vrijdag 8 juni 2007

Oordeel en plan

Door Huub van Dongen

Over weinig politiek-sociologische begrippen wordt tegenwoordig met zoveel dedain gesproken als over de maakbaarheid van de samenleving. In de jaren zeventig moest je wel heel rechts zijn om niet te menen dat door overheidsingrijpen een mooiere, betere, eerlijkere en vreedzamere maatschappij gebouwd kon worden. De leidende politici droegen dat ideaal ook uit. Nu is ‘het geloof in de maakbare samenleving’ verworden tot een onpareerbare sneer van televisiejournalisten richting politici met ambitieuze plannen.

Tegenwoordig hebben politieke partijen geen ideologie meer. Politici vragen de burgers wat ze moeten doen. Fora als Standpunt.nl, dat louter ongenuanceerde ja-nee-antwoorden genereert, lijken meer invloed te hebben dan partijprogramma’s. Van politieke leiders is het charisma belangrijker dan het ideeëngoed. Zoals de wind waait, waait m’n rokje, is het algemene politieke devies. De Partij van de Arbeid heeft er een onderzoekscommissie voor nodig om te constateren dat de storm ook wel eens tegen kan zitten.

Hoe de minachting voor maakbaarheid is ontstaan, is een raadsel. Alles wat we hebben, hebben we samen gemaakt. De riolering is geen geologisch verschijnsel. Lantaarnpalen zijn geen bomen. De deltawerken zijn duinen noch rotskust of rif. Zelfs vrede en welvaart zijn geen natuurverschijnselen. Wat wij van politici mogen verwachten, begint dan ook met een analyse van hoe we ervoor staan en ideeën van waar we naar toe willen. Ze krijgen onze stem om die ideeën te verwezenlijken, planmatig en georganiseerd.

Het lijkt wel schaken. Wie het geloof in de maakbaarheid van zijn stelling verliest, kan beter opgeven. Oordeel en Plan is de beroemdste titel uit de onafzienbare reeks publicaties van onze vader des vaderlands Max Euwe. Euwe betoogt in het boek dat een schaker bij iedere zet de kansen en bedreigingen van zijn stelling moet analyseren om tot een oordeel te komen. Op basis van dat oordeel moet hij een toekomstvisie ontwikkelen: een plan waar zijn stukken naar toe moeten. Zelfs als het uiteindelijke doel, de overwinning, nog lang niet in zicht is, helpt Euwe’s methode de schaker om zijn stukken te laten samenwerken.

Hadden we in de politiek ook maar zo’n leerboek. Wouter Bos raad ik intussen aan met Oom Jan leert z’n neefje schaken te beginnen.



Opgave 174 komt uit een partij die aan Karl Marx wordt toegeschreven. Ouderwetse propaganda, natuurlijk. Zwart speelt en wint.


In opgave 173 wint wit met 1. Pe6-f8!! Kf7xf8 2. Kf5-e6 en zwart is in zetdwang. In een partij hernandez-Sula op de Olympiade van Thessaloniki in 1984 volgde 2. .. Pg7+ 3. hxg7 Kxg7 4. Kxd6 h5 5. Ke7 h4 6. d6 h3 7. d7 h2 8. d8D h1D 9. Df8+ Kh7 10. Df7+ Kh8 11. Dxf6+ en zwart gaf op. Andere verdedigingspogingen halen ook niets uit. Bijvoorbeeld: 2. ... Pc7+ 3. Kxd6 Pa8 4. Kd7 of 2. ... Kg8 3. Ke7. Als zwart nog iets wil proberen moet hij het op de eerste zet doen met het verrassende 1. ... Kg8! Eindspelliefhebbers wordt aangeraden deze stelling zelf te kraken. De oplossing vind je onder het volgende diagram.



In deze stelling haalt 2. Ke6 Kxf8 3. Kd7 Kf7 niets uit. Winst is wel te behalen met 2. Pe6 Kf7 3. Pd8+ Ke7 4. Pxb7! Kd7 5. Pd8! Kxd8 6. Ke6 Pc7+ 7. Kxd6 Pe8+ 8. Kxc5 Kd7 9. Kd4! en wits pionnenlawine moet de overwinning brengen. Ook winnend is 2. Pxh7! Kxh7 3. Kd6 Kxh6 4. Ke7 Pg7 5. Kxd6 Kg6! (5. ... Kg5 6. Ke7! f5 7. d6 en Kg5 staat ongelukkig omdat wit in veel varianten met schaak promoveert.) 6. Kxc5! (6. Ke7? f5 7. d6 fxe4 7. d7 Pf5+ 8. Kf8 Pd4 en zwart heeft de pion gestopt.) 6. ... Kg5 7. Kb6 Kf4 8. Kxb7 Kxe4 9. Kxa6 f5 10. Kb6 f4 11. a6 f3 12. a7 f2 13. a8D f1D 14. d6+ en 15. Dd5 en wits pionnen winnen gemakkelijk.
Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 31 mei 2007

Weerwolven

Door Huub van Dongen

Ieder jaar komen er nieuwe spellen op de markt. Meestal zijn ze duur, nog vaker doodsaai, maar De Weerwolven van Wakkerdam, dat alleen uit een doosje kaartjes bestaat om de rollen te verdelen, is een positieve uitzondering. Je kunt het partyspel gemakkelijk met een stuk of zestien personen spelen zonder dat het voor iemand gaat vervelen.

Er wonen vreedzame burgers in Wakkerdam, maar helaas bevinden zich onder hen ook een aantal weerwolven. Iedere nacht slaan ze toe. De goegemeente moet daar wel tegen in verweer komen en richt daarom een volkstribunaal op dat iedere dag een verdachte ter dood kan veroordelen. Onder leiding van een verteller is er constant overleg: ’s nachts in stilte (met gebaren) onder de weerwolven, overdag heel transparant door de gehele gemeenschap tot iedereen zijn zegje heeft gedaan en er kan worden gestemd. De democratie blijkt grote moeite te hebben met de verborgen agenda van de terroristen, die zich overdag natuurlijk als zeer welgevoeglijke burgers voordoen. Na de nachtelijke moordpartij door de weerwolven wordt overdag regelmatig een volstrekt onschuldige burger op de brandstapel gezet.

Nog meer dan schaken weerspiegelt Weerwolven de werkelijkheid. In Rusland zou het een ongeëvenaarde overwinning van de democratie betekenen wanneer Gary Kasparov tegen de verdrukking in de presidentsverkiezingen zou winnen. Dat de huidige president Poetin het kwaad vertegenwoordigt, wordt in de media nauwelijks meer betwijfeld. Maar niemand kent de ware aard van Kasparov. Vóór Kasparov spreekt dat hij zich op zijn weg naar de top constant fel verzet heeft tegen de politbureauachtige praktijken van de Russische schaakbond en de FIDE. Maar toen hij eenmaal zijn doel in de schaakwereld had bereikt, hielp hij onmiddellijk de Grandmasters Association om zeep, die alle grootmeesters vertegenwoordigde. Korte tijd later richtte hij samen met WK-kandidaat Nigel Short een nieuwe schaakbond op die alle rechten op WK-wedstrijden claimde. Die bond had welgeteld twee leden: Short en Kasparov! En Kasparov was de baas.

Wist u trouwens dat Kasparov een vacht heeft tot op z’n vingers?



Opgave 173 is een ‘wit speelt en wint’.



Opgave 172 komt uit de oorspronkelijke uitvoering van de musical Chess. Wit wint spectaculair met 1. Dh6+!! Kh6 2. hg6+ Kg5 3. Th5+!! Kxh5 4. f4+! Lxe2 5. Pf6+ Kh6 6. Th1+ Kg7 7. Pe8+!! Txe8 8. Th7+ en 9. Txf7 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 25 mei 2007

Chess

Door Huub van Dongen

Maandagavond zond de AVRO een meer dan twee uur durende liveshow uit waarin de Musical Awards 2007 werden uitgereikt. Ik zal u niet lastigvallen met mijn mening over de abominabele geluidskwaliteit (werken ze in Hilversum met louter dove technici?), de groteske bombast, de zo duidelijk doorgestoken kaarten dat iedere kijker door de gaten heen al meteen kon zien wie de volgende onderscheiding zou krijgen en het feit dat de uitzending voor driekwart uit volstrekt overbodig applaus bestond. Neen, deze week blijven we positief en wijs ik er alleen op dat de musical Chess slechts twee nominaties in de wacht sleepte en geen enkele Award. Toch staat Chess, met songs al One Night in Bangkok en I Know Him So Well onder de liefhebbers van klootjesvolkcliché’s bekend als de meest muzikale musical.

Chess is een product van de ABBA-musici Björn Ulvaeus en Benny Andersson en tekstschrijver Tim Rice. Voor de oorspronkelijke productie, die in 1986 in London in première ging, werd bovendien samenwerking gezocht met de Britse schaakgrootmeester William Hartston wiens invloed heel duidelijk in het libretto en de enscenering herkenbaar was. De musical over de strijd om het wereldkampioenschap schaken, de koude oorlog en de warme liefde werd een daverend succes. Drie jaar lang stond de show avond aan avond in het Prince Edward Theatre. De première viel ongeveer samen met de start van de revanchematch tussen Kasparov en Karpov, ook in Londen. Het script herinnert in veel opzichten aan de sensatieverhalen rond de WK-matches van de naar het westen overgelopen Rus Victor Korchnoi tegen Anatoli Karpov en was dus erg actueel. Het succes was over toen de val van de muur in Berlijn de Koude Oorlog beslechtte. Ineens was alles gedateerd.

Sindsdien heeft Chess op diverse plaatsen in de wereld reprises gekend. Het verhaal werd opgepimpt, aangepast en ingekort maar het werd overal een flop. Vooral de bijdragen van William Hartston moesten er bij de modernisering aan geloven. Zelfs de slotcombinatie waarmee de held van het verhaal, de uit Rusland gevluchte Anatoli Sergievsky, in de laatste partij van de match de wereldtitel veiligstelt, is geschrapt. Ik ken schakers die alleen al voor die combinatie twee keer naar Londen reisden en een kaartje kochten.


Deze stelling (opgave 172) werd in het Prince Edward Theatre op 64 enorme beeldschermen vertoond die het decor vormden. Terwijl de muziek aanzwol, werden de zetten aan het publiek voorgespeeld. M’n mond viel open van verbazing. Ik hoorde niets meer. En ik begon veel te vroeg te klappen, want na de slotzet was de voorstelling nog niet afgelopen. Kunt u zelf ontdekken hoe wit met een lange reeks offers de partij beslist?


In opgave 171 zien we de Russische grootmeester Savakasov aan het werk. Hij speelde 1. Te1-e5!! Wijkt zwarts dame, dan kan hij Pb6 niet blijven dekken. Op 1. ... Db5xb4 volgt 2. Td3-b3. Maar op 1. … d6xe5 volgt 2. Td3-d7+!! Pb6xd7 (2. ... Kb8 helpt ook niet. Bijvoorbeeld 3. Tb7+ Ka8 4. Txb6 Dc4 5. Tb8+! en 6. Da7 mat) Txb63. Df2-a7+ en zwart loopt mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

maandag 21 mei 2007

Pannaveldjes

Door Huub van Dongen

Toen wij in 1966 naar Boxtel verhuisden, kwamen we op Selissen te wonen, in de Van Randerodestraat. Het was er een waar paradijs. Op de hoek van de straat was een pleintje met garageboxen. De meisjes konden er touwtjespringen en elastieken. Het was ideaal om te rolschaatsen. Maar meestal waren wij jongens toch wel aan het voetballen. De garagedeuren vormden ideale goals.

Uiteraard waren niet alle buurtbewoners even gelukkig met onze activiteiten. Het gebons op de garagedeuren werd een enkele oudere buurvrouw wel eens te veel en er woonde ook nog een agent die het als zijn plicht zag van tijd tot tijd de bal in beslag te nemen. Erg hoog liepen de spanningen echter nooit op. Vaak redden we de bal door die gauw over de garage te schieten, een enkele keer stuiterde hij net in de hondenpoep. En als we de bal echt een keer moesten inleveren, gingen we gewoon iets anders doen. Ik herinner me dat we eens op een mooie zomerdag met een stuk of tien jongens een schaaktoernooi hebben gespeeld. Stoelen en tafels hadden we niet. We zaten gewoon op de grond op ons pleintje.

Jongens waren we – maar aardige jongens. We veroorzaakten wel eens een beetje overlast, we haalden wel eens kattenkwaad uit, maar we kwamen allemaal goed terecht. Stakkerig wijs. En een beetje mal. Sommigen van ons bleven jarenlang fanatieke sporters. Herman Grooten, de kleinste van de club, werd Internationaal Schaakmeester.

De jeugd van tegenwoordig heeft veel te klagen. Jongelui mogen helemaal niets meer. Op de pleintjes voor de garageboxen op Selissen hangen al enkele tientallen jaren bordjes “Verboden te voetballen”. Als ik in die buurt kom, valt het me op dat er helemaal niets, zeg maar ‘geen bal’, te doen is. Het is verpest door de regelzucht. En als de jeugd op een andere manier de verveling wil verdrijven, hebben we een hanggroepjongerenprobleem. Er zijn helemaal geen aardige jongens meer. Ze groeien op voor galg en rad. En daarom moeten er pannaveldjes komen in Boxtel. Zullen we meteen ook maar her en der schaaktafeltjes neerzetten?



In opgave 171 zien we grootmeester Darmen Sadvakasov aan het werk. Hij heeft al een stuk geofferd voor de aanval. Nu maakt hij er met wit op hardhandige wijze een eind aan. Ziet u hoe?


Opgave 170 kwam uit de partij Wouter Spoelman-David van Kerkhof uit het Nederlands jeugdkampioenschap tot twintig jaar. Spoelman won fraai met 1. Pg5xf7! Txf7 2. Tf1xf6! Le7xf6 3. Dd1-h5 g7-g6 4. Lc4xf7 Kg8-g7 5. Dh5-f3 gevolgd door 6. Ta1-f1.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

zaterdag 12 mei 2007

7-1 was niet genoeg
Dubbelschaak blijft tweede

Er was een klein wondertje voor nodig, maar de ware fan blijft hopen. Dubbelschaak kon alleen nog kampioen worden wanneer in de laatste ronde ruim werd gewonnen, terwijl de enig overgebleven concurrent, Oud-Zuylen uit Utrecht, een nederlaag zou lijden. De overwinning kwam er. En over de 7-1 mocht niemand klagen al had er onderweg misschien nog net een halfje meer in gezeten. Maar Oud-Zuylen won ook en stelde zo het kampioenschap veilig.

De overwinning van Dubbelschaak kwam buitengewoon vlotjes tot stand. Michiel Luijpen en Franck Steenbakkers verrasten hun tegenstanders al zo vroeg in de partij dat ze al binnen twintig zetten beslissend materiaal wonnen. Michel van der Stee en Guido Jansen wisten ook al snel de absurditeiten in het spel van de tegenstander aan te tonen. En toen ook Peter Rijkers en Huub van Dongen al voor de eerste tijdcontrole een overwinning wisten te scoren, ging het er alleen nog om of het misschien 8-0 kon worden.

Helaas, het zat er niet in. Wil van Lankveld speelde met zwart een goede partij, maar slaagde er nergens in het evenwicht te verbreken. Remise was een terechte uitslag. Voor Rob van Meurs had er meer ingezeten. In een gewonnen dame-eindspel liep hij met zijn koning in een eeuwig schaak, dat hij gemakkelijk had kunnen verwijden.

Uiteraard is een tweede plaats in de competitie heel eervol. De eindsprint was weer indrukwekkend. Jammer genoeg werden er in het begin van de competitie te veel punten gemorst. Volgend seizoen zijn er nieuwe kansen. Het is te hopen dat de Dubbelschakers deze zomer tijdig de training zullen hervatten zodat de competitie eindelijk eens met een paar overwinningen kan beginnen.

vrijdag 11 mei 2007

De laatste ronde

Door Huub van Dongen

Zoals ik vorige week al schreef, speelt de Meesterklasse zondag gezamenlijk de slotronde in het Hervion College in Den Bosch. Dat wordt een prachtig evenement. Maar als het een beetje mee zit, wordt de rest van de landelijke competitie aanstaande zaterdag nog veel spectaculairder afgesloten. Door het hele land verspreidt, spelen maar liefst 140 teams in denksportcentra, scholen, kantines en horecagelegenheden hún laatste ronde. Het zal op niet veel plekken zo spannend worden als in Grand Café Rembrandt bij Dubbelschaak.

Dubbelschaak speelt in de 3e klasse G van de KNSB-competitie. In de laatste ronde komt het tweede team van de Westlandse Schaakcombinatie op bezoek, een team dat al gedegradeerd is en in het hele seizoen slechts één wedstrijd wist te winnen. Dubbelschaak staat tweede, maar er is nog een alleszins plausibel PSV-scenario mogelijk dat het kampioenschap zou opleveren.

Oud Zuylen, dat dit seizoen alleen van Dubbelschaak verloor, staat aan kop, met 13 competitiepunten en 39 bordpunten. Dubbelschaak en Messemaker-2 uit Gouda hebben 11 competitiepunten en respectievelijk 34 en 33 ½ bordpunt. Maar Messemaker, genoemd naar de legendarische schaker Christiaan Messemaker die de club in 1847 oprichtte, speelt in de slotronde thuis tegen koploper Oud Zuylen. Willen de Gouwenaren nog kampioen worden, dan hebben ze een 7-1 overwinning nodig en dat is wel wat veel gevraagd, maar een gewone zege is zeker niet denkbeeldig. Voor Dubbelschaak wordt het interessant als het 5-3 of meer wordt. Bij 5-3 moet Dubbelschaak met 8-0 winnen om kampioen te worden. Ieder halfje dat Messemaker meer scoort, geeft Dubbelschaak een halfje speling.

Zo’n dikke overwinning van Dubbelschaak moet lukken. De Dubbelschakers hebben op ieder bord ongeveer 200 ratingpunten meer dan hun tegenstanders. Volgens de statistieken is de normale verwachte score ongeveer 6-2. Maar de Westlanders verloren ook al met 7-1 in Wassenaar waar Dubbelschaak met 5-3 won.

Wat zal het dan een feest worden in Rembrandt! Minstens tot ‘de laatste ronde’. Of er nog veel Dubbelschakers op zondag naar de Meesterklasse zullen afreizen, valt te betwijfelen.


Opgave 170 komt uit het Nederlands jeugdkampioenschap tot twintig jaar. HMC-toptalent David van Kerkhof wordt met zwart lelijk verrast door de latere kampioen Wouter Spoelman. Wit aan zet wint.


Uit hetzelfde kampioenschap kwam het fraaie eindspel van HMC-er Twan Burg. Hij speelde met wit 1. Kc3-b4 Ka2-b1 2. Pc5-d3 Kb1-a2 3. Kb4-a4 Ka2-b1 4. Ka4-b3 Kb1-a1 5. Pd4-c2+ Ka1-b1 6. Pc2-a3+ Kb1-a1 7. Pd3-e1 en 8. Pe1-c2 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 4 mei 2007

Schaken op TV?

Door Huub van Dongen

Televisie wordt meer en meer een medium dat zichzelf niet eens serieus neemt. Zelfs de sportverslaggeving is een compleet lachertje. Afgelopen zondag werd het ultieme bewijs geleverd: het was druk op de braderie. En dat terwijl zich tegelijkertijd de allerspannendste voetbalgebeurtenis sinds mensenheugenis afspeelde. Het hele jaar door is er avond aan avond voetbal op teevee. Vorige week ging ieder sportprogramma over de laatste ronde van de Nederlandse voetbalcompetitie. Maar toen het er eindelijk om ging, zond de NOS op Nederland 1 alleen wat live radioverslag uit, terwijl Tien een aantal Amazing Animal Videos afstofte. Dat geeft weinig hoop voor de laatste ronde van de schaakcompetitie.

Zondag 13 mei is HMC Calder uit ’s-Hertogenbosch gastheer van de slotronde van de Meesterklasse van de KNSB, de eredivisie van het Nederlandse clubschaak. Alle tien teams uit de Meesterklasse spelen tegelijkertijd in het Hervion College aan de Hervensebaan. Het wordt een schaakevenement van jewelste met honderd absolute topspelers waaronder wereldkampioen Vladimir Kramnik, Nederlands kampioen Sergey Tiviakov en wereldtoppers zoals Vassily Ivanchuk, Ivan Sokolov en Loek van Wely. Nooit eerder is Den Bosch zo’n groot en sterk schaakveld te bewonderen geweest. En bijna alles moet die middag worden beslist: het kampioenschap, de drie kwalificatieplaatsen voor de Europacup en de degradatie.

HMC Calder, een team dat ongeveer voor de helft uit professionals bestaat en voor de andere helft uit jonge Bosschenaren die op de eigen club zijn opgeleid, heeft nog een redelijk kans zich voor de Europacup te kwalificeren. Er zal dan in de laatste ronde van Utrecht gewonnen moeten worden, terwijl de concurrentie wat punten moet verspelen. Voor het kampioenschap komen alleen Share Dimension uit Groningen, en HSG uit Hilversum nog in aanmerking.

Het wordt een prachtige middag in Den Bosch, maar het is onwaarschijnlijk dat de televisie erbij zal zijn. Gelukkig is het in de buurt. Er is een aparte zaal waar voor het publiek live uitleg wordt gegeven bij de partijen zodat iedereen de spanning kan volgen. En er gaan beslist een aantal Dubbelschakers naar toe. Zin om mee te rijden? Kijk dan even op de site!



Opgave 169 komt uit de eerste ronde van het Nederlands jeugdkampioenschap tot 20 jaar. HMC-er Twan Burg, zoon van de Boxtelse basketbalinternational Meriam Schouten, overtrof zichzelf door het beruchte eindspel van twee paarden tegen pion te winnen. In de diagramstelling is hij er bijna: het is mat in acht.



Na het koele 1. … Db6xb2 wint 2. Df3-f6 niet. Zwart kan alle dreigingen afwimpelen met het onwaarschijnlijke 2. … Db2-c1!!

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent. Wanneer u op zondag 13 mei met een Dubbelschaker mee wilt rijden naar Den Bosch voor de slotronde van de Meesterklasse, kunt u zich hier aanmelden. Vermeldt u a.u.b. uw mailadres zodat we u kunnen bereiken.

donderdag 26 april 2007

Sportaccommodatie

Door Huub van Dongen

Toen het nieuwe Philips-stadion in Eindhoven werd geopend, heb ik er een keer een rondleiding mogen meemaken. Ik weet nog dat ik gechoqueerd was door de kleedlokalen. De thuisclub kon er letterlijk in weelde baden. De kleedkamer voor de gasten was even Spartaans als zaalvoetballers indertijd in sporthal De Haagakker gewend waren. Wat was ik blij dat in mijn sport niet zo proleterig met de tegenstanders werd omgesprongen.

Helaas heeft de verloedering inmiddels ook in de schaaksport toegeslagen. Afgelopen weekend speelde Dubbelschaak een competitiewedstrijd in Gorinchem. Er werd gespeeld in een rommelhok dat ooit een serre geweest moet zijn achter een café. Tussen café en speelzaal was een glazen tussenwandje. In de serre was de rommel min of meer aan de kant geschoven zodat er net genoeg tafels en stoelen voor de wedstrijd geplaatst konden worden. Niet alle tafels en stoelen waren even hoog. Over de tafels waren veel te grote lappen veloursachtige stof gedrapeerd die het moeilijk maakten de benen onder de tafel te steken. Bovendien is het lokaal zo krap dat je niet kunt opstaan of lopen zonder andere spelers aan te raken. Tot overmaat van ramp was het er vies en stoffig en de vloer was zo wankel dat wanneer iemand met zijn been ging zitten trillen, wat bij schakers nog al gebruikelijk is, de opgestapelde rommel mee ging vibreren, wat een hinderlijk getik veroorzaakte. En of dat allemaal nog niet genoeg is, was het akelig koud, hooguit een graad of zestien, en het licht was abominabel: aan de ene kant verblindend fel door weerkaatsing van de zon op een spierwitte muur, aan de andere kant veel te donker.

Na een half uurtje spelen begon in het café achter het glazen wandje een dartstoernooi. Kennelijk van behoorlijk niveau, want de commentator, die toch al over een luide stem beschikte, moest het volume regelmatig volledig opendraaien bij weer een “one hundred and eighty”! Als het commentaar even stilviel, werd passende muziek opgezet. En voor een inderdaad broodnodige verbouwing, werd van tijd tot tijd een slijptol ingezet. Overigens waren de schakers niet de enige die last hadden van de geluidsoverlast. De angstaanjagend grote waakhond van het café protesteerde voortdurend luid en duidelijk.

Mochten we maar een keer tegen PSV.



Opgave 168 is een klassieker. Zwart aan zet speelde in deze stelling 1. … Db6xb2. Kan wit nu winnen met 2. Df3-f6?



In 167 moet wit een overbekende doorbraak voorbereiden. Dat kan alleen met 1. Kc3-d2!! Kg2-f3 (1. ... b5 2. d5!; 1. ... d5 2. b5!; 1. ... c5 2. dxc5 dxc5 3. bxc5 bxc5 4. Ke3 winnen allemaal gemakkelijk) en nu werkt de doorbraak 2. c4-c5! wel, net zo simpel als in het gewone ouderwetse caféprobleem.
Goede alternatieven zijn er niet:
1. b5? c5! wint simpel voor zwart.
1. Kb2 Kf2 en de doorbraak werkt niet wegens 2. c5 bxc5 3. d5? cxd5 4. b5 d4 en de witte d-pion loopt door.
1. Kc2 Kf3 2. c5 bxc5! 3. d5? cxd5 4. b5 Ke2! 5. b6 d4 en ook hier is de zwarte d-pion te sterk.
1. Kd3 Kf3 2. c5 bxc5 3. d5 cxd5 4. b5 c4+ 5. Kd4 c3! 6. Kxc3 Ke3 en hier houdt zwarts d-pion remise.
1. d5 c5! 2. bxc5 bxc5 3. Kb3 Kf3 4. Ka4 Ke4 5, Kb5 Kd4 6. Kc6 Kxc4 7. Kxd6 Kb4 8. Ke7 c4 en het loopt remise.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Barrage

Door Huub van Dongen

Een barrage is geen ‘play-off’. Dat is alleen een modieus middel om de competitie te rekken, waarin spelers of teams die helemaal niet gelijk geëindigd zijn, uitmaken wie er kampioen wordt of promoveert. Een barrage is een echte beslissingswedstrijd. Puur, eerlijk en om de een of andere reden steeds minder populair. Wordt voor play-offs steeds het argument gebruikt dat het spannend is en aantrekkelijk voor het publiek, beslissingswedstrijden worden door de sportbonden afgedaan als mosterd na de maaltijd. Ze kunnen niet vooraf worden gepland en dus worden het strafschoppen of bedenken we een ander oneigenlijk beslissingscriterium.

Ook in de schaaksport worden in de meeste toernooien allerlei gekunstelde constructies bedacht om bij gelijk eindigen een winnaar aan te wijzen. Bij zogenaamde Zwitserse toernooien, waarin niet iedereen tegen iedereen speelt, worden meestal de weerstandspunten gebruikt: de som van het aantal punten van de tegenstanders. Niet zo’n gekke gedachte, want je mag er van uitgaan dat degene wiens tegenstanders alles bij elkaar de meeste punten hebben gehaald, ook de sterkste tegenstand heeft gehad. Zijn de weerstandpunten gelijk, dan wordt het Sonneborg-Bergersysteem gebruikt: de som van het aantal tegenstanders van wie je gewonnen hebt, plus de helft punten van de spelers tegen wie je remise speelde. Een beetje een bezopen systeem en misschien spreken de schakers daarom wel onderling over het Sonnema-Berenburgsysteem.

In het Brabants Schaakkampioenschap voorziet het reglement gelukkig nog altijd in een barrage. Dit jaar eindigden er drie spelers aan kop: het vijftienjarige toptalent Mark Haast, meesterklasser Paul Span en uw stukjesschrijver. Nadat ik van Mark Haast verloor, dacht ik eruit te liggen, maar Paul Span won van Haast, waarna ik de stand weer gelijk trok door Span weg te schuiven. Het reglement voorziet in een nieuwe barrage. Pas als die weer gelijk eindigt, beslissen de weerstandspunten en het SB-systeem en dan is Mark Haast kampioen. Zo’n situatie met een dubbele barrage tussen drie spelers is in de tachtigjarige geschiedenis van Brabants kampioenschap nog nooit voorgekomen. En of het nog ooit gebeurt, is sterk te betwijfelen nu blijkt hoe lastig het is nog geschikte speeldata te vinden.


Let op: opgave 167 hierboven is niet het flauwe standaardtrucje dat iedere caféschaker beheerst. Maar wit wint wel.


Ik heb wel eens horen zeggen dat pionneneindspelen net zo moeilijk zijn als dammen. In Laveryd-Wikström maakte zwart aan zet hier remise met 1. … f6xe5! 2. g2-g4! g7-g6! 3. g4-g5! Zwart lijkt volledig in wits boze plannen gevangen. Door zetdwang verliest hij pion b4, waarna je zou verwachten dat pion c4 gemakkelijk de overkant haalt. Zwart heeft echter 3. … Kc5-b6 4. Kb3-b4 Kb6-c6 5. c4-c5 Kc6-d5 6. Kb4-b5 pat!

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

woensdag 18 april 2007

Praten

Door Huub van Dongen

Tijdens een officiële schaakpartij is het niet toegestaan met de tegenstander te praten. Er is één uitzondering: het remiseaanbod. Remise aanbieden is strak gereglementeerd. Het mag alleen als je aan zet bent: je doet een zet, zegt tegen je tegenstander dat je remise aanbiedt, en dan druk je de klok in. Volgens de competitieregels is zo ongeveer iedere andere wijze van mondelinge communicatie verboden. En daar komen wel eens problemen van.

In de normale clubcompetitie is het gebruikelijk om de tegenstander gedurende de partij een keer iets te drinken aan te bieden. Fatsoenlijke spelers gebruiken dezelfde conventie als bij het remiseaanbod: zet doen, drankje aanbieden, klok indrukken. Wie het anders doet, overtreedt een ongeschreven wet. Eén keer heb ik het meegemaakt dat een tegenstander reageerde met: “U mag niet tegen me praten tijdens de partij!” Toen was het oorlog.

Ook in het professionele schaak ontstaan er wel eens misverstanden. Miguel Naidorf en Samuel Reshevski, twee topgrootmeesteres die tot op zeer late leeftijd actief bleven, hebben volgens de overlevering de volgende conversatie gehad. Najdorf doet een zet en zegt: “Voelt u iets voor remise?” “Ja, met wolkje melk.” “Nee, sorry, ik wil alleen weten of u verder wilt spelen.” “Biedt u remise aan?” “Als u er op staat.” De beleefdheidsfrase “Voelt u iets voor …” werd door Najdorf kennelijk letterlijk gebruikt om erachter te komen of de tegenstander op winst speelde.

Het kan nog erger. Vooral in de Brabantse competitie komen de gekste situaties voor. Wat denkt u hiervan. De stelling is onduidelijk. Beide spelers kunnen tot diepe onoverzichtelijke afwikkeling besluiten, maar wit aan zet biedt remise aan. A la Najdorf doet hij het heel beleefd: “Mag ik u remise aanbieden?” Zwart riposteert onmiddellijk: “Nee dank u, doet u mij maar een rode wijn.”



In opgave 166 hierboven heeft zwart geen slinks remiseaanbod nodig om de partij te redden. Hij dreigt op allerlei manieren in zetdwang te komen, maar hij weet zich verrassend te redden.



Opgave 165 komt uit een partij tussen Jiri Obels en Huub van Dongen uit het Brabants Kampioenschap van dit jaar. Zwart won met 1. … Tc7-c2 2. Db2-b1 Ld5-e4!! Zwart heft de penning op en handhaaft de dreiging op e2 en g2.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 5 april 2007

Anne Haast

Door Huub van Dongen

Veel leken veronderstellen dat je in het schaken steeds beter wordt naar mate je de sport langer beoefent. Helaas klopt daar maar weinig van. Het wordt steeds lastiger om de enorme stroom informatie over nieuwe openingssystemen bij te houden en ook het vermogen om de nieuwe ideeën te onthouden wordt gestaag minder. Bovendien wordt de topjeugd tegenwoordig uitstekend getraind. En met een paar uur per dag snelschaken op internet hebben de jongelui al snel een routine waar de oudere generatie schrik voor heeft. Was Fischer nog een wereldwonder toen hij in 1958 op vijftienjarige leeftijd de grootmeestertitel veroverde, een normaal mens raakt inmiddels de tel kwijt hoe vaak dat record inmiddels is gebroken.

Ook in Nederland worden de titelhouders steeds jonger. Afgelopen weekend mocht ik in het Persoonlijk Kampioenschap van Brabant voor het eerst spelen tegen Anne Haast, een dertienjarig meisje uit Dongen. Ik dacht haar met een oud openingssysteem uit de jaren tachtig wel in toom te houden, maar ze verzonk in langdurig gepeins, doorzag mijn plannen en bouwde gestaag een steeds betere stelling op. Ik moest alle zeilen bijzetten om nog net remise te maken en als ik eerlijk ben, vraag ik me zelfs af of ze het in de slotstelling nog niet even had moeten proberen.

Anne verloor in het Brabants Kampioenschap alleen van haar oudere broer Mark. Dat was natuurlijk ook wel een erg ongelijke strijd. Anne heeft waarschijnlijk wel duizend kinderlijke potjes van hem verloren en Marc weet precies wat voor systemen ze speelt. In alle andere partijen maakte ze echter duidelijk dat haar spel uiterst volwassen is. Ze won onder andere van Meesterklasser Paul Span. Het zou me niets verbazen als ze komende zomer een aantal titelresultaten weet te scoren in de vele open toernooien die op de kalender staan. Op het drukbezochte forum op http://www.utrechtschaak.nl/ worden inmiddels al kratjes bier ingezet bij weddenschappen hoe snel ze WIM (Woman International Master) of WGM (Woman International Grandmaster) zal zijn. Ik wed niet mee, maar als haar ontwikkeling zo doorgaat, zijn dat bescheiden titels. In het Brabants Kampioenschap speelde ze in de tweede ronde tegen een geroutineerde speler het Cochrane Gambiet (1. e4 e5 2. Pf3 Pf6 3. Pxe5 d6 4. Pxf7). Dat is een opening voor echte kerels!

In opgave 165 hierboven is zwart aan zet. Hoe beslist hij de partij onmiddellijk?


In opgave 164 was de vraag hoe zwart wint na 1. Dd3-a6+ Tb7-b6 2. Da6xa7? De oplossing: 2. … Dd4xf2+!! 3. Kg2xf2 Pg7-d4+ en op iedere koningszet geeft Tb6 schaak waarna de dame op a7 ongedekt staat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Persbericht 2 april 2007

Huub van Dongen gedeeld eerste in Brabants Kampioenschap
Drie generaties op het podium

Het Persoonlijk Kampioenschap van de Noord-Brabantse Schaakbond dat afgelopen weekend in Oosterhout werd gespeeld, had dit seizoen een bijzondere bezetting. Er hadden zich veel piepjonge tieners ingeschreven, maar ook een aantal gearriveerde Meesterklassers van HMC Den Bosch en enkele ouwe glories. Als vijftigplusser moet oud-kampioen Huub van Dongen ook tot die categorie worden gerekend, maar hij liet zien dat er nog terdege rekening met hem moet worden gehouden.

Van Dongen nam in het zware weekendtoernooi (zes partijen van vier uur in drie dagen) vanaf de eerste ronde de leiding. Z’n straffe tempo kon alleen worden gevolgd door de zestienjarige Marc Haast. Bosschenaar Paul Span, drievoudig kampioen en ook dit keer de grote favoriet, had in de eerste ronde een pijnlijke nederlaag moeten slikken tegen de dertienjarige Anne Haast. Dit supertalent was beslist de smaakmaakster van het toernooi. Ze hield ook van Dongen op remise en bleef tot op het eind van het toernooi in de top meedraaien.


Marc Haast, Paul Span en Huub van Dongen. Foto: Ad Bruijns

In de laatste ronde kreeg het toernooi een verrassende ontknoping. Span, die na z’n nederlaag alles won, kwam op vijf punten. Marc Haast en Huub van Dongen die in de laatste ronde tegen elkaar speelden, hadden er al vier en een half. Wie won, zou kampioen zijn. Van Dongen speelde met zwart en koos voor de licht inferieure Kalashnikov-variant van het Siciliaans. Hij hoopte er z’n jonge opponent mee te verrassen, maar het leverde hem alleen een slechte stelling op. Haast zette echter veel te optimistisch voort en trapte in een gemene val die Van Dongen voor hem had opgezet. Van Dongen won een centrumpion en wikkelde af naar een voordelig dametoreneindspel. Iedereen verwachtte dat hij het vervolgens geroutineerd uit zou schuiven, maar kennelijk liet de conditie toch te wensen over. Bovendien bleek de jonge Marc Haast maar een heel klein kansje nodig te hebben om de remise door eeuwig schaak te vinden.

Dankzij die uitslag kwamen er drie generaties op het podium: Marc Haast, Paul Span en Huub van Dongen. De prijzenpot werd gedeeld, maar er moet nog een barrage volgen om de titel die tevens recht geeft op deelname aan de halve finale van het Nederlands Kampioenschap. Dubbelschaak heeft aangeboden de barrage in Boxtel te organiseren.

donderdag 29 maart 2007

Na afloop

Huub van Dongen

Na een voetbalwedstrijd is het de gewoonte urenlang gechoqueerd te miepen over de tactische overwegingen van de coach. Veel zinnigs valt over dat alles niet te zeggen, want zelfs als er televisiecamera’s langs de lijn stonden, kan niemand met zekerheid zeggen wat de consequenties waren geweest van een andere opstelling of van iets opportunistischer spel.

In de schaaksport is de analyse achteraf een stuk wetenschappelijker. Van vrijwel iedere zet is met zekerheid vast te stellen of er een betere mogelijkheid was. Dat is een kwestie van studeren en diverse mogelijkheden uitproberen, wat tegenwoordig dankzij de computer vrij eenvoudig gaat. Zo’n bestudering van de eigen partijen is erg leerzaam. Zelfs overwinningen moeten kritisch worden bekeken. Zo won ik afgelopen weekend in de competitie een spectaculaire partij van de veelvoudig Zeeuws kampioen René Tiggelman. Direct na de partij was ik enorm tevreden. De sportieve prestatie mocht er ook zijn. Maar na analyse bleek het een foutenfestival van jewelste. In opkomende tijdnood zagen we om beurten bijna om de andere zet een betere mogelijkheid over het hoofd.

In woorden komt de kritiek hier op neer: gebrek aan kennis door onvoldoende voorbereiding, te veel tijdverbruik in relatief eenvoudige stellingen waardoor er tijdens de latere complicaties op intuïtie moest worden gespeeld, gebrek aan tactische vaardigheden en te weinig gevoel voor gevaar. Voor wie zo’n vijfendertig jaar in de landelijke competitie heeft gespeeld, is dat een tamelijk schokkende conclusie.

Nog schokkender is het om te constateren dat in andere disciplines dan de sport de bereidheid om van de eigen fouten te leren steeds meer ontbreekt. Op 27 maart stond in de Volkskrant dat uit een onderzoek aan de Sorbonne blijkt dat slechts één op de tien fusies en overnames succesvol is. Toch zijn schaalvergrotingen bij bedrijven en instellingen nog altijd aan de orde van de dag. Het allerchoquerendst maakt Balkenende het wel met zijn kabinet. Hij wil zelfs voorkomen dat er onderzoek wordt gedaan naar mogelijke fouten in het verleden. Zou hij bang zijn voor een soort voetbalanalyse?



Bovenstaande stelling is typerend voor de partij Tiggelman-Van Dongen. Wit speelde hier het zwakke 1. Dc2. Zwart hoopte op 1. Dd3-a6+ Tb7-b6 2. Da6xa7? waarna zwart met een mooie truc wint. Dat is opgave 164. Wanneer wit echter 2. Dc8! speelt heeft hij goede remisekansen.



Opgave 163 was een eindspelstudie van Frinck. Als zwart veld h8 bereikt, is het remise. Wit wint met 1. Lh3-d7! Kf2-e3 2. H2-h4 Ke3-e4 (2. … Kf4 3. Kd4 is meteen uit.) 3. h4-h5 Ke4-e5 4. h5-h6 Ke5-f6 5. Ld7-e8 en zwart moet de pion doorlaten.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

Serieuze kampioenskansen Dubbelschaak
Eerste en tweede team winnen overtuigend

Dubbelschaak-2 heeft in de 2e klasse van de Noord-Brabantse Schaakbond al het hele seizoen op kampioenskoers gevaren. Na een 6-2 overwinning van afgelopen zaterdag op Schavo-2 uit Tilburg kan de titel de Boxtelnaren nauwelijks meer ontgaan. Dat het eerste team in de landelijke competitie ook nog kansen op een grote titel zou krijgen, was na de moeizame competitiestart nauwelijks te bevroeden. Maar een serie uitstekende wedstrijden heeft Dubbelschaak-1 plotseling op een gedeelde tweede plaats gebracht met een aanzienlijk lichter programma dan de concurrentie.

Dubbelschaak-1 speelde zaterdag thuis tegen Middelburg, een zeer gerenommeerd team dat dit seizoen ver onder de maat presteert. Daar bleek in Boxtel geen verandering in te komen, al hielden de meeste Zeeuwen lang stand. Dubbelschaak kwam snel met 1-0 voor via Peter Rijkers op bord acht, wiens tegenstander weinig bleek te snappen van de Catalaanse opening. Helaas stond daar ook al snel een nederlaag tegenover van Michiel Luijpen aan bord drie en een remise van Wil van Lankveld op bord zeven. Maar toen begon Boxtel aan het betere sloopwerk.

Lange partijen
Toen alle partijen van het tweede en derde team na ruim vier uur spelen al waren beslist, werd in het eerste team aan maar liefst vijf borden nog op het scherpst van de snede gestreden. Maar het zag er wel buitengewoon vertrouwenwekkende uit, want alle Dubbelschakers stonden zo goed als gewonnen. Aan het eerste bord bewees Huub van Dongen zijn team een grote dienst door kandidaatmeester René Tiggelman te verslaan. Na de opening wist Van Dongen met zwart zijn tegenstander een erg tweesnijdende stelling op te dringen. Tiggelman offerde een toren voor de aanval, maar raakte na ruim vijf uur spelen met allerlei kansen over en weer de draad kwijt.

Kort daarop besliste ook Martien van der Meijden zijn partij. Hij had de hele partij beter gestaan en bracht in het eindspel zorgvuldig een pion naar de overkant. Dat lukte Ad Kleijberg jammer genoeg niet. Kleijberg moest in remise berusten, maar bracht zo wel het vierde punt binnen. Daarna kon de overwinning niet meer in gevaar komen, want zowel Rob van Meurs aan bord zes als Guido Jansen op twee hadden zowel op het bord als op de klok aanzienlijk voordeel. Ze scoorden dan ook allebei nog een vol punt al moest Guido Jansen zijn naamgenoot Cor Jansen wel in een remisestelling door de klok jagen.

Twee kansen op een kampioenschap
6-2 tegen Middelburg is een uitstekende prestatie. Dubbelschaak staat er nu uitstekend voor. Gelijk met Voorschoten en Messemaker uit Gouda, die allebei nog tegen koploper Oud-Zuylen moeten spelen. Dubbelschaak heeft een veel lichter programma: de degradatiekandidaten Regiohakkers uit Giessenburg en de Westlandse Schaakcombinatie.

Nog betere kampioenskansen heeft Dubbelschaak-2. Met nog slechts één wedstrijd te gaan is de voorsprong zo groot dat zelfs een forse nederlaag geen roet meer in het eten kan gooien. Tegen Schavo kwam de einduitslag tot stand via overwinningen van Gileon Berkelmans, Coen Sannen, Niels Heijstek en Martion van Driel. Aan de andere borden werd het remise. Helaas kon Dubbelschaak-3 niet in de feestvreugde delen. Tegen Groot-Ravenstein werd geen enkele overwinning geboekt en slechts drie schamele remises.

donderdag 22 maart 2007

Emmanuelle

Door Huub van Dongen

In de tweede helft van de jaren tachtig stak SWIFT (Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication) enorme bedragen in de schaaksport. Daar zullen beslist zakelijke overwegingen aan ten grondslag hebben gelegen. Schaken staat voor intelligente doordachtheid. Het wordt beoefend door nerds die hard nodig zijn in technologisch hoogstaande innovatieve bedrijven. En het spel krijgt wereldwijde aandacht. Maar het was toch vooral de invloed van de toenmalige topman en medeoprichter van SWIFT, schaakfanaat Bessel Kok, die de doorslag gaf om het schaakspel als marketinginstrument te adopteren. Zo gauw Bessel Kok in 1991 bij SWIFT vertrok, was het over met de sponsoring.

Bessel Kok is een mecenas van de oude stempel. Hij heeft sindsdien behalve schaaktoernooien allerlei kunstprojecten, filmproducties en festivals gefinancierd. Onlangs wilde hij nog president van de wereldschaakbond worden. En overal waar hij opduikt wordt hij omringd door mooie vrouwen die graag in andermans weelde willen baden. Ik heb altijd gedacht dat het mijn eigen kleingeestige fantasie was waardoor ik me dit soort zakenlui in hun privéleven alleen kon voorstellen door het zachte focus van oude erotische films. Maar het is verdorie echt waar!

“Bessel Kok is een belangrijk zakenman” is de eerste zin van Sylvia Kristel’s autobiografie Nue, die enkele weken geleden in Nederlandse vertaling verscheen. Dat is sexy genoeg voor een schaakrubriek, dunkt mij. Om misverstanden te voorkomen: het is een heel mooi geschreven en meeslepend boek, een aanrader voor iedereen. Sylvia Kristel is na haar uiterst succesvolle filmcarrière door drank, drugs en financiële stommiteiten aan de grond geraakt. Dat beschrijft ze in het boek. Maar het eerste hoofdstuk schept hoop. Daarin vertelt ze hoe Bessel Kok enkele jaren geleden van een nostalgische fan een toegewijd vriend en beschermer werd. Sterker nog, Bessel Kok maakte het mogelijk dat ze samen met ghostwriter Jean Arcelin een autobiografie in het Frans uitbracht. Heeft u de kolossale publiciteitscampagne rond het boek de afgelopen weken gezien? Zo ging het Frankrijk ook. En in Spanje, Japan, Groot-Brittannië, Amerika. Bessel Kok heeft la Kristel weer op de rails gezet. Die Bessel!



Opgave 163 vraagt beslist niet om soft focus, maar om een heldere blik en rechtlijnigheid. Wit wint.


Opgave 162 laat zien hoe de Bossche scholier David van Kerkhof in zijn debuutpartij in de meesterklasse de gerenommeerde Marcel Piket wegcombineerde. Hij begon met 1. Th1xh7!! Kg7xh7 2. Td1-h1+ Kh7-g7 3. Pf3-h4! Waarna zwart zich niet meer kon verweren. Er volgde nog 3. … Dc7 4. Dxg6+ Kh8 5. Pf3+ Pfh7 6. Pg5 Pgf6 7. Lf7! En zwart gaf op.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 16 maart 2007

Onno Quist

Door Huub van Dongen

Afgelopen zondag werd De Ontdekking van de Hemel van Harry Mulisch uitgeroepen tot het beste Nederlandstalige boek aller tijden. Omdat dit een schaakrubriek, zie ik ervan af een boekbespreking te schrijven vol scherts, satire en ironie over de modieuze kryptoreligieuze flauwekul in dit boek, maar ik kan er niet onderuit iets over het meesterwerk te zeggen. Met de uitverkiezing heeft het publiek namelijk niet alleen Harry Mulisch gehuldigd, maar ook bijgedragen aan de onsterfelijkheid van een roemruchte schaker, grootmeester Hein Donner, die model heeft gestaan voor hoofdpersoon Onno Quist.

Het is niet zo maar een portret dat Mulisch schildert. Hij beschrijft zijn vriend ten voeten uit, liefdevol, met volop aandacht voor zijn bombast en bombarie, maar ook met een tedere welhaast Rembrandteske belichting van zijn menselijke zwakheden. Het portret is ook buitengewoon gelijkend. Wie Donner gekend heeft, ziet het meteen. Onno wordt geïntroduceerd als “een grote gestalte (…) extatisch als een geïllumineerd mysticus (…) geïnspireerd door de weerstand die hij opriep. Hij wist dat hij zich aanstelde, maar hij werd meegesleept door zijn eigen woorden.” Alleen is Quist geen schaakgrootmeester maar filoloog en zelfs dat klopt, want Donner schijnt zijn exegetische boekje Mulisch, naar ik veronderstel altijd zijn belangrijkste publicatie te hebben gevonden.

Ook de talrijke dialogen met de andere hoofdpersoon, Mulisch’ alter ego Max Delius, zijn uiterst Donneriaans. Ik kan het niet laten er voor de Mulisch-adepten een raadseltje van te maken. In welk hoofdstuk staat de volgende dialoog, de oplossing vindt u binnenkort op dit weblog.

“Je zou Koning Oidipous als de eerste detective kunnen beschouwen. En het leuke is dat de detective het zelf heeft gedaan. Want Oidipous is op zoek naar de moordenaar van zijn vader en tenslotte blijkt, dat hij het zelf is.”
“Ja, maar dat is eigenlijk nog niks. Je zou een detective moeten bedenken, waarin de lezer het gedaan heeft.”
Onno aarzelde geen moment: “Max, die detective is al geschreven: het Nieuwe Testament.”




Als opgave 162 een stelling uit het glorieuze debuut van HMC-er David van Kerkhof in de Meesterklasse. Wit speelt en wint.



Opgave 161 was veel eenvoudiger. Na 1. Pe5-c4 Ta8-d8 2. Pc4-e3 Td5-d2 had wit in Van Dongen-Erwich 3. Tf1-d1 achter de hand. Wegens zijn zwakke onderste rij heeft zwart niets anders dan ruilen en berusten in remise.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

Over het Mulisch-raadsel: ik raad u dringend aan de hele Ontdekking van de Hemel er op na te lezen, maar ik ben bang dat u het antwoord niet vindt. Zoek rustig verder. Ik kom er op terug.

donderdag 8 maart 2007

Jaloers

Door Huub van Dongen

Clairy Polak dacht nog even dat het een grap was. Maar het was bloedserieus. Een prachtig voorbeeld van een principe dat iedereen kent die spelletjes speelt om te winnen: houd je opties open. Het blijkt ook in de werkelijkheid van belang. Misschien wel van levensbelang.

Laten we het principe eerst maar eens met een schaakvoorbeeld demonstreren. Net als het maatschappelijk leven is het schaakspel veel te ingewikkeld om alle consequenties van je beslissingen tot het eind toe te voorzien. Een ervaren schaker zal daarom proberen de zetten zo ver te berekenen tot hij op een punt komt waar hij nieuwe keuzes moet maken. De redenering is in woorden ongeveer aldus: ik heb nu een gezonde positie (x); ik kies allemaal verantwoorde zetten om vanuit deze positie x in positie y te komen; positie y moet daarom ook wel gezond zijn, dus het heeft geen zin nu al voor positie y te bedenken of ik daar voortzetting a, b of c moet kiezen. Sterker nog: hoe meer opties er in positie y zijn, hoe beter de kansen. Ik moet dus zetten doen die zo veel mogelijk opties openhouden.

Bij andere spelletjes, of het nu om boter-kaas-en-eieren, backgammon, dammen of go gaat, werkt het principe precies hetzelfde. Wilt u een voetbalvoorbeeld? OK. Het ligt voor de hand dat je nooit iemand aan moet spelen die geen kant op kan, maar juist een medespeler die de ruimte heeft keuzes te maken om bijvoorbeeld diep te spelen, de vleugel op te zoeken of een mannetje te passeren.

Ook in het echte leven gaat het erom opties open te houden. Tweede Kamerlid Khadija Arib beantwoordde daarom Clairy Polak’s vraag of ze, wanneer dat mogelijk zou zijn, bereid was haar Marokkaanse paspoort af te geven, heel terecht met een duidelijk neen. Haar argument dat ze de mogelijkheid open wilde houden om te kunnen vertrekken zo gauw de Wildersen aan de macht komen, geeft te denken. Ze heeft gelijk. Ik zou de miljoen Nederlanders die in dezelfde situatie verkeren dringend willen aanraden voor dit soort noodgevallen zuinig te zijn op hun tweede nationaliteit.

Zou ik misschien met de juiste zetten in de toekomst een situatie kunnen creëren waarin ik ook de keuze heb te vluchten voor de vrijheden die de PVV zich wil permitteren? Ik moet er eens goed over nadenken.



In opgave 161 dreigt zwart de d-lijn te veroveren. Wit kan natuurlijk zelf ook op de d-lijn gaan staan, maar zwart staat al klaar om er een tweede toren bij te halen. Wit had echter een andere optie open gehouden. Hij koos voor 1. Pe5-c4 Ta8-d8 2. Pc4-e3 Td5-d2. Hoe moet wit voortzetten om z’n keuze te verantwoorden.



In opgave 160 uit de partij Hoffmann-Borst speelde zwart 1. … g6-g5+. Wit kon meteen opgeven. Na slaan is het mat en gaat de koning naar de 3e rij dan volgt 2. … Dc3+.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Boxtelse schaakteams uiterst succesvol
Dubbelschaak-1 klopt 'Bobby Fischer'

Wereldkampioen Robert James Fischer is na zijn overwinning op Spassky in 1972 zo beroemd geworden dat overal ter wereld schaakclubs naar hem zijn genoemd. Zo ook in Wassenaar, waar ze voor het jeugdige 'Bobby' kozen, de koosnaam waarmee hij furore maakte toen hij als dertienjarige wonderkind kampioen van de Verenigde Staten werd. In eerste instantie heette alleen de jeugdafdeling van de Wassenaarse club Bobby Fischer, maar de jeugd heeft in Wassenaar de oudere schakers overvleugeld. Ook de Boxtelse schakers van middelbare leeftijd hadden de grootste moeite met de jongelui uit het villadorp. Maar gelukkig gaf de ervaring uiteindelijk de doorslag.

Jeugdige tegenstand

De Boxtelaren keken vreemd op toen ze in het denksportcentrum van Leiden de tegenstanders uit Wassenaar aan tafel zagen zitten. Vooral de twee jongetjes op bord vier en vijf baarden opzien: Jan en Julian van Overdam, respectievelijk 10 en 11 jaar oud! Dat werd er niet minder op, toen de partijen langzamerhand op gang kwamen. Hun Boxtelse tegenstanders Martien van der Meijden en Michel van der Stee, samen toch zeker goed voor veertig jaar competitie-ervaring, kwamen beiden in een zeer bedenkelijk tot verloren middenspel terecht.

Gelukkig ging het op de andere borden van een leien dakje. Michiel Luijpen liep met wit binnen de kortste keren een beduidende oudere speler omver en ook Rob van Meurs was al snel klaar met iemand van de oudere garde.

Wassenaar moest het duidelijk van de jeugd hebben. Op bord zes bijvoorbeeld werd Dubbelschaak’s vice-kampioen Guido Jansen keihard van het bord gecombineerd door een kereltje dat hooguit zestien kan zijn geweest.

De ervaring wint

Die tussenstand van 2-1 bleef lang op het bord staan. Huub van Dongen voegde er een halfje aan toe door op het eerste bord de jonge Fide-meester Frank Erwich remise af te dwingen. Martien van der Meijden pakte het volgende halfje toen z’n piepjonge opponent een beetje slap voortzette. En toen bleek Michel van der Stee de jongste Van Overdam ineens toch te hebben geflest en stond Dubbelschaak 4-2 voor.

In de resterende partijen keepte Ad Kleijberg z’n stelling fraai naar remise en miste Wil van Lankveld nog even de winst. De winst van 5-3 komt Dubbelschaak heel goed uit. Ineens is ieder degradatiegevaar verdwenen en mag de Boxtelse club voorzichtig weer omhoog kijken. Met nog drie wedstrijden te gaan staat de nummer één slecht twee punten hoger terwijl Dubbelschaak duidelijk een veel lichter programma heeft.

Overige teams

Dat Dubbelschaak-2 dit jaar gaat promoveren, is al zo goed als zeker. Dit keer werd BSV-3 in Bergen op Zoom met 5½ - 2½ verslagen. Met nog slechts twee wedstrijden te gaan heeft Dubbelschaak twee competitiepunten en vijf bordpunten voorsprong. Vooral eerstebordspeler Hans Heijstek kan dit jaar niet genoeg worden geprezen: hij won opnieuw en staat daarmee bovenaan de topscoorderslijst van de Brabantse competitie.

Dubbelschaak-3 won de uitwedstrijd tegen Oisterwijk-2 met 4½ - 3½ . Het was een spannende wedstrijd waarin vooral de winst van Jaap Gottlieb met loper en één pion tegen vier pionnen opviel: een keurig staaltje eindspeltechniek!

Complete ranglijsten en individuele uitslagen:
Dubbelschaak-1: http://www.schaakbond.nl/comp/knsb06a/3g.htm
Dubbelschaak-2: http://www.nbsb.nl/download/0607/Klasse%202B.txt
Dubbelschaak-3: http://www.nbsb.nl/download/0607/Klasse%203C.txt

vrijdag 2 maart 2007

Slechte mensen

Door Huub van Dongen

De strijd tussen wit en zwart op het schaakbord is al ontelbare keren vergeleken met de strijd tussen goed en kwaad. De vergelijking slaat nergens op. Wit en zwart in het schaakspel zijn waardevrije begrippen, zoals dat in de maatschappij ook zou moeten zijn.

Het kwaad, de slechtheid, komt tot uiting in het willens en wetens overtreden van regels voor het eigen gewin en ten nadele van de ander. Een voorbeeld: je mag volgens de spelregels van het schaken de tegenstander niet hinderen. Toch legt er natuurlijk geen wedstrijdleider een sanctie op als je bijvoorbeeld per ongeluk iets op het bord morst. De boel wordt opgeruimd en de tegenstander krijgt er misschien wat bedenktijd bij. Pas als iemand expres de rust verstoort, wordt de wedstrijdleider erbij gehaald en volgt een sanctie.

Op dit moment doet zich zoiets voor in de Tweede kamer en in de media. Het is bepaald niet volgens de regels – het doet er zelfs niet toe of we het over fatsoensregels, discussieregels, parlementaire regels of het wetboek hebben – om iemands loyaliteit in twijfel te trekken op basis van zijn afkomst. Als de PVV-ers dat nu uit domheid of onhandigheid deden, dan was het vervelend en losten we het samen wel op. Maar nee, ze doen het willens en wetens en bij herhaling. Ze beweren iets, niet omdat ze het menen, maar omdat ze er hun aanhang onder xenofoben mee kunnen vergroten. Want Wilders c.s. weten natuurlijk heus wel dat een tweede paspoort er helemaal niets toe doet als iemand het in Nederland zo ver heeft gebracht dat hij voor minister of staatssecretaris wordt voorgedragen. De meeste allochtonen kúnnen nog niet eens van hun tweede nationaliteit afkomen al zouden ze dat willen.

Het wordt hoog tijd dat het kwaad op het politieke schaakbord in Nederland tot de orde wordt geroepen. Na de “achterlijke cultuur” van Fortuyn en de “tsunami” van Wilders is het genoeg geweest. De paspoortenkwestie is opnieuw pure discriminatie om electoraal gewin. De wedstrijdleider dient op te treden. Een dergelijk overtreding van de regels is zo zwaar dat verdere uitsluiting van de wedstrijd volgens mij de enige juiste sanctie is. De tuchtcommissie kan verder onderzoeken hoe lang de schorsing moet duren.



Hoe merkwaardig het in een schaaktoernooi kan lopen bewees HMC-lid Filip Borst. Hij won in de eerste ronde van het Noteboomtoernooi vanuit de diagramstelling van opgave 160 met zwart van de sterke Duitse Meester Michael Hoffmann en verloor vervolgens vijf keer op rij. Maar z’n truc in de eerste ronde mocht er zijn. Ziet u het ook?



In opgave 159, Huub van Dongen-Migchiel de Jong, Noteboomtoernooi 2007, volgde 1. a6-a7+ Kb8-a8 2. Kb6-a6 g6-g5 3. Ph2-g4 h3-h2 4. Pg4xh2 g5-g4 5. Ph2-f1 g4-g3 6. Pf1-e3 g4-g2 7. Pe3-d5 g2-g1D 8. Pd5-c7 mat.



U had ook nog de oplossing te goed van opgave 158. Wit kan op een bijzondere manier met een penning pat op het bord toveren: 1. g7-g8D! Ld5xg8 2. Lh2-g1! Door de penning kan zwart alleen op g1 promoveren, maar promotie tot dame of toren is pat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 22 februari 2007

Weekendtoernooien

Door Huub van Dongen

De marathon staat als een zware sport bekend. De triatlon staat nog hoger aangeschreven. Verder misschien nog de wielerzesdaagse of een etappekoers van enkele weken over de weg. Maar schaken zal niet gauw genoemd worden als een inspannende bezigheid. Een beetje luilebollen en houten poppetjes verschuiven. Wie wordt daar nou moe van?

Vrijwel alle schaaktoernooien worden tegenwoordig in de vorm van een weekendtoernooi gespeeld en ieder weekendtoernooi begint met een partij op vrijdagavond. Voor de meeste deelnemers uiteraard na een gewone werkweek en een paar uur stress in de file om op tijd te komen. Die vrijdagavondpartij duurt ongeveer vier uur. Om te winnen zul je je tegenstander echt uit moeten knijpen, want krukken wagen zich niet aan een dergelijk toernooi. Na de partij nog even gauw een paar biertjes om de schaakstellingen uit het hoofd te verdrijven en dan naar bed. Want op zaterdagochtend om 9.00 uur begint de tweede ronde.

Die zaterdag is verschrikkelijk. Er staan drie partijen op het programma. In totaal 12 uur schaken. Iedere zet die je doet is weer een examen. Je wordt overhoord door een specialist die er belang bij heeft om jou op een foutje te betrappen. Gedurende de dag wordt het ook steeds benauwder en gaat het steeds harder stinken in de speelzaal. En wie van 9.00 tot 13.00 uur en van 14.00 tot 18.00 uur en van 19.30 tot 23.30 uur achter het bord heeft gezeten met nog net tijd voor een haastige lichte maaltijd tussen de rondes door, lukt het nooit om zonder een stevige slok de slaap te vatten.

Het zijn toch al zo’n bleekneusjes die schakers, maar op zondagmorgen zou Mart Smeets beslist in vervoering raken door het stille lijden van de nerd. Het grote afzien van de stoempers uit het wielerpeloton valt erbij in het niet. Maar verwacht niet dat de watjes weeklagen. Ze zijn om 09.00 uur weer present voor opnieuw twee vier uur durende intelligentietests. Het wordt steeds duidelijker dat denken pijn kan doen. Sommige spelers kunnen een zacht kreunen niet meer onderdrukken. Voor de winnaars valt het al niet mee. Maar och arme de geknakten. Uitgeput reizen ze zondagavond naar huis. Maandagochtend moet er weer gewerkt worden.



Zondagochtend in het Noteboomtoernooi. Na bijna vier uur spelen en met nauwelijks bedenktijd over bereikte wit de bovenstaande stelling. Opgave 159: hoe forceert wit de winst?


Opgave 158 was (in Brabants Centrum) onoplosbaar. In het diagram stond ten onrechte een witte loper op d5 in plaats van een zwarte. Daarom doen we voor deze ene keer de opgave opnieuw. Hoe houdt wit aan zet remise?

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

woensdag 21 februari 2007

The Bad Bishop

Door Huub van Dongen

Bijna alle begrippen uit de schaakstrategie zijn geïntroduceerd door Wilhelm Steinitz (1836-1900), de eerste officiële wereldkampioen. Steinitz kwam uit Praag, hij studeerde in Wenen, maar verbleef ook lange tijd in Londen, New York en Moskou. Hij publiceerde vooral in het Engels. Ik denk dat hij een dichter was.

In de schaakstrategie gaat het natuurlijk al gauw over de relatieve waarde van de stukken. Paard en loper zijn meestal ongeveer aan elkaar gewaagd en ze hebben op het schaakbord al menige oorlog uitgevochten. Maar in de meeste talen stelt de beschrijving helemaal niets voor. Een strijd tussen ‘knight’ en ‘bishop’ zet alles in een historische context.

Vooral de ‘bad bishop’ prikkelt natuurlijk de fantasie. Een ‘slechte loper’ stelt daarmee vergeleken niets voor. In het schaken gaat het om een loper die ernstig in zijn bewegingsvrijheid wordt gehinderd door zijn eigen pionnen. Een witveldige loper is vaak tot lanterfanten gedoemd als zijn eigen pionnen op wit zijn vastgelegd. In het eindspel legt hij het bijna altijd af tegen een heroïsch strijdende ‘good knight’.

Uiteraard is het inzicht in het schaakspel sinds de tweede helft van de 19e eeuw aanzienlijk gegroeid. De strategische wetten van Steinitz worden door het grootmeestersgilde steeds vaker met een korreltje zout genomen. En ook de amateur moet het inmiddels zijn opgevallen. Werden we in de jaren zestig van de vorige eeuw via de boeken van Euwe nog vertrouwd gemaakt met de principes van Steinitz, al eind jaren zeventig zagen we wereldkampioen Karpov bij voorkeur met een ‘bad bishop’ zijn tegenstanders over de kling jagen.

Hoe de schaakstrategie zich heeft ontwikkeld, wordt helder uitgelegd door John Watson, in Secrets of Modern Chess Strategy. Voor schakers met enig taalgevoel is het bovendien een erg hilarisch boek. De mooiste hoofdstuktitels: Pawns: in chains and doubled up, The Contemporary Knight, Royalty in Our Times en vooral het onvegetelijke The New Morality of the Bad Bishops.


Dat bisschoppen af en toe een beetje kunnen toveren, blijkt uit opgave 158: wit maakt remise.


De machtige loper op a1 helpt wit in opgave 157 om de partij snel met 1. Tg1-g3 te beslissen. Er is geen verdediging tegen de dreiging 2. Dxh7+ Kxh7 3. Tg3+ en mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 8 februari 2007

Transactiekosten
Door Huub van Dongen

Correspondentieschaak is nooit bijzonder populair geweest. Dat is geen wonder, want het is één van de meest inspannende disciplines van het schaakspel. Tijdens toernooien spelen de deelnemers alle partijen tegelijkertijd. De bedenktijd van 30 dagen per 10 zetten is weliswaar ruim, maar bij meer dan tien deelnemers gaat het beslist nachtrust kosten als er ook nog gewerkt moet worden. Bovendien was correspondentieschaak per post altijd behoorlijk prijzig. Dat heeft in het verleden tot opmerkelijk kostenbesparende ideeën geleid.

Zo ontwikkelde de Nederlandse Schaakbond in een ver verleden een methode om de zetten als drukwerk in een open envelop te verzenden, want dat was vroeger voordeliger. Er mocht absoluut niets met de hand bijgeschreven worden, want dat controleerde de PTT, maar door de kaarten op een bepaalde manier af te knippen kon de zet aangegeven worden. Daar is eind jaren veertig nog een serieus conflict over ontstaan tussen de KNSB en de posterijen, want die waren bepaald niet gelukkig met dit soort slimmigheidjes.

Een andere kostenbesparing kon gerealiseerd worden toen het girale betalingsverkeer op gang kwam. De zetten werden gewoon bij de mededelingen opgeschreven en aangezien correspondentieschakers een puur numerieke notatie gebruiken (a t/m h worden gewoon vervangen door 1 t/m 8 en alleen beginveld en eindveld van een zet worden aangegeven) kraaide er geen haan naar als bij een overmaking van f 1,00 in plaats van Pg1-f3 factuurnummer 7163 werd vermeld. Je schoot er hooguit een piek bij in als je met wit verloor en zo netjes was om bij wijze van opgave nog even factuur 0-1 te betalen.

Het waren duistere tijden en bij internationale partijen werkte de girale methode niet. Gelukkig hebben de schakers inmiddels samen met hun nerd-vriendjes het internet uitgevonden. Het correspondentieschaak is er niet populairder door geworden, want daarin wordt de competitie door het computergebruik natuurlijk wel erg zwaar op de proef gesteld. Maar voor een gewoon gezellig potje hoeft u maar in te loggen op één van de vele internetschaakclubs en u zit binnen de kortste keren met iemand van de andere kant van de wereld te vluggeren. Het kost helemaal niets.


Opgave 157: deze stelling komt uit een correspondentiepartij uit 1897 tussen de beroemde Tsjigorin en ene Yakubovich. Wit speelt en wint.



De tweezet van opgave 156 kent als verrassende oplossing 1. Dh1-e4. Zoals gemakkelijk is na te gaan, is het nu op iedere zwarte zet mat in één.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Persbericht Dubbelschaak
Dinsdag 6 februari 2007

Dubbelschaak blijft in de middenmoot
Tweede team op kampioenskoers

Afgelopen zaterdag speelde Dubbelschaak met alle teams thuis. Voor het eerste team stond er veel op het spel. Aangezien in de 3e klasse van de landelijke competitie ongeveer alle teams gelijk staan, kon winst of verlies tegen het sterke Voorschoten het verschil uitmaken tussen kampioenskansen en degradatiegevaar. Het werd uiteindelijk een gelijkspel. Door de overige uitslagen in de poule is nu werkelijk alles nog open.

De grote zaal van Grand Café Rembrandt was zaterdagmiddag al helemaal ingericht voor de viering van carnaval. Op één kleinigheidje na: er stonden vierentwintig schaaktafels opgesteld en er heerste lange tijd een serene stilte die pas werd verstoord toen laat in de middag de eerste partijen hun beslissing vonden. Zoals gebruikelijk was de jonge held van het 3e team, de 12-jarige jaap Gottlieb, het eerste klaar van iedereen. Snel spelend had hij zijn minstens vijftig jaar oudere tegenstander in een snelle aanvalspartij overrompeld. Helaas bleef dat voor het 3e team de enige vermeldenswaardige prestatie, want tegen de Oude Toren uit Berkel-Enschot werd een 6½ - 1½ nederlaag geleden. Gelukkig deed Dubbelschaak’s 2e team het veel beter: 6 - 2 tegen Rochade uit Tilburg. Met twee competitiepunten en vijf bordpunten voorsprong zit een kampioenschap en promotie er dik in.

Maar wat had Dubbelschaak-1 het zwaar. Dubbelschaak-topper Franck Steenbekkers, die eigenlijk geen competitie wil spelen maar bereid was op het laatste moment in te vallen voor een zieke Peter Rijkers, trof op het 8e bord veelvoudig Voorschoten-kampioen Marcus Driessen die wegens een vormcrisis op een laag bord was opgesteld. Het werd een geweldige clash die uiteindelijk in remise eindigde. En aan de hoge borden, waar Dubbelschaak ook zeker dacht te kunnen scoren, ging het nog erger mis toen Huub van Dongen zich totaal verrekende op een diepe combinatie en moest opgeven, terwijl Guido Jansen er met wit ook al niet doorkwam. Tot overmaat van ramp verloor Rob van Meurs op drie ook.

Nog voordat Ad Kleijberg met zijn bekende degelijke spel en ijzeren wil de aansluitingstreffer kon scoren, had Wil van Lankveld in remise moeten berusten. Met nog twee partijen onbeslist en een punt achter steeg de spanning tot ondraaglijke hoogte. Onder de feestelijk guirlandes en lampionnen werd door vele toeschouwers zenuwachtige gefluisterd. De Boxtelaren slaakten een hoorbare zucht van verlichting toen ruim anderhalf uur later Martien van der Meijden de gelijkmaker scoorde en Michiel Luijpen, ondanks vliegende tijdnood het gelijkspel wist veilig te stellen. U zult begrijpen dat de feestzaal nog goed van pas kwam die avond.

Voor nog uitgebreidere verslagen én de individuele uitslagen zie: www.dubbelschaak.extern.

donderdag 1 februari 2007

Cynisme

Door Huub van Dongen

Het is u vast en zeker ook wel eens opgevallen bij sportverslaggevers. Ze hebben alles al gezien. Ze vinden er niets meer aan. Toch kijken ze iedere dag nog een stuk of tien voetbalwedstrijden. Vervolgens klagen ze tegen de televisiekijker dat ze weer zo’n saaie wedstrijd moeten becommentariëren.

Tot mijn stomme verbazing is ook de schaakwereld plotseling met dit virus besmet. Afgelopen zondag werd het Corus Schaaktoernooi afgesloten. Twee weken lang stond de hele wereldtop daar op het strijdtoneel. De televisie schonk er één keer aandacht aan. Dat was al heel wat, want de televisie heeft geen schaakverslaggevers, daarvoor moet je bij de dagbladen zijn. Maar dat die, over zo’n ongemeen spannend topevenement, zulke lauwe stukjes schreven, is op z’n minst raar. Opwindender was het zelden. Dat blijkt wel uit de eindstand. Er eindigden maar liefst drie spelers op de gedeelde eerste plaats: Aronian, Radjabov en vicewereldkampioen Topalov. Wereldkampioen Kramnik kwam een halfje te kort.

Nóg minimaler was het enthousiasme in de media voor de grootmeestergroepen B en C: er werd met geen woord over gerept. Toch waren het zeer aantrekkelijke toernooien met een heel interessant deelnemersveld. Hebt u ergens iets gelezen over het 12-jarige Chinese meisje Hou Yifan? Nee? Het toernooi is al afgelopen, maar de schaakrubriek van Brabants Centrum heeft dan toch een primeur voor u. Die deed mee. In groep C. Tussen allemaal doorgewinterde keiharde professionals. Ze won onder andere overtuigend van de Nederlandse grootmeesters Harmen Jonkman en John van der Wiel en ze vaagde het Nederlandse supertalent Wouter Spoelman, die inmiddels al wel zestien is, als een kleutertje van het bord. Voor Hou Yifan is het gebrek aan aandacht niet zo erg. Ze komt er wel. Maar wat moeten een organisatiecomité en een sponsor dán nog verzinnen om de pers te halen?

De schaakverslaggeving in de dagbladen is in handen van schakers die alles al gezien hebben. Toen Judith Polgar in 1989 als 13-jarige aardig mee bleek te kunnen komen in het OHRA-toernooi in Amsterdam, konden ze nog juichen en applaudisseren. Nu halen ze hun schouders op. Is het misschien tijd voor een aflossing van de wacht?



De website van het Corus Schaaktoernooi publiceerde tijdens het toernooi iedere dag een nieuwe schaakpuzzel. Een voorbeeld. Opgave 156: wit geeft mat in twee.


In opgave 155 had wit net 1. b4-b5 gespeeld. Nu La6 veld f1 niet meer dekt won zwart met 1. … e4-e3! 2. b5xc6 (Of 2. fxe3 Lxe3+ 3. Pxe3 Dxe3! 4. Dxe3 Tf1+ 5. Txf1 Txf1 mat) 2. … e3xf2+ 3. Pd1xf2 Tf3xg3+ 4. Kg1-h1 Lh3-g2+ 5. Kh1-g1 Lg2-f3+.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 25 januari 2007

Zero tolerance

Door Huub van Dongen

Misschien komt het omdat ik in de softe sixties en seventies ben opgegroeid, maar bij de roep om keiharde maatregelen word ik altijd een beetje lacherig. Lastige tieners, gesjoemel met uitkeringen, te hard rijden, roken, boerka’s … alle kleine ongemakken hebben zero tolerance als remedie. Alleen de zware criminaliteit mag op enige coulance rekenen. In het schaken is het niet anders. De grootschalige oplichterspraktijken van de wereldschaakbond worden al decennialang getolereerd. Maar minimale vergrijpen, zoals het verzuim om voor de partij je mobieltje uit te zetten, leiden tot onmiddellijke diskwalificatie.

In de officiële spelregels van de wereldschaakbond is sinds enkele jaren een artikel opgenomen dat het bij zich dragen van ‘mobile devices’ tijdens een schaakpartij verbiedt. Uiteraard is de regel vooral bedoeld om te voorkomen dat schakers tijdens de partij op de wc een palmtopcomputer met een schaakprogramma raadplegen. En ook aan de hinderlijke ringtones in de speelzaal moest nodig een einde worden gemaakt. Omdat het inleveren bij de wedstrijdleider op praktische bezwaren stuit, is in Nederland het artikel zo aangepast dat spelers wel een mobieltje bij zich mogen hebben, maar dat het uit moet staan. Gaat er toch een telefoon over tijdens de wedstrijd, dan krijgt de eigenaar niet eens meer een waarschuwing, maar direct een reglementaire nederlaag.

Rob van Meurs had vorige week in de bekerwedstrijd Dubbelschaak-Veenendaal zijn telefoon per ongeluk op de trilstand laten staan. Het ding ging over, Rob probeerde het uit te zetten, waarna de andere kant van de lijn ineens hardop begon te praten. Exit Rob. Maar het kan erger. Op weg naar een verre uitwedstrijd werd Ton Timman (inderdaad de broer van) bij de vorige competitieronde met een fikse treinvertraging geconfronteerd. Uiteraard belde hij nog even dat hij toch echt onderweg was. De scheidsrechter was echter onverbiddelijk: wie een uur te laat komt, verliest wegens tijdsoverschrijding. Ton haalde het net. Hij rende naar z’n bord, deed gauw z’n eerste zet, pakte z’n notatieboekje en dacht meteen aan z’n gsm. Even uitzetten. “Piep”, zei het ding. “Nul”, zei de scheidsrechter.



Opgave 155 komt uit de genoemde bekerwedstrijd Dubbelschaak-Veenendaal. Zwart speelt en wint.


Opgave 154 komt uit een partij Huub van Dongen-Manuel Bosboom. Wit won met 1. Dd4-e3! Lf3-b7 (1. … Txg3+ levert alleen een paar schaakjes op.) 2. De3xe6+ Kg8-h8 3. f5-f6! Tc8xc3 (andere zetten halen evenmin iets uit) 4. De6xd6 Tc3-c8 (4. ... Tc3xd3 5. Dd6-d8+ en mat) 5. Dd6-d8+ Dh5-e8 6. f6-f7! De8-f8 7. Dd8xc8! Lb7xc8 8. Td3-d8 en zwart gaf op.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Gewoon inloggen als 'other' of 'anonimous'. U vindt er ook een tip om tot de juiste oplossing te komen.

vrijdag 19 januari 2007

Manuel Bosboom

Door Huub van Dongen

In Nederland staat al sinds 1938 het belangrijkste schaakevenement van het jaar in januari geprogrammeerd: het Hoogovens Schaaktoernooi, dat tegenwoordig Corus Schaaktoernooi wordt genoemd. Het is een echte Klassieker. Ook voor de gewone clubschakers, want dankzij de enorme piramide van tienkampen kunnen ambitieuze amateurs in dit toernooi opklimmen naar de grootmeestergroepen. Hoe mooi het kan gaan, zien we aan Manuel Bosboom, die vorig jaar groep 1B won en daarom dit jaar in Grootmeestergroep C speelt. Hij is tot nu toe de held van het toernooi en de enige Nederlander die naar behoren presteert. Na drie ronden staat hij met 2½ punt aan kop in zijn groep. De andere Nederlanders bungelen allemaal onderaan.

De veteraan Bosboom is dit jaar aan een ware comeback bezig. Hij plaatste zich onlangs ook al voor de finale van het Nederlands Kampioenschap. Dat is heel goed nieuws voor de schaakliefhebbers, want Bosboom heeft een prachtige stijl, met veel oog voor dynamiek en nauwelijks respect voor materiële verhoudingen.

Onder kenners wordt Bosboom vooral bewonderd als snelschaker. In die discipline hoort hij tot de wereldtop. Enkele jaren geleden mepte hij tijdens het Corus Snelschaaktoernooi zelfs Gary Kasparov van het bord. En in het Lightning Chess, de snelste discipline met maximaal twee minuten bedenktijd voor de hele partij, is Bosboom nóg sterker. De meeste tegenstanders weten niet wat hen overkomt. Er wordt zelfs geklaagd dat Bosboom zo snel zet dat je z’n hand niet ziet bewegen.

Overigens moet u er niet raar van opkijken als er binnenkort een gigantische dopingrel rond Bosboom uitbarst. Hij maakt er geen geheim van dat hij allerlei geestverruimende middelen gebruikt. Die drugs zullen hem bij het schaken niet helpen, maar ze staan wel op de dopinglijst en ook in de schaaksport wordt tegenwoordig gecontroleerd. Toen vorig jaar een aantal rebellen tegen het dopingreglement het ‘Schaken-onder-invloed-toernooi’ organiseerden, kwam Bosboom opdagen met een geavanceerde cannabisverdamper. Z’n ooghandcoördinatie leed er weinig onder: hij won het snelschaaktoernooi dik.


Hoe wisselvallig Bosboom kan spelen, moge blijken uit opgave 154 uit een partij die ik jaren geleden voor de KNSB-beker tegen hem speelde: wit speelt en wint.


Opgave 153 komt uit een competitiepartij Huub van Dongen-Cees van de Burght. Wit won met 1. Te2-f2!! Lc8xe6 (als zwart op f2 slaat met loper op dame volgt 2. Ld3+ en Dh8 mat) 2. Tf2xf7 Ta8xd8 3. Tf7xg7+ Kh7-h8 4. Tg7-g4+ en zwart gaf op.

Onder 'comments' kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Gewoon inloggen, bij voorkeur als 'other' als u geen 'blogger' bent, maar als 'anonimous' lukt het ook.
Dubbelschaak uit KNSB-beker
Ongelukkige nederlaag tegen Veenendaal


Het had zo mooi kunnen zijn. Een overwinning in de tweede ronde van de KNSB-beker had Dubbelschaak in de volgende ronde een wedstrijd tegen één van de Nederlandse topclubs uit de Meesterklasse opgeleverd. Maar het mocht niet zo zijn.

De nederlaag tegen Veenendaal, dat net als Dubbelschaak uitkomt in de 3e klasse KNSB, kwam op uiterst ongelukkige wijze tot stand. Feitelijk ging het al binnen een kwartier spelen mis toen de telefoon van Rob van Meurs ging. Dat betekende een reglementaire nederlaag en dat komt in een wedstrijd over vier borden wel heel erg hard aan.

Toch kreeg Dubbelschaak nog kansen. Huub van Dongen scoorde op het eerste bord met zwart een fraaie aanvalsoverwinning. De slotcombinatie met pionnendoorbraak, torenoffer en Zwickmühle kan zo in de combinatierubriek. Korte tijd later werd duidelijk dat ook Guido Jansen aan bord vier zou gaan winnen. De hele partij had hij z’n tegenstander onder druk gezet. Die wist nog op een verrassende manier af te wikkelen naar een eindspel, maar Guido had uitstekend beoordeeld dat ook met weinig materiaal zijn positionele voordeel doorslaggevend zou zijn.

Daarmee kreeg Michiel Luijpen de kans om de balans definitief in Boxtels voordeel om te buigen. Hij stond echter iets minder en ook zijn bedenktijd was danig geslonken. Uiteindelijk verloor hij in een dame-eindspel een pionnetje, waarna er geen houden meer aan was.

Zo stond het dinsdag kort na middernacht opeens 2-2 en dan komt het op verlenging met snelschaakpartijen aan. Helaas was het telefoontje waardoor Rob van Meurs zijn partij verloor echt dringend geweest. Als een speler eenmaal op het wedstrijdformulier staat, kan hij niet vervangen worden. Dus ook de verlenging begon Dubbelschaak met een 1-0 achterstand. Bovendien zou Dubbelschaak er bij een nieuw gelijkspel uitliggen omdat dan het vierde bord uit de reguliere wedstrijd afvalt. Die druk was te groot. Alleen Guido Jansen won opnieuw. Michiel Luijpen en Huub van Dongen konden het met vijf minuten bedenktijd niet bolwerken. Exit Dubbelschaak. Bah.

donderdag 11 januari 2007

All in

Door Huub van Dongen

Tot voor kort werd in lichtelijk louche bedrijfstakken zoals de reisbranche, de autohandel en het verzekeringswereldje de term ‘all in’ gebruikt. Dan klonk de offerte pas echt betrouwbaar. “Gewoon inclusief alles” heb ik een Eindhovense busondernemer wel eens horen zeggen. In heel korte tijd heeft de uitdrukking ‘all in’ echter een totaal andere betekenis gekregen. ‘All in’ hoort tegenwoordig tot het exclusieve domein van het meest ongure lid van de denksportfamilie: poker.

Jeminee. Wat een bedragen gaan daar om. Iedere avond kun je op televisie zien hoe alom bewonderde grootheden een doodsimpel kaartspelletje zitten te spelen om potten van tienduizenden euro’s. Pokerprofessionals, voetballers en sinds maandag ook BN-ers. Ze trekken af en toe een moeilijk gezicht, het zogenaamde pokerface, en denken dan een paar minuutjes na. Daarbij zullen ze ongetwijfeld de kans proberen in te schatten om te winnen, maar hun berekening heeft bij gebrek aan gegevens noodgedwongen een grote onzekerheidsfactor. Ook allerlei psychologische factoren nemen ze in ogenschouw: het karakter en de manier van spelen van de tegenstanders en natuurlijk vooral hoe goed die op hun beurt een pokerface op kunnen zetten. En dan natuurlijk ook nog de grootte van de pot en de hoeveelheid fiches die de tegenpartij bezit. Maar hoe lang ze ook denken, de uiteindelijke beslissing blijft een gok.

Wat dat betreft lijkt poker sprekend op schaken. Slechts bij hoge uitzondering kun je in het schaakspel exact uitrekenen wat de consequenties van je zetten zullen zijn. Meestal blijft er toch minstens een kleine onzekerheidsfactor over en soms, heel af en toe, is de stelling gewoon te moeilijk voor een sterveling. De meeste schakers zullen in zo’n geval proberen het risico zo veel mogelijk te beperken en voor een veilige voorzichtige voortzetting kiezen. Maar er zijn van die lieden, die juist dan ‘all in’ gaan. Zonder concrete berekening offeren ze materiaal met het risico dat ze alles kwijt zijn, maar ook met de kans de ander af te bluffen of tot fouten te verleiden. Juist voor die helden, met hun nerveuze grimassen en van schrik bevende handen, bestaat in de schaakwereld de grootste waardering. Het is tenslotte een geluksspel. Laat de denkers maar pokeren.



Opgave 153: hoe wint wit? Blufzetten zijn overbodig.



Opgave 152 uit een oude partij Vukovic-Deutsch was een fraaie dubbelschaakcombinatie. Wit wint met 1. Dd4-d8!! Ke8xd8 2. Ld2-g5+ (dubbelschaak) Kd8-e8 3. Td1-d8+ Ke8-f7 4. e7-e6+ Kf7xe6 5. Pe2-f4+ Ke6-f7 6. Pf3-e5 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 5 januari 2007

Het halve werk

Door Huub van Dongen

Gewoon het kistje op het bord omkieperen, de stukken opzetten en spelen maar. Zo eenvoudig is het, maar voor de serieuze competitieschaker komt er heel wat meer kijken bij het spelen van een schaakpartij. Lang voor de wedstrijd worden er al goede voornemens gemaakt. Over de bedenktijd die gespaard zal worden door het simpel te houden en niet te gaan prakkiseren over volstrekt onoverzichtelijke verwikkelingen. Over de concentratie op momenten dat er van alles in de zaal gebeurt om je af te leiden: duimen in de oren en doorschaken! En over de discipline om achter het bord te blijven zitten, ook als de tegenstander heel lang nadenkt.

De schaaktechnische voorbereiding gaat nog veel verder. Alle bronnen worden aangeboord om erachter te komen wie in de competitie de meest waarschijnlijke tegenstander is. Dan worden zo veel mogelijk partijen van hem opgezocht. In welk type stelling is hij erg bedreven en waar liggen z’n zwakke plekken? Welke opening is het meest geschikt om hem in verlegenheid te brengen? En dan kunnen de openingsboeken uit de kast worden gehaald. Tegenwoordig heeft iedere zichzelf respecterende schaker een elektronische database met een paar miljoen partijen om ideeën uit te putten. Maar het meeste steekt de clubschaker toch wel op van de monografieën, waarin topgrootmeesters bepaalde openingsvarianten tot op het bot ontleden. Dat is bijna zuivere wetenschap.

Wie zich zo voorbereid, is tot de tanden gewapend. Zelfs als er onverhoopt een andere tegenstander aan het bord plaatsneemt, heb je veel opgestoken van de voorbereiding en verkeer je in de juiste schaakroes om tot een optimale prestatie te komen. Zouden de eerste teamspelers van Dubbelschaak het op kunnen brengen hun competitiewedstrijden voortaan zo in te gaan? Misschien dat 2007 Boxtel dan toch weer eens een kampioenschap en een promotie brengt. Maar veel kans daarop zie ik niet. Zo serieus zijn de toppers van Dubbelschaak al lang niet meer. En dat is wel zo gezellig! Komt u maar gerust een keer meespelen.


Opgave 152 vraagt u om te laten zien hoe wit kan winnen.


Opgave 151 kwam uit een partij tussen de Hongaar Barcza en de grote David Bronstein. Bronstein won met 1. … Pf4xd3! 2. De4xf5 Pd3xe1! De eerste van een serie zwarte tussen zetten. Wit kan de dame niet redden wegens de dreiging Pf3 mat. 3. Kg1-f1 Pe1-c2+ 4. Ld2-c1 Ta1xc1+ 5. Kf1-e2 Pc2-d4+ 6. Ke2-d2 Pd4-b3+ en op de volgende zet kan zwart eindelijk veilig de dame terugpakken en dan staat hij een stuk voor.

Onder comments kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Gewoon inloggen als 'other' of 'anonimous' als je niet zelf een blogger bent.