donderdag 22 februari 2007

Weekendtoernooien

Door Huub van Dongen

De marathon staat als een zware sport bekend. De triatlon staat nog hoger aangeschreven. Verder misschien nog de wielerzesdaagse of een etappekoers van enkele weken over de weg. Maar schaken zal niet gauw genoemd worden als een inspannende bezigheid. Een beetje luilebollen en houten poppetjes verschuiven. Wie wordt daar nou moe van?

Vrijwel alle schaaktoernooien worden tegenwoordig in de vorm van een weekendtoernooi gespeeld en ieder weekendtoernooi begint met een partij op vrijdagavond. Voor de meeste deelnemers uiteraard na een gewone werkweek en een paar uur stress in de file om op tijd te komen. Die vrijdagavondpartij duurt ongeveer vier uur. Om te winnen zul je je tegenstander echt uit moeten knijpen, want krukken wagen zich niet aan een dergelijk toernooi. Na de partij nog even gauw een paar biertjes om de schaakstellingen uit het hoofd te verdrijven en dan naar bed. Want op zaterdagochtend om 9.00 uur begint de tweede ronde.

Die zaterdag is verschrikkelijk. Er staan drie partijen op het programma. In totaal 12 uur schaken. Iedere zet die je doet is weer een examen. Je wordt overhoord door een specialist die er belang bij heeft om jou op een foutje te betrappen. Gedurende de dag wordt het ook steeds benauwder en gaat het steeds harder stinken in de speelzaal. En wie van 9.00 tot 13.00 uur en van 14.00 tot 18.00 uur en van 19.30 tot 23.30 uur achter het bord heeft gezeten met nog net tijd voor een haastige lichte maaltijd tussen de rondes door, lukt het nooit om zonder een stevige slok de slaap te vatten.

Het zijn toch al zo’n bleekneusjes die schakers, maar op zondagmorgen zou Mart Smeets beslist in vervoering raken door het stille lijden van de nerd. Het grote afzien van de stoempers uit het wielerpeloton valt erbij in het niet. Maar verwacht niet dat de watjes weeklagen. Ze zijn om 09.00 uur weer present voor opnieuw twee vier uur durende intelligentietests. Het wordt steeds duidelijker dat denken pijn kan doen. Sommige spelers kunnen een zacht kreunen niet meer onderdrukken. Voor de winnaars valt het al niet mee. Maar och arme de geknakten. Uitgeput reizen ze zondagavond naar huis. Maandagochtend moet er weer gewerkt worden.



Zondagochtend in het Noteboomtoernooi. Na bijna vier uur spelen en met nauwelijks bedenktijd over bereikte wit de bovenstaande stelling. Opgave 159: hoe forceert wit de winst?


Opgave 158 was (in Brabants Centrum) onoplosbaar. In het diagram stond ten onrechte een witte loper op d5 in plaats van een zwarte. Daarom doen we voor deze ene keer de opgave opnieuw. Hoe houdt wit aan zet remise?

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

woensdag 21 februari 2007

The Bad Bishop

Door Huub van Dongen

Bijna alle begrippen uit de schaakstrategie zijn geïntroduceerd door Wilhelm Steinitz (1836-1900), de eerste officiële wereldkampioen. Steinitz kwam uit Praag, hij studeerde in Wenen, maar verbleef ook lange tijd in Londen, New York en Moskou. Hij publiceerde vooral in het Engels. Ik denk dat hij een dichter was.

In de schaakstrategie gaat het natuurlijk al gauw over de relatieve waarde van de stukken. Paard en loper zijn meestal ongeveer aan elkaar gewaagd en ze hebben op het schaakbord al menige oorlog uitgevochten. Maar in de meeste talen stelt de beschrijving helemaal niets voor. Een strijd tussen ‘knight’ en ‘bishop’ zet alles in een historische context.

Vooral de ‘bad bishop’ prikkelt natuurlijk de fantasie. Een ‘slechte loper’ stelt daarmee vergeleken niets voor. In het schaken gaat het om een loper die ernstig in zijn bewegingsvrijheid wordt gehinderd door zijn eigen pionnen. Een witveldige loper is vaak tot lanterfanten gedoemd als zijn eigen pionnen op wit zijn vastgelegd. In het eindspel legt hij het bijna altijd af tegen een heroïsch strijdende ‘good knight’.

Uiteraard is het inzicht in het schaakspel sinds de tweede helft van de 19e eeuw aanzienlijk gegroeid. De strategische wetten van Steinitz worden door het grootmeestersgilde steeds vaker met een korreltje zout genomen. En ook de amateur moet het inmiddels zijn opgevallen. Werden we in de jaren zestig van de vorige eeuw via de boeken van Euwe nog vertrouwd gemaakt met de principes van Steinitz, al eind jaren zeventig zagen we wereldkampioen Karpov bij voorkeur met een ‘bad bishop’ zijn tegenstanders over de kling jagen.

Hoe de schaakstrategie zich heeft ontwikkeld, wordt helder uitgelegd door John Watson, in Secrets of Modern Chess Strategy. Voor schakers met enig taalgevoel is het bovendien een erg hilarisch boek. De mooiste hoofdstuktitels: Pawns: in chains and doubled up, The Contemporary Knight, Royalty in Our Times en vooral het onvegetelijke The New Morality of the Bad Bishops.


Dat bisschoppen af en toe een beetje kunnen toveren, blijkt uit opgave 158: wit maakt remise.


De machtige loper op a1 helpt wit in opgave 157 om de partij snel met 1. Tg1-g3 te beslissen. Er is geen verdediging tegen de dreiging 2. Dxh7+ Kxh7 3. Tg3+ en mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 8 februari 2007

Transactiekosten
Door Huub van Dongen

Correspondentieschaak is nooit bijzonder populair geweest. Dat is geen wonder, want het is één van de meest inspannende disciplines van het schaakspel. Tijdens toernooien spelen de deelnemers alle partijen tegelijkertijd. De bedenktijd van 30 dagen per 10 zetten is weliswaar ruim, maar bij meer dan tien deelnemers gaat het beslist nachtrust kosten als er ook nog gewerkt moet worden. Bovendien was correspondentieschaak per post altijd behoorlijk prijzig. Dat heeft in het verleden tot opmerkelijk kostenbesparende ideeën geleid.

Zo ontwikkelde de Nederlandse Schaakbond in een ver verleden een methode om de zetten als drukwerk in een open envelop te verzenden, want dat was vroeger voordeliger. Er mocht absoluut niets met de hand bijgeschreven worden, want dat controleerde de PTT, maar door de kaarten op een bepaalde manier af te knippen kon de zet aangegeven worden. Daar is eind jaren veertig nog een serieus conflict over ontstaan tussen de KNSB en de posterijen, want die waren bepaald niet gelukkig met dit soort slimmigheidjes.

Een andere kostenbesparing kon gerealiseerd worden toen het girale betalingsverkeer op gang kwam. De zetten werden gewoon bij de mededelingen opgeschreven en aangezien correspondentieschakers een puur numerieke notatie gebruiken (a t/m h worden gewoon vervangen door 1 t/m 8 en alleen beginveld en eindveld van een zet worden aangegeven) kraaide er geen haan naar als bij een overmaking van f 1,00 in plaats van Pg1-f3 factuurnummer 7163 werd vermeld. Je schoot er hooguit een piek bij in als je met wit verloor en zo netjes was om bij wijze van opgave nog even factuur 0-1 te betalen.

Het waren duistere tijden en bij internationale partijen werkte de girale methode niet. Gelukkig hebben de schakers inmiddels samen met hun nerd-vriendjes het internet uitgevonden. Het correspondentieschaak is er niet populairder door geworden, want daarin wordt de competitie door het computergebruik natuurlijk wel erg zwaar op de proef gesteld. Maar voor een gewoon gezellig potje hoeft u maar in te loggen op één van de vele internetschaakclubs en u zit binnen de kortste keren met iemand van de andere kant van de wereld te vluggeren. Het kost helemaal niets.


Opgave 157: deze stelling komt uit een correspondentiepartij uit 1897 tussen de beroemde Tsjigorin en ene Yakubovich. Wit speelt en wint.



De tweezet van opgave 156 kent als verrassende oplossing 1. Dh1-e4. Zoals gemakkelijk is na te gaan, is het nu op iedere zwarte zet mat in één.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.
Persbericht Dubbelschaak
Dinsdag 6 februari 2007

Dubbelschaak blijft in de middenmoot
Tweede team op kampioenskoers

Afgelopen zaterdag speelde Dubbelschaak met alle teams thuis. Voor het eerste team stond er veel op het spel. Aangezien in de 3e klasse van de landelijke competitie ongeveer alle teams gelijk staan, kon winst of verlies tegen het sterke Voorschoten het verschil uitmaken tussen kampioenskansen en degradatiegevaar. Het werd uiteindelijk een gelijkspel. Door de overige uitslagen in de poule is nu werkelijk alles nog open.

De grote zaal van Grand Café Rembrandt was zaterdagmiddag al helemaal ingericht voor de viering van carnaval. Op één kleinigheidje na: er stonden vierentwintig schaaktafels opgesteld en er heerste lange tijd een serene stilte die pas werd verstoord toen laat in de middag de eerste partijen hun beslissing vonden. Zoals gebruikelijk was de jonge held van het 3e team, de 12-jarige jaap Gottlieb, het eerste klaar van iedereen. Snel spelend had hij zijn minstens vijftig jaar oudere tegenstander in een snelle aanvalspartij overrompeld. Helaas bleef dat voor het 3e team de enige vermeldenswaardige prestatie, want tegen de Oude Toren uit Berkel-Enschot werd een 6½ - 1½ nederlaag geleden. Gelukkig deed Dubbelschaak’s 2e team het veel beter: 6 - 2 tegen Rochade uit Tilburg. Met twee competitiepunten en vijf bordpunten voorsprong zit een kampioenschap en promotie er dik in.

Maar wat had Dubbelschaak-1 het zwaar. Dubbelschaak-topper Franck Steenbekkers, die eigenlijk geen competitie wil spelen maar bereid was op het laatste moment in te vallen voor een zieke Peter Rijkers, trof op het 8e bord veelvoudig Voorschoten-kampioen Marcus Driessen die wegens een vormcrisis op een laag bord was opgesteld. Het werd een geweldige clash die uiteindelijk in remise eindigde. En aan de hoge borden, waar Dubbelschaak ook zeker dacht te kunnen scoren, ging het nog erger mis toen Huub van Dongen zich totaal verrekende op een diepe combinatie en moest opgeven, terwijl Guido Jansen er met wit ook al niet doorkwam. Tot overmaat van ramp verloor Rob van Meurs op drie ook.

Nog voordat Ad Kleijberg met zijn bekende degelijke spel en ijzeren wil de aansluitingstreffer kon scoren, had Wil van Lankveld in remise moeten berusten. Met nog twee partijen onbeslist en een punt achter steeg de spanning tot ondraaglijke hoogte. Onder de feestelijk guirlandes en lampionnen werd door vele toeschouwers zenuwachtige gefluisterd. De Boxtelaren slaakten een hoorbare zucht van verlichting toen ruim anderhalf uur later Martien van der Meijden de gelijkmaker scoorde en Michiel Luijpen, ondanks vliegende tijdnood het gelijkspel wist veilig te stellen. U zult begrijpen dat de feestzaal nog goed van pas kwam die avond.

Voor nog uitgebreidere verslagen én de individuele uitslagen zie: www.dubbelschaak.extern.

donderdag 1 februari 2007

Cynisme

Door Huub van Dongen

Het is u vast en zeker ook wel eens opgevallen bij sportverslaggevers. Ze hebben alles al gezien. Ze vinden er niets meer aan. Toch kijken ze iedere dag nog een stuk of tien voetbalwedstrijden. Vervolgens klagen ze tegen de televisiekijker dat ze weer zo’n saaie wedstrijd moeten becommentariëren.

Tot mijn stomme verbazing is ook de schaakwereld plotseling met dit virus besmet. Afgelopen zondag werd het Corus Schaaktoernooi afgesloten. Twee weken lang stond de hele wereldtop daar op het strijdtoneel. De televisie schonk er één keer aandacht aan. Dat was al heel wat, want de televisie heeft geen schaakverslaggevers, daarvoor moet je bij de dagbladen zijn. Maar dat die, over zo’n ongemeen spannend topevenement, zulke lauwe stukjes schreven, is op z’n minst raar. Opwindender was het zelden. Dat blijkt wel uit de eindstand. Er eindigden maar liefst drie spelers op de gedeelde eerste plaats: Aronian, Radjabov en vicewereldkampioen Topalov. Wereldkampioen Kramnik kwam een halfje te kort.

Nóg minimaler was het enthousiasme in de media voor de grootmeestergroepen B en C: er werd met geen woord over gerept. Toch waren het zeer aantrekkelijke toernooien met een heel interessant deelnemersveld. Hebt u ergens iets gelezen over het 12-jarige Chinese meisje Hou Yifan? Nee? Het toernooi is al afgelopen, maar de schaakrubriek van Brabants Centrum heeft dan toch een primeur voor u. Die deed mee. In groep C. Tussen allemaal doorgewinterde keiharde professionals. Ze won onder andere overtuigend van de Nederlandse grootmeesters Harmen Jonkman en John van der Wiel en ze vaagde het Nederlandse supertalent Wouter Spoelman, die inmiddels al wel zestien is, als een kleutertje van het bord. Voor Hou Yifan is het gebrek aan aandacht niet zo erg. Ze komt er wel. Maar wat moeten een organisatiecomité en een sponsor dán nog verzinnen om de pers te halen?

De schaakverslaggeving in de dagbladen is in handen van schakers die alles al gezien hebben. Toen Judith Polgar in 1989 als 13-jarige aardig mee bleek te kunnen komen in het OHRA-toernooi in Amsterdam, konden ze nog juichen en applaudisseren. Nu halen ze hun schouders op. Is het misschien tijd voor een aflossing van de wacht?



De website van het Corus Schaaktoernooi publiceerde tijdens het toernooi iedere dag een nieuwe schaakpuzzel. Een voorbeeld. Opgave 156: wit geeft mat in twee.


In opgave 155 had wit net 1. b4-b5 gespeeld. Nu La6 veld f1 niet meer dekt won zwart met 1. … e4-e3! 2. b5xc6 (Of 2. fxe3 Lxe3+ 3. Pxe3 Dxe3! 4. Dxe3 Tf1+ 5. Txf1 Txf1 mat) 2. … e3xf2+ 3. Pd1xf2 Tf3xg3+ 4. Kg1-h1 Lh3-g2+ 5. Kh1-g1 Lg2-f3+.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

donderdag 25 januari 2007

Zero tolerance

Door Huub van Dongen

Misschien komt het omdat ik in de softe sixties en seventies ben opgegroeid, maar bij de roep om keiharde maatregelen word ik altijd een beetje lacherig. Lastige tieners, gesjoemel met uitkeringen, te hard rijden, roken, boerka’s … alle kleine ongemakken hebben zero tolerance als remedie. Alleen de zware criminaliteit mag op enige coulance rekenen. In het schaken is het niet anders. De grootschalige oplichterspraktijken van de wereldschaakbond worden al decennialang getolereerd. Maar minimale vergrijpen, zoals het verzuim om voor de partij je mobieltje uit te zetten, leiden tot onmiddellijke diskwalificatie.

In de officiële spelregels van de wereldschaakbond is sinds enkele jaren een artikel opgenomen dat het bij zich dragen van ‘mobile devices’ tijdens een schaakpartij verbiedt. Uiteraard is de regel vooral bedoeld om te voorkomen dat schakers tijdens de partij op de wc een palmtopcomputer met een schaakprogramma raadplegen. En ook aan de hinderlijke ringtones in de speelzaal moest nodig een einde worden gemaakt. Omdat het inleveren bij de wedstrijdleider op praktische bezwaren stuit, is in Nederland het artikel zo aangepast dat spelers wel een mobieltje bij zich mogen hebben, maar dat het uit moet staan. Gaat er toch een telefoon over tijdens de wedstrijd, dan krijgt de eigenaar niet eens meer een waarschuwing, maar direct een reglementaire nederlaag.

Rob van Meurs had vorige week in de bekerwedstrijd Dubbelschaak-Veenendaal zijn telefoon per ongeluk op de trilstand laten staan. Het ding ging over, Rob probeerde het uit te zetten, waarna de andere kant van de lijn ineens hardop begon te praten. Exit Rob. Maar het kan erger. Op weg naar een verre uitwedstrijd werd Ton Timman (inderdaad de broer van) bij de vorige competitieronde met een fikse treinvertraging geconfronteerd. Uiteraard belde hij nog even dat hij toch echt onderweg was. De scheidsrechter was echter onverbiddelijk: wie een uur te laat komt, verliest wegens tijdsoverschrijding. Ton haalde het net. Hij rende naar z’n bord, deed gauw z’n eerste zet, pakte z’n notatieboekje en dacht meteen aan z’n gsm. Even uitzetten. “Piep”, zei het ding. “Nul”, zei de scheidsrechter.



Opgave 155 komt uit de genoemde bekerwedstrijd Dubbelschaak-Veenendaal. Zwart speelt en wint.


Opgave 154 komt uit een partij Huub van Dongen-Manuel Bosboom. Wit won met 1. Dd4-e3! Lf3-b7 (1. … Txg3+ levert alleen een paar schaakjes op.) 2. De3xe6+ Kg8-h8 3. f5-f6! Tc8xc3 (andere zetten halen evenmin iets uit) 4. De6xd6 Tc3-c8 (4. ... Tc3xd3 5. Dd6-d8+ en mat) 5. Dd6-d8+ Dh5-e8 6. f6-f7! De8-f8 7. Dd8xc8! Lb7xc8 8. Td3-d8 en zwart gaf op.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Gewoon inloggen als 'other' of 'anonimous'. U vindt er ook een tip om tot de juiste oplossing te komen.

vrijdag 19 januari 2007

Manuel Bosboom

Door Huub van Dongen

In Nederland staat al sinds 1938 het belangrijkste schaakevenement van het jaar in januari geprogrammeerd: het Hoogovens Schaaktoernooi, dat tegenwoordig Corus Schaaktoernooi wordt genoemd. Het is een echte Klassieker. Ook voor de gewone clubschakers, want dankzij de enorme piramide van tienkampen kunnen ambitieuze amateurs in dit toernooi opklimmen naar de grootmeestergroepen. Hoe mooi het kan gaan, zien we aan Manuel Bosboom, die vorig jaar groep 1B won en daarom dit jaar in Grootmeestergroep C speelt. Hij is tot nu toe de held van het toernooi en de enige Nederlander die naar behoren presteert. Na drie ronden staat hij met 2½ punt aan kop in zijn groep. De andere Nederlanders bungelen allemaal onderaan.

De veteraan Bosboom is dit jaar aan een ware comeback bezig. Hij plaatste zich onlangs ook al voor de finale van het Nederlands Kampioenschap. Dat is heel goed nieuws voor de schaakliefhebbers, want Bosboom heeft een prachtige stijl, met veel oog voor dynamiek en nauwelijks respect voor materiële verhoudingen.

Onder kenners wordt Bosboom vooral bewonderd als snelschaker. In die discipline hoort hij tot de wereldtop. Enkele jaren geleden mepte hij tijdens het Corus Snelschaaktoernooi zelfs Gary Kasparov van het bord. En in het Lightning Chess, de snelste discipline met maximaal twee minuten bedenktijd voor de hele partij, is Bosboom nóg sterker. De meeste tegenstanders weten niet wat hen overkomt. Er wordt zelfs geklaagd dat Bosboom zo snel zet dat je z’n hand niet ziet bewegen.

Overigens moet u er niet raar van opkijken als er binnenkort een gigantische dopingrel rond Bosboom uitbarst. Hij maakt er geen geheim van dat hij allerlei geestverruimende middelen gebruikt. Die drugs zullen hem bij het schaken niet helpen, maar ze staan wel op de dopinglijst en ook in de schaaksport wordt tegenwoordig gecontroleerd. Toen vorig jaar een aantal rebellen tegen het dopingreglement het ‘Schaken-onder-invloed-toernooi’ organiseerden, kwam Bosboom opdagen met een geavanceerde cannabisverdamper. Z’n ooghandcoördinatie leed er weinig onder: hij won het snelschaaktoernooi dik.


Hoe wisselvallig Bosboom kan spelen, moge blijken uit opgave 154 uit een partij die ik jaren geleden voor de KNSB-beker tegen hem speelde: wit speelt en wint.


Opgave 153 komt uit een competitiepartij Huub van Dongen-Cees van de Burght. Wit won met 1. Te2-f2!! Lc8xe6 (als zwart op f2 slaat met loper op dame volgt 2. Ld3+ en Dh8 mat) 2. Tf2xf7 Ta8xd8 3. Tf7xg7+ Kh7-h8 4. Tg7-g4+ en zwart gaf op.

Onder 'comments' kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Gewoon inloggen, bij voorkeur als 'other' als u geen 'blogger' bent, maar als 'anonimous' lukt het ook.
Dubbelschaak uit KNSB-beker
Ongelukkige nederlaag tegen Veenendaal


Het had zo mooi kunnen zijn. Een overwinning in de tweede ronde van de KNSB-beker had Dubbelschaak in de volgende ronde een wedstrijd tegen één van de Nederlandse topclubs uit de Meesterklasse opgeleverd. Maar het mocht niet zo zijn.

De nederlaag tegen Veenendaal, dat net als Dubbelschaak uitkomt in de 3e klasse KNSB, kwam op uiterst ongelukkige wijze tot stand. Feitelijk ging het al binnen een kwartier spelen mis toen de telefoon van Rob van Meurs ging. Dat betekende een reglementaire nederlaag en dat komt in een wedstrijd over vier borden wel heel erg hard aan.

Toch kreeg Dubbelschaak nog kansen. Huub van Dongen scoorde op het eerste bord met zwart een fraaie aanvalsoverwinning. De slotcombinatie met pionnendoorbraak, torenoffer en Zwickmühle kan zo in de combinatierubriek. Korte tijd later werd duidelijk dat ook Guido Jansen aan bord vier zou gaan winnen. De hele partij had hij z’n tegenstander onder druk gezet. Die wist nog op een verrassende manier af te wikkelen naar een eindspel, maar Guido had uitstekend beoordeeld dat ook met weinig materiaal zijn positionele voordeel doorslaggevend zou zijn.

Daarmee kreeg Michiel Luijpen de kans om de balans definitief in Boxtels voordeel om te buigen. Hij stond echter iets minder en ook zijn bedenktijd was danig geslonken. Uiteindelijk verloor hij in een dame-eindspel een pionnetje, waarna er geen houden meer aan was.

Zo stond het dinsdag kort na middernacht opeens 2-2 en dan komt het op verlenging met snelschaakpartijen aan. Helaas was het telefoontje waardoor Rob van Meurs zijn partij verloor echt dringend geweest. Als een speler eenmaal op het wedstrijdformulier staat, kan hij niet vervangen worden. Dus ook de verlenging begon Dubbelschaak met een 1-0 achterstand. Bovendien zou Dubbelschaak er bij een nieuw gelijkspel uitliggen omdat dan het vierde bord uit de reguliere wedstrijd afvalt. Die druk was te groot. Alleen Guido Jansen won opnieuw. Michiel Luijpen en Huub van Dongen konden het met vijf minuten bedenktijd niet bolwerken. Exit Dubbelschaak. Bah.

donderdag 11 januari 2007

All in

Door Huub van Dongen

Tot voor kort werd in lichtelijk louche bedrijfstakken zoals de reisbranche, de autohandel en het verzekeringswereldje de term ‘all in’ gebruikt. Dan klonk de offerte pas echt betrouwbaar. “Gewoon inclusief alles” heb ik een Eindhovense busondernemer wel eens horen zeggen. In heel korte tijd heeft de uitdrukking ‘all in’ echter een totaal andere betekenis gekregen. ‘All in’ hoort tegenwoordig tot het exclusieve domein van het meest ongure lid van de denksportfamilie: poker.

Jeminee. Wat een bedragen gaan daar om. Iedere avond kun je op televisie zien hoe alom bewonderde grootheden een doodsimpel kaartspelletje zitten te spelen om potten van tienduizenden euro’s. Pokerprofessionals, voetballers en sinds maandag ook BN-ers. Ze trekken af en toe een moeilijk gezicht, het zogenaamde pokerface, en denken dan een paar minuutjes na. Daarbij zullen ze ongetwijfeld de kans proberen in te schatten om te winnen, maar hun berekening heeft bij gebrek aan gegevens noodgedwongen een grote onzekerheidsfactor. Ook allerlei psychologische factoren nemen ze in ogenschouw: het karakter en de manier van spelen van de tegenstanders en natuurlijk vooral hoe goed die op hun beurt een pokerface op kunnen zetten. En dan natuurlijk ook nog de grootte van de pot en de hoeveelheid fiches die de tegenpartij bezit. Maar hoe lang ze ook denken, de uiteindelijke beslissing blijft een gok.

Wat dat betreft lijkt poker sprekend op schaken. Slechts bij hoge uitzondering kun je in het schaakspel exact uitrekenen wat de consequenties van je zetten zullen zijn. Meestal blijft er toch minstens een kleine onzekerheidsfactor over en soms, heel af en toe, is de stelling gewoon te moeilijk voor een sterveling. De meeste schakers zullen in zo’n geval proberen het risico zo veel mogelijk te beperken en voor een veilige voorzichtige voortzetting kiezen. Maar er zijn van die lieden, die juist dan ‘all in’ gaan. Zonder concrete berekening offeren ze materiaal met het risico dat ze alles kwijt zijn, maar ook met de kans de ander af te bluffen of tot fouten te verleiden. Juist voor die helden, met hun nerveuze grimassen en van schrik bevende handen, bestaat in de schaakwereld de grootste waardering. Het is tenslotte een geluksspel. Laat de denkers maar pokeren.



Opgave 153: hoe wint wit? Blufzetten zijn overbodig.



Opgave 152 uit een oude partij Vukovic-Deutsch was een fraaie dubbelschaakcombinatie. Wit wint met 1. Dd4-d8!! Ke8xd8 2. Ld2-g5+ (dubbelschaak) Kd8-e8 3. Td1-d8+ Ke8-f7 4. e7-e6+ Kf7xe6 5. Pe2-f4+ Ke6-f7 6. Pf3-e5 mat.

Onder 'comments' kunt opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. U vindt er ook een tip. Gewoon inloggen als 'anonimous' of 'other' als u tenminste zelf geen blogger bent.

vrijdag 5 januari 2007

Het halve werk

Door Huub van Dongen

Gewoon het kistje op het bord omkieperen, de stukken opzetten en spelen maar. Zo eenvoudig is het, maar voor de serieuze competitieschaker komt er heel wat meer kijken bij het spelen van een schaakpartij. Lang voor de wedstrijd worden er al goede voornemens gemaakt. Over de bedenktijd die gespaard zal worden door het simpel te houden en niet te gaan prakkiseren over volstrekt onoverzichtelijke verwikkelingen. Over de concentratie op momenten dat er van alles in de zaal gebeurt om je af te leiden: duimen in de oren en doorschaken! En over de discipline om achter het bord te blijven zitten, ook als de tegenstander heel lang nadenkt.

De schaaktechnische voorbereiding gaat nog veel verder. Alle bronnen worden aangeboord om erachter te komen wie in de competitie de meest waarschijnlijke tegenstander is. Dan worden zo veel mogelijk partijen van hem opgezocht. In welk type stelling is hij erg bedreven en waar liggen z’n zwakke plekken? Welke opening is het meest geschikt om hem in verlegenheid te brengen? En dan kunnen de openingsboeken uit de kast worden gehaald. Tegenwoordig heeft iedere zichzelf respecterende schaker een elektronische database met een paar miljoen partijen om ideeën uit te putten. Maar het meeste steekt de clubschaker toch wel op van de monografieën, waarin topgrootmeesters bepaalde openingsvarianten tot op het bot ontleden. Dat is bijna zuivere wetenschap.

Wie zich zo voorbereid, is tot de tanden gewapend. Zelfs als er onverhoopt een andere tegenstander aan het bord plaatsneemt, heb je veel opgestoken van de voorbereiding en verkeer je in de juiste schaakroes om tot een optimale prestatie te komen. Zouden de eerste teamspelers van Dubbelschaak het op kunnen brengen hun competitiewedstrijden voortaan zo in te gaan? Misschien dat 2007 Boxtel dan toch weer eens een kampioenschap en een promotie brengt. Maar veel kans daarop zie ik niet. Zo serieus zijn de toppers van Dubbelschaak al lang niet meer. En dat is wel zo gezellig! Komt u maar gerust een keer meespelen.


Opgave 152 vraagt u om te laten zien hoe wit kan winnen.


Opgave 151 kwam uit een partij tussen de Hongaar Barcza en de grote David Bronstein. Bronstein won met 1. … Pf4xd3! 2. De4xf5 Pd3xe1! De eerste van een serie zwarte tussen zetten. Wit kan de dame niet redden wegens de dreiging Pf3 mat. 3. Kg1-f1 Pe1-c2+ 4. Ld2-c1 Ta1xc1+ 5. Kf1-e2 Pc2-d4+ 6. Ke2-d2 Pd4-b3+ en op de volgende zet kan zwart eindelijk veilig de dame terugpakken en dan staat hij een stuk voor.

Onder comments kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Gewoon inloggen als 'other' of 'anonimous' als je niet zelf een blogger bent.

vrijdag 29 december 2006

De beste wensen

Door Huub van Dongen

Het was me het jaartje weer wel! Om ons heen zagen we een wereld vol oorlog en geweld en in ons land waren de catastrofes helemaal niet te overzien: de spellingshervorming stuitte op veel tegenstand, Frans Bauer kreeg last van een poliep en tot overmaat van ramp vielen de kijkcijfers van Talpa ook nog tegen. Als we nu voortaan eens een klein beetje minder zouden klagen en de creatieve energie die we zo besparen ten goede zouden laten komen aan … Ach vult u het zelf maar in. Desnoods gaat u lekker vreedzaam een potje zitten schaken. Om u op gang te helpen: vier schaakproblemen om gezellig op oudejaarsavond op te lossen. Ik wens u veel succes. Ook in het nieuwe jaar.



Wel eens van familieschaak gehoord? Dan moet opgave 1 een makkie zijn: wit speelt en wint.



Opgave 2 is een partijstelling: zwart is aan zet en hij kan winnen. Ziet u hoe hij dat aan moet pakken?


Ook opgave 3 is een partijstelling. Het ziet er heel bedenkelijk uit voor wit. Kan hij zich nog redden?


Opgave 4 is echt moeilijk: wit speelt en wint.

U kunt uw oplossingen kwijt onder 'comments'; gewoon 'anonimous' of 'others' aanvinken. U vindt er ook tips om tot de juiste oplossing te komen.

donderdag 21 december 2006

De kerstgedachte

Door Huub van Dongen

Het werd alsmaar donkerder, de afgelopen weken. De duisternis verhulde achterdocht en geweld. We waren wel gedwongen troost te zoeken in LED-lampjes, blingbling en bloedrode kitsch. En zo waar, het hielp. De dagen gaan weer lengen. Zelfs de nationale politieke impasse, die door de collectieve commentatoren steevast tot patstelling werd uitgeroepen, lijkt doorbroken. Als we nu onze kwaadaardige neiging onze medemensen te benadelen en hun domheid uit te buiten eens zouden sublimeren tot spitsvondige plaagstootjes tijdens een onschuldig bordspel, wat zouden we dan een mooie toekomst tegemoet gaan. Om u op gang te helpen: vier schaakpuzzels om gezellig in gezinsverband onder de kerstboom op te lossen.




Opgave 1 is een eenvoudig mat in twee. Als u het gevonden hebt, zet dan alle stukken één veld naar rechts en probeer het dan nog eens.




Opgave 2 komt volgens het verhaal uit een vluggertje tussen de wereldkampioenen Capablanca en Lasker. Hoe wint wit aan zet?



Opgave 3 is al een stuk lastiger. Eindspelcomponist Korolkov vraagt u in deze stelling de winst voor wit aan te tonen.



Opgave 4 is een partijstelling. Zwart aan zet speelde 1. … Tf8-d8. Is dat de goede zet?

Commentaar en oplossingen kunt u kwijt onder 'comments'; gewoon 'others' of 'anonimous' aanvinken als je zelf geen blogger bent. U vindt er ook tips.
Dubbelschaak verslaat koploper
Krachtsverhoudingen in competitie uiterst klein

Voorafgaand aan dit seizoen heeft Dubbelschaak de Koninklijke Nederlandse schaakbond verzocht in de competitie niet zoals gebruikelijk bij het zuiden ingedeeld te worden, maar bij midden-Nederland. Dat heeft als gevolg dat in iedere ronde tamelijk onbekende tegenstanders bestreden dienen te worden. De clubleiding heeft waarschijnlijk niet kunnen bevroeden dat de krachtsverhoudingen in deze poule zo gering zijn dat nauwelijks is te zeggen wie de kampioenskandidaten en de degradatieklanten zijn. Feit is dat Dubbelschaak na vier ronden met twee overwinningen en twee nederlagen in de middenmoot staat. Net als zo ongeveer iedereen.

In de vierde ronde trad Dubbelschaak aan tegen Utrecht-3, een team vol renommees dat tot afgelopen zaterdag alle wedstrijden had gewonnen. Tegen Dubbelschaak lukte dat bepaald niet. Na een remise van Peter Rijkers opende Ad Kleijberg de score met een gedegen overwinning op een veel te snel spelende tegenstander. Na een remise van Michel van der Stee en een nederlaag van Martien van der Meijden kwam er een 2-2 tussenstand op het bord en werd het stil in de speelzaal. Het zag er goed uit, maar het kon nog alle kanten op.

Net als in iedere sport heb je in het schaken wel eens een beetje geluk nodig. Dit keer zat het mee. In wederzijdse tijdnood speelde Guido Jansen, die duidelijk beter stond, een leuke combinatie om er een paar zetten later achter te komen dat zijn tegenstander een winnende tegentruc had. Die zag het echter niet en liet zich in paniek matzetten. En daarmee was het pleit beslecht. Michiel Luijpen speelde met wit namelijk een modelpartij tegen de Najdorf-variant. Zijn tegenstander kwam er niet aan te pas en Luijpen haalde ongeveer gelijk met Jansen de winst binnen: 4-2.

Dat clubvoorzitter Wil van Lankveld inmiddels verloren stond mocht de pret niet drukken, want Rob van Meurs, op het eerste bord ingevallen voor een grieperige Huub van Dongen, had al vanuit de opening het betere spel en er was geen denken aan dat hij nog in verliesgevaar zou komen. Grote klasse!

Tweede team op kampioenskoers

Intussen deden ook de Boxtelse reserves van zich spreken. In de Brabantse competitie werd de uitwedstrijd tegen het op papier zeer sterke Baronie-2 uit Breda met maar liefst 7½ - ½ gewonnen. Jammer genoeg kon Coen Sannen in tijdnood zijn voordeel niet verzilveren, anders was er een volmaakte score in de boeken bijgeschreven. Het tweede staat inmiddels twee matchpunten en drie bordpunten los op de nummer twee. Jammer genoeg moest Dubbelschaak-3 in Escharen in een nederlaag berusten.

Uitslagen:
Utrecht-3 – Dubbelschaak 3½ - 4½
1. Michiel Blok - Rob van Meurs ½ - ½
2. Andre Schenk - Michel van der Stee ½ - ½
3. Hans Duistermaat - Michiel Luijpen 0-1
4. Onno van Dijk - Guido Jansen 0-1
5. Arend van Oosten - Wil van Lankveld 1-0
6. Jos Nooijen - Martien van der Meijden 1-0
7. Pieter de Groot - Ad Kleijberg 0-1
8. Amindo Naarden - Peter Rijkers ½ - ½

Baronie-2 – Dubbelschaak-2 ½ - 7½
Het Kasteel – Dubbelschaak-3 4½ - 3½

donderdag 14 december 2006



Bronstein’s liefde voor het spel

Huub van Dongen

Op 5 december is in Minsk op 82-jarige leeftijd schaakgrootmeester David Bronstein overleden. Bronstein bracht in 1951 tot een match om het wereldkampioenschap, maar hij bleef als uitdager op 12-12 steken, waardoor Botwinnik de titel prolongeerde. Bronstein was een tovenaar voor wie andere wetten leken te gelden dan voor gewone stervelingen. Is het voor een doorsneeschaker al moeilijk genoeg om de grote lijnen van het spel te doorgronden, Bronstein had een feilloos gevoel voor de uitzonderingen: z’n lopers waren sterker dan torens, z’n paarden konden dames temmen, zijn koning stond veilig in het vrije veld.

Hoe groot Bronstein’s liefde voor het schaakspel was, blijkt behalve uit zijn spel ook uit de ervaringen van Dubbelschaker Guido Jansen. Guido Jansen was halverwege de jaren negentig toernooidirecteur van het Open Utrechts Kampioenschap. Omdat Bronstein vlak voor het Utrecht Open toch een toernooi in Nederland zou spelen, nam Jansen contact hem op. Bronstein was graag bereid ook in Utrecht te spelen, maar hij zei dat hij liever niet in een hotel, maar bij een schaker thuis wilde logeren. Hoewel Jansen’s studentenkamer daar eigenlijk niet geschikt voor was, nodigde hij Bronstein onmiddellijk uit. Die vond dat zo leuk dat hij af zag van het geboden startgeld.

Het Utrecht Open is een weekendtoernooi. Eén partij op vrijdagavond, drie op zaterdag en twee op zondag. Iedere partij duurt als het een beetje tegenzit vier en half uur. Maar dat was voor Bronstein lang niet genoeg. Hij wilde tot diep in de nacht de partijen van zijn gastheer analyseren en hij vond alles leuk en voorzag iedere partij van spectaculaire suggesties. Hij stond om zes uur op, zodat ze weer verder konden schaken. Ook tijdens het toernooi speelde hij puur voor z’n plezier en niet om te winnen. “Een normale voortzetting wint hier natuurlijk gemakkelijk”, zei hij op een bepaald moment tijdens een partij tegen Jansen, “maar ik heb een toren geofferd. Nu komen er leuke stellingen op het bord.”



De mooiste Bronstein-concepten zijn veel te moeilijk voor een eenvoudige schaakrubriek. In opgave 151 hierboven laat Bronstein met zwart aan zet zien dat je altijd nog een paar zetten verder moet kijken. Hoe wint zwart?


Opgave 151 is een mat in drie van Sam Loyd. Dat lukt alleen met 1. Dc4-f1! Er volgt nu steeds een dubbelaanval van de dame op veld h7 en de loper. Bijvoorbeeld: 1. … Lc3 2. Dd3 g6 3. Dxc3 mat. 1. … g3, om het mat met g2+ uit te kunnen stellen, faalt op 2. Pg6+ hxg6 3. Dh3 mat.

Onder 'comments' kunt u uw commentaar kwijt (gewoon inloggen als 'other' of 'anonimous') en u vindt er tips voor de oplossing van de opgave van de week.

donderdag 7 december 2006

Kogelstoten tegen een kanon

Huub van Dongen

Het is ruim twintig jaar geleden dat computers in eens een aardig partijtje bleken te kunnen schaken. Ze speelden heel anders dan een mens en dat is nog steeds zo. Computers gaan niet uit van strategische inzichten en overwegingen over sterke en zwakke velden. Ze genereren simpelweg alle mogelijke zettenreeksen en tellen in iedere stelling die ze daarbij tegenkomen gewoon of ze materiaal voorstaan of misschien per ongeluk mat hebben gegeven. Vervolgens wordt steeds de zet gespeeld, die de meest kansrijke zettenreeksen aanzwengelt.

Aanvankelijk moesten goede schakers hartelijk lachen over deze manier van spelen. Het had niets met schaken te maken, vonden de grootmeesters, en inderdaad schoven ze de computers met eenvoudige strategische middelen van het bord. Dat veranderde drastisch toen de computers sneller werden en de software geavanceerder. In 1997 slaagde Deep Blue, een serie parallel geschakelde supersnelle IBM-processoren, er in wereldkampioen Gary Kasparov in een match 3½ - 2½ te verslaan.

Afgelopen week was de laatste officiële wereldkampioen Vladimir Kramnik aan de beurt. Hij nam het op tegen Fritz-10, een gewoon commercieel pc-programma dat inmiddels ruim dubbel zo snel is dan de legendarische Deep Blue. Deep Fritz evalueert maar liefst 8 miljoen stellingen per seconde. En hij bekijkt vanuit iedere stelling zo ongeveer alle mogelijkheden zo’n tien zetten van beide spelers vooruit.

Het zou wel eens de laatste keer geweest kunnen zijn dat een topgrootmeester het tegen een computerprogramma heeft willen opnemen. De match was spannend en ging min of meer gelijk op. Alleen Kramnik verloor wel, want hij demonstreerde niet alleen de menselijke kracht, maar ook de menselijke zwakte. In de tweede partij maakte hij in een superieure stelling de grootste blunder uit zijn carrière: hij liet zich mat in één zetten. In de zesde partij nam hij wat extra risico in een poging de match alsnog gelijk te trekken en toen liet Fritz zien wat hij kan. In alle overige partijen zagen we Kramnik aan het roer, rustig de beste velden zoekend voor zijn stukken en strategisch duidelijk superieur. Maar dat bleek steeds net niet genoeg om Fritz te verslaan. Het kreng zag echt alles.

Opgave 150 is een driezet van Sam Loyd. Tim Krabbé geeft het probleem op zijn website http://www.timkrabbe.nl/ als illustratie bij het mat in één met Pf8 en Dh7 dat Kramnik over het hoofd zag.


Opgave 149, het helpmat in drie van Gerard Smits, kan alleen gerealiseerd worden met 1. Lh4-f6! Opgemerkt zij dat 1. Ld8 of 1. Le7 faalt op 1. ... D(x)e7 en de zwarte koning krijgt een vluchtweg op h4. 1. Lg5 werkt ook niet, want dan heeft zwart de verborgen vluchtroute 1. ... e4 2. Dd3+ (2. Te3+ kan niet want dan staat zwart mat!) e3! 3. Txg3+ Kxg3+ en het is geen mat omdat wit er nog net de dame tussen kan zetten. Na 1. Lf6 dreigt 2. Txg3+ Kxg3+ 3. Dg2+ en zwart moet wel 3. ... Lxg2 mat spelen. Zwart kan proberen die zelfmoordaanslag op verschillende manier te pareren.
A: 1. ... e4 2. Te3+ Kxe3 3. Dd3+ exd3 mat.
B: 1. ... Pg6-h4 of Pg6-f4 2. Dd3+ Dxd3 3. Txg3+ Kxg3 mat.
C: 1. ... Lg3-f4 of h2 2. Tg3+ Lxg3 3. Te3+ Kxe3 mat.

Commentaar en opmerkingen kunt u plaatsen in 'comment'. Heel simpel, gewoon 'other' of 'anonymous' aanvinken. Ook de oplossing van het probleem van de week kunt u onder 'comment' plaatsen. U vindt er zelfs een hint.

vrijdag 1 december 2006

Regels zijn regels

Door Huub van Dongen

Niets heeft in Nederland de laatste jaren voor zo veel verdeeldheid gezorgd als het adagium ‘Regels zijn regels’. Het wordt vooral gebruikt om weerzinwekkende besluiten tegen illegaal in Nederland verblijvende mensen te rechtvaardigen. Dat het daarbij niet zo zeer om regels, maar om interpretatie van regels gaat, wordt gemakshalve vergeten. En dat die interpretatie vaak in tegenspraak is met andere regels, variërend van elementaire fatsoensnormen tot internationaal vastgelegde afspraken over de rechten van de mens, komt helemaal niet bij de sympathisanten van rechts op. Er komt een moment dat ze in hun regels-zijn-regelsweb verstrikt raken en onherroepelijk zelf het slachtoffer worden. Overigens heeft links een verkiezingsstrijd lang lopen labbekakken over dit issue. Pas nu de stemmen verdeeld zijn, horen we van SP en PvdA weer een tegengeluid.

Wat hebben schakers het dan toch gemakkelijk. Wij spelen in een denkbeeldige wereld waar de regels helder zijn. En als dat voor onze fantasietjes handig is, maken we een uitstapje naar het ‘sprookjesschaak’. Fairy chess zoals het internationaal bekend staat, is een discipline die alleen door een kleine groep probleemcomponisten wordt beoefend. Het is een verzamelnaam voor allerlei schaakvarianten vaak met figuren met een andere loop, of met cilindrische of oneindige schaakborden. Ook de andere regels, of zelfs het doel van het spel, kunnen min of meer naar believen worden aangepast aan het idee dat de componist wil uitdrukken.

Uiteraard zijn ook in het Sprookjesschaak conventies ontstaan. Voor vredelievende types hebben de probleemcomponisten het zogenaamde helpmat ontwikkeld, waarbij wit zwart moet helpen om zich zo snel mogelijk mat te laten zetten. Hoe spitsvondiger, hoe mooier. Voor degenen zonder respect voor het leven bedachten de probleemschakers het zelfmat.


In dit zelfmat van de Boxtelse componist Gerard Smits kan wit zwart meteen op vier verschillende manieren matzetten. Maar dat is niet de bedoeling. Hier moet wit zwart dwingen om wit mat te zetten. En zwart moet zich daar met hand en tand tegen verzetten. Opgave 149: wit dwingt zwart om hem in drie zetten mat te geven.


Opgave 148 kwam uit een partij tussen Tom van Stiphout en Huub van Dongen uit de interne competitie van Dubbelschaak. Zwart probeerde als laatste trucje: 1. … f4-f3+. Wit deed 2. Dxf3 maar dan is het na bijvoorbeeld 2. … Dh2+ 3. Txh2 remise door pat. 2. Kxf3 Dg4+ 3. Ke3 De6+ is ook niet goed. Wit ontkomt niet aan eeuwig schaak. Wit had moten voortzetten met 2. Ke3! Dc1+ 3. Dd2 Dg1+ of Dc5+ 4. Kxf3+ en wit wint gemakkelijk.

Commentaar en opmerkingen kunt u plaatsen in 'comment'. Heel simpel, gewoon 'other' of 'anonymous' aanvinken. Ook de oplossing van het probleem van de week kunt u onder 'comment' plaatsen. U vindt er zelfs een hint.

vrijdag 24 november 2006

Cultural Village Toernooi

Door Huub van Dongen

Wie de titel Internationaal Meester of Internationaal Grootmeester wil behalen, zal veel moeten winnen. Er zijn voldoende toernooien met open inschrijving om een begin te maken. Daar kan iedereen die goed genoeg speelt titelnormen verzamelen. Maar om de titel definitief in de wacht te slepen, is ook ten minste één meester- of grootmeesterresultaat in een internationaal invitatietoernooi nodig. En dan wordt de spoeling dun.

Gelukkig zijn er overal in de wereld bereidwillige organisatoren te vinden die speciaal voor opkomende talenten dergelijke toernooien uitschrijven. Veel hoeft het niet te kosten: een eenvoudige speelzaal, een week lang een stuk of tien kamers in een eenvoudig hotel, een kleine prijzenpot van hooguit € 1500 en een paar flessen wijn voor de vrijwilligers die een toernooisite in de lucht willen houden. Nu nog enkele vergane glories met een officiële titel uitnodigen en natuurlijk de jonge titelaspiranten en het toernooi kan beginnen. In sommige buitenlanden schijnt het om de plaatselijke helden betere kansen te garanderen gebruikelijk te zijn om de titelhouders extra te betalen als ze bereid zijn te verliezen, maar dat is in Nederland niet nodig.

In Nederland bulkt het van het talent dat op zo’n uitnodiging zit te wachten. Helaas zijn bij ons de goede organisatoren dun gezaaid en de sponsors wel heel erg zuinig als het om de schaaksport gaat. Daarom is het des te verheugender dat op dit moment in Wijk aan Zee weer eens zo’n titeltoernooi wordt gehouden: het Cultural Village Toernooi. ’s Neerlands beste schaakorganisator Jeroen van de Berg kreeg het voor elkaar. Er mogen maar liefst drie Brabantse toppers een kansje wagen: Robin Swinkels, Bianca Muhren en Michiel Abeln. Het toernooi is afgelopen maandag begonnen: Abeln won van de Franse meester Julius Armas, Bianca Muhren kon net niet winnen van Jan Willem de Jong en Robin Swinkels werd weggeschoven door de Nederlandse meester Thomas Willemze. Wie het toernooi wil volgen, inclusief alle partijen, kan het beste even doorklikken via http://www.coruschess.com/.


Opgave 147 was een moeilijke. In Capablanca-Ilyin Zhenevsky speelde zwart 1. … d6xe5!! 2. Tf1-f3 e5xf4! 3. Tf3xe3 f4xe3. Door dit fraaie dameoffer slaat hij de aanval af. Wit kan niet voorkomen dat zwart met beide torens op de tweede rij binnendringt en dan is de partij gauw beslist. Details verschijnen binnenkort achter de partijenpoort op www.dubbelschaak.nl/partijen.


Opgave 148 is van heel ander kaliber. In de interne competitie van Dubbelschaak speelde zwart hier de schwindelzet 1. … f4-f3+. Hoe dient wit nu voort te zetten? En hoe vooral niet?

Commentaar en opmerkingen kunt u plaatsen in 'comment'. Heel simpel, gewoon 'other' of 'anonymous' aanvinken. Ook de oplossing van het probleem van de week kunt u onder 'comment' plaatsen. U vindt er zelfs een hint.

donderdag 16 november 2006

Geheugenverlies

Door Huub van Dongen

Alexander Ilyin werd in 1894 in St. Petersburg geboren. Hij leerde al vroeg schaken en als vijftienjarige kwalificeerde hij zich al voor de ijzersterke finale van het stadskampioenschap. Waarschijnlijk was hij ook in andere zaken nogal voorlijk, want in 1912 werd hij, net achttien, gearresteerd wegens zijn bemoeienissen met de Bolsjewistische beweging. Hij wist echter te ontsnappen en vluchtte naar Zwitserland waar hij in 1914 kampioen van Genève werd en in de middenmoot eindigde bij het landskampioenschap.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde hij terug naar Rusland. Voor de zekerheid nam hij de naam Alexander Zhenevsky (Van Genève) aan, maar dat hielp niets. Hij werd onmiddellijk naar het front gestuurd waar hij al snel door een granaatscherf in zijn hoofd werd getroffen. Hij heeft ruim een jaar in ziekenhuizen gelegen en hij was z’n complete geheugen kwijt. Lezen, schrijven, zelfs de spelregels van het schaken kende hij niet meer.

Zhenevsky leerde het spel opnieuw, helemaal van voor af aan, en z’n reputatie groeide zo snel dat hij zijn Bolsjewistische vrienden, die na de Oktober Revolutie het schaakspel als een bourgeois-bezigheid wilden verbieden, wist te overtuigen dat schaken juist de intellectuele suprematie van Rusland zou kunnen bewijzen. Hij kreeg zijn zin en slaagde erin in de kortste keren overal in het land schaakscholen uit de grond te stampen. Toen in 1922 de Sovjetunie werd gesticht, was de hele schaakstructuur al klaar. Zelf speelde Alexander Ilyin Zhenevsky herhaaldelijk mee in het Sovjet-kampioenschap en wie zich daarvoor kwalificeert, is al een absolute topper. Maar als schaakpromotor was hij nóg succesvoller. Vanaf 1927 tot op heden, met drie heel korte onderbrekingen (Euwe, Fischer en Topalov), zijn alle wereldkampioenen altijd Russen of tenminste Sovjets geweest.

Misschien moet we op de schaakclub in Boxtel ook maar eens alles vergeten. Gewoon opnieuw beginnen met Oom Jan leert z‘n neefje schaken. En schaakklasjes oprichten op de basisscholen.

Opgave 147 komt uit een partij tussen wereldkampioen Capablanca met wit en Alexander Ilyin Zhenevsky, Moskou 1925. Wit heeft de vreselijke dreiging Tf1-f3-h3. Zwart heeft echter verder gekeken. Hoe rolt Zhenevsky de onverslaanbare wereldkampioen op?


Opgave 146, een driezet waar Gerard Smits in 1976 de eerste prijs mee behaalde in de compositiewedstrijd van het Parool, was buitengewoon lastig op te lossen. Na de sleutelzet 1. Lf7-g8 heeft zwart 48 verschillende zetten, maar op iedere zet is het mat in twee. Bijvoorbeeld: 1. ... Dg4 2. Lg3+ Dxg3 (Tf4 3. De7 mat) 3. Pc8 mat. Of 1. ... Df5 2. Lc5+ Dxc5 3. Pc8 mat. Of 1. ... De6 2. Dxe7+ Dxe7 3. Pc8 mat. Of 1. ... Tge5 2. Dxe7 Txe7 3. Lc5 mat. De volledige oplossing:
1.Bg8 [1.Qc3 Rc4 2.Qd3+ Rd4 3.Qxd4+ Rd5] 1...Qg4 [1...Qf5 2.Bc5+ Qxc5 3.Nc8#; 1...Qe6 2.Qxe7+ Qxe7 3.Nc8#; 1...Qd7 2.R1c6+ Qxc6 3.Nc8#; 1...Qc8+ of een andere damezet die c8 opgeeft 2.Nxc8#; 1...b4 2.Nc4+ (2.Qxe7+ Rxe7 3.Nc4#) 2...Rxc4 3.Qxe7#; 1...Ra4 of een andere torenzet die e7 loslaat 2.Qxe7#; 1...Re6 2.Qd4+ Rd5 3.Qxd5# (3.Nc8#) ; 1...Ree5 2.Bc5+ Rxc5 3.Qxe7#; 1...Rd5 2.Bg3+ Ree5 (2...Qxg3 3.Nc8#) 3.Qxe7#; 1...Rge5 2.Qxe7+ Rxe7 3.Bc5#; 1...Rf5 2.Nc8#; 1...Rh5 2.Bg3+ Qxg3 3.Nc8#; 1...e6 of e5 2.Qe7#; 1...Bf7 of xg6 of -c6 2.R1c6#; 1...Bd7 2.Nc8+ Bxc8 3.R1c6#] 2.Bg3+ Qxg3 [2...Rf4 3.Qxe7#; 2...Ree5 3.Qxe7#; 2...Rge5 3.Qxe7#; 2...Qf4 3.Nc8#; 2...e5 3.Qf8#] 3.Nc8# 1–0

Commentaar en opmerking kunt u plaatsen in 'comment'. Heel simpel, gewoon 'other' of 'anonymous' aanvinken. Ook de oplossing van het probleem van de week kunt u onder 'comment' plaatsen. U vindt er zelfs een hint.
Dubbelschaak maatje te klein voor Ivoren Toren
Tweede en derde team winnen wel

In de derde ronde van de KNSB-competitie moest Dubbelschaak afgelopen zaterdag thuis aantreden tegen de Ivoren Toren uit Rotterdam. Vooraf was de stemming goed bij de Boxtelaren. In deze wedstrijd zouden ze alle kansen hebben. Maar niets bleek minder waar.

Toch leek Boxtel uitstekend uit de startblokken te komen. Huub van Dongen meldde al na een zet of tien opschepperig aan de bar dat de winst hem niet meer kon ontgaan. En op de andere borden bleef de strijd lange tijd zeer onduidelijk. Sterker nog: alle partijen duurden langer dan veertig zetten. En in geen van de partijen was het bij de eerste tijdcontrole met enige zekerheid in te schatten hoe het af zou lopen.

Uiteindelijk liep het slecht af. Alleen Ad Kleijberg, die in het middenspel een pion had buitgemaakt, won. Huub van Dongen slaagde er, ondanks zijn aanvankelijke optimisme, niet in een eindspel met materieel voordeel naar winst te schuiven en moest in remise berusten, net als Michel van der Stee, die er in een goede partij niet door kwam. En alle anderen legden het loodje. Vijf nederlagen op een rij.

Het lijkt erop dat in de poule waarin Dubbelschaak is ingedeeld iedereen van iedereen kan winnen. Toch dient Dubbelschaak zich beslist een beetje zorgen te gaan maken. Met twee nederlagen uit drie wedstrijden zou het wel eens goed mis kunnen gaan dit seizoen.

Overige teams
Dat Dubbelschaak-2 onder de nieuwe teamleider Martin van Driel goed presteert is een understatement. Zaterdag werd Wolstad-2 uit Tilburg met 6½ - 1½ naar huis gestuurd, waarbij vooral het gemak op viel waarmee de punten werden binnengehaald. Ook Dubbelschaak-3 was succesvol. Tegen Nuenen werd het 5½- 2½, met een speciale vermelding voor de 12-jarige Jaap Gottlieb, die snel korte metten maakte met een zeer ervaren 70-plusser.

Uitslagen:
Dubbelschaak - Ivoren Toren 2 - 6
Dubbelschaak-2 - Wolstad-2 6½ - 1½
Dubbelschaak-3 - Nuenen 5½ - 2½

donderdag 9 november 2006

Gerard Smits

Door Huub van Dongen

De schaaksport kent naast het spelen van partijen in competitie- of toernooiverband een aantal disciplines die nóg minder aandacht krijgen in de pers. De minst bekende is wel het componeren van schaakproblemen. Het is de puurste vorm van schaakkunst, maar zelfs onder clubschakers is de kennis van dit metier gering. Zo is het mogelijk dat in Boxtel al meer dan twintig jaar een in kringen van probleemvrienden wereldberoemde componist woont, waar niemand op de plaatselijke schaakclub tot voor kort ooit van had gehoord.

Gerard Smits, geboren in 1950, bracht zijn jeugd door in de Achterhoek. Hij leerde het schaakspel kennen via vriendjes op school, maar hij was nooit bijzonder geïnteresseerd in het spel tot hij in zijn studententijd tijdens een slapeloze nacht een schaakpartij tussen Karpov en Korchnoi uit de krant naspeelde. Ineens werd hij gegrepen en in zijn zoektocht naar informatie stuitte hij op de probleemrubriek die Lodewijk Prins in die tijd in het Parool verzorgde. Het werd het begin van een periode van tien jaar waarin Gerard Smits talloze schaakproblemen componeerde. Hij stuurde ze op naar probleemtijdschriften en hij won er vele prijzen mee. Zo maakte hij snel naam. Hij werd redacteur van een aantal internationale bladen op dit specialistische gebied en omdat zijn composities het meer dan vijfentwintig keer tot een vermelding in het driejaarlijkse Fide-album van beste schaakproblemen brachten, werd hij benoemd tot Internationaal Schaakmeester in de Compositie. Halverwege de jaren tachtig noopten drukke werkzaamheden hem zijn tijdrovende hobby te laten varen. Maar hij woont in Boxtel. En hij is een kanjer.



Speciaal voor deze schaakrubriek componeerde Gerard Smits opgave 145. Enkele weken geleden publiceerde ik hier een probleem van de Boxtelaar Ramon Jesserun, maar Gerard vond een weerlegging. De sleutelzet inspireerde hem echter tot een compositie. De oplossing: 1. Lh1-f3. Zwart is nu in zetdwang. Op 1. .. d2 volgt 2. Le2 en Lc4 mat. Op 1. .. exf3 komt 2. e4+ Kxd4 3. Pe6 mat. 1. ... gxf4 wordt beantwoord met 2. Tg1 en 3. Tg5 mat. 1. … g3 loopt fout af wegens 2. Lxh5 en 3. Lf7 mat. En op 1. … h4 komt 2. Lxg4 en 3. Le6 mat. Het is een enorme kunst om vijf verschillende matten zo economisch in elkaar te vlechten.



Opgave 146 is ook een driezet van Gerard Smits. Hij won er in 1976 de eerste prijs mee bij de jaarlijkse compositiewedstrijd van Het Parool en het werd zijn eerste vermelding in het Fide-album. Mat in drie dus. En het is een hele lastige! Op www.dubbelschaak.nl zullen de komende weken meer schaakproblemen van Gerard Smits worden gepubliceerd.

U kunt heel gemakkelijk op dit artikel reageren door op 'comment' te klikken. Als u zelf geen blogger bent, vink dan even 'other' of 'anonimous' aan. Onder de comments vindt u ook een tip om tot de juiste oplossing te komen. En tot 16 november kunt u er ook uw oplossing van opgave 146 posten.