donderdag 3 juli 2008

Jan Werle

Eén van de sterkste Nederlandse schakers is de bij het grote publiek vrij onbekende Jan Werle uit Beetsterzwaag. De 24-jarige grootmeester viel al op bij de jongste jeugd. Hij speelde en trainde bij Philidor Leeuwarden, waar meesterklasser Babak Tondivar hem de fijne kneepjes van het positiespel bijbracht. Zijn leeftijdsgenootjes, elders in Nederland, werden met de Stappenmethode van Cor van Wijgerden en Rob Brunia ingewijd in de tactische facetten van het schaakspel: de trucs. Volgens de moderne didactisch-pedagogische inzichten zou dat sneller tot succes moeten leiden. Het weerhield de kleine Jan er niet van in 1994 Nederlands kampioen tot en met 10 jaar te worden.

Al gauw dreigde hij echter overschaduwd te worden door een aantal iets jongere talentjes, zoals Daniël Stellwagen uit de Van Wijgerden-school. Hun voorsprong in de concrete berekening van langere slagwisselingen en offerwendingen haalde Jan Werle in toen de Stichting Schaak Friesland Herman Grooten aantrok als trainer. De aanpak, nu wel met de Stappenmethode als leidraad, had succes. Jan Werle werd snel Internationaal Meester en kreeg in 2006 de Internationale Grootmeestertitel toegekend. Toch is hij nooit volledig professional geworden. Net zo als zo veel Nederlandse toppers doet hij er een studie bij, naar eigen zeggen omdat een leven puur voor de schaaksport hem te eenzijdig is. Hij studeert rechten, Daniël Stellwagen vertelt ongeveer hetzelfde verhaal en studeert chemie.

Ik denk dat de reden veel prozaïscher is: het is erg lastig en meestal geen vetpot om alleen van de schaaksport te leven. Maar jammer is het wel. Jan Werle, maar zeker ook Daniël Stellwagen, hebben het in zich uit te groeien tot absolute wereldtoppers. Daar hebben ze echter dure toptrainers voor nodig en geduldige sponsors zodat ze volledig op de studie van het schaakspel kunnen richten en het spelen van toernooien. Dat is in Nederland echter nauwelijks te realiseren. Verschillende Nederlandse grootmeesters zijn recentelijk zelfs met de wedstrijdsport gestopt omdat ze het niet met hun baan kunnen combineren. Wat dat betreft is er sinds 1935 toen Max Euwe wereldkampioen werd niets veel veranderd. Euwe was wiskundeleraar op een meisjeslyceum en had voor de duur van de WK-match onbetaald verlof gekregen. De dag na de match stond hij weer voor de klas.



Als u Jan Werle live wilt zien spelen, kunt u op 12 juli in Eindhoven het Houtje Hoofd Helder-rapidtoernooi bezoeken, dat georganiseerd is naar aanleiding van de 50e verjaardag van zijn oude trainer Herman Grooten. Zie http://www.houtjehoofdhelder.nl/ voor meer informatie. Als opwarmertje: in de stelling van opgave 228 speelde Jan Werle met wit 1. Pf3-d4! Na de dubbelaanval dame met 1. … Dd6-b4 bewees hij inmiddels met glans de Stappenmethode te hebben afgerond. Hoe forceert wit groot voordeel?



In opgave 227, een studie van Villenev-Esclapon, wint wit aan zet met 1. Le2-h5! Kh6xh5 2. Dc2-h7+ Kh5-g4 3. Dh7-h3+ Kg4-f3 4. Dh3-g2+ met damewinst. Zwart aan zet doet hetzelfde met 1. … Lc8-h3! 2. Kh2xh3 Da8-h1+ 3. Kh3-g4 Dh1-h5 4. Kg4-f5 Dh5-g6+.

U vindt een animated gif van de oplossing op http://www.dubbelschaak.nl/. Onder 'REACTIES' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 26 juni 2008

Doorgeefschaak

In clubverband wordt er veel meer gebridged dan geschaakt. Bridge heeft het grote voordeel dat het in paren wordt gespeeld. Dat is gezellig. En bovendien gaat het lekker vlot. Zodra er een hand gespeeld is, worden er nieuwe kaarten gedeeld. Een fout verknoeit één spel, niet een hele avond. Kom daar in het klassieke schaken maar eens om: één potje duurt een uur of vier en één foutje kan een hele avond zorgvuldig plannen en rekenen totaal verpesten.

Gelukkig kent het schaakspel ook andere disciplines. Bij snelschaken of vluggeren (schaken met een bedenktijd van maar een paar minuten per persoon per partij) is een fout lang niet zo desastreus. Bovendien kun je zo een heleboel potjes op een avond spelen, waardoor je in elk geval na afloop niet wakker ligt van die ene zwakke zet of die ene gemiste kans. Heel populair is tegenwoordig ook het snelschaken in tweetallen. Veel schaakclubs organiseren deze zomer tweetallentoernooien op caféterrassen. Dubbelschaak houdt als seizoensafsluiting op 28 juni een tweetallentoernooi in Grand Café Rembrandt, bij mooi weer vooral achter in de tuin, waarbij de sterkste en zwakste spelers aan elkaar gekoppeld worden, zodat iedereen ongeveer gelijke kansen krijgt.

Maar het dichtst bij bridge komt wel het doorgeefschaak. Ook hierbij wordt in tweetallen gespeeld. De ene partner speelt met wit, de ander met zwart. Een stuk dat geslagen wordt, geef je aan je teamgenoot. Die mag het als zet op een leeg veld op het bord plaatsen. Hierdoor ontstaan al snel heel bizarre stellingen die om een totaal andere strategische aanpak vragen. Ook allerlei standaardtrucs werken niet meer. Het spel is heel gezellig en werkt bij doorgewinterde schakers, net als het bridgespel, vooral op de lachspieren. Dat komt omdat schakers niet gewend zijn afhankelijk te zijn en het niet kunnen laten de partner hilarische suggesties te doen, vooral als ze zelf dringend materiaal nodig hebben.

Jammer genoeg zijn de spelregels niet overal hetzelfde. Meestal mag je nieuwe stukken alleen op de middelste vier rijen plaatsen, maar in het reglement van de schaakbond mag een nieuw stuk ook op de 2e en 7e rij verschijnen. En in het Engelse bughouse mag je zelfs meteen schaak of mat geven. Maar alleen bij Dubbelschaak mag je suggesties roepen als: “A horse, a horse, my kingdom for a horse”!



In het schaakspel kun je niet alleen materiaal uitwisselen. Ook ideeën. In de stelling van opgave 227 wint wit aan zet. Maar zwart aan zet ook, op dezelfde manier. Ziet u hoe?



In de stelling van opgave 226 zal iedere schaker wel even naar 1. Te3xe4!! kijken en de zet meteen verwerpen, want na dameruil verlies wit een toren. Fischer speelde het in 1970 toch en beantwoordde 1. … Dc7xg3 heel verrassend met 2. Te4xd4!! Zwart kan zijn dame niet redden en verloor snel na 2. … Dg3-g4 3. Td4xg4 Ld7xg4 4. Ld3xg6. Wit heeft een loper en twee pionnen voor de toren. De sterke vrijpion op f6 is beslissend.

U vindt een animated gif van de oplossing op http://www.dubbelschaak.nl/. Onder 'REACTIES' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

vrijdag 20 juni 2008

New in Chess

“The best chess magazine in the world” schrijft Uitgeverij New in Chess op www.newinchess.com over het gelijknamige tijdschrift. Ik zou er bijna aan toe willen voegen dat New in Chess de beste schaakuitgeverij ter wereld is. Zelfs al schort er een kleinigheidje aan.

New in Chess ontstond in 1984 uit het roemruchte tijdschrift Schaakbulletin. Dat was een blad met grote pretenties, die vooral waar gemaakt werden dankzij Donners recalcitrante stukjes. Maar ook Hans Ree schreef in dat blad. En Tim Krabbé. Schaakbulletin, uitgegeven door Willem Andriessen, was wezenloos populair onder Nederlandse schakers, maar leed een kwijnend bestaan. Tot Uitgeverij Elsevier wilde investeren in een elektronische databank met schaakpartijen geclassificeerd naar opening. Die database vormde de basis van een enorm sleutelboek met de belangrijkste schaakpartijen uit de geschiedenis, jaarboeken met updates en een Engelstalig tijdschrift. Het werd een internationale hit.

Elsevier hield het al gauw voor gezien. Met het schaakspel is ondanks de verkoopcijfers nauwelijks groot geld te verdienen. Maar New in Chess ging als zelfstandige uitgeverij verder en brengt sindsdien ieder half jaar een ‘Yearbook’ uit. Acht keer per jaar wordt bovendien een ‘maandblad’ gepubliceerd, met Jan Timman als hoofdredacteur en Gary Kasparov als vaste columnist. Ook het literaire schaaktijdschrift Matten (zonder schaakdiagrammen) is een uitgave van New in Chess.

Wat er schort aan New in Chess is de actualiteit. Daar hebben concurrenten als Schaaknieuws en http://www.schakers.info/ zich op gestort. New in Chess trekt er zich niets van aan. Het recent verschenen Yearbook heet “Fischer’s opening legacy”. Ook het laatste nummer van het magazine is voor de helft aan Fischer gewijd, net als het literaire schaaktijdschrift Matten. Fischer overleed al in januari.

Laat u overigens niet weerhouden de trilogie aan te schaffen. Er staat volop wetenswaardigs in. Misschien is New in Chess’ gebrek aan actualiteit zelfs wel het geheim van het succes.


Opgave 226 is een moeilijke. Fischer met wit aan zet lijkt in moeilijkheden te komen na bijvoorbeeld 1. Dxc7 Kxc7 2. Lf1 Kd6. Zowel f6 als c2 zijn zwak en het zwarte centrum is heel solide. De schaaklegende zorgde echter voor een daverende verrassing. Geen directe winst, maar wel een afwikkeling naar een superieure stelling.


In opgave 225 uit Schneider-Van Wely volgde 1. … Ta3xa2! 2. Th3xh7. Wit probeert het in de aanval. Andere zetten helpen evenmin. 2. … c5xd4! 3. Th7-h8+ (3. Dxd4 e5! of 3. Dh4 Ta1+!) 3. … Kg8xh8 4. Df2-h4+ Kh8-g8 5. Tc2xc7 d5xe4 6. d3xe4 d4-d3 en wit gaf op.

U vindt een animated gif van de oplossing op http://www.dubbelschaak.nl/. Onder 'REACTIES' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 12 juni 2008

King Loek

Op internet wordt hij King Loek genoemd. Sinds een jaar of tien is de Brabander duidelijk de sterkste schaker van Nederland. Hij werd maar liefst zes keer op rij Nederlands kampioen, maar speelt de laatste niet meer mee wegens een conflict met de schaakbond over zo ongeveer alles waar een schaker een conflict met zijn bond over kan hebben. Toch is Loek van Wely bepaald geen moeilijk mens. Een voorbeeld.

Het organisatiecomité van het TU/e Houtje Hoofd Helder Rapidtoernooi dat op 12 juli in Eindhoven wordt gespeeld, heeft al menig mailtje ontvangen van grootmeesters die vragen wat de ‘condities’ zijn. Dat betekent niet dat ze willen weten of er goede stoelen zijn, wat het speeltempo is of zelfs maar het prijzengeld, want dat kunnen ze allemaal op http://www.houtjehoofdhelder.nl/ lezen. Nee, ze willen weten of er in het geheim startgeld overeen te komen is en of ze reiskostenvergoeding kunnen krijgen. Dat zijn zeer terechte vragen, want grootmeesters hebben een hard bestaan als ze enkel van het prijzengeld moeten leven. Maar het is voor organisatoren, die toch al zo moeilijk aan sponsors kunnen komen, een buitengewoon lastige vraag. Wie wel en wie niet? Wat is redelijk? Wie zal dat betalen? Helaas is er bij het Houtje Hoofd Helder toernooi geen budget voor dit soort ondersteuning.

Wereldtopper Loek van Wely doet het heel anders. Aan Herman Grooten, een lid van het organisatiecomité, mailde hij vorig weekend refererend aan een potje zaalvoetbal: “Ondanks het feit dat je me laatst poortte, zal ik de schande als een man proberen te dragen en de 12e er gewoon bij zijn!” Op de vraag of dat betekende dat hij in het schaaktoernooi mee zou doen, antwoordde hij: “Goed. Nieuwe initiatieven mogen wel een steuntje in de rug krijgen.” Dat is nou eens een koninklijk gebaar!

Overigens zijn er nog twee grootmeesters die zich spontaan hebben aangemeld. Karel van der Weide, die nog niet zo lang geleden bekend maakte met de wedstrijdsport te stoppen, schort er zijn pensioen even voor op. Jan Werle heeft zelfs de terugreis van zijn vakantie omgeboekt om op tijd terug in Nederland te zijn. Het toernooi valt overigens ook bij de amateurs goed in de smaak: deze week hopen we de honderdste deelnemer te kunnen inschrijven.

Opgave 225 komt uit een partij Dmitri Schneider-Loek van Wely. Wit lijkt leuke aanvalskansen te hebben. Zwart aan zet slaat de aanval echter met winnend voordeel af. Ziet u hoe?


In opgave 224 kon zwart remise maken met 1. … Tg4-c4 2. Kb2-b3 Tc4-c5 3. Kb3-c4 Nu lijkt alles voorbij, want op 3. … Tc1 volgt 4. Pc3, maar zwart speelt: 3. … Tc5xc7! 4. Pd5xc7 Lh4-e7 met remise.

U vindt een animated gif van de oplossing op http://www.dubbelschaak.nl/. Onder 'REACTIES' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

vrijdag 6 juni 2008

Schaakverhalen

Matten is een tijdschrift dat twee keer per jaar verschijnt. De ondertitel “Schaakverhalen” verraadt de inhoud. Vorige week verscheen het vierde nummer. Was het voorheen alleen verkrijgbaar in de stad of bij gespecialiseerde verzendhuizen, dit keer ligt er ook gewoon een stapeltje bij Elckerlijc. Het is de liefhebber van harte aan te bevelen.

Ongeveer een derde van Matten 4 staat in het teken van de op 17 januari overleden Robert James Fischer. Dat heb je met halfjaarlijkse bladen: ze zijn niet zo actueel. Maar misschien juist daarom wel zo lezenswaardig.

Nadat Fischer in 1972 wereldkampioen werd, trok hij zich terug uit de schaakarena. Veel schaakcoryfeeën hebben om uiteenlopende redenen getracht met hem in contact te komen. Anatoli Karpov, die in de volgende WK-cyclus Polugajevsky, Spassky en Kortsjnoj uitschakelde, heeft alles in het werk gesteld om tot een match met Fischer te komen. De twee supergrootmeesters blijken elkaar ook enkele keren te hebben ontmoet. Maar tot overeenstemming kwamen ze niet. De eis van Fischer, dat de uitdager met twee punten verschil de match moest winnen om de titel over te nemen, was te extreem. Maar ook jaren later was Karpov nog bereid te spelen. Dirk Jan ten Geuzendam vraagt Karpov heel tactvol wat hij ervan vindt dat veel mensen geloven dat Fischer de grootste schaker uit de geschiedenis is. Karpov antwoordt: “Waarom zou ik mijzelf verdedigen als iemand zegt dat Fischer de grootste was. Je hoeft alleen maar naar de resultaten te kijken.” En Karpov acht zijn eigen resultaten duidelijk superieur.

Ook Bessel Kok, de schaakmecenas, blijkt Fischer te hebben ontmoet. Hij fêteerde Fischer van 26 tot 30 april 1990 in Brussel. Fischer had zichzelf uitgenodigd, maar vroeg voor zijn bezoek wel $ 25.000. Nog afgezien van het vijfsterren hotel natuurlijk en de exquise maaltijden in sterrenrestaurants die verder helemaal leeg moesten zijn. Jan Timman was daar ook even bij aanwezig. Bessel Kok schreef er zelf een sappig verhaal over.

Ook de rest van de uitgave, onder andere over Ton Sijbrands, Botwinnik en de schakende operazanger Tabe Bas, levert fantastisch leesvoer op. Heel informatief en goed geschreven.

Opgave 224 komt uit een analyse van een partij tussen Dgebuadze en Herman Grooten. Zwart kan hier door een leuke truc remise maken. Ziet u hoe?


In de stelling van opgave 223 won Chu Chen met zwart door 1. … Pe5-g4+ 2. h3xg4 h5xg4 3. Lg2-f3 Te6-h6+ 4. Kh2-g2 Th6-h2+ en wit gaf op. Na 5. Kxh2 Dh6+ 6. Kg2 Dh3 is het mat.

Vorige week heb ik mij danig vergist in de technische moeilijkheden bij internetpublicaties. Animated gifs zijn niet zo gemakkelijk aan de praat te krijgen op een blog. U vindt de animated gif van de oplossing daarom voortaan op http://www.dubbelschaak.nl/.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 29 mei 2008

Animated gifs

Sinds in 1472 Das Gulden Spiel werd gedrukt, zijn er duizenden schaakboeken gepubliceerd. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft een collectie van meer dan 30.000 titels en kan bij lange na geen aanspraak maken op volledigheid. Nog steeds verschijnen er maandelijks tientallen nieuwe boeken en tijdschriften. Maar de grootste bron van informatie over het schaakspel is inmiddels het internet.

Om een schaakboek te lezen, moet er, zeker als je de schaakpartijen of fragmenten een beetje serieus wilt bestuderen, een schaakbord aan te pas komen. Dankzij de schaaknotatie kan de lezer de zetten gemakkelijk naspelen en desgewenst zelf alternatieven bedenken. Maar het internet maakt alles veel eenvoudiger. Er zijn allerlei manieren bedacht zodat de partijen zich min of meer automatisch voorspelen. Zo heeft het beroemde programma Chessbase, waarin partijen opgeslagen kunnen worden en geordend in databases, een eenvoudige functie om de partijen op internet te publiceren. De bezoeker aan de site speelt ze na, door met de muis te klikken en hij kan er ook voor kiezen de partijen automatisch af te spelen. Filmpjes van dit soort presentaties met gesproken commentaar van een deskundige, zijn ook erg aantrekkelijk.

Zelf ben ik altijd erg gecharmeerd geweest van eenvoudige diagrammen met een opgave, ongeveer zoals ze in deze rubriek staan afgedrukt. Klik je op het diagram, dan wordt de oplossing voorgespeeld. Ik wist nooit hoe die dingen gemaakt werden en dacht dat er wel een ingewikkeld javascript aan ten grondslag zou liggen. Clubgenoot Peter Boll, een trouwe bezoeker van het weblog waarin deze rubriek verschijnt, wees me erop dat het gewoon animated gifs zijn. Een ‘gif’ is een digitaal plaatje, net zoals een ‘jpg’. Een ‘animated gif’ bestaat uit een aantal plaatjes achter elkaar die als een soort tekenfilmpje worden afgespeeld. Op het internet zijn allerlei gratis programma’s te vinden waar zo’n animated gif mee kan worden gemaakt. Heel handig om de oplossing van de opgave van de week te laten zien. Deze week verschijnt de eerste. Je vindt het blog gemakkelijk via http://www.dubbelschaak.nl/.



Opgave 223 komt uit een partij van de voormalige wereldkampioene Zhu Chen. Hoe besliste ze met zwart aan zet de partij?


Het plaatsen van animated gifs in een blog blijkt toch een stuk lastiger dan ik dacht. Volgende week doe ik een nieuwe poging. Tips zijn welkom.

In de stelling van opgave 222 volgde tijdens een rapidpartij Huub van Dongen-Alan van der Heijden 1. Lg2xe4! Pb8-c6 2. Dd4xd5! waarna zwart de stukken bij elkaar schoof met de opmerking: “Dat was niet zo best hè”. Hij blijft dan ook minstens twee pionnen achter.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 22 mei 2008

Terrassenschaak

Traditioneel is schaken vooral een wintersport. Lekker warm bij de kachel in een bedompt zaaltje. Maar de laatste jaren is vooral het zomerschaken erg populair. In het jaargetijde dat de meeste schaakclubs reces houden, worden de toernooien uit de grond gestampt. Sterke serieuze toernooien zoals het Leiden Chess Tournament, het Open kampioenschap van Nederland, het Hogeschool Zeeland Toernooi en het BDO Chess Tournament. Maar ook luchtige niemendalletjes, waaronder talloze kroegloperstoernooien en terrassenschaakwedstrijden. Het is het toppunt van vermaak voor de ware schaakliefhebber. Lekker snelschaken met een pilsje; op de toernooitabel staat niet alleen tegen wie je moet spelen en hoe laat, maar ook op welk terras of in welke kroeg.

In Oisterwijk had de Stichting Brabants Schaakgenootschap afgelopen zaterdag een rapidtoernooi voor tweetallen uitgeschreven op het terras van Café De Vrijbuiter op de Lind in Oisterwijk. Jammer genoeg werd het met zestien tweetallen niet druk, maar het weer zat behoorlijk tegen: koud en vooral ’s morgens regenachtig.

Om te voorkomen dat het toernooi in het rooster opgenomen zou worden van premiejagers en broodspelers, hanteerde het organisatiecomité een ratinggrens. De gemiddelde rating van een tweetal mocht niet boven de 2000 uitkomen, de rating van een behoorlijke amateur. In de aankondiging wezen de organisatoren er terecht op dat zo’n formule heel leuk is om teams te vormen van een volwassen trainer met een pupil.

Ik besteed in Boxtel al enkele jaren extra aandacht aan de schaakontwikkeling van Jaap Gottlieb. Jaap is veertien jaar oud en in zijn leeftijdscategorie hoort hij bij de subtop van Nederland. Z’n rating is nog tamelijk laag (1530) en die van mij houdt ook niet over (2148) zodat we samen een leuk team konden vormen, goed voor een plaatsje in de middenmoot, maar het liep fantastisch. Jaap scoorde maar liefst 6 uit 7 op bord twee tegen veel hoger gerate spelers. Samen met mijn 6½ was het ruim genoeg voor de eerste plaats. Zo haalde Jaap zijn eerste geldprijs op, maar er zullen er nog vele volgen. Het was opvallend hoe geconcentreerd en degelijk hij ineens speelt. Jammer genoeg zal zijn rating waarschijnlijk zo snel gaan stijgen dat we volgend seizoen niet meer mee mogen doen.



Opgave 222 komt uit de partij Huub van Dongen-Alan van der Heijden (2244) tijdens het Oisterwijkse terrassenschaaktoernooi. Wit staat mooi, maar hoe maakt hij het uit?



In de stelling van opgave 221 speelde Herman Grooten met zwart tegen Tiger Hillarp Persson 1. … Tb8xb3+ 2. c2xb3 c3-c2+ en wit gaf op. Slaat de dame, dan is het mat op a1 en na 3. Kxc2 volgt 3. … Dc3+ 4. Kb1 Dxb3+ enzovoorts.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

zondag 18 mei 2008

Houtje Hoofd Helder

Eén van de eerste kampioenen van De Waltoren, de voorloper van Dubbelschaak, was Herman Grooten. Hij was toen pas veertien. Niemand die hem in die tijd zag spelen, zal het verbaasd hebben dat hij carrière maakte in de schaaksport. Hij behaalde de Internationale Meestertitel, maar is vooral bekend als schaakpromotor en jeugdtrainer. Talrijke Nederlandse grootmeesters hebben de fijne kneepjes van Herman geleerd.

Toen het tot zijn kennissenkring doordrong dat Herman deze zomer vijftig wordt, opperde Boxtelaar Franck Steenbekkers om Herman een schaaktoernooi cadeau te doen. Al snel ontstond er een organisatiecomité. Misschien moet het wel een grootmeestertoernooi worden, riep iemand. En toen liep het uit de hand.

De ambities groeiden met de dag. De plannen voor het schaaktoernooi werden uitgebreid met ideeën voor schaakcursussen voor de jeugd, workshops voor beginners, lezingen, merchandising en noem maar op. Er moest een sponsorbrochure komen en een website. En natuurlijk een aantrekkelijk communicatieconcept. Zo werd de slogan Houtje Hoofd Helder geboren. Het “houtje” staat natuurlijk voor de schaakstukken. De termen “hoofd” en “helder” mogen duidelijk zijn. Voor de campagne maakte de Boxtelse fotografe Karin Gottlieb een schitterende fotoreportage van hoofden met een schaakstuk voor afwisselend een witte en een zwarte achtergrond. Uit de serie zijn talloze schaakborden te formeren.

De eerste sponsor die de plannen zag zitten was de Technische Universiteit Eindhoven. Daarmee was meteen een ideale speelzaal gevonden, het auditorium, met ongekende faciliteiten voor internet, volop grote beeldschermen en beamers om het toernooi voor het publiek aantrekkelijk te maken en niet te vergeten een ideaal schaakcafé: de Faculty Club.

Jammer genoeg was de tijd te kort om alle ambities deze zomer al waar te maken. De meeste activiteiten zijn verschoven naar 2009 en de organisatoren hebben te kennen gegeven aan een traditie te willen bouwen. Maar op 12 juli 2008 vindt al wel het Grote TU/e Houtje Hoofd Helder Rapid-toernooi plaats, een eendaags toernooi voor professionals én amateurs van ieder niveau. Alle informatie vindt u op http://www.houtjehoofdhelder.nl/. Grootmeester Jan Werle staat al op de deelnemerslijst en er komen er meer. Maar ook de gewone houtjesschuivers zijn goed vertegenwoordigd. Als u er snel bij bent, kunt u zich nog inschrijven.



Opgave 212 komt uit een recente partij tussen de Zweedse grootmeester Tiger Hillarp Persson en Herman Grooten. Hoe forceerde Herman met zwart mat?



Opgave 220 komt uit de partij Mamedov-Sutovsky uit het afgelopen EK. Na Mamedov’s 8. h3xg4 h5xg4 9. Pf3xe5 volgde 9. … Lf8-d6 10. Pe5xd3 Ld6-h2+ met eeuwig schaak. Dezelfde partij is al honderden keren door andere toppers gespeeld als ze geen zin hadden om te schaken.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 8 mei 2008

Sergei Tiviakov

Vrijdag 2 mei is de in 1997 tot Nederlander genaturaliseerde Rus Sergei Tiviakov Europees Kampioen schaken geworden. De Volkskrant schreef er een klein stukje over. De televisie liet het natuurlijk afweten. Zaterdag was Jan Timman te gast in Dit was het Nieuws. Dat programma wordt een dag van te voren opgenomen, maar Tiviakov werd niet genoemd. Jammer, want over Tiviakov had Timman beslist iets leuks kunnen zeggen. Van het overige nieuws wist hij minder dan een ijsbeer die net uit z’n winterslaap is gewekt.

Hoewel het Europees Kampioenschap door de absolute wereldtop werd gemeden, mag de prestatie van Tiviakov niet worden onderschat. In een veld van maar liefst 337 schakers, waaronder minstens 150 sterke grootmeesters waarvan er maar liefst 30 een hogere rating hadden dan Tiviakov zelf, scoorde hij 8 ½ uit 11. Daarmee eindigde hij op de ongedeelde eerste plaats. Klasse! Hij speelde zeer efficiënt, was in geen enkele partij in gevaar en greep iedere geboden kans aan om de winst naar zich toe te trekken.

Toch had ik Timman wel eens over Tiviakov’s spel willen horen. Schaken is veel te moeilijk om alle complicaties te kunnen voorzien. Amateurs hebben de neiging zich onbekommerd op de moeilijkste verwikkelingen in te laten. De populairste topspelers doen dat ook, maar zij hebben de complicaties meestal thuis tot in detail voorbereid. Timman was door die strijdwijze in zijn topjaren een internationale held. Tiviakov speelt heel anders. Hij doet in iedere partij zijn uiterste best complicaties te vermijden. Zijn openingsvoorbereiding is erop gericht zo simpel mogelijke stellingen te krijgen. Hij speelt niet om te winnen, maar vooral om niet te verliezen. En dat is minstens zo saai als Timman op teevee.

Vooral met zwart speelt Tiviakov een hemeltergend soort afbraakschaak, puur gericht op vereenvoudiging. Zo rond de tiende zet, als de tegenstander moet kiezen om risico’s te nemen of alles af te ruilen, biedt hij remise aan. Hij krijgt nog meestal zijn zin ook. Ik vermoed dat de meeste van die korte remises van te voren zijn afgesproken. Een pure schande voor de schaaksport. Daar móet in de reglementen iets aan gedaan worden, want aan dit soort kampioenen hebben we niets.

Opgave 220 laat zo’n stukje afbraakschaak zien. De stelling ontstaat na 1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. Lxc6 dxc6 5. 0-0 Lg4 6. h3 h5 7. c3 Dd3. Iedere schakers van enig niveau weet nu dat wit nu 8. Te1 moet spelen als hij iets wil proberen. Maar in Mamedov-Sutovsky, twee andere toppers uit het EK in Skopje, volgde 8. h3xg4 h5xg4 9. Pf3xe5. Aan u de vraag: waarom is deze stelling meteen remise. Het werd al honderden keren eerder op precies dezelfde manier gespeeld. Allemaal afgesproken werk.


In opgave 219 speelde Daniël Stellwagen na 1. Lh5-g6? Lg7-f6! Waarna Portisch met wit zonder compensatie een stuk en de partij verliest. Portisch kon remise maken met 1. Pe7-g6+! h7xg6 (of 1. … Kg8 2. Pe7+) 2. Lh5xg6 Lg7-h6 3. Dd1-d7 Lh6-g7 4. Dd7-d1 met zetherhaling.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 1 mei 2008

Het Koninklijke Spel

Soms is het lastig om een geschikt onderwerp voor de schaakrubriek te vinden. Deze week stond een stukje over het Gulden Hoekpiontoernooi gepland, dat Dubbelschaak traditioneel op Koninginnedag organiseert. Het toernooi is helaas wegens gebrek aan belangstelling geannuleerd; iedereen is op vakantie. Als alternatief was een stukje over het Koninklijk Huis en de schaaksport vandaag erg aantrekkelijk geweest. Maar helaas heeft geen enkele Oranje zich voor zo ver ik weet met het schaakspel onledig gehouden.

Dat is des te erger omdat het weblog waar deze rubriek (met soms een kleine aanpassing) na publicatie in Brabants Centrum op verschijnt best wat meer bezoekers kan gebruiken. Wie over Prinses Maxima schrijft, krijgt meteen honderden bezoekers extra. Maar helaas hebben noch Maxima, noch Laurentien, noch Koningin Beatrix ooit een schaaktoernooi geopend, laat staan een potje gespeeld. Ja, Mabel Wisse Smit schijnt het wel eens gedaan te hebben, met Klaas Bruinsma, maar daar houdt het ook wel mee op.

Nog beter ware het als Koninklijk Huis met seks, naaktfoto’s en erotiek in één zin met het schaakspel kon worden verbonden. Daar zie ik helaas geen kans toe. Maar dan zou het blog ongetwijfeld wegens overweldigende bezoekersaantallen overbelast worden. En dan stond het schaakspel pas echt op de kaart en dat is toch wat een schaakpromotor als ik het liefste wil bereiken.

Laat ik me er daarom deze week maar toe beperken uit te leggen waarom het schaakspel zo vaak het Koninklijke Spel genoemd wordt. Koningin Victoria schijnt nadat ze weduwe werd zo veel troost te hebben gevonden in het schaakspel dat ze nooit reisde zonder een fraai uitgevoerde schaakset in haar bagage. Het concept van het reisschaakspel zou trouwens aan het brein van Lodewijk XIII zijn ontsproten: een spel van wol in de vorm van een kussen. Ook de tsaren speelden schaak, allemaal, terwijl Willem de Veroveraar wel eens een bord op het hoofd van een Franse prins stukgeslagen moet hebben na een verloren partij. Zelfs Karel de Grote en vooral zijn Arabische tijdgenoot Haroen al-Rashid brachten hun vrije tijd veelal schakend door. Maar het heeft er allemaal niets mee te maken. Het woord ‘schaak’ komt gewoon van het Perzische ‘sjah’, wat koning of keizer betekent.

Het schaakspel is dus gewoon letterlijk het spel van de koning. Gelukkig kunnen de kinderen van de Openbare Bloemcampschool in Wassenaar zich vanaf stap 5 opgeven voor een Stappencursus bij de Wassenaarse Schaakvereniging. Echt iets voor Catherina Amalia. Dan wordt het schaakspel in Nederland ook weer een Koninklijk spel.

Daniël Stellwagen zit intussen in Malmö een grootmeestertoernooi te winnen, waar oude glories als Timman en Portisch verschrikkelijk in de pan worden gehakt. In de stelling van opgave 219 speelde Portisch tegen Stellwagen de slechte zet 1. Lh5-g6. Twee vragen: hoe won zwart? En wat had Portisch moeten spelen om remise te maken?

Opgave 218 komt uit de Bekerwedstrijd LSG-HSG. Leidenaar Edwin van Haastert versloeg in de diagramstelling Henk Vedder met het fraaie 1. Lf6-h8! Dd7-e7 2. Lh3xe6+ Kg8xh8 3. Tf4-f7 en zwart gaf op.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 24 april 2008

Camiel Peerlings

Er zijn niet veel Boxtelse schakers die in de hoogste klasse van de Nederlandse competitie hebben gespeeld. Job de Lange speelde als tiener in de Hoofdklasse (de huidige Meesterklasse) voor Desisco Watergraafsmeer en later, tot halverwege de jaren tachtig voor Koningsclub Bergen, het roemruchte profteam van betonmagnaat Arnfried Pagel. Peter Boll speelde van 1979 tot 1984 in het eerste van DD uit Delft. Zelf werd ik halverwege de jaren tachtig gerekruteerd door SV Eindhoven, dat net landskampioen was geworden en zelfs Eurocup speelde. Daar speelde ook Internationaal Meester Herman Grooten, die in 1972 clubkampioen van De Waltoren is geweest, de toenmalige Boxtelse schaakvereniging. Maar daarmee houdt het volgens mij op.

Het ziet ernaar uit dat de bijna 36-jarige Camiel Peerlings volgend seizoen zijn Meesterklasse-debuut maakt. Camiel woont tegenwoordig in Zuid-Limburg en hij speelt bij Voerendaal, dat zaterdag kampioen werd in klasse 1B. Camiel Peerlings heeft schaken geleerd op de jeugdschaakclub van De Waltoren die zo’n dertig jaar geleden onder leiding van Hans Heijstek en Herman Snelders bijzonder succesvol was. Camiel hoorde meteen bij de betere spelers. Dat er echter ooit een Meesterklasser uit hem zou groeien, was moeilijk te voorzien. Hij slaagt er echter in ieder jaar gestaag beter te gaan spelen en dat werpt vruchten af.

Camiel speelde jarenlang bij De Waltoren, waar hij 1996 clubkampioen werd, en na de fusie met de Gestelse Pion bij Dubbelschaak ’97. Zelfs toen hij al in Zuid-Limburg woonde, verscheen hij nog geregeld op de clubavond, maar in 2002 werd hij gevraagd om bij Voerendaal te gaan spelen. Daar kon hij geen nee tegen zeggen. Jammer, want Camiel was één van de gangmakers van het eerste team.

Voerendaal is een gezellige, zeer ambitieuze vereniging die dankzij sponsors het eerste team voor de helft met Duitse professionals kan vullen. Dat Camiel in dat elitegezelschap een plaatsje in het eerste team heeft weten te veroveren, verdient een groot compliment. Met zijn score van 6½ uit 9 heeft hij zeker in belangrijke mate bijgedragen aan het kampioenschap. Zijn Meesterklasse-debuut kan volgend seizoen dan ook nauwelijks uitblijven. Camiel, proficiat.


Dat er in de Meesterklasse listig gespeeld wordt, moge blijken uit opgave 218: wit speelt en wint.


In de stelling van opgave 217 speelde Nederlands kampioen Jan Smeets tegen Dimitri Reinderman 1. Ta1xa6! d2-d1D 2. Lc5-a7+ Kb8-c8 3. La7-d4! en hier werd de partij remise gegeven. Wegens de matdreiging op a8 moet zwart 3. … Kc8-b8 spelen, en dan volgt 4. Ld4-a7+ met zetherhaling.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

maandag 21 april 2008

Dubbelschaak mist kampioenschap

Persbericht
maandag 21 april 2008


Zenuwen bederven winstkansen

Dubbelschaak heeft zaterdag in Grand Café Rembrandt in een bloedstollende wedstrijd tegen de directe concurrent DJC Stein uit Zuid-Limburg op een haar na het kampioenschap in klasse 3H van de KNSB-competitie gemist. DJC, dat aan een gelijk spel genoeg had, leek halverwege de wedstrijd tegen een grote nederlaag op te lopen. Alleen de spanning van de kampioenswedstrijd kan verklaren waardoor zoveel Dubbelschakers het lieten afweten.

Op vrijwel alle borden kwam Dubbelschaak uitstekend uit de opening. Rob van Meurs aan bord acht bouwde al snel een koningsaanval op die onstuitbaar leek. Michel van der Stee aan bord twee speelde zijn tegenstander in het vroege middenspel volledig van het bord. En Ad Kleijberg op vijf manoeuvreerde zijn tegenstander ook al snel naar de rand van de afgrond. Omdat ook Huub van Dongen op het vierde bord het openingsspel van zijn tegenstander ad absurdum had gevoerd, leek er geen vuiltje aan de lucht. Beneden in het café werd er door de toeschouwers al veelvuldig geproost op de nakende overwinning.

Het eerste volle punt werd binnengehaald door Michel van der Stee, die zijn superieure stelling met een fraaie combinatie bekroonde. Daarop gaven Job de Lange en Guido Jansen hun partijen terecht remise. Ze stonden niet minder, maar moesten risico nemen om er eventueel nog voordeel uit te halen en daar was volstrekt geen aanleiding toe. Zeker niet toen langzamerhand duidelijk werd dat ook Martien van der Meijden aan bord zeven en Peter Boll op bord één inmiddels in het voordeel waren.

Helaas begon toen de machine te haperen. En hoe! Van Dongen gaf door een onnauwkeurigheid zijn openingsvoordeel uit handen, miste nog een keer een kleine dreiging van z’n tegenstander en moest vluchten naar een bedenkelijk toreneindspel met een pion minder. Maar dat was nog niets vergeleken met de drama’s die zich afspeelden aan het eerste en achtste bord. De aanval van Rob van Meurs was zo sterk dat hij herhaaldelijk geforceerd mat kon geven. Uiteindelijk gaf hij, met tientallen omstanders om zijn bord, in plaats van mat een volle dame weg. Ongeveer tegelijkertijd miste ook Peter Boll de sterkste voortzetting waarna ook zijn mataanval verzandde en het voor de koningsjacht geofferde materiaal een te grote achterstand bleek om zich nog te kunnen redden.

Gelukkig had Ad Kleijberg zijn tegenstander inmiddels vakkundig opgerold, zodat kort na 17.00 uur een 3-3 tussenstand op het bord verscheen met nog twee partijen te gaan. Van Dongen stond nog steeds een pion achter, maar verdedigde zich vakkundig. Van der Meijden stond beter, maar de winstkansen waren marginaal. Uiteindelijk maakte Van Dongen, vlot spelend, het eindspel geroutineerd remise. Van der Meijden probeerde het nog tot 19.00 uur, maar er was geen doorkomen aan. Daarmee kwam een 4-4 eindstand op het scorebord en had Dubbelschaak het kampioenschap op een half puntje gemist.

Of Dubbelschaak volgend seizoen opnieuw om de prijzen kan meedoen, is maar de vraag. Ad Kleijberg, dit seizoen teamtopscoorder met 6½ uit 8, gaf na de wedstrijd aan dat hij een baan in de USA heeft geaccepteerd. Kleijberg heeft sinds de oprichting in 1997 altijd in het eerste team van Dubbelschaak gespeeld en speelde daarvoor bij één van de fusieverenigingen. Het zal moeilijk zijn een even trouwe en degelijke vervanger te vinden.

donderdag 17 april 2008

Remiseaanbod

Ik geloof dat het bij geen enkele andere sport dan schaken en dammen mogelijk is om remise aan te bieden. Bij schaken gaat het volgens de spelregels zo: degene die remise wil aanbieden doet een zet en zegt vervolgens, voordat hij de klok heeft ingedrukt, tegen zijn tegenstander dat hij remise aanbiedt. De tegenstander kan dat aanbod aannemen of de partij voortzetten.

De spelregel is bedoeld om te voorkomen dat spelers gedwongen zijn verder te spelen in stellingen waarin ze niets zinnigs meer kunnen proberen. Zo’n stelling zou ook verder gespeeld kunnen worden tot er onvoldoende materiaal overblijft of er een gedwongen zetherhaling ontstaat. Zo lang de regel bestaat, wordt hij echter ook misbruikt om remise overeen te komen in allerlei andere stellingen. Bijvoorbeeld in een voor beide spelers erg riskante onoverzichtelijke stelling. Of wanneer beide spelers geen belang meer hebben bij een overwinning. Of als ze gewoon geen zin hebben.

Voor het publiek en voor de sponsors zijn zulke remises buitengewoon onbevredigend. Vandaar dat in de laatste jaren op veel toernooien is geëxperimenteerd met een verbod op het remiseaanbod en met regels die een remiseaanbod alleen toestaan na de 30e of 40e zet.

Hoe nodig zo’n spelregelwijziging is, bleek wel weer tijdens het Nederlands Kampioenschap. Van de 66 partijen eindigden er 33 in remise, waarvan 22 binnen de 30 zetten en 8 zelfs binnen de 20 zetten. Dieptepunt was de partij Ernst-Tiviakov: na acht al vele malen eerder gespeelde zetjes werden de handen geschud.

Nog bonter maakten twee lieden het onlangs tijdens de derde periode van het clubkampioenschap van Dubbelschaak. Ondanks een ratingverschil van maar liefst 259 punten – wat de hoogste ratinghouder een statistische winstkans van meer dan 80 procent oplevert – werd één van de partijen zonder te spelen remise gegeven. Op telefonische afspraak! Daar lagen ongetwijfeld ook agendaproblemen aan ten grondslag, maar de sterkste speler stelde zo de gedeelde periodetitel veilig en de zwakste speler bleef zo veilig voor degradatie.



Dat korte remises niet altijd strijdloos hoeven te zijn bleek tijdens het NK in de partij tussen de nieuwe kampioen Jan Smeets en Dimitri Reinderman. Na 24. … c3-c2 is de stelling zeer kritisch. Opgave 217: ziet u hoe wit snel remise maakt.


De partij Brandenburg-L’Ami van opgave 216 werd fraai beslist door 1. … Le7-h4+!! 2. Kg3-h3 (of 2. Kxh4 Dxg2 en wit kan het mat alleen uitstellen door veel te veel materiaal te geven) 2. … g6-g5!! en wit gaf op. Na 3. Txc6 Pxf4 is het mat en ook 3. fxg5 Pxg5+ 4. Kxh4 De4+ 5. Kxg5 (of Kh5 of Kg3) Dg4 is mat.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 10 april 2008

Herhaling van zetten

“De regering liegt.”
“Nee, Wilders liegt.”
“De regering liegt.”
“Nee, Wilders liegt.”

Op dit moment kan een schaker de klok stilzetten. De wedstrijdleider halen. En verklaren dat hij van plan is om opnieuw “De regering liegt” te spelen. Er ontstaat dan drie keer dezelfde stelling met dezelfde speler aan zet. De scheidsrechter moet daarop de partij remise verklaren. Zelfs als de regeringspartij met 141-9 voorstaat.

In een recente schaakpartij tussen Stef Soors en Benjamin Bok uit de wedstrijd van Stein tegen Veldhoven kwam een stelling op het bord waar beide spelers niet met goed fatsoen zetherhaling uit de weg konden gaan. Ze hadden echter helemaal geen zin in remise. Gevolg: de zetten werden tot twintig keer toe herhaald. Het leek wel politiek.

Overigens is de uitdrukking ‘herhaling van zetten’ niet afkomstig uit de schaakreglementen. Daarin is sprake van ‘drie keer dezelfde stelling met dezelfde speler aan zet’. Bovendien wordt er nog op gewezen dat de mogelijkheden om met de stukken te spelen dezelfde moeten zijn. Dat is niet altijd het geval. Een speler kan immers het recht om en passant te slaan of te rokeren verliezen.

Tim Krabbé geeft in zijn boek Schaakcuriosa een mooi voorbeeld. Hij laat een partij beginnen met 1. h4 h5 2. a4 a5 3. e4 e6 4. e5 d5 en schrijft: “De stelling waar het om gaat is voor de eerste maal ontstaan. (…) 5. Le2 Le7 6. Lf1 Lf8, de tweede maal. 7. Df3 Dd7 8. Dd1 Dd8 de derde maal. Dat ik hier de dames in plaats van de lopers heb laten heen en weer gaan is demonstratief, want de bekende term ‘zetherhaling is verwarrend; het gaat om stellingsherhaling (…). Remise mocht zwart nog niet eisen.” De eerste keer dat de stelling op het bord kwam mocht wit immers en passant slaan.

Vervolgens herhaalt Krabbé de stelling door een keer de witte koningstoren heen en weer te spelen, waarmee wit het recht verliest kort te rokeren. Die inhoudelijk nieuwe stelling kan ook weer worden herhaald. En vervolgens doen we hetzelfde met de lange rokade en de beide zwarte rokades. Pas als de stelling voor de twaalfde keer op het bord staat, kan remise worden geclaimd. Maar zoals Stef Soors en Benjamin Bok bewezen, hoeft dat natuurlijk niet. Hoe lang zouden Balkenende en Wilders het volhouden?


Opgave 216 komt uit het Nederlands kampioenschap dat op dit moment wordt gespeeld: zwart speelt en wint.


Opgave 215 kwam uit de competitiepartij Leo Wijnhoven-Huub van Dongen uit de wedstrijd tussen Pion Groesbeek en Dubbelschaak. Zwart won met 1. … f6-f5! (eerst 1. … Txa1 is ook goed). Er dreigt zowel damewinst met Pxg4+ als stukwinst. Er volgde nog 2. Ta1xb1 Db6xb1 3. Dc3-e3 (3. Pd2 Pxg4+ 4. hxg4 Lxc3 5. Pxb1 Lxa5) 3. ... f5xe4 4. De3xg5 (Of 4. Lxe4 Df1! 5. Lg2 Pf3+! en wint) 4. ... Pe5-f7! en wit gaf op. Als de dame de penning van Lg7 opgeeft, volgt Le5+.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

Kampioenskoorts

Het gebeurt bij iedere sport. Zodra de kansen op een overwinning stijgen, gieren de zenuwen door de keel. Tennissers die feilloos een service met 200 kilometer per uur op de lijn kunnen slaan, lukt het niet meer om de bal fatsoenlijk op te gooien. Voetballers van formaat staan ineens te schutteren in het eigen strafschopgebied. Wielrenners trekken ineens veel te vroeg de sprint aan. In de schaaksport is het niet anders. Vooral als het in een teamwedstrijd wanneer het om het kampioenschap gaat.

In klasse 3H van de KNSB-competitie heeft Dubbelschaak ineens riante uitzichten op het kampioenschap doordat afgelopen zaterdag in de wedstrijd DJC Stein-SV Veldhoven de kampioenskoorts toesloeg bij de Veldhovenaren. Veldhoven is op papier veel sterker dan Stein. Het team had nog maar één wedstrijd verloren, in de eerste ronde met 3½ - 4½ tegen Dubbelschaak, maar had naderhand alle tegenstanders met monsterscores overklast. Een overwinning had Veldhoven op een gedeelde eerste plaats gebracht, samen met Stein en Dubbelschaak, maar met zoveel bordpunten meer dat het in de slotronde tegen het veel zwakkere team van De Combinatie uit Asten nauwelijks meer mis kon gaan. Maar Veldhoven kreeg de zenuwen. De 19-jarige Dirk van Dooren, die vorige week Brabants Kampioen werd, verknoeide een gewonnen eindspel. De nog jongere Benjamin Bok, die in december nog 6e werd op het jeugdwereldkampioenschap tot 12 jaar, volgde zijn voorbeeld. Maar het waren vooral de routiniers die faalden: teamtopscoorder Albert Schenning, die toch al zeker 35 jaar competitie speelt, liet zich als een kind wegzetten en zijn leeftijdsgenoot Ferry Daamen ging in het eindspel opzichtig de mist in.

De 4½-3½ overwinning van Stein werd in het clublokaal van Dubbelschaak met gejuich begroet. Dubbelschaak staat nu tweede en heeft twee competitiepunten minder dan Stein, maar mag in de slotronde tegen de koplopers aantreden. Iedere overwinning is goed, want het aantal bordpunten is gelijk. Op basis van de KNSB-rating is een 4½-3½ overwinning van Dubbelschaak de meest waarschijnlijke score. De slotronde wordt op 19 april gespeeld en het belooft een spannend middagje te worden waarbij het team dat de zenuwen het beste in bedwang weet te houden het kampioenschap krijgt toebedeeld.


Opgave 215 komt uit de wedstrijd Pion Groesbeek-Dubbelschaak. Zwart aan zet maakte het hardhandig uit. Ziet u hoe?


Tijdens het Brabants Kampioenschap volgde hier in de partij Van den Berg-Van Dooren 1. Tg3-f3! Te7-e2 2. Df5-f6+ (Theo van de Berkmortel beweert hier in Brabants Dagblad ten onrechte dat 2. Df8+ wint. Ik zie het niet na 2. … Kg6 3. Tf6+ Kh5 4. Txh6+ Kg4 5. Dc8+ Kf4 6. Tf6+ Kg3 en zwarts activiteit garandeert hem minstens remise.) 2. … Kg7-h7 3. Tg3-h3?? (3. Kf1 wint. Bijvoorbeeld 3. … Lc4 4. Df5+ Kg7 5. d5+ Te5+ 6. Kg1 en alles is over.) 3. … Tf2-g2+ 4. Kg1-f1 en nu leidt 4. … Lc4+ direct tot mat.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

Dubbelschaak-2 kampioen

Eerste team heeft alles in eigen hand

Persbericht Dubbelschaak
1 april 2008


Afgelopen zaterdag is het tweede team van Dubbelschaak gepromoveerd naar de hoogste klasse van de Noord-Brabantse Schaakbond. In een poule waar alle teams volkomen aan elkaar gewaagd waren, trok Dubbelschaak uiteindelijk aan het langste eind. In Tilburg werd de wedstrijd tegen degradatiekandidaat Stukkenjagers-4 met 4½ - 3½ gewonnen. Dat leverde nog een spannend telefoonuurtje op, want de wedstrijd van concurrent Kemppion uit Steensel was nog in volle gang. Kemppion had meer dan 4½ punt nodig, maar verloor uiteindelijk nipt van WLC. Dubbelschaak kampioen! Een mooi succes voor de club die de groei in het ledental van de afgelopen jaren nu ook in sportieve prestaties weet uit te drukken. Ook Dubbelschaak-3 en -4 mochten dit seizoen sportieve successen vieren. Beide teams werden in hun poule tweede.

In de derde klasse van de landelijke competitie won Dubbelschaak-1 ondertussen met het kleinst mogelijke verschil de uitwedstrijd tegen De Pion Groesbeek. Omdat Veldhoven verloor van DJC Stein (Zuid-Limburg) veroverde Dubbelschaak een riante uitgangspositie om in de laatste ronde het kampioenschap veilig te stellen. Stein heeft twee competitiepunten meer. Maar in de slotronde speelt Dubbelschaak tegen Stein en iedere overwinning voor Dubbelschaak is voldoende.

De match in Groesbeek verliep buitengewoon onregelmatig. Na remises op bord 1 en 2 door Guido Jansen en Peter Boll kwam Dubbelschaak op achterstand doordat zowel Michel van der Stee als Rob van Meurs uitstekende stellingen verknoeiden. Van der Stee gaf in gewonnen stelling een stuk weg. Van Meurs onderschatte de gevaren van een opportunistische aanval van zijn tegenstander.

Gelukkig stond Dubbelschaak op de overige borden zo overwegend dat risicoloos op winst gespeeld kon worden. Michiel Luijpen bracht het eerste punt binnen via een onweerstaanbare koningsaanval. Even later verzilverde Huub van Dongen zijn positionele voordeel met een fraaie doorbraak door het centrum. Martien van der Meijden werd de matchwinnaar: via de beroemde Najdorf-variant van het Siciliaans veroverde hij in de opening het loperpaar en dat bleek voldoende om de tegenstander in het eindspel op te rollen. Ad Kleiberg kon zijn dichtgeschoven stelling met ruimtevoordeel vervolgens gerust remise geven.

De laatste ronde van de KNSB-competitie wordt gespeeld op 19 april. Dubbelschaak speelt dan thuis, in Grand Café Rembrandt, tegen Stein. Dubbelschaak moet winnen om kampioen te worden. Publiek is van harte welkom; de entree is gratis.

donderdag 27 maart 2008

Dirk van Dooren

Op Tweede Paasdag is Dirk van Dooren uit Geldrop kampioen van de NBSB geworden. Het toernooi over zeven ronden, dat afgelopen vrijdag begon, was zeer sterk bezet. Vooraf werden minstens een stuk of tien kanshebbers genoemd, waaronder het trio dat vorig jaar een barrage moest spelen: kampioen Marc Haast van De Stukkenjagers uit Tilburg, Paul Span van HMC Den Bosch en ikzelf. De absolute favorieten waren echter Jasper Broekmeulen en Twan Burg (allebei HMC).

Het toernooi kende een buitengewoon grillig verloop. Jasper Broekmeulen liep in de tweede ronde een nederlaag op tegen kampioen Marc Haast en moest in het vervolg van het toernooi nog drie remises afstaan en dat is teveel in zo’n kort toernooi. Maar hij won in de derde ronde wel van Twan Burg. Burg had in de tweede ronde al een remise moeten afstaan en was gedoemd tot een achtervolgingsrace, die uiteindelijk eindigde op een gedeelde tweede plaats.

Marc Haast en Paul Span hielden de race ook niet vol. Haast begon sterk, maar verloor verrassend van outsider Bram van den Berg. Het effect was verschrikkelijk. De kampioen van vorig jaar kwam niet verder dan vijftig procent. Span deed het veel beter, maar hij liep tegen ongelukkig nederlagen op tegen medefavorieten David van Kerkhof en Niels Ondersteijn. Zelf verloor ik in de tweede ronde met zwart van Dirk van Dooren, terwijl ik eveneens met zwart tegen Broekmeulen en Burg niet verder kwam dan remise. Een tweede nederlaag in de slotronde, wierp me terug naar een gedeelde 9e plaats.

Daarmee leek het vooral het toernooi te worden van Niels Ondersteijn en David van Kerkhof. Ondersteijn had in de vijfde ronde met enig geluk Dirk van Dooren verslagen. In de zesde ronde leek hij het toernooi voortijdig te beslissen. Tegen Van Kerkhof bouwde hij een superieure stelling op en won een pion. De aalgladde Van Kerkhof wist echter te ontsnappen en schwindelde zich naar winst. In de laatste ronde kwam Ondersteijn niet verder dan remise tegen Broekmeulen, terwijl Van Kerkhof van Van Dooren verloor, die daarmee plotseling alleen op de eerste plaats verscheen.


Dat had in de 6e ronde niemand zien aankomen. Van Dooren had met zwart veel te optimistisch zitten offeren tegen Van den Berg. Die speelde in de diagramstelling het sterke 1. Tg3-f3!! Na 1. … Lxf3 2. d5+ wordt wits loper wakker en dat beslist de partij. Zwarts speelde daarom maar 1. … Te7-e2. 2. Kf1 had nu gewonnen. Maar wit speelde 2. Df5-f6+ Kg6-h7 3. Tf3-h3?? Opgave 214: ziet u hoe zwart nu ineens wint? Het was de ommekeer van het toernooi.


In Timman-De Lange 1986 besliste wit de partij met 1. Dg5xg7+! Tf7xg7 2. Te7xg7+ en wit gaf op.

Onder 'reacties' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

donderdag 20 maart 2008

Gedevalueerd NK

De onbetwiste nummers één en twee van Nederland, Loek van Wely en Ivan Sokolov, zullen niet meespelen op het Nederlands kampioenschap dat op 2 april begint. Dat is al voor het tweede jaar op rij zo. Jan Timman, negenvoudig Nederlands kampioen en de meest succesvolle schaker uit de Nederlandse geschiedenis, doet al zeker tien jaar niet mee. Wat is er aan de hand?

Een sterk NK is de beste manier om het schaakspel te promoten. Helaas heeft de Koninklijke Nederlandse Schaakbond dat nooit begrepen. Het lijkt erop dat de schaakbond de topspelers tegen zich in het harnas wil jagen, zodat ze vooral níet meespelen. Dat gaat al jaren zo. Topspelers zijn professionals en hun inkomen is grotendeels afhankelijk van de toernooien die ze spelen. Het startgeld is hun gegarandeerde inkomen, zodat ze niet als pure gokkers door het leven moeten. Een jaar of tien geleden schafte de schaakbond het startgeld af en werd de prijzenpot verhoogd. Dit om de strijdlust te bevorderen. Jan Timman weigerde om verder nog mee te doen. Topgrootmeesters als Paul van Sterren en Jeroen Piket stopten zelfs met de wedstrijdsport.

Het is de afgelopen tien jaar alleen maar erger geworden, met de deelname van een computerprogramma en de invoering van volstrekt onzinnige dopingcontroles als dieptepunt. Drie jaar geleden leek het weer even de goede kant op te gaan toen het NK naar het Mediapark in Hilversum verhuisde. Helaas werd tegelijkertijd het prijzengeld verlaagd, terwijl de topspelers nog erger werden geschoffeerd doordat de KNSB-bijdrage aan landenwedstrijden als het EK en de schaakolympiade werd gedecimeerd.

Inmiddels is het zo ver dat behalve de toppers ook een groot contingent subtoppers het NK mijden. Zelfs voormalig kampioen en 28-voudig (!) NK-deelnemer John van der Wiel wil niet meer meedoen. Wanneer begrijpt de schaakbond nu eindelijk eens dat het NK tot de core-business behoort en je de toppers moet koesteren, ook als de sponsoring een keer een beetje tegenvalt. De bond móet er geld in stoppen, dat is de enige manier om de spiraal weer omhoog te buigen. Nu kolkt het schaken snel weg in een afvoerputje.

Opgave 213 komt uit een partij tussen Jan Timman en Dubbelschaker Job de Lange die in 1986 voor de roemruchte Koningsclub uit Bergen uitkwam. Wit aan zet wint.


Opgave 212 is een eindspelstudie van Dubbelschaker Peter Boll en Arpad Rusz. Wit wint met 1. d3-d4+ Pc5-e4 2. f2-f3 Lg8-b3+ 3. Kd1-e1 Lb3-d5. Om deze stelling gaat het. Wit kan niet winnen door op e4 te slaan. Ook 4. Lb1-c2 haalt niets uit; zwart speelt 4. ... Ld5-a2 en dan moet wit de loper geven tegen de b-pion. De stelling met drie centrumpionnen tegen de loper is remise. Als wit wil winnen, moet hij met de koning b2 veroveren. Maar op Ke1-d1 of Ke1-e2 volgt steeds schaak met de loper, waarna de koning weer terug moet. Wit kan daarom alleen bij pion b2 komen door rechtsom het hele bord rond te lopen. Dus Ke1-f1-g2-h3-h4-h5 enzovoorts, helemaal naar b2. Zwart kan er niets tegenin brengen.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u gewoon 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij anders komt je reactie niet op het web.

donderdag 13 maart 2008

NBSB-kampioenschap

In het Paasweekeinde, van 21 tot en met 24 maart, wordt het 79e Persoonlijke Kampioenschap van de NBSB gespeeld. Een klassieker als een tachtig jarig schaaktoernooi is voer voor historici. Een serie over de achtereenvolgende kampioenen zou een geweldig tijdsbeeld op kunnen leveren.

Het eerste kampioenschap, in het seizoen 1928-1929, werd gewonnen door de heer E. Mulder. Volgens de eregalerij der kampioenen op de website van de NBSB speelde Mulder bij HSV, een club die niet meer bestaat. In de veertiger jaren was er een E. Mulder enkele keren clubkampioen bij HSC, uit Helmond, maar die club functioneert al sinds 1926 onder dezelfde naam. In het seizoen 1967-1968 levert HSV weer een kampioen: schaak- en damgenie Jan Voormans uit Rosmalen, die later bij HMC Den Bosch speelde. Was HSV dan misschien hetzelfde als Hertogstad, een voorloper van HMC? Uitgesloten: Hertogstad werd opgericht in 1937 en ging in 1966 op in HMC (Hertogstad Max Euwe Combinatie).

Over Prof. Dr. F.L.H.M. Stumpers, die tussen 1933 en 1967 maar liefst 29 keer Brabants Kampioen werd, is veel meer bekend. Als hoogleraar in Nijmegen en Eindhoven en vooral als directeur van het NatLab stond hij aan de basis van ontdekkingen die een grote stempel drukken op ieders dagelijkse bestaan, onder andere het internet. De opsomming aan eredoctoraten van gerenommeerde universiteiten van Amerika tot Japan past niet op twee A-viertjes! Stumpers zelf claimde overigens 30 keer Brabants Kampioen te zijn geweest. In 1944-1945 werd het toernooi niet gespeeld. Dus had hij het zonder te spelen geprolongeerd.

Maar er staan meer grootheden in de eregalerij. Frans Kuijpers, de kampioen van 1959-1960, werd Nederlands kampioen in 1963, won een gouden medaille op de schaakolympiade van 1974 in Nice en is enkele jaren geleden gepensioneerd als algemeen directeur van Philips Medical Systems in Best. IM Frans Borm, de kampioen van 1973-1974, was een legendarische combinatiespeler; hij is helaas gaan bridgen. IM Peter Scheeren (1974-1975), die helaas ook met schaken is gestopt, wordt zelfs door Kasparov enkele keren met ontzag genoemd in zijn schaakboeken. Alle namen van de winnaars sinds 1967 staan op de Prof. Dr. F.L.H.M. Stumpers-bokaal, zoals de wisseltrofee officieel heet. Iedere rechtgeaarde Brabantse schaker moet minstens proberen er een keer op te komen. De inschrijving van het toernooi is nog open.



Opgave 212 is een co-productie van Dubbelschaker Peter Boll en Arpad Rusz: wit speelt en wint.


Opgave 211 kwam uit een barragepartij tussen in de Halve Finale van de NK tussen Eelke Wiersma en Herman Grooten. Zwart won met 1. … Tc3xh3+ 2. Kh2xh3 Pd5-f4+ 3. Kh3-h2 Dg5-h6+ en wit gaf op.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u gewoon 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij anders komt je reactie niet op het web.

donderdag 6 maart 2008

Karpov en Kasparov

In de sportgeschiedenis is nooit zo’n verbeten strijd gevoerd dan die tussen Anatoli Karpov en Garry Kasparov. De heren vochten in de periode van 1984 tot 1990 maar liefst vijf grote matches om het wereldkampioenschap schaken uit over in totaal 144 partijen: totaalstand 73½ - 70½ in het voordeel van Kasparov. En ook toen legde Karpov zich nog niet bij de nederlaag neer. Door onenigheid tussen het bestuur en Kasparov ontstond er een scheuring in de wereldschaakbond. Karpov werd de officiële wereldkampioen van de FIDE, Féderation International des Echecs, door in 1993 Jan Timman in een match te verslaan en bleef dat tot 1999. Kasparov handhaafde zich tot 2000 als wereldkampioen van de PCA, de Professional Chess Association, zijn eigen afgesplitste bond.

In hun beste jaren gunden Kasparov en Karpov elkaar helemaal niets. Toen Karpov, wanhopig na een onnodig verloren partij, beweerde dat hij de grootste blunder uit de geschiedenis van het WK had gemaakt, schreef Kasparov een uitgebreid artikel om aan te tonen dat zelfs dat record zijn rivaal niet toekwam. In de meeste onderlinge partijen werd natuurlijk tot de laatste pion strijd geleverd. Alles bij elkaar moeten ze zo’n duizend uur tegenover elkaar aan het bord hebben gezeten. Jarenlang hebben ze elkaars sterkte en zwakte geanalyseerd, alsof ze met een fileermesje in elkaars hersens zaten te snijden. Waar zo’n rivaliteit heerst, kan geen vriendschap bestaan. Het schisma in de schaaksport had dan ook alles te maken met de persoonlijke haat tussen de twee grote kampioenen. Pas nadat enkele jaren geleden de rol van beide heren was uitgespeeld, is het tot een hereniging tussen de bonden gekomen.

Maandag 3 maart 2008 zond de VPRO de documentaire Kasparovs andere Rusland uit. Kasparov werd daarin een jaar lang gevolgd in zijn politieke gevecht als oppositieleider in Rusland. De documentaire maakt heel duidelijk dat Kasparov een behartenswaardige strijd voert tegen een welhaast misdadig regime. Maar het meest opmerkelijke van de film was toch wel het fragment waarop Karpov zich bij de betogers voegde toen Kasparov vijf dagen gevangen werd gezet wegens een ongeoorloofde demonstratie. Hij had niets met politiek te maken, zei Karpov. Hij kwam alleen zijn vriend een schaaktijdschrift brengen om de tijd te doden. Toen hij uit de gevangenis kwam, reageerde Kasparov opgetogen. Ook de tegenstelling met Karpov was ten goede gekeerd, vond hij. Een hartverwarmend moment waarbij menige schaakliefhebber een traantje zal hebben weggepinkt.


Opgave 211 komt uit de halve finales van het Nederlands Kampioenschap. Zwart speelt en wint.


In de Halve Finale bij de vrouwen won Anne Haast heel fraai met een dubbel offer de barragepartij tegen Yvette Nagel. Ze speelde 1. La6xb7+! Kc8xb7 2. Ta1xa7+! Kb7-c8 3. De2-a6+ en zwart gaf op.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u gewoon 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij anders komt je reactie niet op het web.

donderdag 28 februari 2008

Haast in het NK

Sport is het allermooist als iemand via selectiewedstrijden de finale bereikt en dan nog weet te winnen ook. Vooral bij schaken is de klim omhoog erg lang en op iedere tree blijken ijzersterke rechthebbenden uit vorige jaren te balanceren, ervaren rotten die van geen wijken willen weten. Op de onderste tree zitten de beste lokale spelers die uitkomen in de districtskampioenschappen. De districtskampioenen kwalificeren zich voor de regionale kampioenschappen. De regionale kampioenen bereiken de Halve Finales, een hard knock-out toernooi waar vrijwel alleen professionals aan meedoen. En alleen de nummers één en twee gaan door naar het walhalla van de keurtroepen: het NK waar de topgrootmeesters al op de loer liggen om de vermoeide reiziger zo gauw hij boven het trapgat uitkomt, de oren te wassen.

Op 2 april begint in Hilversum het Nederlands Kampioenschap. Het kampioenschap wordt gespeeld in het Mediapark, een ideale omgeving, maar de Halve Finales die deze week werden gespeeld, zijn helemaal mooi ondergebracht: in het schitterende Stadhuis van Hilversum, het kubistische meesterwerk van Willem Marinus Dudok.

En daar gebeurde het. Anne Haast uit Dongen, die ook in de eerdere selectiewedstrijden van iedere tree de gevestigde namen achteloos naar beneden trapte, plaatste zich voor het NK. Ze is pas 14 jaar oud. Het NK is voor haar ongetwijfeld slechts een overloop waar ze snel een trap naar nog hogere etages zal vinden. Of ze nu al langs 9-voudig kampioen Internationaal Grootmeester (bij de mannen!) Zao Qin Peng zal komen, mag worden betwijfeld, maar wanneer ze nu niet wint, komt dat over een paar jaar wel. Ik sluit echter niet uit dat ze dan nog alleen om het WK speelt, of om het kampioenschap bij de heren.

Overigens doen ook Petra Schuurman uit Eindhoven en de 21-jarige Bianca Muhren uit Rosmalen, mee aan het NK. Bij de heren is de spoeling dunner. Loek van Wely uit Tilburg is favoriet. Jammer genoeg wisten Robin Swinkels (18 jaar) uit Asten en oud-Boxtelaar Herman Grooten (bijna 50!) zich net niet te plaatsen.


Opgave 210 laat Anne Haast aan het werk zien. In de barrage tegen Yvette Nagel sloeg ze met wit keihard toe. Ziet u het ook?


Opgave 209 was een studie van Popov. Wit wint met 1. Kf4-f5 (dreigt mat) Kh5-h6 2. Kf5-f6 Kh6-h7 3. Kf6-f7 Kh7-h6 4. Tg2-h2+ Kh6-g5 5. f2-f4+ enzovoorts.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Als u zelf geen blogger bent, kunt u gewoon 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij anders komt je reactie niet op het web.

donderdag 21 februari 2008

Snelschaak

Schaken is een denksport en denken kost tijd. Bij iedere zet moeten de plannen opnieuw worden bijgesteld, strategieën worden aangepast en concrete zettenreeksen worden uitgerekend. Een normale partij duurt zo al gauw vier uur. Maar de schaakklok maakt het mogelijk de bedenktijd drastisch te limiteren. Bij snelschaak of blitz is de bedenktijd vijf of tien minuten per persoon per partij. Zo kan in een paar uur een compleet toernooi worden afgewerkt. Maar er ontstaat ook een totaal ander spel.

Parate kennis van openingssystemen en een soepele eindspeltechniek zijn van groot belang. Snel kleine trucs doorzien is een must. Grote strategieën zijn mooi, maar raken ondergeschikt aan een goede ooghandcoördinatie. Bluf, moed, snelheid en vooral alertheid strijden om het grootste belang. Af en toe vliegen de stukken in het rond. Harde klappen op de klok verstoren de stilte. Uithoudingsvermogen speelt ineens een belangrijke rol: na een paar potjes zijn sommige mensen helemaal leeg. Andere lijken onvermoeibaar en vluggeren uren door, bij voorkeur met een glas bier erbij. Soms lopen de emoties hoog op, vooral als de bedenktijd slinkt, en in de haast stukken worden omgegooid, of wanneer iemand met een paar seconden meer z’n tegenstander door de vlag wil jagen.

Dinsdag hield Dubbelschaak de eerste van twee snelschaakavonden om het clubkampioenschap. Zoals zo vaak won de handigste speler. Op Koninginnedag organiseert Dubbelschaak in Rembrandt een groot toernooi waar u het zelf kunt proberen: het Snelschaaktoernooi om de Gulden Hoekpion, een wisseltrofee die in een ver verleden door Dr. Hoek ter beschikking is gesteld aan de toenmalig EBS, de Eerste Boxtelse Schaakvereniging. Met een beetje geluk treft u daar zelfs een paar grootmeesters aan het bord, want de vorige keer kwamen er van heinde en verre Oost-Europese beroepsspelers op de prijzenpot af.


Opgave 209 is een simpele wit speelt en wint die wel een snelschaakpotje had kunnen voorkomen.


Opgave 208 is een eindspelstudie van Dubbelschaker Peter Boll. Wit wint met 1. c7-c8D!! Txc8 2. Lg4xc8 Lb7-a8 3. Ke4-f5!! Lxd5 4. Lc8-e6+! Ld5xe6 5. Lf5-e4 Le6-h3 6. Kf3-g2 en zwart is uitgespeeld. Niet goed is 1. Lg4-c8 Lb7-a8 2. Ke4-f5 c5-c4! 3. Lc8-d7 e7-e6+! ( en vooral niet 3. ... Tc5 4. c8D Txc8 5. Lxc8 Lxd5 6. Le6+! met overgang naar de hoofdvariant) 4. Ld7xe6+ Kf7-g7 5. Le6-d7 Tc6-c5 6. Kf5-e6 (of 6. Kf4 c3! remise en vooral niet 6. ... Lxd5 7. Lc6! en wit wint) 6. ... La8xd5 7. Ke6xd6 Tc5xc7 8. Kd6xc7 c4-c3 remise).

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Als u zelf geen blogger bent, kunt u gewoon 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij anders komt je reactie niet op het web.

donderdag 14 februari 2008

Bij de Chinees

Bij het eerste team van Dubbelschaak is het een goed gebruik na een competitiewedstrijd samen ergens te gaan eten. Na thuiswedstrijden blijven de spelers meestal in het eigen schaakcafé Rembrandt. Verre uitwedstrijden worden over het algemeen afgesloten met een bezoek aan de plaatselijke Chinees. En zo gaat dat bij vrijwel iedere schaakclub. Wanneer u op zaterdagavond in een Chinees restaurant acht rumoerige mannen aan tafel ziet zitten, hebt u gerede kans dat het een schaakteam betreft.

Over de wedstrijd viel niet veel te klagen afgelopen zaterdag in Veenendaal. Alleen de twee chauffeurs waren wat stiller dan de anderen. Aan een ronde tafel met een draaiplateau werden al gauw een aantal zeer smakelijke schotels geserveerd. Iemand probeerde een cola in te schenken, maar had z’n glas op het plateau gezet wat enige hilariteit veroorzaakte omdat z’n overbuurman het niet kon laten om hem even te plagen. Toch kwamen al gauw de wereldproblemen aan de orde.

Hillary zou beslist president worden, want Obama had dit weekend weinig kans, vond één van de aanwezigen. In Afghanistan hebben we weinig te zoeken, vond een ander. Amerika heeft zo’n grote staatsschuld en leent zo ontzagwekkend veel geld, dat het geld schaars moet worden en de rente moet stijgen, opperde een derde. Neen, vond een deskundige, geld is virtueel. Schrijf het maar op de rekening, kraaide de volgende. Virtueel geld hoef je niet eens te drukken om het uit te kunnen geven. In Amerika is alles veel duurder geworden, alleen voor Europeanen is het voordelig, de dollar is niets meer waard. Maar de Amerikanen werken hard.

Toen alle wereldproblemen opgelost waren, gaf Peter Boll een eindspelstudie op. Een bedrieglijk eenvoudig geval, dat de anderen blind zouden moeten oplossen. Het lukte van geen kanten. We zouden de stelling hier graag afdrukken, maar de studie doet mee aan een compositietoernooi en mag pas na afloop in de krant. Daarom deze keer een andere eindspelstudie van Boll.



Opgave 208: wit speelt en wint.



In de stelling van opgave 207 speelde Nikolic met zwart tegen Van Bemmel 1. … f5-f4! Er volgde 2. e3xf4 Lg7-d4+ 3. Kf2-f1 Tf8xf4!! 4. g3xf4 De7-h4 en wit kon opgeven. Een schaakje maakt niets uit en op 5. Db3-a2 volgt simpel 5. … Dh4xh2 en 6. … Dh2-g1 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Als u zelf geen blogger bent, kunt u gewoon 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij anders komt je reactie niet op het web.

vrijdag 8 februari 2008

Klassiekers

Nederland kent twee schaaktoernooien die al sinds mensenheugenis worden gehouden. Echte klassiekers. Het internationale schaak begint ieder jaar onder de rook van de Hoogovens van IJmuiden: het Corustoernooi dat wordt gespeeld in Wijk aan Zee. Voor het jaar 2000 stond het bekend als het Hoogovenstoernooi. Het eerste Hoogovenstoernooi werd in 1938 gespeeld in Beverwijk.

Had het toernooi in 1938 nog een bescheiden opzet met een invitatiegroep van vier deelnemers, dit jaar telde het een kleine 5000 deelnemers. In Grootmeestergroep A speelt de absolute wereldtop. Daaronder begint met de Grootmeestergroepen B en C een kwalificatieladder voor het toernooi van volgend jaar. Het interessants daarbij is de enorme piramide aan tienkampen, waarmee amateurs kunnen opklimmen naar de top. Ze spelen in dezelfde ambiance als de grootmeesters en hun strijd is minstens zo verwoed. Dit jaar degradeerde Dubbelschaker Rob van Meurs uit de tweede categorie tienkampen. Het was een soort wisseling van de wacht, want Ad Kleijberg won overtuigend groep 3B en promoveert.

Nog ouder is de voorjaarsklassieker in Leiden, genoemd naar Daniël Noteboom, een Nederlandse coryfee uit het begin van de vorige eeuw. Net als het Hoogovens- begon het Noteboomtoernooi indertijd als een vierkamp, maar de eerste aflevering in 1936 was meteen erg sterk bezet. Wereldkampioen Max Euwe won.

Het Noteboomtoernooi is nu een weekendtoernooi. Het wordt elk jaar in het Carnavalsweekend gehouden. Het is bij lange na niet zo’n prestigieus toernooi als het Corus-, maar in Leiden spelen professionals en amateurs tegen elkaar, wat het in zekere zin nóg aantrekkelijker maakt. Dankzij het zogenaamde Zwitserse systeem speelt iedereen iedere ronde tegen iemand die ongeveer gelijk staat op de toernooiranglijst. De toppers klimmen zo vanzelf naar boven. Maar in de eerste rondes moeten de grootmeesters zich eerst onderscheiden van de minder goden. Dan is er prachtig schaak te zien. De amateurs zetten hun beste beentje voor, wat soms tot verrassingen leidt, maar meestal mist de liefhebber een verrassende wending die de grootmeester al lang zag aankomen.


Dit jaar speelde Koert van Bemmel uit Arnhem in de eerste ronde tegen Pedrag Nikolic, die net als vorig jaar het toernooi won. Van Bemmel zal ook wel begrepen hebben dat hij minder stond. Maar de manier waarop hij werd opgebracht was indrukwekkend. Zwart begon met 1. … f5-f4! Na 2. e3xf4 bleek er iets verrassends in de stelling te zitten. Ziet u het aankomen?


In opgave 206 speelde Fischer tegen Beach in 1963 1. Lc1-h6! Da5-c7 2. Pe4-d6! Ke8-d8 3. Lh6xg7 Dc7xg7 4. Dg3xe5 en zwart gaf op. 1. ... Lxh6 2. Dxe5 0-0 is ook geen serieuze verdediging. Wit vervolgt simpel met 3. Dxe6+ Kh8 4. Pd6! waarna wit in elk geval pion d5 wint, maar ook aanval houdt.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Als u zelf geen blogger bent, kunt u gewoon 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij anders komt je reactie niet op het web.