donderdag 2 april 2009
Dubbelschaak klopt Veldhoven
Dubbelschaak heeft zich afgelopen zaterdag in Veldhoven keurig hersteld van het debacle in de vorige competitieronde tegen Oosterhout. Het toch zeer gerenommeerde Veldhoven werd hardhandig in de pan gehakt. Vier overwinningen met wit legden de basis voor een overtuigende 5½ - 2½. Dubbelschaak staat gedeeld tweede, maar met nog twee ronden te gaan zijn de drie competitiepunten achterstand op Veenendaal nauwelijks meer te overbruggen.
Teamcaptain Martien van der Meijden had de opstelling van het team voor deze gelegenheid goed opgeschud. Op het eerste bord mocht voor Dubbelschaak Guido Jansen aantreden. Guido klaagt al maanden over zijn vorm. Maar in zijn partij tegen Brabants kampioen Dirk van Dooren was daar niets van te merken. Jansen beantwoordde zwarts Hollandse Verdediging met een ongebruikelijk gambiet. Hij had er groot succes mee, want Van Dooren werd volkomen onder de voet gelopen.
Ook Huub van Dongen op bord drie scoorde een vlotte overwinning. Hij kreeg de Grünfeldindische Verdediging tegen, die in het verleden vaak op het allerhoogste niveau werd toegepast. De partij volgde de patronen van een oude partij tussen Botwinnik en Fischer, waarop Karpov in één van zijn WK-matches tegen Kasparov een vreselijke versterking voor wit had gevonden. De zwartspeler bleek niet op de hoogte; Van Dongen wel.
De witoverwinningen van Peter Boll en Rob van Meurs hadden meer voeten in aarde. Openingsvoordeel werd nauwelijks gehaald. Wel werden vechtstellingen bereikt, waarin beide spelers het lang konden proberen. En dat had succes. Vooral de partij van Van Meurs eindigde in een enorme clash. De zwartspeler sloeg op een gegeven moment een kruis voordat hij een stuk offerde voor de aanval. Het werd spannend, maar veel zegen rustte er niet op zijn onderneming, want Van Meurs sloeg de aanval koelbloedig af en won.
Omdat Martien van der Meijden intussen op bord twee remise had gespeeld, was daarmee de overwinning binnen. Nederlagen van Michiel Luijpen en Hans Heijstek konden daar niets meer aan af doen. Michel van der Stee verdient alle hulde van de dag, omdat híj nog de energie kon opbrengen nog enkele uren door te manoeuvreren om een iets gunstigere stelling in winst om te zetten. Zijn slotcombinatie, na bijna zes uur spelen, mocht er zijn.
In dezelfde zaal werd ook de wedstrijd tussen de tweede teams van Veldhoven en Dubbelschaak gespeeld. Die match was veel spannender, maar kreeg en merkwaardig einde. Bij de stand 2½ - 2½ leek op de overige drie borden nog van alles mogelijk. Op dat moment kwamen de captains van beide teams een 4-4 gelijkspel overeen. Dat is heel ongebruikelijk, maar het schijnt te mogen. Dubbelschaak trof het daar geweldig mee, want juist op het moment dat de afspraak werd beklonken, maakte Tom van Stiphout een fout die hem de partij had moeten kosten en Dubbelschaak de wedstrijd.
Uitslagen:
Veldhoven-Dubbelschaak: 2½ - 5½
Veldhoven 2-Dubbelschaak 2: 4 - 4
Steukkenjagers 6-Dubbelschaak 3: 4½ - 3½
Dubbelschaak 4-Kempion 3: 5½ - ½
Dubbelschaak krijgt pak slaag
Kampioenskansen verkeken
Zaterdag speelde Dubbelschaak in Oosterhout tegen het Nuvema Talententeam van D4. De Oosterhoutse club heeft met behulp van een sponsor een speciaal trainingsprogramma opgezet voor jonge schaaktalenten. De beste jeugdspelers uit het zuiden van Nederland en België zijn samengebracht in één team. De selectie van Dubbelschaak dacht de jongelui wel te kunnen kloppen. De Boxtelaren kwamen echter bedrogen uit: 6½ - 1½ , een enorme nederlaag zoals Dubbelschaak nog maar zelden is overkomen.
Slechts drie remises
De wedstrijd begon desastreus voor Dubbelschaak. Beursanalist Michel van der Stee, die al maanden geen gezonde nachtrust meer heeft, kwam al direct uit de opening in grote moeilijkheden en verloor snel. Peter Boll volgde zijn voorbeeld, verblunderde een kwaliteit en verzuimde in tijdnood zijn laatste reddingskans te grijpen. Huub van Dongen offerde op het eerste bord hoogmoedig twee pionnen en een stuk tegen de 15-jarige kandidaatmeester Nils Nijs om vervolgens te constateren dat zijn aanval werd afgeslagen. Michiel Luijpen leek nog redelijke kansen te hebben, maar verloor ook. En ondertussen scoorde Dubbelschaak slechts twee remises: Rob van Meurs en Martien van der Meijden bereikten niets met de witte stukken en sloten snel de vrede.
De enige Dubbelschaker die tijdens de partij op winstkansen mocht bogen, was hans Heijstek. Toen de wedstrijd al lang verloren was, probeerde hij nog lange tijd de eer te reden door een voordelig eindspel uit te melken. Uiteindelijk slaagde Heijstek er niet in zijn voordeel te verzilveren en was de ongekende nederlaag een feit.
Overige teams
Dubbelschaak-2 en -3 verloren in Tilburg en Eindhoven allebei zeer ongelukkig met 4½ - 3½. Enig lichtpuntje was de fraaie overwinning van de jonge Dubbelschaker Jaap Gottlieb in het derde team tegen een veel hoger geplaatste tegenstander. Als hij zo doorgaat, zal hij snel doorbreken naar de Boxtelse keurtroepen uit het eerste. Zeker als de grote mannen zo blijven knoeien als afgelopen zaterdag.
donderdag 26 maart 2009
Jos van Nimwegen
Jos van Nimwegen kwam eind jaren zestig met zijn gezin terug naar Nederland. Hij had jaren op Aruba gewerkt. In Boxtel werd hij adjunct-directeur van de MAVO-school, waar mijn vader directeur was. Daarom kwam hij weleens bij ons thuis. Ik daagde in die tijd iedereen uit om een potje te schaken. Ook Van Nimwegen kwam er niet onderuit, maar hij bleek veel te sterk voor me. Terwijl hij rustig doorging met zijn gesprek wist hij me met een half oog op het bord gemakkelijk te verslaan. Dat was geen wonder, want hij was een ervaren clubschaker. Bij hem thuis bleek een hele serie openingsboekjes van Euwe in de boekenkast te staan. En de Praktische Schaaklessen van Euwe en verschillende deeltjes van Zo leert u goed schaken.
In 1970 werd in Boxtel De Waltoren opgericht, de schaakclub waar het huidige Dubbelschaak uit is ontstaan. Op de oprichtingsvergadering was ik veruit de jongste aanwezige. Achteraf denk ik dat ik er als schooljongen alleen van mijn ouders naar toe mocht, omdat Van Nimwegen er ook naar toe ging. Het was al snel duidelijk dat er een schaakclub moest komen. De vertegenwoordiger van de Noord-Brabantse Schaakbond, die de vergadering leidde, had borden en stukken meegebracht. Daarmee werd een zogenaamd gongtoernooi gehouden. De wedstrijdleider sloeg om de vijf seconden op een gong en dan moest er worden gezet. We speelden in twee groepen. Van Nimwegen won de ene groep. Ik de andere.
Van Nimwegen was het eerste jaar verreweg de sterkste schaker van de nieuwe club. Hij adviseerde me met zwart Siciliaans te spelen tegen 1. e2-e4 en op alle andere openingen Koningsindisch. Dat bleek een uitstekend advies. En hij waarschuwde me ook niet te snel te spelen en vooral op te blijven letten als ik meende beter te staan. Het lukte Van Nimwegen dat eerste jaar net niet om clubkampioen te worden. Dat werd Laurens Quinten uit Liempde. In het tweede jaar bleken verschillende jonge spelers zo enorm vooruit te zijn gegaan, dat hij niet meer tot de Boxtelse top hoorde. Rond 1973 is Van Nimwegen voor zo ver ik weet met schaken gestopt.
Ik heb altijd gedacht dat hij zich nog wel eens op de schaakclub zou laten zien. Dan had ik hem bedankt voor zijn wijze raad. Dat is nu te laat. Rest mij alleen zijn familie en kennissen veel sterkte wensen.

Opgave 233 is een stelling uit Praktische Schaaklessen van Euwe. Wit speelt en wint.

In opgave 232 houdt wit remise met 1. Pa5-c6!! Dc5xc6 2. f4-f5! Vervolgens zet hij zijn toren op f4, waarna er een vesting is ontstaan. Wit mag zijn a-pion rustig verliezen. Hij speelt met zijn toren op en neer van f4 naar f3. Zwart kan niets zinvols ondernemen.
Alle informatie over de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 19 maart 2009
Tim Krabbé
Krabbé’s schaakdemonstratie kwam net op het moment dat de schaakwereld zich zorgen om hem begon te maken. Jarenlang onderhield Krabbé het leukste schaakblog ter wereld. Maar het afgelopen jaar is de constante stroom Chess Curiosities die hij er publiceerde plotseling opgedroogd. In het laatste bericht meldde hij dat veel schakers hun zorgen over zijn gezondheid aan hem mailden, maar dat hij misschien wel te fit is en daarom veel tijd besteed aan zijn andere sport: wielrennen. Gezien het boekenweekprogramma heeft hij zijn verkering met het schaakspel echter niet uitgemaakt. Gelukkig maar: waar liefdesperikelen toe kunnen leiden, leest u in Een bord vol vlinders.

Eén van de mooiste curiosa uit Krabbé’s verzameling is de combinatie uit de diagramstelling hierboven, die in twee verschillende partijen op het bord kwam. Dit is de versie uit een partij tussen Tylkowski en Wojciechowski die waarschijnlijk in 1931 in Poznan is gespeeld. Zwart won met 1. … Td2xb2!! 2. Pa4xb2 c3-c2! 3. Tb7xb6! c5-c4!! 4. Tb6-b4! a7-a5! 5. Pb2xc4 c3-c2 6. Pc4xa5 c2-c1D+ 7. Kg1-h2 Dc1-c5 enzovoorts. Zwart moet de onwaarschijnlijke pionnendoorbraak met alle zijvarianten nauwkeurig hebben uitgerekend.

Maar nu opgave 232: volgens mij klopt het ‘enzovoorts’ niet en is de slotstelling remise. Dat heb ik vorig jaar ook aan Tim Krabbé laten weten, maar het staat nog niet op zijn site. Hij liet me wel weten dat hij het met me eens is. Weet u de remise te vinden?

Opgave 231 was een studie van de gebroeders Platov uit 1909. Wit wint met 1. Le7-f6 d5-d4 2. Pg1-e2 a2-a1D 3. Pe2-c1!! (3. Lxd4+ Dxd4 4. Pxd4 Kxd4 5. Kf4 Kxd3 6. Kg5 Ke4 7. Kh6 Kf5 8. Kxh7 Kf6 is remise) en nu dreigt er ineens 4. Lg5 mat. Het paard is onkwetsbaar wegens 4. Lg5+. 3. … Da5 helpt niet wegens 4. Lxd4+! En 3. … h6 faalt op 4. Le5!
Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 12 maart 2009
Orang-oetang
Aljechin speelde in de WK-match met Euwe regelmatig met een kat op schoot, volgens sommigen wegens Euwe’s kattenallergie. Euwe was bepaald niet verlegen en heeft talloze boeken gepubliceerd, maar hij rept met geen woord over enige allergie, dus geloof er maar niets van. Er zijn allerlei verhalen over blaffende en bijtende honden in de toernooizaal, waar natuurlijk álle schakers allergisch voor zijn, maar geloof me: ik heb er in veertig jaar competitiewedstrijden en toernooien nooit iets van gemerkt. Maar wat Savielly Tartakower overkwam …
Tartakower, een zeer gerenommeerde grootmeester, was in het New York International Chess Tournament van 1924 geweldig op dreef. Op een rustdag bezocht hij samen met een paar collega’s de dierentuin. Bij het apenverblijf aangekomen, leek een orang-oetang de aandacht te willen trekken van het groepje schakers. De anderen liepen door, maar Tartakower vond het erg amusant en bleef bij de apenkooi zitten.
De volgende dag opende hij met wit zijn partij tegen Geza Maroczy met 1. b2-b4, een zeer ongebruikelijke zet. In verschillende bronnen staat vermeld dat de andere toernooideelnemers de opening onmiddellijk spottend de Orang-Oetang-Opening noemden, omdat de zet kennelijk door de primaat aan Tartakower was gesuggereerd.
De werkelijkheid is natuurlijk anders. Na het verplichtende 1. b2-b4 kan wit in veel gevallen nauwelijks vermijden dat hij al vroeg in de opening ook b4-b5 moet spelen. In een kort na het toernooi gepubliceerde analyse van zijn partij tegen Maroczy beweert Tartakower zelf dat die manoeuvre hem aan het klimmen van de orang-oetang uit de dierentuin deed denken. Het verhaal over de ad remme collega's en het gezamenlijke zoo-bezoek is waarschijnlijk een verdichtsel van latere datum. De naam Orang-Oetang-Opening voor 1. b2-b4 is nog steeds in gebruik. 1. b2-b3 wordt door Bent Larsen zelfs de Baby-Orang-Utang genoemd.

Alle informatie over de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 5 maart 2009
Stappenmethode.nl
Schaken leren is tegenwoordig iets heel anders. Alle methodes van vroeger, die van opa voorop, waren broddelwerk in vergelijking met de Stappenmethode van Brunia en Van Wijgerden: een megaproject met werkboeken, leerboeken en cd’s en zelfs docentenhandleidingen met bijbehorende opleidingen tot jeugdschaakleider en trainer.
Na enkele mislukte experimenten is Cor van Wijgerden er kort geleden in geslaagd de juiste partners te vinden om zijn methode te digitaliseren. Als de nieuwe Chess Tutor echt zo goed is als de demo doet geloven, is hiermee voor de komende decennia een norm gezet. Niemand minder dan Stefan Meyer-Kahlen tekende voor de software; Meyer Kahlen is het brein achter het schaakprogramma Shredder dat al twaalf keer de wereldtitel computerschaak behaalde. Shredder is op de achtergrond ingebouwd in Chess Tutor, zodat het programma niet alleen kan zeggen of de cursist een opgave goed of fout heeft opgelost, maar ook kan laten zien waarom. Bovendien zijn allerlei andere spelvormen geprogrammeerd die handig zijn om beginners met bepaalde aspecten van het spel vertrouwd te maken. Vooralsnog is alleen Stap 1 verkrijgbaar, maar de demo belooft veel voor de vervolgstappen.
In de loop van de jaren heb ik maar één serieus punt van kritiek op de Stappenmethode gehoord: het ontbreken van smeuïge verhalen en schaakromantiek. Voor de papieren versie wist van Wijgerden die kritiek altijd overtuigend af te weren. De methode leverde het schaak, maar de smaak en de kraak moesten van de docent komen. De Chess Tutor lijkt echter vooral bestemd voor loners met een oortje en nintendo-duimen. En dan schiet het programma tekort. Er zijn geen special effects, er is geen geluid bij en niet één plaatje. Ik betwijfel of je zo de jeugd bereikt. Zelf mis ik vooral de verhalen van opa. En het programma ruikt niet eens naar koffie en sigaren.

Op stappenmethode.nl vindt u meer informatie over de methode en de nieuwe Chess Tutor. Er staan ook iedere dag acht opgaves op de site: van stap 1 t/m 8. Onze opgave 230 is de stap 5 opgave van afgelopen maandag. Zoals bij de Stappenmethode gebruikelijk verklappen we alleen dat wit aan zet is. U moet de beste zetten vinden.

Opgave 259 komt uit de partij Topalov-Kamsky, Sofia 2006. Wit won met 1. Le6-f5! Tf8-f7 2. Te5xe7! en zwart gaf op wegens 2. .. Txf7 3. Dh8+ Kf7 4. Dxf6+ Ke8 5. Dh8+ Kf7 6. Dg7+ Ke8 7. Dg8 mat.
Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 26 februari 2009
De Schaal van Euwe
Om de relatieve waarde (of ruilwaarde) van de stukken aan te geven, zijn in het verleden allerlei tabellen gemaakt. De handigste is de Schaal van Euwe. Niet dat de ruilwaardes door Euwe zijn ontdekt, maar onze wereldkampioen presenteerde het een en ander wel lekker overzichtelijk in zijn leerboeken. In de Schaal van Euwe is de pion de eenheid. Loper en paard hebben een waarde van drie eenheden. Een toren vijf. En een dame negen. ‘Ceteris paribus’ voegt hij daar nog aan toe, wat zo veel wil zeggen als ‘onder vergelijkbare omstandigheden’.
De laatste decennia lijkt het er in de schaaksport echter op dat de Schaal van Euwe helemaal op de schop moet. Met name het krachtsverschil tussen toren en loper of paard, het kwaliteitsvoordeel in schaakjargon, lijkt door de topgrootmeesters heel anders te worden geïnterpreteerd. De Sovjetgrootmeesters uit de school van Botwinnik introduceerden de zogenaamde ‘Russische kwaliteitsoffers’. Die werden veelal in gesloten stellingen gespeeld, maar Kasparov bewees dat het ook in dynamische en open stellingen kan. En inmiddels ruilt Topalov in bijna iedere partij een toren tegen een loper of paard. Het lijkt soms wel of hij nooit van de Schaal van Euwe heeft gehoord of een totaal andere tabel hanteert.
Ik kan u echter gerust stellen. Ook de wereldkampioenen vinden een toren heus nog wel ongeveer even sterk als een loper en twee pionnen. Alleen hebben zij een veel beter begrip van het vage ‘ceteris paribus’. Zij zien in bijna alle stellingen precies datgene wat de positie bijzonder maakt. Alleen in heel bijzondere omstandigheden is een paard of loper soms net iets handiger dan een toren. De kracht van de topgrootmeesters is nu juist dat ze heel bewust naar zulke stellingen toe spelen. En dan valt de Schaal van Euwe aan diggelen.

In Sofia wordt op dit moment de halve finale van het wereldkampioenschap gespeeld: een match over acht partijen tussen Vesselin Topalov en Gata Kamsky. Opgave 259 komt uit een partij Topalov-Kamsky in 2006. Veertien zetten eerder offerde Topalov een kwaliteit. Nu beslist hij de partij. Ziet u hoe?

Opgave 258 was een fraai eindspel van Emanuel Lasker. Wit wint met 1. Kb8 Tb2+ 2. Ka8 Tb2-c2 Zwart had tijdens de laatste twee zetten geen keuze wegens de promotiedreiging. 3. Tf6+ Ka5 4. Kb7 Tb2+ 5. Ka7 Tc2 De geschiedenis herhaalt zich een paar keer, waarbij de zwarte koning wordt teruggedreven. 6. Tf5+ Ka4 7. Kb7 Tb2+ 8. Ka6 Tc2 9. Tf4+ Ka3 10. Kb6 (dreigt 11. Txf2) 10. .. Tb2+ 11. Ka5 Tc2 12. Tf3+ Ka2 en nu komt de aap uit de mouw: 13. Txf2! en wint.
Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 19 februari 2009
Een voorgift
Dr. Emanuel Lasker (1868-1941) was schaakwereldkampioen van 1894 tot 1921. Dat hij de titel ooit verloor, is de enige smet op zijn carrière; hij hoorde tot kort voor zijn dood tot de absolute wereldtop.Over Lasker doet een merkwaardig verhaal de ronde. Op een passagiersschip onderweg van Europa naar de Verenigde Staten zag Lasker dat de kapitein een schaakstelling zat te analyseren. Lasker ging naar hem toe en vroeg waarom hij in zijn eentje speelde. De kapitein vertelde dat niemand tegen hem wilde schaken omdat hij veel te sterk was en hij nodigde Lasker uit voor een partijtje. Om het krachtsverschil te compenseren zou de kapitein Lasker een dame voorgeven.
Lasker deed zijn uiterste best de partij niet al te opzichtig te verliezen. Dat lukte en hij eiste onmiddellijk revanche. Alleen wilde hij het zelf nu wel eens zonder dame proberen, want dat was kennelijk heel gunstig. Dan had de koning immers meer ruimte en kon je eerder lang rokeren. Lasker hield die belachelijke redenering zo lang vol tot de kapitein toegaf. U begrijpt zijn lot. Lasker won. De kapitein kwam pas weer bij zinnen toen Lasker zich bekendmaakte.
In het schaakspel doen allerlei verhalen de ronde over voorgiftpartijen. De tegenstander van de beroemde Duitse schaakheld uit de 18e eeuw Adolf Anderssen vroeg nadat hij met een dame meer had verloren of Anderssen misschien de ‘echte’ Anderssen was. “Nee”, verklaarde Anderssen: “De echte Anderssen geeft mij weer een dame voor”.
In werkelijkheid is het bijna niet te doen. Alleen tegen absolute beginners die in het wilde weg materiaal weggeven heeft de expert met een dame minder nog enige kans. Het is alsof je je met je onderneming in het economische verkeer moet begeven, terwijl je ineens dertig procent van je vermogen mist. Zoals we allemaal weten is het al erg genoeg als de economie er drie en half procent op achteruit gaat.

Van Lasker is ook een fantastische eindspelstudie bekend. Opgave 258: wit speelt en wint. De oplossing lijkt op een verhaal dat steeds in herhalingen valt om dan ineens tot een verrassende frappe te komen.

In de competitiepartij Van Rijsewijk-Tom van Stiphout kon zwart hier de winst forceren met 1. … b4-b3+! 2. a2xb3 (of 2. Kb1 Pb4!) 2. … a4-a3! 3. Kc2-b1 Pd3-b4! en de zwarte pion loopt door.
Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 12 februari 2009
Rechtsongelijkheid
Op het professionele niveau ging het zo. De Azerbeidjaanse grootmeester Teymour Radjabov was in zijn partij tegen Nederlands kampioen Jan Smeets in grote tijdnood geraakt. Van zijn bedenktijd voor de eerste veertig zetten, had hij nog maar enkele seconden over, toen hij bij het uitvoeren van de 39e zet een stuk omstootte. Uiteraard moet een speler die de stukken omgooit in zijn eigen bedenktijd de stelling herstellen, maar in plaats daarvan beukte hij in grote haast op de klok. Dat mag natuurlijk niet. Smeets volgde zijn voorbeeld en gaf zonder een zet te doen een ram op de klok, een onder snelschakers heel gebruikelijke actie om de tegenstander te dwingen eerst de stukken recht te zetten. Daarop overschreed Radjabov de toegestane bedenktijd.
Winst voor Smeets zou je denken. In het FIDE-reglement bleek echter te staan dat Smeets de klok stil had moet zetten. Geconfronteerd met twee overtredingen, wist de wedstrijdleider niet wat hij moest besluiten. Gelukkig greep de hoofdscheidsrechter van het toernooi in: hij stelde voor het conflict in der minne te schikken. Radjabov en Smeets konden er smakelijk om lachen, gaven de partij remise en gingen als vrienden uit elkaar.
In Boxtel ging het om een snelschaakpartijtje. Het moest de beslissing brengen in een KNSB-bekerwedstrijd tussen Dubbelschaak en Pion Groesbeek. Zoals vorige week beschreven overschreed Dubbelschaker Guido Jansen de toegestane bedenktijd. Zijn tegenstander merkte dat niet, maar werd daar door een teamgenoot op geattendeerd. Die flapte er de schaakkreet "vlag" uit, van puur enthousiasme, maar het is een overtreding van de regels. Ook hier wist de scheidsrechter niet wat te doen. Na enig geharrewar werd overeengekomen de competitieleider van de KNSB een beslissing te laten nemen.
Die vond waarschijnlijk dat je die amateurs stevig moet aanpakken. De wedstrijd werd voor Dubbelschaak verloren verklaard wegens tijdsoverschrijding. Maar tot verbijstering van alle betrokkenen werd de Groesbeekse flapuit voor anderhalf jaar geschorst. Daar is vanuit Boxtel onmiddellijk tegen geprotesteerd, waarna de straf is teruggebracht tot drie wedstrijden. Moet je daar in het voetballen je tegenstander niet voor doormidden schoppen?

Tijdens de competitiewedstrijd tussen de tweede teams van Dubbelschaak en Eindhoven won Tom van Stiphout met zwart een lastig eindspel na 1. … Pd3-c5. Zoals hij direct na afloop zelf aangaf, had hij sneller kunnen winnen. Opgave 257: hoe?

In Van Dongen-Molenkamp beantwoordde wit 1. … Lg4xf3 verrassend met 2. d5xc6!! Lf3xg2 3. c6xb7 en nu komt de aap uit de mouw. 3. … Lxh1 kan niet wegens 4. Dc6+. In de partij volgde: 3. … Ta8-b8 4. Ta1-d1 Dd8xd1 (of 4. … Df6 5. Dxc7 en wint) 5. Ke1xd1! en wit won snel.
Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
Gelijkspel kost Dubbelschaak koppositie
Schaken is een moeilijk spel. Meestal echter maken de spelers van het eerste team van Dubbelschaak in de competitie duidelijk dat ze er jarenlang hard op gestudeerd hebben. In de wedstrijd tegen het zwakke De Drie Torens uit Tilburg leken er bij Dubbelschaak echter een paar absolute beginnelingen aan het bord te zitten.
Al na een kleine twee uur spelen viel de eerste beslissing. De geroutineerde en meestal oerdegelijk Michel van der Stee ruïneerde zijn eigen stelling met een totaal incorrect stukoffer. Zijn tegenstander had er geen enkele moeite mee, waarna Dubbelschaak tegen een achterstand aankeek.
Rob van Meurs topscorer van de KNSB
Veel zorgen maakten de aanwezige supporters zich echter nog niet. Op bijna alle andere borden kon Dubbelschaak op voordeel bogen. En vlotte overwinningen van Rob van Meurs en Guido Jansen brachten Dubbelschaak al snel weer op voorsprong. Rob van Meurs voert met een score van 5 uit 5 de KNSB-topscorerslijst aan. Hij heeft een toernooi-prestatie-rating van maar liefst 2397; in een internationaal toernooi zijn drie puntjes meer voldoende voor een officiële meesternorm.
Met een voorsprong op het scorebord gaven Michiel Luijpen en Hans Heijstek niet veel later hun stellingen remise. Achteraf bezien hadden ze waarschijnlijk graag doorgespeeld want ze hadden beide licht voordeel. Ze konden echter niet voorzien dat Peter Boll in tijdnood mat in vier zou missen en vervolgens in remise moest berusten. Evenmin kon iemand bevroeden dat Martien van der Meijden een vrij eenvoudig eindspel met een pion meer remise zou laten lopen. En dat Huub van Dongen een totaal gewonnen stelling nog zou verliezen, was helemaal onwaarschijnlijk.
Vier blunders
Van Dongen had met zwart op het eerste bord in een koningsgambiet zijn tegenstander totaal overspeeld. Het had beide spelers allemaal behoorlijk veel tijd gekost, maar behalve op het bord had Van Dongen ook groot voordeel op de klok. Vier kolossale fouten brachten daar verandering in, waarna hij het resterende eindspel, waarschijnlijk vooral door zijn eigen onhandige spel, na zes uur spelen en honderd zetten gewonnen moest geven.
4-4 is een zeer teleurstellende uitslag tegen hekkensluiter De Drie Torens. In de 6e ronde staat het gesponsorde talententeam van D4 uit Oosterhout op het programma. Er zal heel wat beter gespeeld moeten worden om in die uitwedstrijd de kampioenskansen in stand te houden.
Overige uitslagen
Dubbelschaak-2 boekte ondertussen een even verrassende als verdiende 4½ - 3½ overwinning op Eindhoven-2. Vooral de overwinning van Franck Steenbekkers was erg overtuigend. Dubbelschaak-3 verloor met 1½ - 6½ fors van Nuenen. Dubbelschaak-4 won met 3½ - 2½ van WLC-3 uit Eindhoven. Uitgebreide wedstrijdverslagen van alle teams en de individuele uitslagen vindt u hier.
donderdag 5 februari 2009
Spelregels
Vorige week dinsdag liepen de emoties in het clublokaal van Dubbelschaak hoog op. Tot een handgemeen kwam het niet, maar er vielen rake woorden. Er was duidelijk gezondigd tegen de spelregels. De scheidsrechter stond erbij en keek ernaar. Maar niemand wist wat hij zou moeten besluiten. Wat was er aan de hand?
Het was nacht. De Petrustoren had net twaalf uur geslagen en de KNSB-bekerwedstrijd tussen Dubbelschaak en Groesbeek was na een spannende avond schaak geëindigd in 2-2. In zo’n geval moeten vier snelschaakpotjes met slechts vijf minuten bedenktijd de beslissing brengen. Zouden die ook in 2-2 eindigen, dan was Dubbelschaak, wegens een overwinning op het eerste bord, geplaatst voor de volgende ronde. En daar zag het naar uit, want bij een stand van 2-1 voor Groesbeek was Guido Jansen enkele zetten verwijderd van mat. Op dat moment overschreed Jansen echter als eerste de toegestane bedenktijd. Maar zijn tegenstander zag dat niet en speelde door. Mat geeft in zo’n geval de doorslag, maar voordat het zo ver kwam, riep een andere Groesbeek-speler, nota bene de teamcaptain: “Vlag!”. Dat is schaakjargon voor tijdsoverschrijding.
Zoiets is een doodzonde in het wedstrijdschaak. Het lijkt nog het meeste op voorzeggen. Maar wat moet de scheidsrechter doen? De Groesbeker die de regel overtrad, was zelf al uitgespeeld. Volgens de spelregels moet hij daarna beschouwd worden als toeschouwer. En voor toeschouwers is de sanctie hooguit dat ze uit de zaal worden gezet. Zijn actie had de kansen van Jansen en daarmee van Dubbelschaak natuurlijk wel om zeep geholpen, maar in de spelregels kon niemand een rechtvaardiging vinden om de partij voor Groesbeek verloren te verklaren. Een tijdstraf slaat nergens op als alles slechts om secondes gaat. Overspelen is nauwelijks een optie na middernacht als de tegenstander nog terug moet naar Groesbeek. Maar wat dan?
Uiteindelijk nam de scheidsrechter geen beslissing. In overleg met de spelers en hun teams werd besloten de zaak voor te leggen aan de competitieleider van de KNSB. Die heeft het er kennelijk ook maar moeilijk mee, want nu, anderhalve week later, is er nog steeds geen officiële uitslag bekend. Wie weet valt het nog gunstig uit. Maar ik vrees het ergste.

In de partij tussen Huub van Dongen en Wim Molenkamp aan het eerste bord van de hierboven beschreven wedstrijd staat wit na 1. … Pd4 2. Pxd4 exd4 3. Dd3 uitstekend. Zwart had echter op de tussenzet 1. … Lg4xf3 gerekend. Hoe forceerde wit nu de winst?

Opgave 255 van vorige week: in Mecking-Rocha, Mar del Plata 1969, volgde 1. Dd7-d1! Db2xc3 2. Ta1-b1+ Kb8-a7 3. Dd1-d4+!! Dc3xd4 4. Pe5xc6 mat.
Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 29 januari 2009
Henrique Mecking
Zo opwindend als zijn opkomst geweest was, zo meeslepend was daarna ook zijn val. Mecking begon zich uiterst vreemd te gedragen. In 1978 in Wijk aan Zee deed hij zijn zetten met twee handen tegelijk, alsof de stukken heel zwaar waren. In de pers werd zijn gedrag aan een spierziekte geweten, maar de meeste deelnemers aan het toenmalige Hoogovens Schaaktoernooi vonden hem een aansteller of versleten hem voor gek. Dat idee werd verder aangewakkerd toen hij enkele jaren later lid van een sekte bleek te zijn en verklaarde door zijn geloof te zijn genezen.
Daarna was het lange tijd stil rond Mecking, tot hij in de jaren negentig plotseling weer achter het bord verscheen. Hij hoorde niet meer tot de wereldtop, maar was het schaken nog niet verleerd. Na meer dan dertig jaar is Mecking nu terug in Nederland. Er verschijnt niets over hem in de pers, dus hij zal zich, zoals een man van zijn leeftijd betaamd, wel rustig en bedaagd gedragen. Over zijn spel is jammer genoeg ook niet veel te melden: hij staat afgetekend onderaan. Hij wist tot nu toe alleen van de Indische wereldtopper Krishan Sasikirian te winnen, vooraf huizenhoog favoriet in groep B, maar totaal uit vorm. Als het een beetje mee zit, haalt Mecking hem nog in.

Opgave 255 brengt de jonge Mecking in beeld. In het zonetoernooi van Mar del Plata in 1969 bewees hij tot de wereldtop te behoren. Hier is hij met wit tegen Antonio Rocha al doorgebroken in het centrum. Mecking speelde in deze stelling de opmerkelijke achteruitzet 1. Dd7-d1! Aan u de vraag hoe hij won na 1. … Db2xc3.

Vorige week kreeg u in opgave 254 een eindspel van Troitzky voorgeschoteld. Wit wint met 1. Ke3-f3! Kh2-h1 2. Kf3-f2 Kh1-h2 (of 2. … h2 3. Pg3 mat) 3. Pe2-d4 Kh2-h1 4. Pd4-f5 Kh1-h2 5. Pf5-e3 Kh2-h1 6. Pe3-f1 h3-h2 7. Pf1-g3 mat.
Berry Withuis
Withuis was een behoorlijk sterke schaker die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog in het eerste van VAS speelde, een Amsterdamse vereniging die in die tijd grossierde in landstitels. De club speelde op een gegeven moment zelfs met drie teams in de Hoofdklasse. Een groot deel van die successen kan op het conto van Withuis worden geschreven, die bij VAS, lang voordat de schaakbond op dat terrein beleid ontwikkelde, een zeer succesvolle jeugdafdeling opzette. Later werd zijn materiaal gebundeld in de serie Jeugdschaak, de eerste officiële lesmethode van de KNSB, gesponsord door V&D.

Max Euwe en Berry Withuis bij de presentatie van Jeugdschaak in 1972
Met dezelfde sponsor organiseerde Withuis ook een enorme serie simultaantournees. Met de deelnemers aan de Nederlandse toptoernooien, reisde hij het land af. Dat was voor de grootmeesters een aardige bron van inkomsten en voor de schaakverenigingen een enorme stimulans. In winkelcentra, scholen en op schaakverenigingen schoven honderden liefhebbers aan om het tegen de toppers op te nemen.
De laatste keer dat de simultaantournee Boxtel aandeed, moet eind jaren zeventig zijn geweest. De aula van het Jacob Roelandslyceum zat afgeladen vol. Euwe gaf simultaan, maar ook Sosonko, Ulf Andersson en Withuis zelf. De sterkste clubschakers wilden bij dit soort gelegenheden natuurlijk niet graag tegen Withuis spelen. Er werd zelfs een beetje om hem gegniffeld. Euwe heeft daar indertijd de oplossing voor bedacht: hij noemde in zijn woordje vooraf Berry Withuis steevast ‘simultaangrootmeester’, een titel die nooit heeft bestaan, maar die Withuis verdiende. In Boxtel is het lachen ons in elk geval wel vergaan: hij scoorde ruim negentig procent!

Opgave 254 is een wending die in vrijwel alle jeugdschaakboeken van vroeger werd getoond. Tegenwoordig vinden we het meer iets voor gevorderden. Wit aan zet wint.

Opgave 253 komt uit een partij tussen René Olthof en Ad Kleijberg. Zwart aan zet won een stuk en de partij met 1. … d6-d5! 2. e4xd5 Lc6-b5!
vrijdag 16 januari 2009
Een koningskwestie

Het bovenstaande probleem van Charles Dealtry Locock uit 1892 is niet op te lossen door alle mogelijke zetten te proberen. Maar het is gemakkelijk te begrijpen, dat wit wint wanneer zijn koning op f4 komt, of wanneer hij e4-e5 kan doorzetten. Zwarts verdediging op dat witte plan lijkt doodsimpel: zodra wits koning op d4 komt, speelt zwart Kf6, terwijl wits Ke3 gewoon met Kg5 wordt beantwoord. Eindspelkenners noemen in zo’n geval d4 en f6, net als e3 en g5, corresponderende velden. U snapt natuurlijk wel dat d3 en g6 dan ook met elkaar corresponderen, want zwart móet Kd3 met Kg6 beantwoorden; hij moet immers anticiperen op zowel Kd4 en Ke3.
Vorige week dinsdag zagen verbaasde bezoekers van Grand Café Rembrandt hoe een aantal schakers een bierviltje in stukken braken, cijfers en letters op de brokstukken schreven en die op een schaakbord sorteerden.

Er blijken een heleboel corresponderende velden in Locock’s studie te zijn verborgen. Kc4 moet zwart beantwoorden met Kf7, want hij moet anticiperen op Kd4 en Kd3; dan moet hij Kc3 wel beantwoorden met Kg7. Zo kun je doorredeneren.
Zijn de corresponderende velden eenmaal gevonden, dan is de witte winst gemakkelijk te vinden. Wit slalomt zo naar d4 of e3 dat zwart niet de kans krijgt om op een corresponderend veld te gaan staan. De oplossing (ik zet de zetten express niet naspeelbaar op internet; het is alleen te begrijpen op een echt bord): 1. Ka1-b1! Kg8-g7 Zwart moest g8 en h8 blijven dekken. 2. Kb1-c1! Kg7-g6 De slimste poging want na 3. Kb2 Kh6! bereikt zwart na enige zetten toch weer de corresponderende velden. 3. Kc1-d1! En zwart heeft een groot probleem. Hij moet h7, h6 en h5 blijven dekken en dat kan alleen op g6, maar daar staat hij al: zetdwang. De rest is simpel. Bijvoorbeeld 3. … Kg5 4. Kc2! Kh6 5. Kd2 Kh5 6. Kc3! Kg5 7. Kc4 Kg6 8. Kd3 Kf6 9. Kd4 en zwart moet e4-e5 toelaten met simpele winst.
Voor de liefhebbers: hoe maakt zwart aan zet in de diagramstelling remise? Het antwoord vindt u volgende week op dit blog.
Oplossingen Kerst- en Oudjaarspuzzel
In Terugblikken en vooruitzien werden vier retrogradeproblemen aan de lezer voorgelegd. Daarbij zijn voor de oplossing ook de zetten van belang die gespeeld zijn voordat de diagramstelling ontstond. Daarbij zijn twee regels van belang:
- Rokeren mag, tenzij je kan aantonen dat het niet mag.
- En passant slaan mag alleen als je kan bewijzen dat het mag.

Opgave 1 is een simpel probleem van één van de grote specialisten van het sprookjesschaak en de retrograde-analyse Thomas Raynor Dawson. Bovenstaand probleem had een dubbel opdracht:
- wit geeft mat in twee
- zwart geeft mat in twee.
De eerste is gemakkelijk: 1. 0-0 en wat zwart ook speelt er volgt 2. Tf1-d1 mat.
De tweede wordt daarmee een stuk lastiger. 1. … Tc6-a6 lijkt te falen op 2. 0-0. Maar daar zit hem nu juist de crux: 2. 0-0 mag niet! Het is tegen de spelregels. Wit moet immers vóór zwarts eerste zet zelf ook iets hebben gespeeld en dat kan, zoals gemakkelijk te begrijpen valt, alleen een koning- of torenzet zijn geweest en als de koning of de toren al hebben gespeeld mag je niet meer rokeren. Als dat niet mag, volgt natuurlijk simpel 2. … Ta6-a1 mat.
Let er op dat met wit aan zet het volstrekt niet bewijsbaar is dat wit met koning of toren gespeeld zou hebben. Er kan bijvoorbeeld aan de diagramstelling iets vooraf zijn gegaan zoals 0. Pb8-c6 Tc8xc6.
Opgave 2 was een probleem van W. Langstaff uit 1922. Wit geeft in twee, afhankelijk van zwarts voorgaande zet.
Als zwart op de vorige zet met de toren of de koning heeft gespeeld, volgt simpel 1. Kf5-e6. Zwart kan niets tegen 2. Td5-d8 mat ondernemen.
Als zwart echter 0. … g7-g5 heeft gespeeld, faalt 1. Kf5-e6 op 1. … 0-0!, want wit kan niet bewijzen dat dat niet mag. In dat geval geeft wit echter mat met 1. h5xg6 en passant. Er dreigt 2. Td8 mat en op 1. … 0-0 volgt 2. h6-h7 mat.
Opgave 3 van Eric Angelini uit 1995 heeft het zelfs tot Wikipedia geschopt als voorbeeld van een retrogradeprobleem. Gevraagd wordt de voorgaande zetten te reconstrueren. Waar de witte koning op de vorige zet ook vandaan kwam, hij lijkt steeds in een onmogelijk dubbelschaak te hebben gestaan. Behalve natuurlijk als er op de vorige zet een witte pion op g4 en een zwarte pion op f4 stond die met d4xg3 en passant de witte koning in dubbelschaak zette op veld f5.
De sleutelstelling was dus:


Opgave 4, ook van de grote Thomas Raynor Dawson, is zo bijzonder dat er een aparte rubriek aan is gewijd: De boomverbranding.
In de rubriek Less is More kwamen klassiekere schaakproblemen aan de orde. Miniaturen, om de schaakliefhebber op te roepen iets minder materialistisch en vooral wat ideeënrijker de feestdagen door te komen.

Opgave 1 van de Nederlandse componist Henri Weenink (1892-1931) verbergt een minuscule Zwickmühle. Het is een probleem uit 1923. Probeer het nog maar even en speel dan de oplossing hier na.

Opgave 2, van Sam Loyd, is meteen al een stuk lastiger. Sam Loyd (1841-1911) is zonder twijfel de grootste probleemcomponist uit de geschiedenis. Hij kon sneller schaakproblemen componeren dan wereldkampioen Wilhelm Steinitz ze kon oplossen. Allerlei thema’s, zoals de retrograde-analyse uit de rubriek Terugblikken en vooruitzien, spruiten uit zijn brein voort. Overigens bedacht Loyd ook allerlei andere puzzels en breinbrekers. Er worden nog steeds boeken gepubliceerd met zijn logische en wiskundige puzzels. Maar hij bedacht bijvoorbeeld ook de ezelstruc en de zogenaamde vijftienpuzzel: dat puzzel-schuifspelletje waarbij je vierkantjes blokjes in een frame moet verschuiven om een bepaald patroon te krijgen.
In bovenstaand probleem moest wit remise maken. Dat lukt, als hij de onmacht van het paard om een tempo te winnen tegen een koning uitbuit. Hier kunt u de oplossing naspelen. Ik heb tevens een leerzaam praktijkvoorbeeld van dit eindspel bijgevoegd.

Opgave 3 van S. Belokonj uit 1969 neemt het adagium Less is More wel heel letterlijk. Wit heeft enkele minorpromoties nodig om te kunnen winnen. Kijk maar.

Opgave 4 ten slotte is een eindspelstudie uit 1892 van Charles Daltry Locock, een absolute grootheid, wat hij wel bewijst met dit probleem. Zelfs wie de oplossing na kan spelen, snapt er niets van. “Waar slaat dit op?” heb ik ijverige schaakstudenten na uren puzzelen panisch horen uitroepen. De uitleg vindt u in de rubriek Een koningskwestie.
De boomverbranding

Opgave 4 van de kerstpuzzel betrof een ondersteboven opgehangen kerstboom. Gezocht werd een mat in twee en in de inleiding werd verteld dat het een zogenaamd retrogradeprobleem was. Bij zo’n schaakopgave is het noodzakelijk rekening te houden met de zetten die aan de probleemstelling voorafgaan.
Wie het probleem probeert op te lossen door alle mogelijke witte zetten uit te proberen, komt er al gauw achter dat wit alleen in twee zetten mat kan geven wanneer hij op d6 of f6 en passant mag slaan. Maar mag dat wel? We zijn dus inderdaad gedwongen naar de voorafgaande zwarte zet te kijken. Met wat deduceren komen we een heel eind:
- De zwarte koning heeft op de vorige zet niet gespeeld. Dat kan niet, want op d8 en f8 zou hij op een onmogelijke manier dubbelschaak hebben gestaan. En op d7 en f7 stond hij schaak met pion e6. En waar kwam die dan op de vorige witte zet vandaan?
- De zwarte pionnen b7 en h7 hebben op de vorige zet uiteraard ook niet gespeeld, want ze staan nog in de beginstelling. Ook e4 kan noch gezet, noch geslagen hebben. Er moet dus inderdaad met de d- of f-pion zijn gespeeld.
- De zwarte d- en f-pion kunnen niet van de 6e rij komen, want dan stond wit schaak. Dus op de vorige zet moet zwart óf d7-d5 hebben gespeeld, óf f7-f5. Daarop leveren zoals gezegd respectievelijk 1. c5xd6 en 1. g5xf6 en passant gemakkelijk mat in twee op.
Dat is een kwestie van tellen. Om de pionnenstelling uit het diagram te bereiken, moet wit minstens tien keer geslagen hebben met een pion. Dat kan net, want zwart heeft behalve de koning nog precies vijf stukken over. Dat betekent dat de zwarte loper van c8 ook door een witte pion geslagen moet zijn. Maar dat kan alleen als die loper al in het spel was gebracht. Om de loper door te laten moet pion d7 daarom wel eerder hebben gespeeld. De laatste zet van zwart was dus 0. … f7-f5, waarop wit met 1. g5xf6 e.p. en 2. f6-f7 mat geeft.
Dit schaakprobleem van Thomas Rayner Dawson is overigens lang niet het ingewikkeldste in dit genre. Soms moet je een ware Sherlock Holmes zijn om de oplossing te kunnen benaderen. Zulke superbreinen zijn er niet zo veel, maar gelukkig zijn er in Boxtel wel verschillende liefhebbers die de overige opgaven tot een goed einde wisten te brengen. Na loting is de hoofdprijs, het antiquarische boek Nieuwe Schaakcuriosa van Tim Krabbé, gewonnen door Ebe Reitsma.
Deze week is er geen opgave van de week. Daar beginnen we volgende week weer mee. Alle informatie over de schaakbeoefening in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
woensdag 31 december 2008
Terugblikken en vooruitzien
Het heden vermaalt de toekomst tot herinneringen. De vele keuzes die er waren, blijken plotseling te zijn gemaakt. In veel gevallen is het verstandig niet te veel naar het verleden te kijken. Doe wel en zie niet om. Maar soms trekt het verleden een wissel op de toekomst. Dan moeten we met het verleden leven en er lering uit trekken.
In het schaken is het net zo. Welke zetten er gespeeld zijn, is voor het vervolg zelden van belang. De schaker denkt over de zetten die nog moeten komen. Alleen bij de rokaderegels en het en-passant-slaan is de geschiedenis in het geding. Rokeren mag immers alleen als koning noch toren gezet hebben. En en-passant-slaan kan alleen op de eerst volgende zet. Dat komt mooi tot uiting in zogenaamde retrogradeproblemen. Daarbij dient voor de oplossing ook rekening gehouden te worden met zetten die al zijn gedaan voordat de diagramstelling op het bord kwam. Een mooi thema op de drempel van het nieuwe jaar.
Bij de volgende opgaven zijn twee regels van belang:
1. Doet zich in schaakproblemen de mogelijkheid voor om te rokeren, dan mag dat, tenzij je kan aantonen dat het niet mag.
2. En-passant-slaan mag alleen wanneer je kan bewijzen dat het mag.
Opgave 1: Wit aan zet geeft mat in twee, maar zwart aan zet ook.
Opgave 2: wit aan zet geeft mat in twee, afhankelijk van de voorgaande zetten.
Opgave 3: Zwart aan zet kan eenvoudig op vier manieren mat geven. Maar wat waren de voorgaande twee zetten van wit en van zwart?
Opgave 4: deze omgekeerde kerstboom bevat een ware breinbreker. Wit geeft mat in twee. Let op: er is maar één juiste oplossing!
Oplossingen kunt u inleveren mailen aan Huub van Dongen. Iedere correcte oplossing, al is het maar van één van de vier problemen, dingt mee naar een mooi schaakboek.
woensdag 24 december 2008
Less is More
Om het goede voorbeeld te geven bestaat de kerstschaakpuzzel dit jaar uit een aantal opgaven waarin met minimale middelen een festijn van mogelijkheden wordt gecreëerd. Hier zegeviert de geest over de materie. Ook met maar luttele stukken op het bord, etaleert het schaakspel een vorstelijke rijkdom.
Oplossingen kunt u mailen aan Huub van Dongen. Iedere correcte oplossing, al is het maar van één van de vier problemen, dingt mee naar een mooi schaakboek.

Opgave 1: wit speelt en wint. Tip: pas op voor pat.

Opgave 2: wit speelt en maakt remise. Materieel voordeel maakt niet gelukkig.

Opgave 3: wit speelt en wint. Thema: patvermijding.

Opgave 4: wit wint. Een breinbreker voor gevorderden.
maandag 22 december 2008
Ad Kleijberg
Op het schaakbord is Ad Kleijberg altijd een degelijke speler geweest. Zijn houding achter het bord straalde ook iets uit van: “Hier kom jij nooit voorbij hoor”. Die lichaamstaal bleek voor menig tegenstander te veel. Ad verloor dan ook maar zelden. Bovendien had hij een gedegen kennis van het spel en meer dan voldoende techniek om de partij na de kleinste vergissing van de tegenstander zorgvuldig uit te tikken.
Dat bleek altijd vooral van belang in de competitiewedstrijden tegen andere verenigingen. In teamwedstrijden staat ‘niet verliezen’ hoog in aanzien. Maar ook doorzettingsvermogen. Wie op pure degelijkheid een partij lang weet te rekken, kan als het nodig is op het eind van de wedstrijd nog een winstpoging wagen. Ad was wat dat betreft de ideale speler. Hij nam weinig risico, maar bood ook nooit vroeg remise aan. Hij speelde bijna altijd lange partijen en als het team het nodig had, bleef hij het ijskoud tot het laatste pionnetje proberen, wetend dat vooral als de bedenktijd krap wordt, de concentratiefouten toenemen. Vooral bij de tegenstanders overigens, want Ad kon zich geweldig concentreren. In competitiewedstrijden zat hij meestal de volle speelduur als een beeldhouwwerk aan het bord.
Het afscheidsfeestje werd zaterdagavond, zoals het schakers betaamd, gevierd met een etentje, veel drank en een informeel snelschaaktoernooitje onder elkaar in Grand Café Rembrandt. Het werd een dolle boel en het afscheid was hartelijk. Ongetwijfeld houden de Dubbelschakers via het internet contact met hun voormalige teamgenoot. Maar als het er in de competitie om gaat zullen ze hem missen.

Alle informatie over het schaken in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl. Via het blog op die site kunt u ook opmerkingen over deze rubriek plaatsen.
Dubbelschaak klopt koploper UVS
Dubbelschaak heeft zaterdag 13 december een forse stap richting promotie gezet door overtuigend koploper UVS Nijmegen te verslaan. De spannende uitwedstrijd eindigde in 3-5. Daarmee heeft Dubbelschaak de gedeelde eerste plaats bereikt, samen met Veenendaal. De krachtsverschillen in KNSB-klasse 3H blijken overigens zeer gering. Veldhoven, dat bij aanvang van de competitie samen met Dubbelschaak tot de favorieten werd gerekend, staat onderaan met de Drie Torens uit Tilburg. Maar dat laatste team speelde zaterdag weer wel gelijk tegen een andere favoriet: het uit de belangrijkste Brabantse en Belgische jeugdtalenten samengestelde team van D4 uit Oosterhout. Zou 2009 een promotie voor Dubbelschaak in petto hebben?
Zaterdag bleek het niveau van de meeste Dubbelschakers ruim voldoende. UVS, waar Dubbelschaak in het verleden vaak nipt van verloor, is dit seizoen teruggekeerd uit de 2e klasse en heeft een zeer ervaren team met sterke spelers. Dubbelschaak bleek echter beslist niet voor de Nijmegenaren onder te doen. Al snel werd duidelijk dat de witspelers, Huub van Dongen op bord 1, Michel van der Stee op 3, Martien van der Meijden op 5 en Rob van Meurs op 7 hun voorzet goed had besteed en beslist op voordeel konden bogen. Bovendien had Guido Jansen met zwart aan bord 4 zijn tegenstander al snel in tactische verwikkelingen gelokt, die er op zijn minst goed voor hem uitzagen. Alleen Hans Heijstek had problemen op bord 8.
Superieur openingsspel
De Boxtelse equipe slaagde er dit keer in zeer gelijkmatig te spelen. Op bijna alle borden werd de opening door de Dubbelschakers superieur behandeld. Er werden geen belangrijke wendingen gemist. Niemand liet zich onaangenaam verrassen en als het nodig was werd er wel even stevig doorgebeten.
Michel van der Stee was als eerste klaar. In het Petrosian-systeem van het Dame-Indisch zette hij zijn tegenstander volkomen vast en drukte vervolgens, volgens de aloude lijnen van Petrosian zelf, zijn tegenstander van het bord. Rob van Meurs bracht het tweede punt binnen. Zijn tegenstander bracht in het Frans een oud idee van Bronstein op het bord, dat voor deze opening tot merkwaardige open stellingen leidt. Team topscoorder Van Meurs (4 uit 4!) wist er wel weg mee en rolde zijn tegenstander vakkundig op. En ook Guido Jansen besliste de partij feitelijk al in de opening. In het Aangenomen Damegambiet sloeg hij met zwart het witte centrum uit elkaar. Toen wit daarop in tactische verwikkelingen vluchtte, was Jansen er als de kippen bij om via een penning een pion op te pikken, waarna de partij feitelijk over was.
Moeilijke eindspelen
Huub van Dongen was intussen op bord 1 op heftige tegenstand gestuit. De Nijmeegse kopman Pim Haselager had om zich aan de witte druk te ontworstelen een goed getimed pionoffer geplaatst. Van Dongen leek zijn voordeel lang vast te kunnen houden, maar het tegenspel van zwart was voldoende om naar een remise-eindspel te kunnen vluchten. Zo werd na vier uur spelen de aangename tussenstand ½ - 3½ bereikt. Toch maakten de Boxtelaren zich nog enige zorgen. Hans Heijstek spartelde hard tegen, maar stond nog steeds zeer slecht. Ook Peter Boll op bord 2 was in problemen geraakt en bij Martien van der Meijden op bord 5 en Michiel Luijpen op 6 stonden moeilijk te beoordelen eindspelen op het bord.
Heijstek en Boll verloren uiteindelijk hun partijen, maar de spanning was eraf toen Martien van der Meijden remise maakte en het duidelijk werd dat Michiel Luijpen niet meer kon verliezen. Uiteraard deed zijn tegenstander nog een winstpoging, maar dat bekwam hem slecht. Luijpen wikkelde af naar een pionneneindspel en toen zijn tegenstander zich daar nog een foutje in permitteerde pakte hij zelfs de winst.
Uitslagen
UVS Nijmegen – Dubbelschaak: 3 - 5
Waalwijk – Dubbelschaak 2: 5 -3
Rochade Tilburg – Dubbelschaak 3: 6 – 2
ODI Uden – Dubbelschaak 4: 6 - 0
Alle indivuele uitslagen vindt u op de Dubbelschaakpagina's over de externe competities.

