donderdag 26 november 2009
Grote opkomst bij Grand-Prix voor de jeugd
Ook alle Dubbelschakertjes doen dit jaar mee en bij het eerste toernooi waren meteen verschillende grote Boxtelse successen op te tekenen. In de hoogste leeftijdscategorie werd groep 1 met overmacht gewonnen door Jaap Gottlieb. Met zijn 6 ½ uit 7 bleef hij de concurrenten maar liefst twee punten voor. Gedeeld tweede in die groep werd Sjors Cooijmans. Tycho Paulissen werd in zijn leeftijdsklasse gedeeld derde. Maar voor de grootste verrassing van het toernooi zorgde Pjotr Mahieu. Pjotr is pas vanaf het begin van dit schooljaar lid van de club, maar hij is een echte denker. Hij won in de groep kinderen van niveaugroep Stap 1 al zijn partijen en dat is een geweldige prestatie. Alle uitslagen vindt u gemakkelijk via het blog van het toernooi.
Het volgende toernooi in De Walnoot wordt op zondag 13 december gespeeld. De groepen worden dan opnieuw ingedeeld, zodat iedereen tegenstanders van eigen sterkte krijgt. Dan wordt het nog spannender, want de prijsuitreiking volgt pas als de totaalscore over vijf toernooien bekend is.
Op de foto: Pjotr Mahieu. Foto: Karin Gottlieb
Dubbelschaak krijgt afstraffing van Pion Roosendaal
Gezien de papieren krachtverhoudingen mocht derhalve op een dikke overwinning worden gerekend, maar zaterdag liep zo ongeveer alles mis wat er mis kan lopen. Ervaren cracks als Michel van der Stee en Peter Boll gingen zwaar in de fout en verloren kansloos. Dubbelschaak-topscorer Rob van Meurs volgde in goede stelling hun slechte voorbeeld. En toen ook Wil van Lankveld en Michiel Luijpen het niet konden bolwerken, was het pleit beslecht.
Gelukkig werd er niet aan alle borden slecht gespeeld. Guido Jansen overspeelde zijn tegenstander na een matige opening met een fraai kwaliteitsoffer. En ook Huub van Dongen op bord twee leek lange tijd op weg een goede overwinning binnen te halen. Hij had een Franse partij met wit scherp opgezet en wikkelde vervolgens keurig af naar een gewonnen eindspel. Helaas verwisselde hij daarin twee zetten, waarna hij in remise moest berusten. De beste Dubbelschaak-prestatie van de dag kwam echter op naam van teamcaptain Martien van der Meijden. Hij was met zwart belabberd uit de opening gekomen. De verdediging kostte hem zeeën van tijd en met de witte aanval in volle gang moest hij nog vijftien zetten in vijfenveertig seconden doen. Die drie seconden bedenktijd per zet waren voor hem echter voldoende om de kansen volledig te laten keren. Toen zijn tegenstander op de veertigste zet een onreglementaire zet deed en de maximale bedenktijd overschreed, stond Martien al huizenhoog gewonnen.
Door deze pijnlijke nederlaag is Dubbelschaak teruggevallen in de middenmoot. Wellicht kan er, als in de rest van de competitie tenminste aanzienlijk beter wordt gespeeld, uiteindelijk nog gespeeld worden om de ereplaatsen. Maar als de schaakblindheid niet gauw wordt genezen, is natuurlijk zelfs degradatie niet uit te sluiten.
Alle gedetailleerde uitlagen vind je op de Dubbelschaak-pagina over de externe competitie.
donderdag 19 november 2009
Boxtel schaakt!
Een en ander begint aanstaande zaterdag als Dubbelschaak thuis tegen De Pion uit Roosendaal speelt, een belangrijke wedstrijd, want wie wint neemt de leiding in de 3e klasse van de landelijke competitie. De wedstrijd begint om 13.00 uur. Rond een uur of vier wordt het spannend. Dubbelschaak-2 en -3 spelen uit, respectievelijk in Den Bosch en Veldhoven.
Zondagochtend is de jeugd aan zet. Dubbelschaak organiseert in De Walnoot op vijf zondagen de zogenaamde Kandidaatjes en Grand Prix Toernooien van het de districten Den Bosch en Tilburg van de Noord-Brabantse Schaakbond. Er hebben zich al een kleine honderd kinderen ingeschreven. Het toernooi begint om 10.00 uur en duurt ongeveer tot 13.00 uur. Het is altijd weer een lust voor het oog om zo veel kinderen enthousiast te zien schaken.
Dinsdag 24 november mag Dubbelschaak thuis aantreden voor een KNSB-bekerwedstrijd tegen het Meesterklasseteam van SMB uit Nijmegen. In de KNSB-beker wordt gespeeld met teams van vier spelers. SMB kan putten uit een groot assortiment internationale titelhouders.
Maar dan moet het mooiste nog komen. Op 6 december wordt in de Verkadefabriek in ’s-Hertogenbosch het Nederlands snelschaakkampioenschap voor clubteams gehouden. Dubbelschaak komt uit met twee teams van vier spelers. Het eerste team mag dienen als kannonnenvoer voor toppers als Anish Giri, Michael Feygin, Robin Swinkels en vele andere grootmeesters. Wie denkt dat schaken geen kijksport is, zal verrast worden. Er wordt gespeeld met slechts zeven minuten bedenktijd per persoon per partij en dat levert altijd spektakel op. Het toernooi begint om 10.30 uur. De prijsuitreiking staat gepland rond 17.00 uur.
Dat ook bij snelschaken fraai gecombineerd kan worden bewijst opgave 294. In een vluggertje tussen de wereldkampioenskandidaten Paul Keres en David Bronstein kon zwart in bovenstaande stelling eenvoudig winnen met 1. … Pc2+, maar dan duurt de partij nog wel even. Met slechts enkele seconden bedenktijd vond Bronstein echter een geforceerd mat in vijf. U mag er langer over nadenken.
In de stelling van opgave 293 uit de 47e partij uit de WK-match van 1984-1985 tussen Karpov en Kasparov volgde na 31. Pd2-b1? eenvoudig 31. … d4-d3+ 32. Kc2-b2 d3-d2! en wegens de dreiging 33. … Pc5-d3 kon wit opgeven.zaterdag 14 november 2009
Bruin revisited
donderdag 12 november 2009
Demoniseren
Afgelopen weekend deed Herman van Veen een uitspraak over de PVV. Wat hij precies zei, doet er niet zo veel toe. Feit is dat de uitspraak ontdaan van iedere context in De Telegraaf kwam. Van Veen ontving daarop duizenden hatemails van PVV-aanhangers. Maandagavond las hij bij Pauw en Witteman schichtig om zich heen kijkend een persverklaring voor. Pauw en Witteman namen het vooral op voor de PVV; Van Veen moest Wilders niet zo demoniseren. De Volkskrant wijdde dinsdagochtend geen letter aan de doodsangst van Van Veen en de bedreigingen door Wilders-fans. Kiest de linkse kerk de kant van Blonde Geert?
Volgens mij is het niet nodig Geert Wilders en de PVV te demoniseren. Wilders heeft herhaaldelijk gezegd dat er tientallen miljoenen criminelen onder de Europese moslims rondlopen en dat die nodig het land en de EU uitgezet moeten worden. Zijn aanhang geeft te kennen Van Veen te willen lynchen. Dat zijn duivelse plannen. Je hoeft er alleen maar naar te wijzen en met Russell te zeggen “Dit is bruin!”
Als er twee schakers zijn die elkaar ooit gedemoniseerd hebben, dan zijn het Kasparov en Karpov wel. Hun eerste match om het wereldkampioenschap werd op 15 februari 1985 na meer dan vijf maanden en 48 partijen geannuleerd. De match ging om zes gewonnen partijen; Kasparov was net van een 5-0 achterstand teruggekomen op 5-3. En precies op dat moment, toen de spanning enigszins terug kwam, besloten de autoriteiten er een punt achter te zetten. Tijdens een hectische persconferentie schroomde een opgewonden Kasparov het niet Karpov in het hartje van Moskou een vriendje van Brezjnev te noemen, een voor beide spelers zeer gevaarlijke kwalificatie, want de Sovjet-Unie verkeerde onder leiding van de doodzieke Tsjernenko in een machtsvacuüm en Gorbatschovs perestrojka was nog niet begonnen. Karpov sputterde maar zwakjes tegen. Voor de meeste schakers was het duidelijk dat hij volkomen uitgeput was door de match en nauwelijks verder kon spelen.
Dat bleek ook uit zijn zetten. In de 47e partij liet Karpov zich met wit de geweldige bunder 31. Pd2-b1 uit de vingers glippen. Na 31. Ta1 zou zwart wellicht iets beter hebben gestaan, maar nu is het meteen uit. Opgave 293: ziet u waarom? Ook in de 48e partij liet hij zich als een kind wegspelen.
Karpovs blunder uit opgave 292 (11e partij WK-match Sevilla 1987) was beduidend minder erg. Wit verloor na 35. Tf6-c6 Pc4-a5! een kwaliteit, maar Kasparov moest nog allerlei uitstekende zetten vinden voordat hij de winst kon bijschrijven.Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 5 november 2009
The Guardian Chess Book of the Year
De lezers van de rubriek mogen boeken voordragen. Een deskundige jury onder leiding van Daniel King maakt volgende week bekend welk boek uitverkoren is. Op de shortlist van zes genomineerde boeken, prijkt Chess Strategy for Club Players, van de voormalig Boxtelse kampioen Herman Grooten, voorlopig op de eerste plaats. Het boek is gebaseerd op het trainingsmateriaal waarmee hij als coach spelers als Loek van Wely en Jan Werle heeft begeleid. Geen gemakkelijke stof, maar alles wordt heel helder uitgelegd en het boek is alleen al vanwege de schat aan schaakfragmenten onmisbaar in iedere schaakboekenverzameling. Alleen de nominatie is natuurlijk al prachtig, maar of hij echt kans maakt is de vraag: de concurrentie is moordend. The Sorcerer’s Apprentice, een boek over de schaakpartijen van David Bronstein, kan volgens mij niet winnen. Het is een wat uitgebreide herdruk van een boek dat al sinds 1995 bij mij in de kast staat. Ook het boek van Isaac Lipnitzky maakt geen kans: Questions of Modern Chess Theory is pas dit jaar in het Engels verschenen, maar het is al ruim vijftig jaar oud; het was decennialang hét handboek van de Sovjet-schaakschool. Wel een geduchte concurrent in John Nunn’s Understanding Chess Endgames, maar ook daar zou Grooten wel eens boven kunnen eindigen, want zulke boeken zijn er wel meer. Meer tegenstand komt van Winning Chess Middle Games van topgrootmeester Ivan Sokolov, dat net als Grooten’s boek over schaakstrategie gaat en daar weet Sokolov natuurlijk alles van. De prijs gaat echter, dat weet ik bijna zeker, naar Gary Kasparov. Hij is genomineerd met een lijvig boekwerk getiteld Kasparov vs Karpov 1986-1987 over de roemruchte WK-matches in Londen, Leningrad en Sevilla. De boeken van Kasparov zijn niet alleen het allerhoogste goed wat er op het gebied van de schaakanalyse verschijnt, maar hij is ook nog een begenadigd auteur die heel meeslepend kan vertellen. Als Grooten daar van wint, verdient hij een standbeeld.
De matches tussen Kasparov en Karpov hadden een buitengewoon hoog niveau. Toch werd er soms ook geblunderd. In de 11e partij van de match in Sevilla (eindstand 12-12) overkwam Karpov iets vreselijks. Als hij hier met wit 1. Lf2 had gespeeld, stond hij beslist iets beter. Hij speelde echter 1. Tf6-c6. Kasparov kon zijn ogen niet geloven: er staan nog filmpjes van op internet. Opgave 292: hoe kan zwart een kwaliteit winnen?
In de stelling van opgave 291 volgde in een partij tussen Huub van Dongen en Peter Egmond uit 1975 1. La3-d6! Td7xd6 2. h5-h6 Db8-g8 3. Tc6-c8! en zwart gaf op.Alles over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl. De genoemde boeken zijn onder andere te bestellen bij De Beste Zet, het schaakverzendhuis van Erika Sziva.
woensdag 4 november 2009
Dubbelschaak na barrage verder in de KNSB-beker
Narrow escape tegen De Drie Torens
Het bekerteam van Dubbelschaak heeft zich maandagavond op het nippertje geplaatst voor de volgende ronde in de KNSB-beker. Het viertal speelde uit tegen De Drie Torens uit Tilburg. Op papier moest die wedstrijd gezien de ratingpunten van de betrokken spelers vrij goed te doen zijn. Maar tijdens de wedstrijd was daar niets van te merken.
Aanvankelijk ging alles naar wens. Guido Jansen en Huub van Dongen, aan respectievelijk het eerste en tweede bord, hadden elkaar al eens geruststellend toegeknikt: ze stonden prima en zouden beslist wel gaan winnen. Hun tegenstanders waren het daar echter volstrekt niet mee eens. Ze wisten akelige complicaties te scheppen, waarin zowel Jansen als Van Dongen zich lelijk lieten verrassen.
Gelukkig hielden Peter Boll op drie en Rob van Meurs op vier het hoofd koel. Boll kwam met een gezonde pluspion uit de opening en schoof zijn tegenstander vervolgens weg. Van Meurs deed er veel langer over. Hij slaagde er na lang manoeuvreren in een eindspel van de goede loper tegen de slechte loper over te houden: een moeilijk thema dat in alle leerboeken wordt besproken. Van Meurs bleek zijn huiswerk te hebben gedaan en hij bracht zijn tegenstander keurig in zetdwang. Eindstand 2-2.
Snelschaken
Net als in het bekervoetbal worden de bekerwedstrijden in de schaaksport na een gelijkspel verlengd. Er wordt dan gesnelschaakt met vijf minuten bedenktijd per persoon per partij. Dat is zo vlak na middernacht bijzonder zenuwslopend, maar het Boxtelse team bleek nog het beste wakker: 3-1 voor Dubbelschaak. Alleen Guido miste zijn strafschop. In de volgende ronde, waarschijnlijk eind november, komt het Meesterklasseteam van SMB uit Nijmegen in Boxtel op bezoek. Of Dubbelschaak dat zal overleven, mag worden betwijfeld, maar het wordt in elk geval een mooie clubavond.
Dubbelschaak blijft steken op 4-4
Vele kansen gemist!
De uitwedstrijd van Dubbelschaak in Overschie eindigde afgelopen zaterdag bijna in de Randstedelijke verkeersproblematiek. Het halve team bleef steken op de A16, de andere helft kwam in een omleiding terecht. Gelukkig was de thuisclub bereid het aanvangstijdstip uit te stellen. Toen de wedstrijd eindelijk was begonnen, ontspon zich een boeiend gevecht, waarin het er lange tijd naar uitzag dat Dubbelschaak glansrijk zou winnen.
Guido Jansen had aan het eerste bord weinig te duchten van zijn tegenstander. De Rotterdammer verzuimde tegenspel te ontwikkelen en werd daarna vakkundig opgebracht. Het stond echter al snel weer gelijk toen Peter Boll aan bord vier in een volkomen gelijke stelling pardoes een volle toren weggaf. Een grote tegenslag zoals er nog velen zouden volgen.
Zo miste Wil van Lankveld in een superieur opgebouwde partij een gemakkelijk winst, waarna hij enkele zetten later in remise moest berusten. En Huub van Dongen probeerde met een trucje de lichte druk van zijn tegenstander af te schudden, zonder te beseffen dat hij zichzelf daarmee in veel grotere problemen bracht die hij niet meer te boven kwam. Tot overmaat van ramp slaagde Rob van Meurs, de teamtopscorer van vorig seizoen, er niet in om in een ogenschijnlijk kansrijke stelling de beslissende klap te vinden. Het was aan Martien van der Meijden te danken dat Dubbelschaak ondanks alles uitzicht hield op de overwinning. Hij speelde een dijk van een partij, waarin zijn tegenstander geen enkele kans werd gegund.
Tijdnoodperikelen
Bij de tussenstand 3-3 zagen de twee resterende partijen er uitstekend uit. Debutant Ramon Jessurun had met zwart in een Spaans Jaenisch-gambiet al in de opening voordeel weten te behalen. In wederzijdse tijdnood bleek hij veel slagvaardiger dan zijn tegenstander die uiteindelijk vlak voor de 40e zet door tijdsoverschrijding verloor.
Jammer genoeg was er ondertussen in de tijdnoodfase bij Michel van der Stee op bord drie iets misgegaan. Hij was in een moeizaam eindspel terechtgekomen, maar hij vocht terug en hield alles keurig binnen de remisemarges. Zijn tegenstander bleef het echter tot het laatste pionnetje proberen en daarmee had hij succes. Van der Stee miste het allerlaatste koningsdriehoekje en verloor. Het 4-4 gelijkspel werd als een grote teleurstelling ervaren.
Tweede team verliest weer
Toen bekend werd dat Dubbelschaak-2 thuis met maar liefst 6-2 verloren had van Stukkenjagers-3 werd de stemming er niet beter op. Die knapte pas weer op toen Diederik Claassen, na aankomst van het eerste team in Dubbelschaak-clublokaal Grand Café Rembrandt, liet zien hoe hij als enige tweedeteamspeler had gewonnen. Echt een hoogst origineel potje, waar geen van de aanwezigen aanmerkingen op kon maken.
donderdag 29 oktober 2009
Ramses
Tijdens de introductie ontmoette ik Paul van der Sterren, die later een sterke grootmeester zou worden. Ik kende hem, omdat hij al minstens vijf jaar kampioen van Limburg was. Hij raadde me aan in de interne competitie van Watergraafsmeer te gaan spelen. Daar bleken verschillende net iets oudere schaakcoryfeeën te spelen en al gauw troonden ze me na de wekelijkse schaakavond mee naar de talloze nachtcafés in het centrum van Amsterdam. Jongens waren we - maar wilde jongens. Het meest geliefde adres was De Oude Herberg aan de Geldersekade. Je kon er bier drinken, stevige bruinebonensoep eten en sluitingstijd hadden ze niet. Er werd geschaakt en vooral veel gebrald, maar er waren ook andere gasten. Opmerkelijke types.
Op een vaste plaats aan de bar zat iedere avond Ramses Shaffy. Hij had een eigen fles jonge jenever aan zijn voeten staan, maar liet zich ook graag fêteren op andere alcoholica. Hij kwam overal mee weg, want iedereen bewonderde hem en hij praatte tegen iedereen. Met de schakers bemoeide hij zich zelden, maar ik herinner me dat hij naar ons toe kwam toen ik op een avond met de vriendin van een andere schaker zat te praten. “Wat zijn jullie toch een mooi stel”, zei hij. Toen wij wat lacherig reageerden, bood hij ons een biertje aan en maakte nog een paar complimenten. “Hou nou maar op”, zei m’n gesprekspartner. “Je maakt bij hem net zo weinig kans als ik bij jou!”
Wat zou het mooi zijn om dit stukje af te sluiten met Ramses Shaffy aan de piano, die “Wij zullen doorgaan!” begint te zingen. Helaas zou dat de waarheid te veel geweld aandoen. Het is al mooi dat ik deze herinnering kan ophalen. Van de week was hij weer eens op de televisie. Hij houdt het nog lang vol.
Opgave 290 kwam uit de partij Nijboer-Grooten van het Univé-toernooi van vorige week. Grooten stond totaal verloren, maar probeerde nog 1. Kd4-e4. Zwart trapte erin en speelde 1. … Td2xd3? Nu heeft wit een zogenaamde dolle toren. 2. Th6-h8+ Kg8-g7 (Of 2. .. Kxh8 3. g7+ en pat) 3. Th8-h7+ Kg7xg6 4. Th7-h6+ en de toren blijft de koning, waar hij ook gaat, over de rand van het bord aanvallen. Slaan resulteert steeds in pat.donderdag 22 oktober 2009
Het Münchhausen Trilemma
Iets dergelijks behelsde het veelbesproken plan B van Dirk Scheringa. Spaarders met achtergestelde obligaties en spaargelden van boven de ton zouden hun vorderingen moeten omzetten in aandelen. Zo zou de bank nieuw kapitaal aantrekken en voor de ondergang kunnen worden behoed. Dat de aandeelhouders op die manier mede-eigenaar zouden worden van een gigantisch negatief vermogen, werd er niet bij verteld. Ze zouden reddeloos door het drijfzand worden meegezogen. Plan B was zo inventief en zo creatief dat het op het blog van het Nieuw Humoristisch Front niet zou misstaan.
Maar zeg alstublieft niet dat het niet kan. In de parallelle wereld van het schaakspel is het onmogelijke heel normaal. Een voorbeeld hoefde ik niet eens te zoeken: het deed zich voor in de tweede ronde van het Univé-toernooi dat deze week in Hoogeveen wordt gespeeld. In een partij tussen Herman Grooten en Internationaal Grootmeester Friso Nijboer zag het er lange tijd naar uit dat voormalig Boxtelaar Grooten de winst zou pakken. Direct na de opening weerlegde hij een grootmeesterlijke truc waarmee Nijboer het strategische spelletje probeerde te ontregelen, waar Grooten patent op heeft. Herman kreeg winnend voordeel, maar begon vervolgens opzichtig te schutteren. Nijboer liet zich echter qua blunders ook niet onbetuigd en op een gegeven moment kon Grooten de partij in enkele zetten beslissen.
Ook die kans miste hij en een paar zetten later kon hij opgeven. Eén klein kleinigheidje restte hem nog. Een trucje uit het sprookjesschaak, waar niemand intrapt, behalve dan in potjes van absolute beginners die nog geloven dat ze zich aan hun haren uit het moeras kunnen trekken. Het stond zo:
Grooten probeerde ten einde raad plan B: 56. Kd4-e4. Nijboer antwoordde met de vreselijke fout 56. … Td2xd3? Opgave 290: ziet u hoe wit zich nu kan redden?
In een partij tussen Robert Byrne en de legendarische Bobby Fischer speelde zwart in de stelling van opgave 289 1. … Dd8-d7! Er dreigt simpel 2. … Dh3+, 3. … Lxd4+ en 4. … Dg2 mat. De voor de hand liggende verdediging 2. Dd2-f2 helpt niet wegens 2. … Dd7-h3+ 3. Kf1-g1 Te8-e1+!! 4. Td1xe1 Lg7xd4 5. Df2xd4 Dh3-g2 mat.Alle nieuws over de beoefening van het schaakspel in Boxtel en omgeving vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 15 oktober 2009
De macht van de media
Reclamejongens en andere types uit de public relations hebben een en ander altijd goed begrepen. Free publicity is het ideaal, maar desnoods betaal je voor een opvallende plaats in de redactionele rubrieken of voor een spotje vlak voor het nieuws. Als tekstschrijver heb ik menig marketing manager horen beweren dat zelfs slecht nieuws, heel wat beter is dan geen publiciteit. Al was het alleen maar om de naamsbekendheid. Maar daar hebben ze het mis. Er is waarschijnlijk geen bank in Nederland met een grotere naamsbekendheid dan DSB, maar het brengt Dirk Scheringa weinig goeds.
Wie kritiek uit op de rol van de media, krijgt van journalisten steevast het verwijt dat de boodschapper het kennelijk weer heeft gedaan. Eén en ander gaat terug op de mythe dat in het Romeinse Rijk en bij de Grieken de brenger van slecht nieuws ter dood werd veroordeeld. Tegenwoordig is het wel anders. Het journaille heeft zichzelf heilig verklaard en houdt zelf de microfoon in de hand zodat niemand kan tegenspreken. Wie een negatieve mediahype over zich heen krijgt, is reddeloos verloren. We zagen het aan Ad Melkert, Ella Vogelaar en nu aan de DSB-bank. Op zich was er steeds weinig aan de hand, maar als de VARA dagen op een rij de zonsondergang kraait, dooft het licht. Ook Hamers, Wellink, Zalm en Bos zijn inmiddels door de trotse Pauwen en onsterfelijke Wildemannen ten dode opgeschreven. De boodschappers zijn onaantastbaar, wat voor lariekoek ze ook in het nieuws brengen, wat voor keuzes ze ook maken en wat voor toon ze ook aanslaan. Als enige troost kan gelden dat na Verdonk ook Wilders nog wel aan zijn trekken komt.
Alle nieuws over de beoefening van het schaakspel in Boxtel en omgeving vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 8 oktober 2009
Holistisch denken
Het schaakspel heeft een mooie begrensde werkelijkheid. Zelfs daar groeien de complicaties de denkers boven het hoofd als ze in grote gehelen blijven hangen. Alleen door de problematiek te analyseren en dan stapje voor stapje aan oplossingen te werken, boekt de schaakspeler vooruitgang. Als er mat dreigt, moet hij daar eerst iets aan doen; de verovering van een vijandelijk pionnetje kan dan beter even worden uitgesteld. Het is al heel wat als hij ergens in zijn achterhoofd het grote geheel koestert (hij dekt mat zonder zijn stelling te verzwakken). Wie zich constant het geheel voor ogen houdt, ziet niets. Het is te groot. We moeten het in mootjes hakken en symptomen bestrijden, dan voelen we ons beter. En in elk geval doen we dan veel betere zetten.
Alle informatie over de beoefening van het schaakspel in Boxtel en omgeving vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 1 oktober 2009
Schaakles en training
De docent is van middelbare leeftijd. Zijn haren beginnen te grijzen en hij heeft enig overgewicht. Wekelijks komt een groepje cursisten bij elkaar, een trouw gezelschap dat behalve de cursus niets gemeenschappelijks heeft. Over hun verwachtingen en dromen in deze mise-en-scène zijn literaire meesterwerken geschreven en films gemaakt. Het betreft dan bijna altijd een cursus Italiaans, een mooie melodieuze taal uit een land vol cultuur, historie en romantiek. Lees er De Avondschool van Maeve Binchy nog maar eens op na, of download de Deense Dogma-productie Italian for Beginners. Prachtig. Geweldig. Echt waar. Maar ik kan u verzekeren dat schaakles minstens zo poëtisch is.Wanneer? Om de twee weken op woensdagavond. De bijeenkomsten duren anderhalf uur. Kosten zijn er nauwelijks aan verbonden: als er voldoende deelnemers zijn, krijgen we subsidie van de schaakbond en de docent doet het gratis omdat hij dat lesgeven wel eens wil uitproberen nu het schrijven van een schaakrubriek hem zo goed bevalt. Ook als u geen lid bent van de schaakclub, kunt u zich gerust aanmelden.
De precieze data en een voorlopig programma vindt u op dubbelschaaktraining.blogspot.com. Tijdens de cursus zal het blog worden gebruikt om ervaringen uit te wisselen, vragen te stellen en antwoorden te geven. Daarom is het trainingsblog als de cursus eenmaal gestart is alleen nog toegankelijk voor gebruikers.
Een onderwerp dat beslist aan de orde zal komen betreft de zogenaamde ‘matbeelden’: matpatronen die regelmatig opduiken en die je maar beter in je geheugen gegrift kunt hebben. Daar is enige training voor nodig, maar voor je het zo scherp ziet als Rashid Nezhmetdinov moet er heel wat gebeuren: zwart geeft mat in drie.
Opgave 286 kwam uit een partij tussen Anish Giri en Frans Cuijpers, gespeeld tijdens het Nederlands Kampioenschap van enkele weken geleden. Giri deed 1. Dg7-e5!! waarna zwart meteen kon opgeven. Er dreigt mat of damewinst en 1. … De4xe5 kan niet wegens 2. Ta1xa4 mat.
dinsdag 29 september 2009
Dubbelschaak overklast Sas van Gent
29 september 2009
Terwijl het eerste team van Sas van Gent in ’s-Hertogenbosch tegen Nederlands Kampioen Anish Giri en zijn teamgenoten van HMC Calder mochten aantreden, waren de Zeeuwse reserves in Boxtel bij Dubbelschaak te gast. De Brabantse gastvrijheid hebben de Zeeuwen aan de koffie kunnen ervaren, maar verder zullen ze niet veel plezier hebben beleefd aan hun uitstapje. In Den Bosch werd het 6-4, in Boxtel zelfs 6-2. Met deze uitstekende prestatie heeft Dubbelschaak zich duidelijk als kampioenskandidaat in de landelijke 3e klasse gemanifesteerd. De uitwedstrijd op 31 oktober tegen Overschie zal duidelijk moeten maken of dit vroege optimisme enige grond heeft.
Geen risico
De wedstrijd in Grand Café Rembrandt begon voorspoedig. Teamcaptain Martien van der Meijden gaf het goede voorbeeld door in een scherpe Siciliaanse opening met zwart een vergissing van zijn tegenstander hardhandig af te straffen. Ook op de meeste andere borden zag het er inmiddels florissant uit. Alleen Wil van Lankveld was in moeilijkheden, maar zelfs die leken niet onoverkomelijk.
De situatie was zo rooskleurig dat snel ieder risico werd uitgebannen. Hans Heijstek bood in een iets betere stelling remise aan, hetgeen werd geaccepteerd. En Huub van Dongen forceerde in een scherpe onoverzichtelijke stelling met een stukoffer eeuwig schaak. Dat Van Lankveld na een blunder plotseling verloor, mocht de pret niet drukken, want alle andere borden stonden zeer goed tot gewonnen.
Dat Dubbelschakers degelijk en nauwkeurig kunnen spelen, bleek in het vervolg. Eerst wonnen Rob van Meurs en Peter Boll gedecideerd hun partijen. Vervolgens troefde Michel van der Stee zijn tegenstander met een kleine combinatie af, waarna Guido Jansen op het eerste bord het karwei deskundig afrondde. Hij had eerder in de partij via een pionoffer het initiatief naar zich toegetrokken. Zijn tegenstander had zeeën van tijd nodig om de vele dreigingen af te wenden en kwam daardoor dusdanig in tijdnood dat ongelukken niet konden uitblijven. Jansen won materiaal om vervolgens het eindspel vaardig af te handelen.
Dubbelschaak-2 kansloos in Oss
Het tweede team van Dubbelschaak had in de uitwedstrijd tegen Oss minder succes. Met vier invallers voor late vakantiegangers was er weinig eer te behalen. Alleen Ebe Reitsma wist te winnen. De eindstand werd 3-5.
De volledige uitslagen in de KNSB 3e klasse F vindt u hier.
De uitslagen van de NBSB promotieklasse staan daar.
donderdag 24 september 2009
Anish Giri
Ik heb de partijen van Anish Giri met stomme verbazing nagespeeld. Het leek hem in geen enkele partij opzichtig mee te zitten. Integendeel: in de eerste ronde had de als nummer twee geplaatste Sipke Ernst echt mazzel dat hij nog een remise-eindspel kon bereiken. Ook kreeg Anish in het hele toernooi in geen enkele partij door opzichtige fouten van zijn tegenstanders de winst in de schoot geworpen. Hij moest er iedere partij voor knokken, maar daarbij kwam hij zelf nooit in gevaar. De grootse stijl waarop de grootmeesters Friso Nijboer en Karel van der Weide werden weggevaagd, deed door de diepzinnige positionele offers zelfs aan Kasparov denken.
Het enige dat wel meezat, was de vroegtijdige aftocht van Sergei Tiviakov na een conflict met de scheidsrechter. Tiviakov is een absolute wereldtopper. Giri scoorde in het kampioenschap beduidend meer punten dan op grond van zijn rating mocht worden verwacht, maar voor Tiviakov is zo’n score normaal. Bovendien had Giri na Tiviakov’s vertrek een wel heel gunstige kleurverdeling: vijf keer wit en drie keer zwart. Zou hij ook met Tiviakov hebben gewonnen?
We hoeven niet lang te wachten op een confrontatie. Van 16 tot en met 24 oktober wordt in Hoogeveen het Univé Schaaktoernooi gehouden. Daar zal Giri het behalve tegen Tiviakov moeten opnemen tegen Vassily Ivanchuk en Judith Polgar. Ik vraag me af of het verstandig is zo’n jonge jongen tegen zulke kanonnen te laten spelen. In de dubbelrondige vierkamp hoeft hij gezien zijn rating nauwelijks meer dan 1½ uit 6 te scoren, maar dat voelt iedere jeugdspeler natuurlijk als een afgang. Gelukkig is Giri niet bang.
De leukste zet uit het NK kwam ook op naam van Anish Giri. Frans Cuijpers had met zwart zo juist 39. … a5-a4 gespeeld. Dat was fout. Opgave 286: Ziet u waarom?
Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl.
donderdag 17 september 2009
Schandaal
Deze week wordt in Haaksbergen het Nederland Kampioenschap gespeeld. De scheidsrechter kon meteen aan de bak, want de nummer één van de Nederlandse ranglijst, Sergei Tiviakov, kwam - al voor het toernooi afgelopen vrijdag goed en wel was begonnen - remise overeen met Sipke Ernst, zijn tegenstander komende zondag in de laatste ronde. Zo creëerde hij een dag vrij, om mee te kunnen doen in een lucratieve wedstrijd in de Kroatische clubcompetitie. Tiviakov’s handelwijze is zonder meer een grove belediging voor het publiek en de organisatoren. De scheidsrechter bij het toernooi wees er dan ook terecht op dat iedereen die tijdens een ronde niet aan het bord verschijnt een reglementaire nederlaag krijgt toebedeeld.
Er gingen een paar dagen overheen. Schaken is voor zo ver ik weet de enige sport waar met de scheidsrechter over van alles en nog wat onderhandeld kan worden. Maar die hield voet bij stuk, terwijl de KNSB bovendien liet weten dat afwezigheid bij de prijsuitreiking contractbreuk inhield. Na afloop van de derde ronde besloot Tiviakov daarop om zich terug te trekken uit het toernooi.
Zo is een situatie ontstaan die voor iedereen onbevredigend is. Het toernooi was al gedevalueerd door het onvermogen van de schaakbond om voldoende sponsors te vinden. Toppers als Van Wely, Smeets, Stellwagen en Timman spelen daarom niet mee. Voor de bedrijven die wel geld in het toernooi staken, is de aftocht van Tiviakov een klap in het gezicht en ook de schaakliefhebber mag zich bekocht voelen. Bovendien verliest het toernooi voor de overige deelnemers veel van zijn aantrekkelijkheid. Weliswaar hebben allerlei subtoppers nu een gerede kans Nederlands Kampioen te worden, maar meerdere spelers deden uitsluitend mee om te proberen een grootmeesterresultaat te scoren en dat zit er zonder de deelname van Tiviakov niet meer in. Het zou mij niets verbazen als deze week talloze heftig geuite frustraties de landelijke pers halen: spelers die met stukken gaan smijten, sponsors die hun steun intrekken, relletjes onder het publiek …

In de diagramstelling heeft Swinkels met wit Tiviakov al behoorlijk ingemetseld. Hij speelde hier de klassieke doorbraak 34. f4-f5! Ld3xf5 (ook na andere zetten wordt zwart snel onder de voet gelopen) 35. Pe3xf5 e6xf5 36. Lg2xd5 Pf8-e6 om de partij vervolgens met een zeer prozaïsche zet snel te beslissen. Opgave 285: ziet u het ook?
Alle informatie over de beoefening van de schaaksport in Boxtel vindt u op dubbelschaak.nl. De foto bij dit artikel is van Ab Scheel.
donderdag 10 september 2009
Les 10: schaken op een club
In lang vervlogen tijden mochten schakers zo lang over hun zetten nadenken als ze wilden. Uiteraard leidde dat nog al eens tot wrijvingen. In 1834 werd in Londen een schaakmatch gespeeld tussen de twee beste spelers uit die tijd: de aan lager wal geraakte Franse edelman Louis Charles Mahé de la Bourdonnais (zie afbeelding) en de welgestelde Ier Alexander Macdonnell. Macdonnell had de gewoonte regelmatig een uur of anderhalf voor een zet uit te trekken. De la Bourdonnais, die veel sterker was en de match over bijna honderd partijen met overweldigende cijfers won, speelde uit de losse hand: meestal antwoordde hij meteen. Tot openlijke woordenwisselingen aan het bord kwam het nooit (Macdonnell sprak geen woord Frans en De La Bourdonnais geen Engels), maar uit ooggetuigenverslagen wordt duidelijk dat De la Bourdonnais zich tijdens de partijen meestal onder het publiek begaf, daar drinkend en vloekend voorgavepartijtjes speelde en soms luidkeels begon te zingen. Macdonnell gedroeg zich intussen zoals het een onverstoorbare Brit betaamd, maar ook hem gingen de spanningen niet in het gentleman’s outfit zitten. Kort na de match is hij overleden, naar verluid aan totale uitputting. Eén van de mooiste partijen tussen Macdonnell en De la Bourdonnais vindt u hier. Krijgt u er niet genoeg van: alle bekende partijen staan ook op het web.
Even is er nog geëxperimenteerd met zandlopers om de bedenktijd te reguleren, maar pas in het London International Chess Tournament van 1883 kwam aan dit soort schrijnende taferelen definitief een einde: de schaakklok werd geïntroduceerd. Op de afbeelding ziet u de fatorini schaakklok die in Londen werd gebruikt. Daarmee werd voor beide partijen een limiet aan de bedenktijd gesteld. Het principe is heel eenvoudig. Men gebruikt twee uurwerken: het ene loopt als wit aan zet is, het andere als zwart moet zetten. Wie zijn zet doet, brengt door een druk op een knop z’n eigen uurwerk tot stilstand en het andere in beweging. Wie de maximale bedenktijd overschrijdt, heeft verloren. De spelers moeten met dezelfde hand waarmee ze de zet doen, de klok bedienen.
Op schaakverenigingen wordt altijd met klok gespeeld. In de KNSB-competitie geldt tegenwoordig een bedenktijd van twee uur per persoon voor veertig zetten, gevolgd door een uur voor de rest van de partij. De partij duurt dan maximaal zes uur. Op clubavonden van verenigingen wordt de maximale lengte van de partij beperkt tot vier uur, maar er zijn ook competities met snellere speeltempo’s.Een ander struikelblok voor beginnende clubspelers is vaak de notatie van de zetten. De la Bourdonnais en Macdonnell hadden daar een secretaris voor in dienst, maar tegenwoordig wordt iedereen geacht dat zelf te doen. Iedere schaakclub heeft daarvoor speciale notatiebiljetten of notatieboekjes en bijna iedereen maakt gebruik van de algebraïsche notatie, een uitvinding van Philidor, die ik tijdens deze cursus met minimale uitleg af en toe al heb geïntroduceerd. De coördinaten naast het bord wijzen de weg. Heel kort: 1. Pg1-f3 betekent dat wit op zet één zijn paard van g1 naar f3 zet. Veel clubspelers gebruiken de korte notatie: 1. Pf3 waarbij ze dus alleen het veld opschrijven waar het paard naar toe gaat. Meer hoeft u voorlopig niet te weten: de rest wordt op de club wel uitgelegd.

Ten slotte moet u er nog aan wennen dat er nog al wat pestkoppen tussen de schakers zitten. Fischer legde toen hij als 15-jarig broekie tot de wereldtop bleek te behoren zijn Russische collegagrootmeesters graag bovenstaande stelling voor. Mat in één zet, was de opgave. Dat moet voor een grootmeester natuurlijk doodsimpel zijn, maar ze zagen het niet. Er zit dan ook een addertje onder het gras: er staan negen zwarte pionnen op het bord en dat kan natuurlijk niet. Haal je één pion weg, welke dan ook, dan lukt het wel. Steeds op een andere manier. Kunt u deze negen problemen oplossen?
Heeft u na deze cursus zin om bij een schaakclub te gaan? Dat kan nog net. Dinsdag 15 september beginnen alle competities weer bij Dubbelschaak. U kunt zich aanmelden via dubbelschaak.nl. U vindt daar ook informatie over een schaakcursus voor clubspelers die nog deze maand van start gaat.
donderdag 3 september 2009
Les 9: En passant slaan
Toen Rembrandt nog ’t Huiske heette, kwam iedere week een groepje van vier huisschakers langs. Ze wilden liever niet in de speelzaal boven schaken, maar bleven meestal beneden in het café. Daar speelden ze hun partijtjes onder het genot van een borreltje en een sigaar. Omdat ze een vast plekje aan het raam hadden, werden ze door de overige leden de ‘raamschakers’ genoemd. Na afloop van hun partijen wilde één van de routiniers altijd wel een paar aanwijzingen geven hoe het allemaal beter gespeeld had kunnen worden. Als de raamschakers gewezen werden op de mogelijkheid ‘en passant’ te slaan, bezigden ze steevast de keurig rijmende woorden: “En passant, daar doen wij niet aon.”
Toch is de ‘en passant regel’ heel eenvoudig. Wanneer een pion vanuit de beginstelling twee velden oprukt en daarbij naast een vijandelijke pion komt te staan, mag de tegenstander met zijn pion de opgerukte pion slaan alsof die maar één veldje is opgerukt.
Kijk maar naar de diagrammen in de linkerkolom. Daar wordt gespeeld: 1. ... c7-c5 2. d5xc6 en passant. En passant slaan mag alleen op de eerst volgende zet nadat de pion is opgerukt. Wie een zet wacht, verspeelt zijn kans.
Veel huisschakers kennen de regel niet. Clubschakers natuurlijk wel, maar zelfs grootmeesters verkijken zich wel eens op het verrassende effect. In het voorbeeld hiernaast is na 2. d5xc6 in één klap de 5e rij helemaal vrij, waar een moment eerder nog twee pionnen stonden. Ook de plotselinge onderbreking van de diagonaal a4-e8 is het visuele voorstellingsvermogen van de mens wel eens te veel.
In de derde ronde van het NH Chess Tournament dat afgelopen week in Grand Hotel Krasnapolsky in Amsterdam werd gehouden, kwam nevenstaande stelling op het bord tijdens de partij tussen Alexander Beljavsky en de Amerikaanse kampioen Hikaru Nakamura. Beljavsky, die decennialang in de toptien van de wereldranglijst stond, speelde 28. Lc5xa7. Ik ben er vrij zeker van dat hij zwarts volgende zet totaal over het hoofd heeft gezien. Zwart speelde 28. … b7-b5! Een simpele vork (de pion valt twee witte stukken aan), ware het niet dat wit 29. a5xb6 (en passant) kan spelen. Dan staat door de onderbreking van de diagonaal g1-a7 de loper op a7 dermate buitenspel dat zwart snel mat kan geven. Ziet u hoe?Op 8 september houdt Dubbelschaak de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering in Grand Café Rembrandt. Dat gaat niet lang duren en na afloop mag u gerust een partijtje komen spelen. Als u het leuk vindt, kunt u op 15 september al met de interne competitie meedoen. Volgende week wordt deze cursus afgesloten met nog wat bijzaken over het schaken op een vereniging. Hoe dat er aan toegaat, kunt u overigens ook lezen op dubbelschaak.nl.
vrijdag 28 augustus 2009
Les 8: Remise
Behalve in een overwinning kan een schaakpartij ook in remise eindigen. Dat is in de schaaksport gewoon een duur woord voor gelijkspel. Uiteraard eindigt een partij in remise als er te weinig materiaal overblijft om nog ooit mat te zetten, bijvoorbeeld als er nog slechts twee koningen over zijn. Bovendien kan één van de spelers remise claimen wanneer voor de derde keer precies dezelfde stelling op het bord komt. In de volksmond wordt dat ‘herhaling van zetten’ genoemd, wat ook in het maatschappelijk debat spreekwoordelijk is geworden. Maar de meeste schaakpartijen onder topspelers eindigen onbeslist doordat de spelers remise overeenkomen. Dat gaat reglementair zo: tijdens het uitvoeren van de zet of onmiddellijk daarna zeg je tegen de tegenstander: “Ik bied remise aan”. De tegenstander kan het aanbod zo lang in beraad nemen als hij wil, maar zodra hij een zet doet is het vervallen. Nette mensen mompelen nog even iets als: “Ik probeer het nog even”, maar dat hoeft niet.
En dan hebben we natuurlijk nog de ‘patstelling’, die ook al tot het politieke domein is doorgedrongen. Wanneer de speler die aan de beurt is geen enkele reglementaire zet kan doen, staat hij pat. Met de zetten die hij zou kunnen spelen, zet hij zichzelf schaak en dat is verboden. In de politiek is sprake van een patstelling als beide partijen geen mogelijkheid meer zien om de discussie voort te zetten. In het schaakspel is er echt geen voortzetting meer en eindigt de partij in remise.
We hebben het al eerder over de paradoxen in het schaakspel gehad, maar de patregel is de grootste. Het is bijna altijd van belang zelf zo veel mogelijk bewegingsvrijheid na te streven en die van de tegenstander te beperken. Maar door de patregel moet die strategie onder omstandigheden volledig worden omgedraaid. Wie zijn moeizame stelling door pat wil redden, dient de bewegingsvrijheid van zijn stukken zo snel mogelijk tot nul te beperken. Wie wil voorkomen dat zijn tegenstander zich door pat redt, moet hem extra zetmogelijkheden bieden. Door de patregel wordt ook de zogenaamde minorpromotie onder omstandigheden rationeel: de promotie van een pion tot een ander stuk dan de dame.

Zeer illustratief voor allerlei remisemogelijkheden is de Saavedra-stelling, waarvan u de ware geschiedenis kunt nalezen op de site van Tim Krabbé. Ik kan u wel rechtstreeks naar het artikel linken, maar het is veel leuker om even over de site te dwalen, want er is van alles te vinden. Kort door de bocht komt het hier op neer. In een partij tussen een amateur en de bekende schaker W.N. Potter kwam het tot een vergelijkbare stelling als de diagramstelling van opgave 282 hierboven. Wit speelde 1. c6-c7, waarop Potter 1. … Td5-d6+ speelde en remise aanbood. Wit moet promoveren om te kunnen winnen, maar op 2. Kb7 volgt 2. … Td7 en 3. … Txc7 waarna er slechts twee koningen resteren. Gaat de koning naar de a-lijn, dan volgt 2. … Tc6. En op 2. Kc5 komt 2. … Td1! gevolgd door 3. … Tc1, een instructieve aanval in de rug. De amateur nam de remise daarom aan, waarna Potter hem meteen de winst liet zien: 2. Kb6-b5! Td6-d5+ (anders promoveert de witte pion) 3. Kb5-b4 (Niet 3. Kc4 Td8! en de toren komt weer tijdig op c8.) 3. … Td5-d4+ 4. Kb4-b3 Td4-d3+ 5. Kb3-c2 en nu de koning naar de overkant is gelopen, kan de toren niet meer achterom en is een veilige pionpromotie gegarandeerd; een dame wint in het algemeen gemakkelijk van een toren.
Tijdens het schrijven van een necrologie over Potter kwam een zekere G.E. Barbier, die een schaakrubriek had in Glasgow’s Weekly Citizen, erachter dat zwart in de slotstelling nog een truc heeft. Namelijk 5. … Td3-d4! En nu is het na 6. c7-c8D Td4-c4+! 7. Dc8xc4 pat. Op 27 april 1895 publiceerde hij de diagramstelling als remiseopgave.
Op 11 mei meldde de volstrekt onbekende schaker Fernando Saavedra dat hij toch een winst voor wit had gevonden. Hij speelde 6. c7-c8T!! De pion promoveert dus niet tot dame, maar tot toren. De patwending is daarmee uit de stelling gehaald en
bovendien dreigt wit mat op a8. Zwarts enige verdediging is 6. … Td4-a4, maar dan volgt 7. Kc2-b3! En door de matdreiging op c1 wint wit zwarts toren en snel daarna de partij. Zo ontstond één van de beroemdste eindspelen uit de schaakgeschiedenis en bereikte Fernando Saavedra onsterfelijkheid.
donderdag 20 augustus 2009
Les 7: De rokade

Een tijd lang heeft in een voorloper van het moderne schaakspel een regel bestaan waarbij de koning één keer in de hele partij een sprong mocht maken naar een willekeurig veld. Alsof de reusachtige vogel Rok uit de sprookjes van Duizend en één Nacht hem oppakt om hem in veiligheid te brengen. De regel heeft het niet overleefd, maar het verhaal zegt misschien wel iets over de etymologie van het woord rokade. Het Engelse ‘rook’, heeft er misschien ook iets mee te maken. Het is een raar woord dat alleen door schakers wordt gebruikt om een toren aan te duiden en dat in Harry Potter and the Deathly Hallows tot een misverstand leidt tussen Ron en Hermione als ze in de verte het huis van Luna Lovegood ontwaren: “‘It looks like a giant rook!’ ‘It’s nothing like a bird,’ said Hermione, frowning at the tower. ‘I was talking about a chess rook’, said Ron. ‘A castle to you.’” Opmerkelijk genoeg heet rokeren in het Engels ‘castling’. En een 'rook' is geen 'vogel rok, maar gewoon een roek.
Bij de rokade worden twee stukken tegelijkertijd verzet: een koning en een toren. De koning beweegt twee velden in de richting van de toren waarna de toren over de koning heen springt en naast hem gaat staan. Het mag alleen onder precies voorgeschreven omstandigheden:
- de koning mag niet schaak staan,
- koning noch toren mogen eerder hebben gezet,
- er mogen geen stukken tussen koning en toren staan,
- koning noch toren mogen op een aangevallen veld terechtkomen.
Rokeren met de koningstoren heet ‘korte rokade’ wat genoteerd wordt als ‘0-0. Op de damevleugel kun je ‘lang rokeren’ met de dametoren: ‘0-0-0’. De rokade is een heel handige zet om de koning in veiligheid te brengen en snel de toren te ontwikkelen.

Eén van de mooiste schaakgrappen komt van Tim Krabbé. Naar aanleiding van een idee van Max Pam construeerde hij de bovenstaande stelling. Hij vraagt hier om een mat in drie zetten. Ik splits het probleem even op. Wit begint met 1. e6-e7 Nu volgt op 1. … d4 2. e8D+ en 3. De2 mat. Vraag 1: Hoe is het mat na 1. … g4xf3 2. e7-e8D+ Ke3-d3? Vraag 2: Wat volgt op 1. … Ke3xf3 2. e7-e8T (let op de promotie tot toren!) d3-d4? Dan zal ik zelf vraag 3 beantwoorden: op 1. … Ke3xf3 2. e7-e8T! Kf3-g2 volgt 3. 0-0-0-0 mat. Die laatste zet met de vier nullen is de ellenlange rokade. Hij wordt geheel volgens de regels uitgevoerd met een toren die nog nooit gespeeld heeft, namelijk de toren op e8 die pas bij de pionpromotie is ontstaan en de koning.
De ellenlange rokade van Krabbé en Pam is niet reglementair. Na de publicatie van dit absurde idee in 1972 heeft de wereldschaakbond de formulering van de spelregels aangescherpt. U leert er in elk geval van dat schakers elkaar altijd voor de gek willen houden. Hoe dat er in Boxtel aan toegaat, leest u op dubbelschaak.nl.
donderdag 13 augustus 2009
Les 6: Schaak en schaak opheffen
Als hulpmiddel om de ruilwaarde van de stukken te onthouden, gebruiken de meeste schakers de zogenaamde Schaal van Euwe, genoemd naar de Nederlander Max Euwe die van 1932 tot 1935 wereldkampioen was en talloze leerboeken over het schaakspel publiceerde:Dame 9
Toren 5
Loper 3
Paard 3
Pion 1
De tabel zegt dat een paard en loper allebei ongeveer drie pionnen waard zijn en een toren vijf. Het sterkste stuk is een dame, maar je kunt haar verlies bijvoorbeeld wel compenseren met een toren, een loper en een pion. Let er echter op dat de tabel slechts een gemiddelde aangeeft. ‘Ceteris paribus’ zegt Euwe plechtig in zijn vele boeken, dus ‘onder overigens gelijke omstandigheden’, zijn paard en loper even sterk. Maar het hangt er natuurlijk helemaal vanaf waar de stukken op het bord staan en wat je ermee kunt doen. Een pion die bijna de overkant heeft bereikt, is veel meer waard dan één punt. En een paard in het midden van het bord is veel sterker dan een paard in de hoek. Tel maar na naar hoeveel velden het kan springen.
Opvallende afwezige in de Schaal van Euwe is de koning. De koning mag je niet ruilen. Staat de koning aangevallen – in jargon zeggen we dan “De koning staat schaak” – dan móet je dat schaak opheffen. Dekken valt als verdedigingsmogelijkheid af. Er zijn drie opties:
het aanvallende stuk slaan,
vluchten
of de aanvalslijn onderbreken door er iets tussen te zetten.
Pak er even bord en stukken bij en speel: 1. d2-d4 e7-e6 2. e2-e4 en nu 2. … Lf8-b4+. Het plusteken achter de zet betekent dat wit nu schaak staat. Wat kan wit doen? De loper slaan is onmogelijk, dus die optie valt af. Wit kan natuurlijk 3. Ke1-e2 spelen, maar u zult snel genoeg leren dat u de koning beter thuis kunt laten. U moet de aanval dus onderbreken door een stuk tussen de loper en de koning te plaatsen. Gelukkig is er volop keuze. 3. Dd1-d2 komt niet in aanmerking, want dan slaat zwart met zijn loper uw dame en dat kost u maar liefst zes punten op de Schaal van Euwe. 3. Lc1-d2 of Pb1-d2 of Pb1-c3 zijn wel goede zetten. U brengt een stuk in het spel en u hoeft niet bang te zijn dat het geslagen wordt, want dan pakt u gewoon terug en is er een eerlijke ruil tot stand gekomen. Nog beter is echter 3. c2-c3. Uw pion dreigt dan de loper te slaan en die kan maar beter vluchten, want anders komt u materieel in het voordeel. Bovendien heeft u nu een stevig pionnenfront gevormd dat de stukken van de tegenpartij op een afstand houdt en u volop bewegingsvrijheid biedt.
Veel huisschakers denken dat het verplicht is “Schaak!’ te zeggen als ze de vijandelijke koning aanvallen. Dat is beslist niet het geval. Sterker nog: in het wedstrijdschaak mag dat helemaal niet. Tijdens officiële partijen mag je helemaal niets tegen de tegenstander zeggen, behalve als je remise wilt aanbieden of de partij wilt opgeven. Hoe dat gaat, daar komen we later nog wel op terug. Maar in het gewone clubschaak is er natuurlijk nog een optie: u kunt altijd uw tegenstander iets te drinken aanbieden.
Op dinsdag 25 augustus is Grand Café Rembrandt, het thuislokaal van Schaakvereniging Dubbelschaak, weer open. U bent van harte welkom om een vrij partijtje te komen schaken. Intussen kunt u nog even oefenen tegen drie computerprogramma’s op dubbelschaak.nl.
donderdag 6 augustus 2009
Les 5: Verdedigen

Het is na vier lessen de hoogste tijd om uw eerste potje te spelen. In het diagram hierboven ziet u de beginstelling van iedere schaakpartij. Pionnen, torens en paarden zult u ongetwijfeld herkennen. De loper wordt verbeeld door de bisschopsmijter. De koning heeft een kruisje op zijn kroon. En wanneer u het bord zoals het hoort met een wit veld rechts voor u heeft gelegd, staat de witte dame op een wit veld en de zwarte op zwart, respectievelijk op d1 en d8.
Wit begint. Als u zo verstandig bent geweest om naast deze cursus de Chess Tutor 1 van Stappenmethode.nl te gebruiken, heeft u de loop van de stukken al behoorlijk geoefend. U weet dan dat u met een paardzet kunt beginnen, want paarden kunnen over de pionnen springen, maar u zult dan ook wel inzien dat u snel een paar pionzetten moet doen om de andere stukken in het spel te betrekken. De meeste schaakpartijen beginnen dan ook met een pion. Telt u voor de aardigheid eens na hoeveel verschillende zetten u kunt doen.
Laten we deze eerste keer beginnen met de meest klassieke openingszet: 1. e2-e4, de zet met de koningspion die twee velden oprukt. U staat nu klaar om de witveldige loper of de dame in het spel te brengen. Dat vergroot uw opties op de volgende zet aanzienlijk en dat is natuurlijk een voordeel. Maar u moet er in de loop van de partij natuurlijk wel op letten dat u geen materiaal weggeeft. Vroeg of laat dreigt uw tegenstander iets van u te pakken en dan moet u weten hoe u zich tegen die dreiging kunt verdedigen.
Daar zijn een aantal verschillende mogelijkheden voor waarvan ik er in deze les drie wil demonstreren: slaan, vluchten of dekken. Stelt u zich eens voor dat zwart uw openingszet beantwoordt met een sprong van zijn paard aan de koningskant naar het zwarte veld voor de loper: in algebraïsche notatie 1. … Pg8-f6. Hij valt dan met zijn paard uw pion op e4 aan. De onverlaat dreigt hem gewoon te pakken. Als u het paard van f6 van het bord zou kunnen slaan, was dat natuurlijk een prima verdediging, maar helaas, dat kan niet. Resteert vluchten of dekken.
Dekken kan op een heleboel verschillende manieren, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het damepaard met 2. Pb1-c3. Zwart zou nu de pion kunnen slaan, maar dat doet hij niet want na 2. … Pf6xe4 slaat u met uw paard zijn paard en aangezien een paard veel sterker is dan een pion bent u meteen in het voordeel. Vluchten klinkt een beetje laf, maar vaak is dat een aantrekkelijke optie. Nu ook. Door met de pion verder op te rukken (ofwel 2. e4-e5) maakt u zich niet alleen uit de voeten, maar valt u op uw beurt het zwarte paard aan. Dat moet er vervolgens vandoor, want zwart kan zich niet permitteren het paard tegen een pion te ruilen.
Deze week hebben we geen opgave. Zoekt u maar liever een tegenstander en probeer zijn koning te veroveren. Als u niemand kunt vinden: op dubbelschaak.nl staat drie computerprogramma’s waar u tegen kunt spelen: het zwakste virtuele tegenstanders dat ik kon vinden. U maakt beslist een goede kans.







