donderdag 26 juni 2008

Doorgeefschaak

In clubverband wordt er veel meer gebridged dan geschaakt. Bridge heeft het grote voordeel dat het in paren wordt gespeeld. Dat is gezellig. En bovendien gaat het lekker vlot. Zodra er een hand gespeeld is, worden er nieuwe kaarten gedeeld. Een fout verknoeit één spel, niet een hele avond. Kom daar in het klassieke schaken maar eens om: één potje duurt een uur of vier en één foutje kan een hele avond zorgvuldig plannen en rekenen totaal verpesten.

Gelukkig kent het schaakspel ook andere disciplines. Bij snelschaken of vluggeren (schaken met een bedenktijd van maar een paar minuten per persoon per partij) is een fout lang niet zo desastreus. Bovendien kun je zo een heleboel potjes op een avond spelen, waardoor je in elk geval na afloop niet wakker ligt van die ene zwakke zet of die ene gemiste kans. Heel populair is tegenwoordig ook het snelschaken in tweetallen. Veel schaakclubs organiseren deze zomer tweetallentoernooien op caféterrassen. Dubbelschaak houdt als seizoensafsluiting op 28 juni een tweetallentoernooi in Grand Café Rembrandt, bij mooi weer vooral achter in de tuin, waarbij de sterkste en zwakste spelers aan elkaar gekoppeld worden, zodat iedereen ongeveer gelijke kansen krijgt.

Maar het dichtst bij bridge komt wel het doorgeefschaak. Ook hierbij wordt in tweetallen gespeeld. De ene partner speelt met wit, de ander met zwart. Een stuk dat geslagen wordt, geef je aan je teamgenoot. Die mag het als zet op een leeg veld op het bord plaatsen. Hierdoor ontstaan al snel heel bizarre stellingen die om een totaal andere strategische aanpak vragen. Ook allerlei standaardtrucs werken niet meer. Het spel is heel gezellig en werkt bij doorgewinterde schakers, net als het bridgespel, vooral op de lachspieren. Dat komt omdat schakers niet gewend zijn afhankelijk te zijn en het niet kunnen laten de partner hilarische suggesties te doen, vooral als ze zelf dringend materiaal nodig hebben.

Jammer genoeg zijn de spelregels niet overal hetzelfde. Meestal mag je nieuwe stukken alleen op de middelste vier rijen plaatsen, maar in het reglement van de schaakbond mag een nieuw stuk ook op de 2e en 7e rij verschijnen. En in het Engelse bughouse mag je zelfs meteen schaak of mat geven. Maar alleen bij Dubbelschaak mag je suggesties roepen als: “A horse, a horse, my kingdom for a horse”!



In het schaakspel kun je niet alleen materiaal uitwisselen. Ook ideeën. In de stelling van opgave 227 wint wit aan zet. Maar zwart aan zet ook, op dezelfde manier. Ziet u hoe?



In de stelling van opgave 226 zal iedere schaker wel even naar 1. Te3xe4!! kijken en de zet meteen verwerpen, want na dameruil verlies wit een toren. Fischer speelde het in 1970 toch en beantwoordde 1. … Dc7xg3 heel verrassend met 2. Te4xd4!! Zwart kan zijn dame niet redden en verloor snel na 2. … Dg3-g4 3. Td4xg4 Ld7xg4 4. Ld3xg6. Wit heeft een loper en twee pionnen voor de toren. De sterke vrijpion op f6 is beslissend.

U vindt een animated gif van de oplossing op http://www.dubbelschaak.nl/. Onder 'REACTIES' (gewoon even erop klikken onder dit bericht) kunt u opmerkingen kwijt en natuurlijk de oplossing van de opgave van de week. Wie geen blogger is, kan 'anoniem' inloggen, maar zet er dan wel even je naam bij; volledig anonieme reacties worden verwijderd.

Geen opmerkingen: