donderdag 6 september 2007

Schaakles

Door Huub van Dongen

Iedereen heeft de standaardargumenten wel eens gehoord. Schaken zou de mentale fitheid bevorderen, het ruimtelijk inzicht, de intellectuele eigenwaarde en noem maar op. Toch is er nog een veel belangrijkere reden waarom ieder kind op zijn minst kennis zou moeten maken met het schaakspel. Het is gewoon verschrikkelijk leuk.

In de Middeleeuwen had de mensheid het goed begrepen. Wie zich wilde ontwikkelen, moest de zeven vrije kunsten bestuderen. Dat waren in wezen de taal- en rekenvakken. Maar wie het al goed had, de adel, kon zich beperken tot de zeven probitates: zwemmen, paardrijden, boogschieten, vechten, jagen, zingen, het snarenspel en schaken. Geen wonder dat onze kinderen, nu het allemaal prinsjes en prinsesjes zijn geworden, na school een volle agenda met sport en muziekles hebben. Jammer genoeg wordt het schaken vaak vergeten. Als tussenvorm tussen kunst, sport en spel hoort het toch echt bij de vaardigheden die de ware beschaving tonen. Om het maar eens flink overdreven te stellen: het is een vorm van verwaarlozing kinderen de studie van het schaakspel te onthouden.

Kent u nog verwaarloosde kinderen? Wilt u ze dan a.u.b. wijzen op de schaaklessen die Dubbelschaak verzorgt? Iedere donderdagavond van 19.00 tot 20.00 uur komt de jeugdschaakclub van Dubbelschaak bij elkaar in Brede School De Wilgenbroek.

Bovendien start Dubbelschaak binnenkort een nieuwe kennismakingscursus voor kinderen die met schaken willen beginnen. Ook op De Wilgenbroek, tijdens de buitenschoolse opvang op dinsdagmiddag van 15.30 tot 16.30 uur. Kinderen uit de groepen 3 t/m 8 kunnen zich opgeven bij Ghislaine de Brouwer (of 06 484 795 61). Meer informatie over de cursus vindt u op http://www.dubbelschaak.nl/.


Opgave 187 komt uit Stap 4 van de Stappenmethode die Dubbelschaak bij de schaaklessen gebruikt. De kinderen zijn dan al zo ver gevorderd dat pappa en mamma al lang geen enkele kans meer maken. Neemt u de uitdaging aan? Wit speelt en wint.



Opgave 186 is het eerste Babson-probleem van Jarosj. Wit geeft mat in vier, beginnend met 1. Th8xh4. Er dreigt nu snel mat met bijvoorbeeld 2. Dxc2 en 3. Pd1. Zwart moet de dame nemen en dat kan op vier manieren. A: 1. … c2xb1D 2. a7xb8D (dreigt 3. Dd6 mat) 2. … Dxb2 (of 2. … De4 3. Dxf4 Dxf4 4. Txf4 mat) 3. Db3 Dxa1 4. Tf4 mat. B: 1. … c2xb1T 2. a7xb8T Txb2 3. Tb3 (was wit naar dame gepromoveerd, dan was het nu pat!) 3. … Kxc4 4. Txf4 mat. C: 1. … c2xb1L 2. a7xb8L Le4 3. Lf4 (als Lf4 een dame was, stond zwart weer pat!) 3. … Lxh1 4. Le3 mat. D: 1. … c2xb1P 2. a7xb8P Pxd2 3. Pc6+ Kxc4 4. Tc1 mat.

Jarosj heeft nog meer Babson’s weten te maken (waaronder een paar nóg mooiere) en heeft inmiddels ook navolgers. U vindt ze natuurlijk bij Tim Krabbé.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
AUW

Door Huub van Dongen

Het schaakspel is gruwelijk hard. Wie verliest, doet het zichzelf aan en kan hooguit smoesjes verzinnen. Maar als de partijschaker zich al vaak moet vermannen, voor de probleemcomponist is de lijdensweg nog ondraaglijker. Dat illustreert het levensverhaal van de Franse componist Pierre Drumare.

Om zijn lot te begrijpen, moet u eerst kennisnemen van de AUW, ofwel de Allumwandlung. U weet dat een pion die de overkant bereikt, kan promoveren naar dame, toren, loper of paard. Het komt zelden voor dat promotie naar een ander stuk dan de dame de voorkeur verdient. De Allumwandlung is een stelling waarin in een geforceerd mat vier varianten ontstaan, gebaseerd op de vier promoties van de pion. Het kostte de schaakgeschiedenis vele eeuwen voordat iemand zo’n kunststukje flikte. En toen kreeg de Amerikaanse componist J.N. Babson (1852-1929) een nog vermeteler idee: zou het niet mogelijk zijn een echo-AUW te componeren, een schaakprobleem waarin zwarts vier mogelijke verdedigingen bestaan uit de vier pionpromoties, die wit ontkracht door iedere promotie op zijn beurt met zo’n zelfde promotie te beantwoorden.

Pierre Drumare wijdde er praktisch zijn hele leven aan, maar slaagde niet. In vakbladen publiceerde hij jarenlange feuilletons onder de titel “Search for the Impossible”, die culmineerden in zinnen als “During 22 years, my brain has been poisoned by this task … which has all but driven me crazy.”

Maar het wordt nog erger. In 1983 publiceerde de tot op dat moment volkomen onbekende componist Leonid Jarosj uit Kazan, de hoofdstad van Tatarstan onderstaande vierzet. Het bleek de eerste te zijn in een serie elegante Babson-problemen. Drumare mocht het nog meemaken en schreef in een persoonlijke brief aan Jarosj: “Your problem will be admired in the future, like we admire the masterpieces of our ancestors in the museums and cathedrals.” Over de queeste van Drumare schreef Tim Krabbé in 1986 het meeslepende boekje De Man die de Babson Task wilde maken. Het is vast nog wel antiquarisch verkrijgbaar!


De eerste authentieke Babson: wit geeft mat in vier.


In deze stelling van Ernests Gize geeft wit mat in drie beginnend met 1. Da6-c8. Er dreigt eenvoudig 2. Dxd7 en 3. Dd4 mat. De pickaninny-pion op d7 kan op vier manieren verdedigen tegen die overval, maar dan grijpt de albino op d2 in: 1. … dxc6 2. dxc3 bxc3 3. Lxc3 mat; 1. … dxe6 2. dxe3 bxa5 3. Dxe6 mat; 1. … d6 2. d3 d5 3. Pe4 mat; 1. … d5 2. d4+ Kd6 3. Dd7 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Reacties

Door Huub van Dongen

In de afgelopen weken ging deze rubriek over de pickaninny en de albino. Dat zijn een zwarte respectievelijk witte pion in de beginstelling die vier zetten kan doen: naar links of rechts slaan, óf één of twee velden vooruit zetten. Zoiets is in een schaakpartij zo goed als onmogelijk, zeker als het ook nog relevante zetten moeten zijn, maar in de schaakproblematiek zijn de pickaninny en de albino bekende thema’s, die de sleutel kunnen vormen van de oplossing.

Vorige week daagde ik de lezers uit om een klassiek probleem te laten zien waarin het pickaninny- en albinothema met elkaar gecombineerd werden. Op het internet vond ik alleen een paar helpmatproblemen. En het zou toch zo mooi zijn als blank- en zwart tenminste op het schaakbord volledig geïntegreerde rolmodellen zouden opleveren.

Inmiddels is een uitgebreide correspondentie op gang gekomen met de Boxtelse probleemcomponist Gerard Smits. Hij vond in de schaakliteratuur maar liefst zes voorbeelden en ik heb hem tijdens de kermis dan ook met plezier getrakteerd. Jammer genoeg kon u de briefwisseling niet volgen op http://www.dubbelschaak.nl/, want de website is door technische problemen eventjes uit de lucht. Als het goed is, kunt u er vanaf vandaag weer terecht. Dan kunt u nóg meer gevallen zien waarop een albino op een pickaninny reageert. En uiteraard kunt u er ook zelf uw reacties kwijt.


Met deze driezet won Ernests Gize in 1943 de 1e prijs in het Mémorial K. Betins. Ik weet niet wat dat voor een compositietoernooi was, maar het is voor zo ver ik weet het enige pickaninny-albinoprobleem waarin de pionzetten elkaar exact imiteren. Kunt u de sleutelzet vinden?



Opgave 184 is een prachtig voorbeeld van een albino. Er staat er als het ware al één klaar, want in de beginstelling volgt op 1. … Tb3 2. cxb3 mat, op 1. … Td3 2. cxd3 mat, op 1. … Tc4 2. c3 mat en op 1. … Tc5 2. c4 mat. Verrassend genoeg heeft dat niets met de oplossing te maken. Het moet zo: 1. Db1-h1! Dat dreigt 2. Dh7 mat. Zwart kan dat met vier torenzetten verhinderen, die de albino activeren: 1. … Tc7 2. g2-g3 mat, 1. … Tc5 2. g2-g4 mat, 1. … Tf3 2. g2xf3 mat, 1. … Th3 2. g2xh3 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Integratie

Door Huub van Dongen

Vorige week hebben we kennisgemaakt met een zwart pionnetje dat door probleemcomponisten om zijn hyperactieve gedrag ‘pickaninny’ werd gedoopt. Ook zijn blanke zielsverwant, de ‘albino’, leerden we kennen. Allebei zijn het pionnen die in hun beginstelling vier zetten kunnen doen, die van beslissend belang zijn in een schaakopgave. Beide thema’s zijn al oeroud. De politiek incorrecte naamgeving moeten we daarom maar voor lief nemen.

Ik ben bij lange na geen specialist in de subtiele melodieën van het probleemschaak, maar je zou verwachten dat de componisten geen rust zouden kennen voordat ze de pickaninny en de albino in volledige harmonie een duet leerden zingen. Maar voor zover ik weet bestaan problemen met dit dubbele thema alleen in het helpschaak, het zelfmat of in andere sprookjesvarianten. Toch is het schema vrij duidelijk. Wit begint en doet een zet met een vreselijke dreiging. Zwart kan op vier manieren pareren: de vier zetten met de zwarte pion op de zevende rij. Op ieder van die vier opties antwoordt wit op zijn beurt met één van de vier mogelijke zetten van een pion op de tweede rij. En dan is het geforceerd mat.

Is zoiets onmogelijk? Ik denk het niet. Volgende week zal ik u laten zien hoe een dergelijk probleem met een minstens zo lastig thema via decennialang onderzoek uiteindelijk werd gekraakt. Deze week wil ik u verrassen met een dubbele albino in een eenvoudige tweezet. Zoals gebruikelijk is er geen prijs voor de oplossing. Wanneer zich echter iemand meldt met een schaakprobleem waarin een pickaninny met een albino is geïntegreerd, zal ik met plezier een avond lang trakteren. ’t Is tenslotte maar één keer per jaar kermis.


Opgave 184 vraagt om een mat in twee. Er zit een opzichtige albino in de stelling. Met zwart aan zet volgt op 1. ... Tc4 2. c3 mat, op 1. ... Tb3 2. cb3 mat, op 1. ... Td3 2. cd3 mat en op 1. ... Tc5 2. c4 mat. Maar verrassend genoeg heeft dat niets met de oplossing te maken.


Opgave 183 bracht ook een albino in beeld. Wit begint met 1. Pa3-b1. De dreiging is 2. Ta3 mat. Zwart heeft vier parades die de albino in al zijn schoonheid laten zien: 1. … Lb5 2. c3 mat, 1. … Ld5 2. c4 mat, 1. … Lb3 2. cxb3 mat en 1. … Ld3 2. cxd3 mat. Dit elegante probleem van Camil Seneca werd in 1949 gepubliceerd in het Bulletin Ouvrier des Échecs.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

maandag 27 augustus 2007

Discriminatie

Door Huub van Dongen

“Een schaakprobleem waarin een pion vier zetten kan doen?”
“Ja, wat is dat ook alweer. Even denken.”
Wanneer in een puzzel een schaakterm wordt gevraagd, belt m’n moeder meteen op. Als ik het antwoord niet weet, herhaalt ze de vraag luider.
“O ja, het schiet me te binnen. Een pickaninny. Zo heet het. Met c-k en een Griekse ij achteraan.”
“Dat kan er niet in.”

Een uur later ging de telefoon opnieuw.
“Het is ‘albino’”, zei m’n moeder.
“Daar geloof ik niets van. Ik heb er nog nooit van gehoord.”
“Het staat gewoon in het woordenboek.”

Ik begreep er niets van, maar vergat de vraag snel, tot ik jaren later in een boek met Piano Rags van Scott Joplin een song tegenkwam met de titel “I Am Thinking of My Pickaninny Days”. We waren inmiddels in het internettijdperk aangeland en ik googlede snel wat informatie bij elkaar.

Een ‘pickaninny’, soms ook gespeld met twee c’s, is een oud Amerikaans woord voor een Afro Amerikaans kind, dat vrijwel in onbruik is geraakt en tegenwoordig als beledigend wordt ervaren. Een ‘negerkind’ dus. Én het is een schaakprobleem waarin een zwarte pion vier verschillende zetten kan doen om een dreiging te pareren. De pickaninny is een tamelijk zeldzaam thema in schaakproblemen.

Nóg zeldzamer is de ‘albino’, in de schaakproblematiek het witte equivalent van de pickaninny. Die komt bijna alleen voor in helpmat- en zelfmatproblemen waar alleen een uiterst select groepje van schaakprobleemvrienden in geïnteresseerd is.


Opgave 183 is een albino in een normaal (conventioneel) mat in twee.


Opgave 182 was een pickaninny van de Boxtelse probleemcomponist Gerard Smits. Wit begint met 1. d5-d6. Er dreigt nu 2. Txe7+ en mat op de volgende zet. Zwart kan zich met vier pionzetten verdedigen, die steeds tot een ander mat voeren. 1. … e7xd6 2. Ld3+ Kxd5 3. Dxf3 mat; 1. … e7-e6 2. Tg4 (dreigt 3. Pg3 mat) Kxf5 3. Ld3 mat; 1. … e7-e5 2. Pg3+ Kxf4 3. Tg4 mat; 1. … e7xf6 2. Dxf3+ Kxf3 3. Ld5 mat.
Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 3 augustus 2007

Harry Potter

Door Huub van Dongen

De schaakproblemen van de afgelopen vier weken vormden een serie. De opgave was steeds: neem één zet terug en geef dan mat. Het leek wel zo’n ‘Had-ik-maar’-verzuchting, ‘dan had ik nu …’, die noch in het schaakspel noch in het echte leven van enig belang is. De serie is een vorm van fairy chess en had een bruggetje moeten vormen naar een korte bespreking van het laatste boek uit de Harry Potter-cyclus. Ik hoopte dat het toverschaakspel uit deel één weer een rol zou spelen. Want welke relieken kunnen dodelijker zijn dan de stukken in hun kistje? Helaas dacht J.K. Rowling daar heel anders over. Gelukkig schreef ze één zinnetje dat me de mogelijkheid biedt toch in een schaakrubriek over het boek te schrijven.

Harry Potter and the Deathly Hallows is een overweldigend boek. Net als de overige Potter-boeken is het een ware page-turner, maar dit keer overtreft de almachtige J.K. zichzelf, want in het ingenieuze plot worden alle losse draadjes uit de 2800 pagina’s van de voorgaande delen keurig aan elkaar geknoopt. Alles klopt en er is nauwelijks een woord te veel geschreven om het kloppend te maken. Als een schaakgrootmeester heeft ze vanaf het begin voorzien waar het in het fictionele spel vol toverkrachten op uit moest draaien.

In november verschijnt de Nederlandse vertaling. Vertaler Wiebe Buddingh heeft het zich in de vorige delen extra moeilijk gemaakt door bijna alle namen en neologismen zeer vrij te vertalen en op die manier soms compleet andere betekenislagen aan te boren. Zo noemde Buddingh een ‘horcrux’ (een object waarin een zwarte magiër een deel van zijn ziel heeft opgesloten om onsterfelijk te worden) heel kinderachtig een ‘gruzielement’. Maar in deel zeven blijken horcruxes en hallows het kernprobleem van de hele Potter-mythologie te definiëren. Dat gaat niet lukken met zo’n flauwe woordspeling.

Bovendien heeft J.K. Rowling voor alle vertalers een gemeen plagerijtje in het boek verborgen. Op pagina 322 zegt Ron als hij in de verte het huis van Luna Lovegood ontwaart: “It looks like a giant rook!” Hermione antwoordt: “It’s nothing like a bird.” Zijn we toch weer aan het schaken. Ik ben benieuwd!

Opgave 182 is een mat in drie van de Boxtelse componist Gerard Smits. Heel moeilijk, maar in onder de 'comments' vindt u volop hulp.


De oplossing van opgave 181: wit neemt 1. c6-c7 terug en speelt vervolgens 1. d7-d8P mat. Dubbelschaak is het toverwoord.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 27 juli 2007

De schaakspeelster

Door Huub van Dongen

Bertina Henrichs klinkt erg Nederlands. Ik weet verder niets van haar, maar haar La Joueuse d’Échecs is vertaald door een zekere Truus Boot. De Nederlandse titel is De Schaakspeelster. Ik moet u eerlijk zeggen dat de combinatie schrijfster, vertaalster en vrouwelijke hoofdpersoon bij mij weinig vertrouwen wekt als het over schaken moet gaan, want ik kan me moeilijk aan het vooroordeel onttrekken dat vrouwen niets van ons spel begrijpen, maar gelukkig is de novelle de zoveelste falsificatie van die warhoofdige natuurwet.

De Schaakspeelster speelt op Naxos, één van de mooiste Cycladen-eilanden. Hoofdpersoon Eleni is 42 jaar oud, is getrouwd, heeft twee kinderen en werkt als kamermeisje in een hotel in Chora. Ze leeft in een heel klein geordend wereldje. Behalve de tv bieden alleen de hotelgasten een venster op de wereld buiten het eiland.

Op zekere dag treft ze in de hotelkamer van een chique Frans echtpaar een schaakspel aan. Er staat nog een stelling op het bord, die door de schrijfster ten onrechte een ‘afgebroken partij’ wordt genoemd; dat is een vakterm die in dit stadium van het verhaal absoluut niet past. Eleni stoot per ongeluk een pion om en weet niet meer waar ze die terug moet zetten. Dat is het begin van een onstuimige fascinatie voor het schaakspel. Nu ze het spel eenmaal heeft gezien, wil ze niets liever dan het leren spelen, een beetje zoals Tim Krabbé, die, toen hij als kind twee jongens zag zitten schaken, dacht dat hij zijn leven lang niets anders meer zou willen doen. Voor een jongen uit intellectuele kringen is zo’n lot gemakkelijker te dragen dan voor een eilandbewoonster van middelbare leeftijd. Haar leven bestaat uit de sleur van alle dag, versterkt door tradities en het heilige moeten van sociale verplichtingen. Ze leeft zoals het hoort en zelfs iets onschuldigs als het kopen van een schaakspel en het leren van de spelregels is een ongehoorde breuk met de norm. Dat ze toch doorzet is een avontuur. Het verhaal krijgt hierdoor een sprookjesachtige charme. Dat zulke kleinigheidjes zo grote problemen kunnen oproepen die met zoveel moeite moeten worden overwonnen, is heel lief beschreven. Het schaken wordt daardoor een symbool voor de zucht naar vrijheid van denken en doen. Uiteraard mag iedereen denken wat hij wil en alles doen wat een ander niet benadeelt, maar kom daar maar eens om in onze bekrompen wereld.

Bertina Henrichs heeft een prachtige ode aan de menselijke geest geschreven. Het is voor schakers heerlijk om de fascinatie en verslaving aan het spel zo liefdevol beschreven te zien. Het is alleen jammer dat de schrijfster (of de vertaalster, want ik sluit niet uit dat die laatste er soms flink naast grijpt) naar mate Eleni in het schaakspel vordert, door wanbegrip dor de mand valt. Een partij eindigt in pat als er duidelijk remise moet staan, wat me een zuivere vertaalfout lijkt. Er worden spelstrategieën aan bepaalde openingssystemen toegewezen die kant nog wal raken. Voorts wordt er een ‘amateurtoernooi’ gespeeld, terwijl schaken nu juist de enige sport is waar nooit of te nimmer onderscheid tussen amateurs en professionals is gemaakt. Bovendien wordt dat toernooi klaarblijkelijk volgens de knockoutformule gespeeld, net zoals een tennistoernooi. Met zulke fratsen is wel ooit geëxperimenteerd, maar dat soort toernooien is uiterst zeldzaam en ze hebben noodzakelijkerwijs ingewikkelde reglementen; er moeten bijvoorbeeld altijd twee partijen tegen dezelfde tegenstander gespeeld worden, één met wit en één met zwart, en bij 1-1 dient een barrage te volgen met snelschaakpotjes of iets dergelijks. Maar daarvan is in het boek natuurlijk geen sprake.

Ik vind het altijd erg leuk om een boek af te kraken. Het geeft voldoening als een ander er ook niets van kan en mopperen is bovendien soms zo lollig. De kritiek op De Schaakspeelster blijft echter steken in schakersgekniesoor. Het klopt niet overal met de schakerswerkelijkheid, maar het verhaal is een prachtig sprookje, het boek een meesterwerkje. En als u nog met vakantie gaat, moet u het beslist meenemen. Ideaal voor een zonnige middag op het strand of een verregende middag in de pub.


Opgave 181 is de laatste in een serie van vier. Alle stukken zijn weer één veld naar boven geschoven. Opnieuw neemt wit één zet terug en geeft dan mat.



De oplossing van opgave 180 was weer heel ingenieus. Wit neemt 1. b5x pion c5 en passant terug en speelt vervolgens 1. d6-d7 mat.

Dit is een uitgebreide versie van de column die op 26 juli 2007 in Brabants Centrum verscheen. Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

maandag 23 juli 2007

Lucifer

Door Huub van Dongen

Vorige week raadde ik u aan voor de vakantie een sleutelboek te lezen dat zelf alle sloten al ontsloot. Deze week wil ik het geheimzinniger houden. Wat u beslist moet lezen deze zomer is Connie Palmen’s Lucifer, een roman waarin bijna alle personages gebaseerd zijn op de kunstenaars op leeftijd die al sinds jaar en dag het grachtengordelcircuit domineren. Who’s who? That’s the question! Ik zou u willen uitnodigen uw bevindingen te delen in de commentaren op het weblog waarin deze rubriek verschijnt.

Voor de hoofdpersoon van het boek, de componist Lucas Loos, heeft Peter Schat model gestaan. Schat’s vrouw, de actrice Marina Schapers (Clara in het boek), is in 1981 onder nooit opgehelderde omstandigheden op een Grieks eiland in een ravijn gevallen. Connie Palmen speelt rond dit gegeven met fictie en werkelijkheid en creëert zo een smakelijke parodie op een thriller. Maar wat het boek vooral hilarisch maakt, is de manier waarop het kunstenaarswereldje rond de hoofdpersonen is geportretteerd. Heel intellectueel en artistiek Nederland wordt neergesabeld. De twee meest cartooneske rollen maken het zelfs opportuun een schaakrubriek aan Lucifer te wijden: Aaron Keller, een klein mannetje met een pijp, en Otto Griffioen, een grote dikke beer met veel praatjes, zijn duidelijk geportretteerd naar Harry Mulisch en Hein Donner.

Zelden zijn in een boek twee gerenommeerde persoonlijkheden zo afgezeken als Donner en Mulisch. Ze worden niet alleen afgebeeld als Sherlock Holmes en Watson, maar worden zelfs “de intellectuele Laurel en Hardy” genoemd. Otto/Donner wordt pas halverwege het boek geïntroduceerd. Zijn rol is klein, maar even brutaal en gedurfd als die van Connie Palmen als schrijfster van het boek. Nadat het nieuws van Clara’s val in Amsterdam als een lopend vuurtje is rondgegaan, verzamelt de beau monde zich in kunstenaarssociëteit De Kring. Iedereen is onder de indruk en heeft het beklemmende gevoel dat er iets niet pluis is. Was het een ongeluk? Maakte Clara een einde aan haar leven? Of heeft Lucas Loos, die continu openlijk heftige en choquerende ruzies uitvocht met z’n vrouw, het toeval een handje geholpen. Iedereen denkt het, maar niemand durft voor zichzelf dergelijke vermoedens toe te geven, laat staan er over te praten. En dan dendert Otto/Donner binnen, luid trompetterend: “Crime passionel, we krijgen die calvinistische vlegel wel vrij!”

Opgave 180 is een vervolg op de opgaves van de afgelopen twee weken. Opnieuw zijn alle stukken een veld naar boven geplaatst en weer luidt de opdracht: wit neemt één zet terug en geeft vervolgens mat.


In de stelling van opgave 179 neemt wit 1. b4x pion c5 terug en speelt ‘statt dessen’ 1. d5xc6 en passant mat!

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Carl Haffner

Door Huub van Dongen

Nog een leuk boek nodig voor op vakantie? In 2000 kwam Thomas Glavinic’s Carl Haffners liefde voor remise uit. Misschien vindt u het in de bibliotheek of in een antiquariaat en heel misschien kan de boekhandel het nog voor u bestellen. Talloze grote namen uit het verre verleden bevolken het boek en alle schaakgebeurtenissen die worden beschreven zijn volkomen waarheidsgetrouw. De enige naam die niet rechtstreeks uit de schaakliteratuur komt, is van hoofdpersoon Carl Haffner, maar de kenner begrijpt al gauw dat Carl Schlechter voor Haffner model stond. Het boek beaamt dat ook in een noot helemaal achterin.

Carl Schlechter speelde in 1910 een match over tien partijen tegen de legendarische wereldkampioen Emanuel Lasker. Schlechter bracht het tot 5-5, op zich al een unieke prestatie, want Lasker had al z’n tegenstanders tot dan toe vernietigend verslagen. De match kreeg echter mythische proporties doordat Lasker pas in de laatste partij de score gelijktrok, terwijl alle commentatoren beweerden dat hij die partij alleen won omdat Schlechter volkomen ten onrechte remise uit de weg ging.

Glavinic noemt Schlechter in dit boek Haffner om een romanfiguur van hem te maken. Nu kan hij zijn gedachten beschrijven, z’n drijfveren en z’n achtergronden, die natuurlijk voor een groot deel op fantasie berusten. Dankzij die literaire truc, kan hij psychologisch verklaren waarom Schlechter in de laatste matchpartij tegen Lasker onvoorwaardelijk wilde winnen, terwijl hij zijn hele leven lang alleen zijn best had gedaan alles remise te maken. Zo lost Glavinic het raadsel op dat al sinds 1910 de schaakwereld bezighield.

Opmerkelijk genoeg geeft Gari Kasparov in My Great Predecessors 1 een totaal andere verklaring. Volgens Kasparov speelde lasker de partij in de stijl van het ‘modern dynamism’ dat pas onder invloed van Kasparov zelf gemeengoed werd in het grootmeestersgilde. Lasker nam grote risico’s in de partij, maar hij hield de controle. In de onevenwichtige stelling die zo ontstond, moest Schlechter de weg wel kwijtraken. Een duidelijke remise had hij nergens.

Glavinic’s verklaring is voor de literatuurliefhebber een stuk aantrekkelijker. Maar de echte schaakliefhebbers verwijs ik toch liever naar Kasparov. Zijn uitleg bij de partij onthult de ware schaakkunst.

Opgave 179 is een vervolg op de opgave van vorige week. Alle stukken zijn een veld naar boven geplaatst. Opnieuw is de opgave: wit neemt één zet terug en geeft vervolgens mat.


De oplossing van opgave 178: wit neemt 1. c2-c4 terug en geeft met 1. d4-d5 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Matten

Door Huub van Dongen

Sinds enkele weken is het tweede nummer van het literaire schaaktijdschrift Matten uit. Voor liefhebbers van mooie, goed geschreven schaakverhalen, is het blad een must. Heerlijk om mee op vakantie te nemen. Het eerste nummer, dat in januari verscheen, beleefde al snel een tweede druk. Terecht, want er stonden heel wat wetenswaardigheden in. Het tweede nummer is minstens zo veelbelovend.

Matten 2 opent met een reportage over Magnus Carlsen, het Noorse wonderkind dat op 16-jarige leeftijd al tot de wereldtop gerekend kan worden. Jan Timman schreef een meeslepend verhaal over oudwereldkampioen Michael Tal, die, ondanks een fragiele gezondheid, een leven geleid moet hebben gewijd aan alle hedonistische genoegens die een mens kan bedenken. Er staan herinneringen in het blad van Larry Evans aan Bobby Fischer, van Alexander Münninghoff aan een reis naar Bakoe om de jonge Gari Kasparov te interviewen. Maar het mooiste verhaal is toch de ontboezeming van Karel van der Weide.

Onder de titel “I’m your man” beschrijft Van der Weide een romance tussen een schaakster en een vrijbuitende tweederangs grootmeester die van toernooi naar toernooi reist. Al voor hij haar voor het eerst ontmoette, had hij al van de toernooiorganisator gehoord hoe mooi ze was. Toen ze bij de opening binnenkwam, schrijdend als een model op de catwalk, viel hem meteen op dat ze geen ring droeg. Hij sprak haar aan, het klikte en dat was het begin van een relatie die her en der op de wereld, bij verschillende schaaktoernooien, een vervolg kreeg.

Karel van der Weide doet er alles aan om de indruk te wekken dat hij zelf de ik-figuur is. Als het op een gegeven moment echt iets wordt, schrijft hij zelfs: “Het toernooi van Sevilla speelde ik in een roes (hij won het toernooi met 7 ½ uit 9 voor onder meer Campora, Spraggett en Epishin, een van zijn beste prestaties ooi – red.).” Dat klopt, maar ik geloof er niets van dat de opmerking door de redactie is toegevoegd. Want ondanks naarstig zoeken in al Van der Weides toernooiresultaten, kom ik de beschreven schaakster niet op het spoor. Ze is een construct, net als Van der Weides verhaal. Heel fraai, heel geloofwaardig. Ware kunst.


Opgave 178 is een soort schaken op vakantie. De opdracht is als volgt: wit neemt één zet terug en geeft vervolgens mat in één.


In Peng-Otten, opgave 177, speelde wit hier 1. Tc1xc8 Dd7xc8 2. Ta1-c1 Dc8-g4 3. h2-h3 Dg4-g6 4. Lb6xd8 Le7xd8 5. Tc1-c8 Dg6-f6 6. De3-g5! en wit won materiaal.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 28 juni 2007

NK Vrouwen

Door Huub van Dongen

Wanneer dit blad bij u in de bus valt (alle stukjes uit dit blog worden eerst geubliceerd in Brabants Centrum, HvD), is net het Nederlands Schaakkampioenschap Vrouwen afgelopen. Het toernooi duurt ruim anderhalve week, maar tot nu toe heeft de pers er nauwelijks over geschreven. Nu ligt het voor de hand dat het dameskampioenschap in de media-aandacht naar de achtergrond wordt gedrongen door het gelijktijdig gehouden NK Algemeen. Dat staat in principe open voor beide seksen, maar geen vrouw heeft zich nog ooit gekwalificeerd. Toch is er over het NK Vrouwen veel interessants te melden en ik wil sportjournalisten, die per ongeluk dit stukje lezen, wel een paar suggesties doen.

Seksisme doet het altijd goed, daarom zou ik willen adviseren bij het artikel in elk geval een mooie foto van de 21-jarige ééneiige schaaktweeling Marlies en Laura Bensdorp te plaatsen. Daarna kun je meteen gaan fulmineren. Allereerst stel je natuurlijk aan de orde waarom in een denksport een apart vrouwenkampioenschap nodig zou zijn, met aansluitend de nóg interessantere kwestie waarom vrouwen in de top bij lange na niet het niveau halen van mannen. Fluisterend mag er misschien de Jaap Kooiman-achtige vraag aan toegevoegd worden of dat ook voor andere bezigheden geldt waarbij het op nadenken aankomt. En vervolgens poneer je keihard de stelling dat vrouwen van Nederlandse komaf kansloos zijn. In 1995 was voor het laatst een geboren Nederlandse kampioen. Daarna acht keer Zhao Qin Peng en drie keer Erika Sziva, meestal direct gevolgd door Thea Lanchava en Iwona Swiecik. Bovendien is één van de tien deelneemsters van dit jaar weliswaar in Nederland geboren, maar niet als vrouw.

De Brabantse pers kan het intussen een stuk positiever houden. De jongste deelneemster is de vijftienjarige Donna Schut, geboren in Best en spelend bij HMC Den Bosch. Ze moest even aan het niveau wennen, maar draait inmiddels keurig mee. En in de middenmoot vinden we ook de Bossche Bianca Muhren terug en Arlette van Weersel uit Etten-Leur. Het zou me niets verbazen als volgend jaar de 13-jarige Anne Haast uit Dongen zich ook plaatst. En dan doen de twee sterkste Brabantse schaakvrouwen Erika Sziva en Petra Schuurman nog niet eens mee. Het NK wordt steeds meer een match Brabant tegen de rest van Nederland. En we hebben steeds meer kans om te winnen. Schrijf dat maar eens in de krant!

Opgave 177 komt uit de eerste ronde van het NK Vrouwen. Ik zou hier beslist het sadistische 1. h2-h3 hebben gespeeld waarna zwart waarschijnlijk meteen opgeeft. Zhao Qin Peng telde het tegen Colleen Otten liever precies uit en begon met 1. Tc1xc8. Vraag van de week: hoe wint ze nu geforceerd materiaal.


In opgave 176 moest u de winst aantonen na 1. e4xe5 d6xe5 2. Pc4xe5 Df7xd5 3. Te2-d2!! Na 3. … Dd5xd2 vervolgde Jan Werle tegen Milan Mrdja met 4. Th5-h8+!! Kg8-g7 (4. .. Kxh7 5. Dh5+ is geforceerd mat) 5. Dg4-h3! en zwart gaf op.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

woensdag 20 juni 2007

Doping

In de wielersport is er de afgelopen maanden weer heel wat te doen geweest over doping. Talloze toppers uit het verleden hebben verklaard in hun succesjaren EPO te hebben gebruikt. Een nog grotere groep renners wordt verdacht van bloeddoping en gebruik van spierversterkers en is daarom op voorhand al geschorst.

Omdat schaken een sport is, is de schaakbond door de overheid verplicht ook een dopingreglement te hanteren. En wegens het gelijkheidsprincipe moet dat reglement precies hetzelfde zijn als in de wielrennerij. In het Nederlands Kampioenschap moet daarom een schaker met astma een medisch attest overleggen wanneer hij Salbutamol of iets dergelijks gebruikt, want in een hoge dosis wordt het een anabolicum en dus spierversterkend. Voor wie wegens bloedarmoede Aranesp (EPO) voorgeschreven heeft gekregen, is het nog maar de vraag of een attest volstaat, want dat middel is een doodzonde. Er gaan trouwens onder dopingdeskundigen al stemmen op om alle attesten af te schaffen, want met één been kun je geen wielrenner worden en dan heb je voortaan met astma ook maar gewoon pech. Dat sporten als schaken hetzelfde reglement moeten hanteren, wordt voor het gemak vergeten.

Toen enkele jaren geleden de discussie in de schaakbond over het verplichte dopingreglement fel oplaaide, zei Jan Timman dat er voor schaken geen doping bestaat. Het was wel dringend gewenst er onderzoek naar te doen. Want wanneer er een middel zou bestaan dat het heldere denken zou bevorderen, zo betoogde hij, zou het onmiddellijk verplicht gesteld moeten worden voor met name politici en bestuurders.

Een vergelijkbare redenering gaat op voor het volledig vrijgeven van doping in alle takken van sport. Cortisonen, anabolica, aranesp … het zijn allemaal geweldige geneesmiddelen die voor veel mensen de kwaliteit van het bestaan enorm kunnen verbeteren. Wat is er edeler dan al die middelen te testen op supergezonde vrijwilligers? Net zoals Goodyear en Michelin hun nieuwste ideeën uitproberen in de autosport voor ze ermee op de markt komen, kan de geneesmiddelenindustrie dan vrijelijk experimenteren in de Tour de France of desnoods op het Nederlands kampioenschap schaken. Dat opent ook totaal nieuwe wegen voor sponsoring.


Jan Werle, een jonge Nederlandse Grootmeester, won vorige week een sterk toernooi in Italië. In bovenstaande stelling speelde hij de fantastische doorbraak 1. e4-e5 d6xe5 2. Pc4xe5 Df7xd5 en kwam toen met het fraaie 3. Te2-d2!! Opgave 176: kunt u uitleggen waarom dat zo sterk is?



Op 1. … Pc6xd4 volgt 2. Tc5-h5! Door de penning van pion g6 kan zwart niets ondernemen tegen 3. Dh6xh7.

In plaats van 1. ... Pc6xd4 heeft zwart een aantal alternatieven:
A: 19. .. Rf8-c8 20. Ne2-f4 Qb6-d8 en nu wint wit met 21. Tc5-h5 gxh5 22. e4-e5
B: 19. .. Ra8-b8 20. Rf1–c1 Rf8-c8 en nu volgt dezelfde combinatie al houdt zwart het wel wat langer vol: 21. Rc5-h5 g6xh5 22. e4-e5 f7-f5 23. e5xf6 e7xf6 24. Qh6xh7+ Kg8-f8 25. Ne2-f4 Nc6-e5 26. Rc1xc8+ Rb8xc8 27. d4xe5 en zwart houdt het niet droog.
C: 19. .. f7-f6 20. Rf1–c1 is volgens Loek van Wely het beste. Er is geen directe winst, maar wit staat dan wel veel beter.

In de partij volgde 1. … Ld7-g4 2. Pe2-f4 Pc6xd4 3. Tc5-g5 Lg4-f3 (Ook na andere zetten is het snel uit. Bijvoorbeeld 21. .. f7-f5 22. Nf4xg6! of 21. .. Bg4-e6 22. Nf4-h5!) 4. Tg5-g3 en zwart gaf op.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Loek van Wely

Door Huub van Dongen

Aanstaande zaterdag begint het Nederlands Schaakkampioenschap. Het wordt voor het tweede jaar op rij gehouden in het Mediapark in Hilversum. Dat het toernooi op zo’n perfecte locatie is ondergebracht, mag zonder meer een groot succes van de KNSB worden genoemd. De bezetting van het kampioenschap laat echter veel te wensen over en wat dat betreft verdient het KNSB-bestuur grote verwijten.

De grootste aderlating is ongetwijfeld het afhaken van onze enige Nederlandse wereldtopper Loek van Wely. De Brabander Van Wely, woonachtig in Tilburg en geboren in Heesch, was van 2000 tot en met 2005 zes keer op rij Nederlands kampioen. Vorig jaar werd hij derde. Hij voelt zich op een geweldige manier geschoffeerd door de KNSB.

Van Wely is vooral des duivels over de Schaakolympiade van 2006. Bij het mislukte NK van dat jaar had hij met zijn derde plaats wat ratingpunten verloren en op grond daarvan werd hij achter de nummers één en twee Sergey Tiviakov en Ivan Sokolov op het derde bord gezet. Noch Tiviakov, noch Sokolov wisten op de hoge borden veel potten te breken en het Nederland eindigde teleurstellend twaalfde.

Van Wely is realist genoeg om te beseffen dat zulke dingen nu eenmaal gebeuren in de sport. Maar wat hem vooral steekt is dat achteraf uitkwam dat Tiviakov en Sokolov een hoger startgeld van de KNSB hadden gekregen dan de zesvoudige kampioen. Van Wely gaf te kennen daar niet blij mee te zijn, maar kreeg geen reactie van de bond. Toen hij zelf het initiatief nam alle oudzeer met de KNSB maar een keer uit te praten en daarvoor van Tilburg naar Haarlem reisde, stond hij na een kwartier al weer buiten omdat bondsvoorzitter Joop Roozeboom te kennen gaf geen tijd te hebben.

Voor Van Wely is het bijna een opluchting dat hij dit jaar niet meedoet. In het Nederlandse Kampioenschap heeft hij niets te winnen. Volgende week start hij in een supersterk toernooi in Foros, een kuuroord op de Krim, met louter wereldtoppers. Eindigt hij daar in de middenmoot, dan verdient hij meer ratingpunten en meer geld dan met een eerste plaats in het NK. Van Wely kennende gaat hij in Foros natuurlijk ook voor de eerste plaats.



Opgave 175 komt uit een partij Loek van Wely-Peter Svidler. Wit heeft net 1. Tc1-c5 gespeeld. Kan zwart nu geen materiaal winnen met 1. … Pc6xd4?


In opgave 174 won Karl Marx volgens de overlevering met 1. … Dd2-f2+ 2. Txf2 g3xf2+ 3. Kg1-f1 Ph5-g3 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

P.S. 20 juni. Het gaat niet goed met Van Wely in Foros. In de eerste ronde verloor hij van Lenier Perez Dominguez, zie foto. In de tweede ronde van Alexander Onischuk. Maar er is hoop, hij heeft de twee laagste ratinghouders nu gehad!

vrijdag 8 juni 2007

Oordeel en plan

Door Huub van Dongen

Over weinig politiek-sociologische begrippen wordt tegenwoordig met zoveel dedain gesproken als over de maakbaarheid van de samenleving. In de jaren zeventig moest je wel heel rechts zijn om niet te menen dat door overheidsingrijpen een mooiere, betere, eerlijkere en vreedzamere maatschappij gebouwd kon worden. De leidende politici droegen dat ideaal ook uit. Nu is ‘het geloof in de maakbare samenleving’ verworden tot een onpareerbare sneer van televisiejournalisten richting politici met ambitieuze plannen.

Tegenwoordig hebben politieke partijen geen ideologie meer. Politici vragen de burgers wat ze moeten doen. Fora als Standpunt.nl, dat louter ongenuanceerde ja-nee-antwoorden genereert, lijken meer invloed te hebben dan partijprogramma’s. Van politieke leiders is het charisma belangrijker dan het ideeëngoed. Zoals de wind waait, waait m’n rokje, is het algemene politieke devies. De Partij van de Arbeid heeft er een onderzoekscommissie voor nodig om te constateren dat de storm ook wel eens tegen kan zitten.

Hoe de minachting voor maakbaarheid is ontstaan, is een raadsel. Alles wat we hebben, hebben we samen gemaakt. De riolering is geen geologisch verschijnsel. Lantaarnpalen zijn geen bomen. De deltawerken zijn duinen noch rotskust of rif. Zelfs vrede en welvaart zijn geen natuurverschijnselen. Wat wij van politici mogen verwachten, begint dan ook met een analyse van hoe we ervoor staan en ideeën van waar we naar toe willen. Ze krijgen onze stem om die ideeën te verwezenlijken, planmatig en georganiseerd.

Het lijkt wel schaken. Wie het geloof in de maakbaarheid van zijn stelling verliest, kan beter opgeven. Oordeel en Plan is de beroemdste titel uit de onafzienbare reeks publicaties van onze vader des vaderlands Max Euwe. Euwe betoogt in het boek dat een schaker bij iedere zet de kansen en bedreigingen van zijn stelling moet analyseren om tot een oordeel te komen. Op basis van dat oordeel moet hij een toekomstvisie ontwikkelen: een plan waar zijn stukken naar toe moeten. Zelfs als het uiteindelijke doel, de overwinning, nog lang niet in zicht is, helpt Euwe’s methode de schaker om zijn stukken te laten samenwerken.

Hadden we in de politiek ook maar zo’n leerboek. Wouter Bos raad ik intussen aan met Oom Jan leert z’n neefje schaken te beginnen.



Opgave 174 komt uit een partij die aan Karl Marx wordt toegeschreven. Ouderwetse propaganda, natuurlijk. Zwart speelt en wint.


In opgave 173 wint wit met 1. Pe6-f8!! Kf7xf8 2. Kf5-e6 en zwart is in zetdwang. In een partij hernandez-Sula op de Olympiade van Thessaloniki in 1984 volgde 2. .. Pg7+ 3. hxg7 Kxg7 4. Kxd6 h5 5. Ke7 h4 6. d6 h3 7. d7 h2 8. d8D h1D 9. Df8+ Kh7 10. Df7+ Kh8 11. Dxf6+ en zwart gaf op. Andere verdedigingspogingen halen ook niets uit. Bijvoorbeeld: 2. ... Pc7+ 3. Kxd6 Pa8 4. Kd7 of 2. ... Kg8 3. Ke7. Als zwart nog iets wil proberen moet hij het op de eerste zet doen met het verrassende 1. ... Kg8! Eindspelliefhebbers wordt aangeraden deze stelling zelf te kraken. De oplossing vind je onder het volgende diagram.



In deze stelling haalt 2. Ke6 Kxf8 3. Kd7 Kf7 niets uit. Winst is wel te behalen met 2. Pe6 Kf7 3. Pd8+ Ke7 4. Pxb7! Kd7 5. Pd8! Kxd8 6. Ke6 Pc7+ 7. Kxd6 Pe8+ 8. Kxc5 Kd7 9. Kd4! en wits pionnenlawine moet de overwinning brengen. Ook winnend is 2. Pxh7! Kxh7 3. Kd6 Kxh6 4. Ke7 Pg7 5. Kxd6 Kg6! (5. ... Kg5 6. Ke7! f5 7. d6 en Kg5 staat ongelukkig omdat wit in veel varianten met schaak promoveert.) 6. Kxc5! (6. Ke7? f5 7. d6 fxe4 7. d7 Pf5+ 8. Kf8 Pd4 en zwart heeft de pion gestopt.) 6. ... Kg5 7. Kb6 Kf4 8. Kxb7 Kxe4 9. Kxa6 f5 10. Kb6 f4 11. a6 f3 12. a7 f2 13. a8D f1D 14. d6+ en 15. Dd5 en wits pionnen winnen gemakkelijk.
Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 31 mei 2007

Weerwolven

Door Huub van Dongen

Ieder jaar komen er nieuwe spellen op de markt. Meestal zijn ze duur, nog vaker doodsaai, maar De Weerwolven van Wakkerdam, dat alleen uit een doosje kaartjes bestaat om de rollen te verdelen, is een positieve uitzondering. Je kunt het partyspel gemakkelijk met een stuk of zestien personen spelen zonder dat het voor iemand gaat vervelen.

Er wonen vreedzame burgers in Wakkerdam, maar helaas bevinden zich onder hen ook een aantal weerwolven. Iedere nacht slaan ze toe. De goegemeente moet daar wel tegen in verweer komen en richt daarom een volkstribunaal op dat iedere dag een verdachte ter dood kan veroordelen. Onder leiding van een verteller is er constant overleg: ’s nachts in stilte (met gebaren) onder de weerwolven, overdag heel transparant door de gehele gemeenschap tot iedereen zijn zegje heeft gedaan en er kan worden gestemd. De democratie blijkt grote moeite te hebben met de verborgen agenda van de terroristen, die zich overdag natuurlijk als zeer welgevoeglijke burgers voordoen. Na de nachtelijke moordpartij door de weerwolven wordt overdag regelmatig een volstrekt onschuldige burger op de brandstapel gezet.

Nog meer dan schaken weerspiegelt Weerwolven de werkelijkheid. In Rusland zou het een ongeëvenaarde overwinning van de democratie betekenen wanneer Gary Kasparov tegen de verdrukking in de presidentsverkiezingen zou winnen. Dat de huidige president Poetin het kwaad vertegenwoordigt, wordt in de media nauwelijks meer betwijfeld. Maar niemand kent de ware aard van Kasparov. Vóór Kasparov spreekt dat hij zich op zijn weg naar de top constant fel verzet heeft tegen de politbureauachtige praktijken van de Russische schaakbond en de FIDE. Maar toen hij eenmaal zijn doel in de schaakwereld had bereikt, hielp hij onmiddellijk de Grandmasters Association om zeep, die alle grootmeesters vertegenwoordigde. Korte tijd later richtte hij samen met WK-kandidaat Nigel Short een nieuwe schaakbond op die alle rechten op WK-wedstrijden claimde. Die bond had welgeteld twee leden: Short en Kasparov! En Kasparov was de baas.

Wist u trouwens dat Kasparov een vacht heeft tot op z’n vingers?



Opgave 173 is een ‘wit speelt en wint’.



Opgave 172 komt uit de oorspronkelijke uitvoering van de musical Chess. Wit wint spectaculair met 1. Dh6+!! Kh6 2. hg6+ Kg5 3. Th5+!! Kxh5 4. f4+! Lxe2 5. Pf6+ Kh6 6. Th1+ Kg7 7. Pe8+!! Txe8 8. Th7+ en 9. Txf7 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 25 mei 2007

Chess

Door Huub van Dongen

Maandagavond zond de AVRO een meer dan twee uur durende liveshow uit waarin de Musical Awards 2007 werden uitgereikt. Ik zal u niet lastigvallen met mijn mening over de abominabele geluidskwaliteit (werken ze in Hilversum met louter dove technici?), de groteske bombast, de zo duidelijk doorgestoken kaarten dat iedere kijker door de gaten heen al meteen kon zien wie de volgende onderscheiding zou krijgen en het feit dat de uitzending voor driekwart uit volstrekt overbodig applaus bestond. Neen, deze week blijven we positief en wijs ik er alleen op dat de musical Chess slechts twee nominaties in de wacht sleepte en geen enkele Award. Toch staat Chess, met songs al One Night in Bangkok en I Know Him So Well onder de liefhebbers van klootjesvolkcliché’s bekend als de meest muzikale musical.

Chess is een product van de ABBA-musici Björn Ulvaeus en Benny Andersson en tekstschrijver Tim Rice. Voor de oorspronkelijke productie, die in 1986 in London in première ging, werd bovendien samenwerking gezocht met de Britse schaakgrootmeester William Hartston wiens invloed heel duidelijk in het libretto en de enscenering herkenbaar was. De musical over de strijd om het wereldkampioenschap schaken, de koude oorlog en de warme liefde werd een daverend succes. Drie jaar lang stond de show avond aan avond in het Prince Edward Theatre. De première viel ongeveer samen met de start van de revanchematch tussen Kasparov en Karpov, ook in Londen. Het script herinnert in veel opzichten aan de sensatieverhalen rond de WK-matches van de naar het westen overgelopen Rus Victor Korchnoi tegen Anatoli Karpov en was dus erg actueel. Het succes was over toen de val van de muur in Berlijn de Koude Oorlog beslechtte. Ineens was alles gedateerd.

Sindsdien heeft Chess op diverse plaatsen in de wereld reprises gekend. Het verhaal werd opgepimpt, aangepast en ingekort maar het werd overal een flop. Vooral de bijdragen van William Hartston moesten er bij de modernisering aan geloven. Zelfs de slotcombinatie waarmee de held van het verhaal, de uit Rusland gevluchte Anatoli Sergievsky, in de laatste partij van de match de wereldtitel veiligstelt, is geschrapt. Ik ken schakers die alleen al voor die combinatie twee keer naar Londen reisden en een kaartje kochten.


Deze stelling (opgave 172) werd in het Prince Edward Theatre op 64 enorme beeldschermen vertoond die het decor vormden. Terwijl de muziek aanzwol, werden de zetten aan het publiek voorgespeeld. M’n mond viel open van verbazing. Ik hoorde niets meer. En ik begon veel te vroeg te klappen, want na de slotzet was de voorstelling nog niet afgelopen. Kunt u zelf ontdekken hoe wit met een lange reeks offers de partij beslist?


In opgave 171 zien we de Russische grootmeester Savakasov aan het werk. Hij speelde 1. Te1-e5!! Wijkt zwarts dame, dan kan hij Pb6 niet blijven dekken. Op 1. ... Db5xb4 volgt 2. Td3-b3. Maar op 1. … d6xe5 volgt 2. Td3-d7+!! Pb6xd7 (2. ... Kb8 helpt ook niet. Bijvoorbeeld 3. Tb7+ Ka8 4. Txb6 Dc4 5. Tb8+! en 6. Da7 mat) Txb63. Df2-a7+ en zwart loopt mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

maandag 21 mei 2007

Pannaveldjes

Door Huub van Dongen

Toen wij in 1966 naar Boxtel verhuisden, kwamen we op Selissen te wonen, in de Van Randerodestraat. Het was er een waar paradijs. Op de hoek van de straat was een pleintje met garageboxen. De meisjes konden er touwtjespringen en elastieken. Het was ideaal om te rolschaatsen. Maar meestal waren wij jongens toch wel aan het voetballen. De garagedeuren vormden ideale goals.

Uiteraard waren niet alle buurtbewoners even gelukkig met onze activiteiten. Het gebons op de garagedeuren werd een enkele oudere buurvrouw wel eens te veel en er woonde ook nog een agent die het als zijn plicht zag van tijd tot tijd de bal in beslag te nemen. Erg hoog liepen de spanningen echter nooit op. Vaak redden we de bal door die gauw over de garage te schieten, een enkele keer stuiterde hij net in de hondenpoep. En als we de bal echt een keer moesten inleveren, gingen we gewoon iets anders doen. Ik herinner me dat we eens op een mooie zomerdag met een stuk of tien jongens een schaaktoernooi hebben gespeeld. Stoelen en tafels hadden we niet. We zaten gewoon op de grond op ons pleintje.

Jongens waren we – maar aardige jongens. We veroorzaakten wel eens een beetje overlast, we haalden wel eens kattenkwaad uit, maar we kwamen allemaal goed terecht. Stakkerig wijs. En een beetje mal. Sommigen van ons bleven jarenlang fanatieke sporters. Herman Grooten, de kleinste van de club, werd Internationaal Schaakmeester.

De jeugd van tegenwoordig heeft veel te klagen. Jongelui mogen helemaal niets meer. Op de pleintjes voor de garageboxen op Selissen hangen al enkele tientallen jaren bordjes “Verboden te voetballen”. Als ik in die buurt kom, valt het me op dat er helemaal niets, zeg maar ‘geen bal’, te doen is. Het is verpest door de regelzucht. En als de jeugd op een andere manier de verveling wil verdrijven, hebben we een hanggroepjongerenprobleem. Er zijn helemaal geen aardige jongens meer. Ze groeien op voor galg en rad. En daarom moeten er pannaveldjes komen in Boxtel. Zullen we meteen ook maar her en der schaaktafeltjes neerzetten?



In opgave 171 zien we grootmeester Darmen Sadvakasov aan het werk. Hij heeft al een stuk geofferd voor de aanval. Nu maakt hij er met wit op hardhandige wijze een eind aan. Ziet u hoe?


Opgave 170 kwam uit de partij Wouter Spoelman-David van Kerkhof uit het Nederlands jeugdkampioenschap tot twintig jaar. Spoelman won fraai met 1. Pg5xf7! Txf7 2. Tf1xf6! Le7xf6 3. Dd1-h5 g7-g6 4. Lc4xf7 Kg8-g7 5. Dh5-f3 gevolgd door 6. Ta1-f1.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

zaterdag 12 mei 2007

7-1 was niet genoeg
Dubbelschaak blijft tweede

Er was een klein wondertje voor nodig, maar de ware fan blijft hopen. Dubbelschaak kon alleen nog kampioen worden wanneer in de laatste ronde ruim werd gewonnen, terwijl de enig overgebleven concurrent, Oud-Zuylen uit Utrecht, een nederlaag zou lijden. De overwinning kwam er. En over de 7-1 mocht niemand klagen al had er onderweg misschien nog net een halfje meer in gezeten. Maar Oud-Zuylen won ook en stelde zo het kampioenschap veilig.

De overwinning van Dubbelschaak kwam buitengewoon vlotjes tot stand. Michiel Luijpen en Franck Steenbakkers verrasten hun tegenstanders al zo vroeg in de partij dat ze al binnen twintig zetten beslissend materiaal wonnen. Michel van der Stee en Guido Jansen wisten ook al snel de absurditeiten in het spel van de tegenstander aan te tonen. En toen ook Peter Rijkers en Huub van Dongen al voor de eerste tijdcontrole een overwinning wisten te scoren, ging het er alleen nog om of het misschien 8-0 kon worden.

Helaas, het zat er niet in. Wil van Lankveld speelde met zwart een goede partij, maar slaagde er nergens in het evenwicht te verbreken. Remise was een terechte uitslag. Voor Rob van Meurs had er meer ingezeten. In een gewonnen dame-eindspel liep hij met zijn koning in een eeuwig schaak, dat hij gemakkelijk had kunnen verwijden.

Uiteraard is een tweede plaats in de competitie heel eervol. De eindsprint was weer indrukwekkend. Jammer genoeg werden er in het begin van de competitie te veel punten gemorst. Volgend seizoen zijn er nieuwe kansen. Het is te hopen dat de Dubbelschakers deze zomer tijdig de training zullen hervatten zodat de competitie eindelijk eens met een paar overwinningen kan beginnen.

vrijdag 11 mei 2007

De laatste ronde

Door Huub van Dongen

Zoals ik vorige week al schreef, speelt de Meesterklasse zondag gezamenlijk de slotronde in het Hervion College in Den Bosch. Dat wordt een prachtig evenement. Maar als het een beetje mee zit, wordt de rest van de landelijke competitie aanstaande zaterdag nog veel spectaculairder afgesloten. Door het hele land verspreidt, spelen maar liefst 140 teams in denksportcentra, scholen, kantines en horecagelegenheden hún laatste ronde. Het zal op niet veel plekken zo spannend worden als in Grand Café Rembrandt bij Dubbelschaak.

Dubbelschaak speelt in de 3e klasse G van de KNSB-competitie. In de laatste ronde komt het tweede team van de Westlandse Schaakcombinatie op bezoek, een team dat al gedegradeerd is en in het hele seizoen slechts één wedstrijd wist te winnen. Dubbelschaak staat tweede, maar er is nog een alleszins plausibel PSV-scenario mogelijk dat het kampioenschap zou opleveren.

Oud Zuylen, dat dit seizoen alleen van Dubbelschaak verloor, staat aan kop, met 13 competitiepunten en 39 bordpunten. Dubbelschaak en Messemaker-2 uit Gouda hebben 11 competitiepunten en respectievelijk 34 en 33 ½ bordpunt. Maar Messemaker, genoemd naar de legendarische schaker Christiaan Messemaker die de club in 1847 oprichtte, speelt in de slotronde thuis tegen koploper Oud Zuylen. Willen de Gouwenaren nog kampioen worden, dan hebben ze een 7-1 overwinning nodig en dat is wel wat veel gevraagd, maar een gewone zege is zeker niet denkbeeldig. Voor Dubbelschaak wordt het interessant als het 5-3 of meer wordt. Bij 5-3 moet Dubbelschaak met 8-0 winnen om kampioen te worden. Ieder halfje dat Messemaker meer scoort, geeft Dubbelschaak een halfje speling.

Zo’n dikke overwinning van Dubbelschaak moet lukken. De Dubbelschakers hebben op ieder bord ongeveer 200 ratingpunten meer dan hun tegenstanders. Volgens de statistieken is de normale verwachte score ongeveer 6-2. Maar de Westlanders verloren ook al met 7-1 in Wassenaar waar Dubbelschaak met 5-3 won.

Wat zal het dan een feest worden in Rembrandt! Minstens tot ‘de laatste ronde’. Of er nog veel Dubbelschakers op zondag naar de Meesterklasse zullen afreizen, valt te betwijfelen.


Opgave 170 komt uit het Nederlands jeugdkampioenschap tot twintig jaar. HMC-toptalent David van Kerkhof wordt met zwart lelijk verrast door de latere kampioen Wouter Spoelman. Wit aan zet wint.


Uit hetzelfde kampioenschap kwam het fraaie eindspel van HMC-er Twan Burg. Hij speelde met wit 1. Kc3-b4 Ka2-b1 2. Pc5-d3 Kb1-a2 3. Kb4-a4 Ka2-b1 4. Ka4-b3 Kb1-a1 5. Pd4-c2+ Ka1-b1 6. Pc2-a3+ Kb1-a1 7. Pd3-e1 en 8. Pe1-c2 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 4 mei 2007

Schaken op TV?

Door Huub van Dongen

Televisie wordt meer en meer een medium dat zichzelf niet eens serieus neemt. Zelfs de sportverslaggeving is een compleet lachertje. Afgelopen zondag werd het ultieme bewijs geleverd: het was druk op de braderie. En dat terwijl zich tegelijkertijd de allerspannendste voetbalgebeurtenis sinds mensenheugenis afspeelde. Het hele jaar door is er avond aan avond voetbal op teevee. Vorige week ging ieder sportprogramma over de laatste ronde van de Nederlandse voetbalcompetitie. Maar toen het er eindelijk om ging, zond de NOS op Nederland 1 alleen wat live radioverslag uit, terwijl Tien een aantal Amazing Animal Videos afstofte. Dat geeft weinig hoop voor de laatste ronde van de schaakcompetitie.

Zondag 13 mei is HMC Calder uit ’s-Hertogenbosch gastheer van de slotronde van de Meesterklasse van de KNSB, de eredivisie van het Nederlandse clubschaak. Alle tien teams uit de Meesterklasse spelen tegelijkertijd in het Hervion College aan de Hervensebaan. Het wordt een schaakevenement van jewelste met honderd absolute topspelers waaronder wereldkampioen Vladimir Kramnik, Nederlands kampioen Sergey Tiviakov en wereldtoppers zoals Vassily Ivanchuk, Ivan Sokolov en Loek van Wely. Nooit eerder is Den Bosch zo’n groot en sterk schaakveld te bewonderen geweest. En bijna alles moet die middag worden beslist: het kampioenschap, de drie kwalificatieplaatsen voor de Europacup en de degradatie.

HMC Calder, een team dat ongeveer voor de helft uit professionals bestaat en voor de andere helft uit jonge Bosschenaren die op de eigen club zijn opgeleid, heeft nog een redelijk kans zich voor de Europacup te kwalificeren. Er zal dan in de laatste ronde van Utrecht gewonnen moeten worden, terwijl de concurrentie wat punten moet verspelen. Voor het kampioenschap komen alleen Share Dimension uit Groningen, en HSG uit Hilversum nog in aanmerking.

Het wordt een prachtige middag in Den Bosch, maar het is onwaarschijnlijk dat de televisie erbij zal zijn. Gelukkig is het in de buurt. Er is een aparte zaal waar voor het publiek live uitleg wordt gegeven bij de partijen zodat iedereen de spanning kan volgen. En er gaan beslist een aantal Dubbelschakers naar toe. Zin om mee te rijden? Kijk dan even op de site!



Opgave 169 komt uit de eerste ronde van het Nederlands jeugdkampioenschap tot 20 jaar. HMC-er Twan Burg, zoon van de Boxtelse basketbalinternational Meriam Schouten, overtrof zichzelf door het beruchte eindspel van twee paarden tegen pion te winnen. In de diagramstelling is hij er bijna: het is mat in acht.



Na het koele 1. … Db6xb2 wint 2. Df3-f6 niet. Zwart kan alle dreigingen afwimpelen met het onwaarschijnlijke 2. … Db2-c1!!

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent. Wanneer u op zondag 13 mei met een Dubbelschaker mee wilt rijden naar Den Bosch voor de slotronde van de Meesterklasse, kunt u zich hier aanmelden. Vermeldt u a.u.b. uw mailadres zodat we u kunnen bereiken.

donderdag 26 april 2007

Sportaccommodatie

Door Huub van Dongen

Toen het nieuwe Philips-stadion in Eindhoven werd geopend, heb ik er een keer een rondleiding mogen meemaken. Ik weet nog dat ik gechoqueerd was door de kleedlokalen. De thuisclub kon er letterlijk in weelde baden. De kleedkamer voor de gasten was even Spartaans als zaalvoetballers indertijd in sporthal De Haagakker gewend waren. Wat was ik blij dat in mijn sport niet zo proleterig met de tegenstanders werd omgesprongen.

Helaas heeft de verloedering inmiddels ook in de schaaksport toegeslagen. Afgelopen weekend speelde Dubbelschaak een competitiewedstrijd in Gorinchem. Er werd gespeeld in een rommelhok dat ooit een serre geweest moet zijn achter een café. Tussen café en speelzaal was een glazen tussenwandje. In de serre was de rommel min of meer aan de kant geschoven zodat er net genoeg tafels en stoelen voor de wedstrijd geplaatst konden worden. Niet alle tafels en stoelen waren even hoog. Over de tafels waren veel te grote lappen veloursachtige stof gedrapeerd die het moeilijk maakten de benen onder de tafel te steken. Bovendien is het lokaal zo krap dat je niet kunt opstaan of lopen zonder andere spelers aan te raken. Tot overmaat van ramp was het er vies en stoffig en de vloer was zo wankel dat wanneer iemand met zijn been ging zitten trillen, wat bij schakers nog al gebruikelijk is, de opgestapelde rommel mee ging vibreren, wat een hinderlijk getik veroorzaakte. En of dat allemaal nog niet genoeg is, was het akelig koud, hooguit een graad of zestien, en het licht was abominabel: aan de ene kant verblindend fel door weerkaatsing van de zon op een spierwitte muur, aan de andere kant veel te donker.

Na een half uurtje spelen begon in het café achter het glazen wandje een dartstoernooi. Kennelijk van behoorlijk niveau, want de commentator, die toch al over een luide stem beschikte, moest het volume regelmatig volledig opendraaien bij weer een “one hundred and eighty”! Als het commentaar even stilviel, werd passende muziek opgezet. En voor een inderdaad broodnodige verbouwing, werd van tijd tot tijd een slijptol ingezet. Overigens waren de schakers niet de enige die last hadden van de geluidsoverlast. De angstaanjagend grote waakhond van het café protesteerde voortdurend luid en duidelijk.

Mochten we maar een keer tegen PSV.



Opgave 168 is een klassieker. Zwart aan zet speelde in deze stelling 1. … Db6xb2. Kan wit nu winnen met 2. Df3-f6?



In 167 moet wit een overbekende doorbraak voorbereiden. Dat kan alleen met 1. Kc3-d2!! Kg2-f3 (1. ... b5 2. d5!; 1. ... d5 2. b5!; 1. ... c5 2. dxc5 dxc5 3. bxc5 bxc5 4. Ke3 winnen allemaal gemakkelijk) en nu werkt de doorbraak 2. c4-c5! wel, net zo simpel als in het gewone ouderwetse caféprobleem.
Goede alternatieven zijn er niet:
1. b5? c5! wint simpel voor zwart.
1. Kb2 Kf2 en de doorbraak werkt niet wegens 2. c5 bxc5 3. d5? cxd5 4. b5 d4 en de witte d-pion loopt door.
1. Kc2 Kf3 2. c5 bxc5! 3. d5? cxd5 4. b5 Ke2! 5. b6 d4 en ook hier is de zwarte d-pion te sterk.
1. Kd3 Kf3 2. c5 bxc5 3. d5 cxd5 4. b5 c4+ 5. Kd4 c3! 6. Kxc3 Ke3 en hier houdt zwarts d-pion remise.
1. d5 c5! 2. bxc5 bxc5 3. Kb3 Kf3 4. Ka4 Ke4 5, Kb5 Kd4 6. Kc6 Kxc4 7. Kxd6 Kb4 8. Ke7 c4 en het loopt remise.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Barrage

Door Huub van Dongen

Een barrage is geen ‘play-off’. Dat is alleen een modieus middel om de competitie te rekken, waarin spelers of teams die helemaal niet gelijk geëindigd zijn, uitmaken wie er kampioen wordt of promoveert. Een barrage is een echte beslissingswedstrijd. Puur, eerlijk en om de een of andere reden steeds minder populair. Wordt voor play-offs steeds het argument gebruikt dat het spannend is en aantrekkelijk voor het publiek, beslissingswedstrijden worden door de sportbonden afgedaan als mosterd na de maaltijd. Ze kunnen niet vooraf worden gepland en dus worden het strafschoppen of bedenken we een ander oneigenlijk beslissingscriterium.

Ook in de schaaksport worden in de meeste toernooien allerlei gekunstelde constructies bedacht om bij gelijk eindigen een winnaar aan te wijzen. Bij zogenaamde Zwitserse toernooien, waarin niet iedereen tegen iedereen speelt, worden meestal de weerstandspunten gebruikt: de som van het aantal punten van de tegenstanders. Niet zo’n gekke gedachte, want je mag er van uitgaan dat degene wiens tegenstanders alles bij elkaar de meeste punten hebben gehaald, ook de sterkste tegenstand heeft gehad. Zijn de weerstandpunten gelijk, dan wordt het Sonneborg-Bergersysteem gebruikt: de som van het aantal tegenstanders van wie je gewonnen hebt, plus de helft punten van de spelers tegen wie je remise speelde. Een beetje een bezopen systeem en misschien spreken de schakers daarom wel onderling over het Sonnema-Berenburgsysteem.

In het Brabants Schaakkampioenschap voorziet het reglement gelukkig nog altijd in een barrage. Dit jaar eindigden er drie spelers aan kop: het vijftienjarige toptalent Mark Haast, meesterklasser Paul Span en uw stukjesschrijver. Nadat ik van Mark Haast verloor, dacht ik eruit te liggen, maar Paul Span won van Haast, waarna ik de stand weer gelijk trok door Span weg te schuiven. Het reglement voorziet in een nieuwe barrage. Pas als die weer gelijk eindigt, beslissen de weerstandspunten en het SB-systeem en dan is Mark Haast kampioen. Zo’n situatie met een dubbele barrage tussen drie spelers is in de tachtigjarige geschiedenis van Brabants kampioenschap nog nooit voorgekomen. En of het nog ooit gebeurt, is sterk te betwijfelen nu blijkt hoe lastig het is nog geschikte speeldata te vinden.


Let op: opgave 167 hierboven is niet het flauwe standaardtrucje dat iedere caféschaker beheerst. Maar wit wint wel.


Ik heb wel eens horen zeggen dat pionneneindspelen net zo moeilijk zijn als dammen. In Laveryd-Wikström maakte zwart aan zet hier remise met 1. … f6xe5! 2. g2-g4! g7-g6! 3. g4-g5! Zwart lijkt volledig in wits boze plannen gevangen. Door zetdwang verliest hij pion b4, waarna je zou verwachten dat pion c4 gemakkelijk de overkant haalt. Zwart heeft echter 3. … Kc5-b6 4. Kb3-b4 Kb6-c6 5. c4-c5 Kc6-d5 6. Kb4-b5 pat!

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

woensdag 18 april 2007

Praten

Door Huub van Dongen

Tijdens een officiële schaakpartij is het niet toegestaan met de tegenstander te praten. Er is één uitzondering: het remiseaanbod. Remise aanbieden is strak gereglementeerd. Het mag alleen als je aan zet bent: je doet een zet, zegt tegen je tegenstander dat je remise aanbiedt, en dan druk je de klok in. Volgens de competitieregels is zo ongeveer iedere andere wijze van mondelinge communicatie verboden. En daar komen wel eens problemen van.

In de normale clubcompetitie is het gebruikelijk om de tegenstander gedurende de partij een keer iets te drinken aan te bieden. Fatsoenlijke spelers gebruiken dezelfde conventie als bij het remiseaanbod: zet doen, drankje aanbieden, klok indrukken. Wie het anders doet, overtreedt een ongeschreven wet. Eén keer heb ik het meegemaakt dat een tegenstander reageerde met: “U mag niet tegen me praten tijdens de partij!” Toen was het oorlog.

Ook in het professionele schaak ontstaan er wel eens misverstanden. Miguel Naidorf en Samuel Reshevski, twee topgrootmeesteres die tot op zeer late leeftijd actief bleven, hebben volgens de overlevering de volgende conversatie gehad. Najdorf doet een zet en zegt: “Voelt u iets voor remise?” “Ja, met wolkje melk.” “Nee, sorry, ik wil alleen weten of u verder wilt spelen.” “Biedt u remise aan?” “Als u er op staat.” De beleefdheidsfrase “Voelt u iets voor …” werd door Najdorf kennelijk letterlijk gebruikt om erachter te komen of de tegenstander op winst speelde.

Het kan nog erger. Vooral in de Brabantse competitie komen de gekste situaties voor. Wat denkt u hiervan. De stelling is onduidelijk. Beide spelers kunnen tot diepe onoverzichtelijke afwikkeling besluiten, maar wit aan zet biedt remise aan. A la Najdorf doet hij het heel beleefd: “Mag ik u remise aanbieden?” Zwart riposteert onmiddellijk: “Nee dank u, doet u mij maar een rode wijn.”



In opgave 166 hierboven heeft zwart geen slinks remiseaanbod nodig om de partij te redden. Hij dreigt op allerlei manieren in zetdwang te komen, maar hij weet zich verrassend te redden.



Opgave 165 komt uit een partij tussen Jiri Obels en Huub van Dongen uit het Brabants Kampioenschap van dit jaar. Zwart won met 1. … Tc7-c2 2. Db2-b1 Ld5-e4!! Zwart heft de penning op en handhaaft de dreiging op e2 en g2.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 5 april 2007

Anne Haast

Door Huub van Dongen

Veel leken veronderstellen dat je in het schaken steeds beter wordt naar mate je de sport langer beoefent. Helaas klopt daar maar weinig van. Het wordt steeds lastiger om de enorme stroom informatie over nieuwe openingssystemen bij te houden en ook het vermogen om de nieuwe ideeën te onthouden wordt gestaag minder. Bovendien wordt de topjeugd tegenwoordig uitstekend getraind. En met een paar uur per dag snelschaken op internet hebben de jongelui al snel een routine waar de oudere generatie schrik voor heeft. Was Fischer nog een wereldwonder toen hij in 1958 op vijftienjarige leeftijd de grootmeestertitel veroverde, een normaal mens raakt inmiddels de tel kwijt hoe vaak dat record inmiddels is gebroken.

Ook in Nederland worden de titelhouders steeds jonger. Afgelopen weekend mocht ik in het Persoonlijk Kampioenschap van Brabant voor het eerst spelen tegen Anne Haast, een dertienjarig meisje uit Dongen. Ik dacht haar met een oud openingssysteem uit de jaren tachtig wel in toom te houden, maar ze verzonk in langdurig gepeins, doorzag mijn plannen en bouwde gestaag een steeds betere stelling op. Ik moest alle zeilen bijzetten om nog net remise te maken en als ik eerlijk ben, vraag ik me zelfs af of ze het in de slotstelling nog niet even had moeten proberen.

Anne verloor in het Brabants Kampioenschap alleen van haar oudere broer Mark. Dat was natuurlijk ook wel een erg ongelijke strijd. Anne heeft waarschijnlijk wel duizend kinderlijke potjes van hem verloren en Marc weet precies wat voor systemen ze speelt. In alle andere partijen maakte ze echter duidelijk dat haar spel uiterst volwassen is. Ze won onder andere van Meesterklasser Paul Span. Het zou me niets verbazen als ze komende zomer een aantal titelresultaten weet te scoren in de vele open toernooien die op de kalender staan. Op het drukbezochte forum op http://www.utrechtschaak.nl/ worden inmiddels al kratjes bier ingezet bij weddenschappen hoe snel ze WIM (Woman International Master) of WGM (Woman International Grandmaster) zal zijn. Ik wed niet mee, maar als haar ontwikkeling zo doorgaat, zijn dat bescheiden titels. In het Brabants Kampioenschap speelde ze in de tweede ronde tegen een geroutineerde speler het Cochrane Gambiet (1. e4 e5 2. Pf3 Pf6 3. Pxe5 d6 4. Pxf7). Dat is een opening voor echte kerels!

In opgave 165 hierboven is zwart aan zet. Hoe beslist hij de partij onmiddellijk?


In opgave 164 was de vraag hoe zwart wint na 1. Dd3-a6+ Tb7-b6 2. Da6xa7? De oplossing: 2. … Dd4xf2+!! 3. Kg2xf2 Pg7-d4+ en op iedere koningszet geeft Tb6 schaak waarna de dame op a7 ongedekt staat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Persbericht 2 april 2007

Huub van Dongen gedeeld eerste in Brabants Kampioenschap
Drie generaties op het podium

Het Persoonlijk Kampioenschap van de Noord-Brabantse Schaakbond dat afgelopen weekend in Oosterhout werd gespeeld, had dit seizoen een bijzondere bezetting. Er hadden zich veel piepjonge tieners ingeschreven, maar ook een aantal gearriveerde Meesterklassers van HMC Den Bosch en enkele ouwe glories. Als vijftigplusser moet oud-kampioen Huub van Dongen ook tot die categorie worden gerekend, maar hij liet zien dat er nog terdege rekening met hem moet worden gehouden.

Van Dongen nam in het zware weekendtoernooi (zes partijen van vier uur in drie dagen) vanaf de eerste ronde de leiding. Z’n straffe tempo kon alleen worden gevolgd door de zestienjarige Marc Haast. Bosschenaar Paul Span, drievoudig kampioen en ook dit keer de grote favoriet, had in de eerste ronde een pijnlijke nederlaag moeten slikken tegen de dertienjarige Anne Haast. Dit supertalent was beslist de smaakmaakster van het toernooi. Ze hield ook van Dongen op remise en bleef tot op het eind van het toernooi in de top meedraaien.


Marc Haast, Paul Span en Huub van Dongen. Foto: Ad Bruijns

In de laatste ronde kreeg het toernooi een verrassende ontknoping. Span, die na z’n nederlaag alles won, kwam op vijf punten. Marc Haast en Huub van Dongen die in de laatste ronde tegen elkaar speelden, hadden er al vier en een half. Wie won, zou kampioen zijn. Van Dongen speelde met zwart en koos voor de licht inferieure Kalashnikov-variant van het Siciliaans. Hij hoopte er z’n jonge opponent mee te verrassen, maar het leverde hem alleen een slechte stelling op. Haast zette echter veel te optimistisch voort en trapte in een gemene val die Van Dongen voor hem had opgezet. Van Dongen won een centrumpion en wikkelde af naar een voordelig dametoreneindspel. Iedereen verwachtte dat hij het vervolgens geroutineerd uit zou schuiven, maar kennelijk liet de conditie toch te wensen over. Bovendien bleek de jonge Marc Haast maar een heel klein kansje nodig te hebben om de remise door eeuwig schaak te vinden.

Dankzij die uitslag kwamen er drie generaties op het podium: Marc Haast, Paul Span en Huub van Dongen. De prijzenpot werd gedeeld, maar er moet nog een barrage volgen om de titel die tevens recht geeft op deelname aan de halve finale van het Nederlands Kampioenschap. Dubbelschaak heeft aangeboden de barrage in Boxtel te organiseren.