is waarschijnlijk een verdichtsel van latere datum. De naam Orang-Oetang-Opening voor 1. b2-b4 is nog steeds in gebruik. 1. b2-b3 wordt door Bent Larsen zelfs de Baby-Orang-Utang genoemd.



Dat schakers geen dierenfabels nodig hebben, bewijst opgave 231, één van de mooiste paardentrucs aller tijden. Wit speelt en wint.


In opgave 230 speelden de paarden ook al een hoofdrol. Wit geeft mat met 1. Te8-d8+ Dxd8 2. Pf6-e8+ Dd8xe8 3. f7xe8P mat.

Alle informatie over de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.

3 opmerkingen:

Anoniem zei

hoi Huub,

de oplossing moet volgens mij zijn: 1. Lf6 d4; 2.Pe2 a1D (2....Kxe2; 3.Lxd4)3.Lxd4+ Dxd4; 4. Pxd4 Kxd4; 5.Kf4
Klopt dat?
groet,

Ramón Jessurun

Huub van Dongen zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Huub van Dongen zei

Hoi Ramon,

Dat is remise.

Bijvoorbeeld 5. … Kxd3 6. Kg5 Ke4 7. Kh6 Kf5 8. Kxh7 Kf6 en zwart is nét op tijd. Je moet op zoek naar een kolossale 3e zet van wit!

Groetjes,

Huub
P.S. Kijk voor de nieuwste ontwikkelingen aan het Nieuw Humoristisch Front op www.nihuf.blogspot.com.