

Een dame op een leeg schaakbord heeft minimaal 21, maximaal 27 mogelijke zetten. In een dame-eindspel hebben beide spelers zo’n dame. De koningen, ieder 3 tot 8 zetmogelijkheden, lopen net als de pion de dames in beetje in de weg. Een stuk of 25 zetten heeft iedere speler in een dame-eindspel echter al gauw. U snapt wel dat het menselijke brein, als het in zo’n situatie een paar zetten vooruit wil kijken, al gauw schromelijk tekortschiet. 25 x 25 x 25 x 25 verschillende stellingen en dan hebben wit en zwart ieder pas twee zetten gedaan. Dat moet een mens anders aanpakken en die andere aanpak noemen schakers ‘strategie’. Zo kun je bijvoorbeeld door schaak te geven het aantal mogelijkheden van de tegenstander beperken. ‘Eeuwig schaak’ is voor de verdediger een aantrekkelijke remisekans. De koning van de partij met een pion meer zal op het bijna lege bord op zoek moeten naar een schuilplaats. Waarschijnlijk heeft Herman Grooten daar iets over willen uitleggen, daar is hij in gespecialiseerd.
Ik waag er me liever niet aan. Niet alleen omdat ik graag deze rubriek wil houden, maar ook omdat zelfs met dit soort richtlijnen het dame-eindspel een crime blijft. Alleen de moderne computertechniek heeft geen enkele moeite met dit type eindspel. Alle mogelijk stellingen van koning en dame plus pion tegen koning en dame zijn in een database gezet. De software bepaalt vervolgens feilloos wat de optimale speelwijze is. Sterker nog: van iedere stelling met maximaal zes stukken op het bord geeft deze software binnen enkele milliseconden de optimale spelvoering aan. En dat allemaal gratis op internet.

Pionneneindspelen zijn ook moeilijk, vooral als ze in een dame-eindspel uitmonden natuurlijk. In deze eindspelstudie van D. Joseph uit 1922 kan wit winnen. Wie de stelling invoert in de hierboven genoemde database, krijgt meteen de melding ‘win in 19’. Geen zetten, maar ‘plies’, halve zetten. Daarna is het dus bij wederzijds optimaal spel mat. Om het iets eenvoudiger te maken, geef ik al vast de eerste twaalf plies van de oplossing: 1. b5-b6+!! Ka7-b8!! 2. h2-h4 a6-a5 3. h4-h5 a5-a4 4. h5-h6 a4-a3 5. h6-h7 a3-a2 6. h7-h8D a2-a1D. Na 7. Dxa1 is het pat. Dat is de crux van zwarts verdediging. Aan u de vraag: hoe wint wit nu toch? De oplossing is overigens bepaald niet saai!
Het dameeindspel van opgave 275, het slot van een compositie van Kurt Eucken uit 1974, telt te veel stukken voor de internetdatabase. De oplossing is buitengewoon verrassend. 1. c2-c4!! Dat moet je dus in de beginstelling van Eucken van te voren zien aankomen. Slaat zwart de pion, dan is het mat. de meeste andere zetten kosten de dame. En anders loopt wit wel met zijn pion naar de overkant. Kijk maar:
A: 1. ... b5xc4 2. Df6-b6 mat.
B: 1. ... Dd5xc4 2. Df6-d6 mat.
C: 1. ... Kc5xc4 2. Df6-c3 mat.
D: 1. ... Dd5-a8 2. Df6-e5+ Kc5xc4 3. De5-c3+ Kc4-d5 4. Dc3-f3+ met damewinst.
E: 1. ... Dd5-h1 (of g2) 2. Dd5-e5+ Kc5xc4 3. De5-c3+ Kc4-d5 4. Dc3-c6+ met damewinst.
F: 1. ... Dd5-g8 2. Df6-e5+ Kc5xc4 3. De5-c3+ Kc4-d5 4. Dc3-b3+ met damewinst.
G: 1. ... Dd5-e4 2. Df6-f5+ De4xf5 3. g4xf5 en wits f-pion loopt door en promoveert net op tijd met schaak.
H: 1. ... Dd5-d3 (of d2) 2. Df6-c6+ Kc5-d4 ( 2. ... Kb4 3. Dxb5 mat) 3. Dc6-d5+ Kd4-e3 4. DxD KxD 5. c4xb5 met wits b-pion bereikt ruim op tijd de overkant.
Zal ik het voortaan maar iets eenvoudiger houden? Wellicht zit meneer De Vries hier niet op te wachten.
Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl. De foto's bij dit bericht zijn van Karin Gottlieb.