donderdag 7 december 2006

Kogelstoten tegen een kanon

Huub van Dongen

Het is ruim twintig jaar geleden dat computers in eens een aardig partijtje bleken te kunnen schaken. Ze speelden heel anders dan een mens en dat is nog steeds zo. Computers gaan niet uit van strategische inzichten en overwegingen over sterke en zwakke velden. Ze genereren simpelweg alle mogelijke zettenreeksen en tellen in iedere stelling die ze daarbij tegenkomen gewoon of ze materiaal voorstaan of misschien per ongeluk mat hebben gegeven. Vervolgens wordt steeds de zet gespeeld, die de meest kansrijke zettenreeksen aanzwengelt.

Aanvankelijk moesten goede schakers hartelijk lachen over deze manier van spelen. Het had niets met schaken te maken, vonden de grootmeesters, en inderdaad schoven ze de computers met eenvoudige strategische middelen van het bord. Dat veranderde drastisch toen de computers sneller werden en de software geavanceerder. In 1997 slaagde Deep Blue, een serie parallel geschakelde supersnelle IBM-processoren, er in wereldkampioen Gary Kasparov in een match 3½ - 2½ te verslaan.

Afgelopen week was de laatste officiële wereldkampioen Vladimir Kramnik aan de beurt. Hij nam het op tegen Fritz-10, een gewoon commercieel pc-programma dat inmiddels ruim dubbel zo snel is dan de legendarische Deep Blue. Deep Fritz evalueert maar liefst 8 miljoen stellingen per seconde. En hij bekijkt vanuit iedere stelling zo ongeveer alle mogelijkheden zo’n tien zetten van beide spelers vooruit.

Het zou wel eens de laatste keer geweest kunnen zijn dat een topgrootmeester het tegen een computerprogramma heeft willen opnemen. De match was spannend en ging min of meer gelijk op. Alleen Kramnik verloor wel, want hij demonstreerde niet alleen de menselijke kracht, maar ook de menselijke zwakte. In de tweede partij maakte hij in een superieure stelling de grootste blunder uit zijn carrière: hij liet zich mat in één zetten. In de zesde partij nam hij wat extra risico in een poging de match alsnog gelijk te trekken en toen liet Fritz zien wat hij kan. In alle overige partijen zagen we Kramnik aan het roer, rustig de beste velden zoekend voor zijn stukken en strategisch duidelijk superieur. Maar dat bleek steeds net niet genoeg om Fritz te verslaan. Het kreng zag echt alles.

Opgave 150 is een driezet van Sam Loyd. Tim Krabbé geeft het probleem op zijn website http://www.timkrabbe.nl/ als illustratie bij het mat in één met Pf8 en Dh7 dat Kramnik over het hoofd zag.


Opgave 149, het helpmat in drie van Gerard Smits, kan alleen gerealiseerd worden met 1. Lh4-f6! Opgemerkt zij dat 1. Ld8 of 1. Le7 faalt op 1. ... D(x)e7 en de zwarte koning krijgt een vluchtweg op h4. 1. Lg5 werkt ook niet, want dan heeft zwart de verborgen vluchtroute 1. ... e4 2. Dd3+ (2. Te3+ kan niet want dan staat zwart mat!) e3! 3. Txg3+ Kxg3+ en het is geen mat omdat wit er nog net de dame tussen kan zetten. Na 1. Lf6 dreigt 2. Txg3+ Kxg3+ 3. Dg2+ en zwart moet wel 3. ... Lxg2 mat spelen. Zwart kan proberen die zelfmoordaanslag op verschillende manier te pareren.
A: 1. ... e4 2. Te3+ Kxe3 3. Dd3+ exd3 mat.
B: 1. ... Pg6-h4 of Pg6-f4 2. Dd3+ Dxd3 3. Txg3+ Kxg3 mat.
C: 1. ... Lg3-f4 of h2 2. Tg3+ Lxg3 3. Te3+ Kxe3 mat.

Commentaar en opmerkingen kunt u plaatsen in 'comment'. Heel simpel, gewoon 'other' of 'anonymous' aanvinken. Ook de oplossing van het probleem van de week kunt u onder 'comment' plaatsen. U vindt er zelfs een hint.

1 opmerking:

Huub van Dongen zei

Er staat eigenlijk al een hint in de tekst. Het gaat om het mat met Pf8 en Dh7. Een ander matbeeld ontstaat op de diagonaal a1-h8 als zwart de matdreiging met g7-g6 pareert. Zonder zwarte loper zou iedere zet met de dame naar die lange diagonaal dan mat zijn. Meer kan ik echt niet verraden. n let op: het moet echt in drie zetten!